Afgelopen zaterdag werden vroeg in de ochtend geïnformeerd over het drama wat zich afgespeeld heeft vrijdagavond 2 juli in Sange, een dorp 10km ten noorden van Uvira en 100km bij ons vandaan. Een tankauto vol met benzine is daar het dorp binnen gereden, van de weg geraakt en gekanteld. De tankauto begon onmiddellijk te lekken en vooral kinderen zijn hierop afgegaan met blikjes en flesjes om de lekkende benzine op te vangen. De chauffeur heeft nog tevergeefs geprobeerd om iedereen die de lekkende benzine op kwam vangen weg te jagen. Vrijwel onmiddellijk daarna heeft de benzine ergens vlamgevat en is de tankauto ontploft. Het dorp stond, voornamelijk bebouwd met lemen hutjes met grasdaken, in lichterlaaie. Het gebeurde om 18.00 uur in de avond terwijl velen naar de wedstrijd Ghana tegen Uruguay in de plaatselijke cinema aan het kijken waren. In grote delen van Congo en dus ook hier, is geen elektriciteit en als de nacht valt zo rond 18.00 uur dan is het overal echt nacht en pikkedonker. De wegen zijn erg slecht, in dit gebied kennen we slechts hobbelige en onverharde wegen die in de avond, zonder enige verlichting, levensgevaarlijk zijn om te berijden. Dit heeft hulpdiensten ernstig bemoeilijkt en pas de volgende dag kon er tot echte actie overgegaan worden. In de loop van de dag werd het aantal dodelijke slachtoffers bekend: 242 doden waaronder vele kinderen en over de 100 ernstige en minder ernstig gewonden. Het dorp zelf heeft geen ziekenhuis, daarom zijn de meest ernstig gewonde slachtoffers voor een deel naar Bukavu en het andere deel naar Uvira getransporteerd. In Uvira waren tegen het einde van de dag 43 ernstig gewonden in het ziekenhuis. Onze expat dokter Matthias moest vroeg op zaterdagmorgen naar Uvira om een nieuw binnenkomende expat bij de Burundese grens op te pikken. Ik was erg blij dat ik dat bij toeval aan hem gevraagd had gisteren, want nu kon hij de situatie in het ziekenhuis monitoren.
De lokale gezondheidszorg instellingen hadden zich massaal aangemeld om te helpen en het zag er die eerste dag redelijk georganiseerd uit. Het internationale Rode Kruis en de UN hebben het transport van de gewonden voor rekening genomen met auto’s en helikopters. Al snel bleek dat er een ernstig tekort was aan infuus vloeistoffen en aan medicijnen, want in Uvira heerst op dit moment Cholera waarvoor eveneens veel infuus vloeistoffen gebruikt worden. Vóór 12.00 uur die dag is onze eerste auto vertrokken vol met dit medische materiaal. Omdat het leek dat door de locale hulp alles redelijk onder controle was besloot onze chef de mission de gang van zaken nauw te blijven volgen en eventuele interventies af te stemmen op de voortgang. Het is uiteraard het mooist wanneer lokale instanties blijk geven van de zaken onder controle te hebben en self supporting zijn, dan willen wij niet ‘bemoeierig’ gaan doen en ze het gevoel geven dat wij het beter kunnen. Een comité van alle internationale hulpverlenende organisaties houden sinds zaterdag dagelijks beraad in Bukavu om taken te verdelen en in te springen op behoeften van de beide locaties waar de patiënten worden behandeld, wanneer hierom gevraagd wordt. Op zaterdagavond geef ik een live verslag van de situatie per Thuraya (satelliet telefoon) aan de Belgische radio die benieuwd zijn welke interventies AzG gaat ondernemen. Op dat moment weet ik dat nog niet precies omdat we in afwachting van zijn. Ik kan ze toch wel het één en ander over de feiten vertellen, wat we al hebben ondernomen en dat we op standby staan en onmiddellijk actie zullen ondernemen wanneer dit gevraagd wordt.
Maandag 5 juli wordt duidelijk dat het ziekenhuis van Uvira de intensieve vraag, die patiënten met ernstige brandwonden nodig hebben, niet afdoende kan beantwoorden en de hulp vraagt van de internationale hulpverlenende organisaties. We zijn onmiddellijk in actie gekomen en onze eerste dokter is gisteren vertrokken naar Uvira, wederom met een auto vol met medisch materiaal en vloeibare voeding die via een sonde (maagslangetje) toegediend kan worden want de meeste patiënten zijn er zo slecht aan toe dat eten onmogelijk is geworden. Vanmorgen is onze expat dokter wederom naar Uvira vertrokken met medicijnen, morfine voornamelijk, want nu 3 dagen na de ramp beginnen de patiënten allerlei gevolgen van hun brandwonden te ondervinden en dat gaat vooral gepaard met heel veel pijn. Onze dokters blijven voorlopig de komende week in Uvira om daar hands-on medische zorg aan de slachtoffers te gaan geven en om de hulp die wij bieden te coördineren. Er wordt vandaag een tent opgezet die als een kleine kliniek zal gaan functioneren en tevens de opslag is voor ons medisch materiaal om te voorkomen dat het onjuist ingezet wordt en om de voorraad te beheren.
Inmiddels zijn in Uvira een aantal ernstig gewonden overleden en voor tientallen andere levens wordt nog steeds gevreesd. Onze expat dokter is een ervaren Duitse arts en volgens eigen zeggen ‘gewend’(in hoeverre je aan dit soort zaken ooit kunt wennen) aan het aanzien van zwaargewonde en stervende mensen, maar evengoed was hij afgelopen zaterdag erg getroffen door wat hij daar aanschouwd heeft. Mensen zonder gezicht, volledig weg door de brandwonden, onherkenbare zwartgeblakerde hoopjes mens. Hij was er helemaal kapot van in het weekend. Dit soort gebeurtenissen delen we als team en we proberen om wat iemand met zich meedraagt te delen zodat het wat minder zwaar aanvoelt. Dat is de kracht van een expat team. We werken niet alleen samen maar zijn ook wel een soort van familie en overal kan over gepraat worden. Als het trauma niet verzacht of weggepraat kan worden door het team dan hebben we hiervoor ook een speciale psychologische ondersteunende afdeling in Amsterdam die, met in trauma gespecialiseerde psychologen, ondersteuning biedt in het veld waar nodig. Ik heb dat bij het vertrek van Matthias vanmorgen nog benadrukt en hij zal zeker contact met ze opnemen als hij daar behoefte aan heeft en wij ver van hem weg zijn met alleen minimaal werkende communicatie middelen. Gisterenavond heb ik nog tot laat allerlei toegestuurde documenten met betrekking tot de behandeling van brandwonden voor hem uitgeprint. Amsterdam doet er alles aan om ons zoveel mogelijk te ondersteunen, de medische adviseur op het hoofdkantoor en onze medisch coördinator Ronald, die op dit moment in Amsterdam is, hebben stapels documenten gestuurd over de behandeling van brandwonden om Matthias zoveel mogelijk ondersteuning te geven. We hebben hier in het veld uitgebreide documentatie over uiteenlopende ziekten, maar brandwonden is toch wel heel specifiek en zeker derdegraads brandwonden vereisen speciaal beleid. We blijven de situatie nauwgezet volgen en wanneer zal blijken dat er meer ‘troepen’ ingezet moeten worden dan staan wij klaar voor vertrek.
2 juli 2010 gaat de geschiedenis in als een tragische dag voor het straatarme Congo, want deze ramp is vooral ontstaan doordat de mensen zo arm zijn. Al die honderden mensen en vooral kinderen die geprobeerd hebben wat van de benzine op te vangen om hun olielampjes te kunnen laten branden kunnen deze dag nooit meer navertellen.
6 juli 2010 om 14:58
Lieve Kitty, wat een drama! En wat schrijf je er mooi over. Heb nu ook je andere blogs geschreven en ik merk twee dingen: dat ik Afrika erg mis en dat ik enorm veel bewondering heb voor wat je doet en hoe je dat doet.
Succes met alles daar, ik hoop dat je ook kunt genieten!
Liefs, Simone
6 juli 2010 om 14:59
Heel heftig mam! Wat een verschrikkelijk verhaal! Nogmaals heel veel sterkte daar.. Kus
6 juli 2010 om 23:09
Dag Kitty,
Heftig! Ik word best droevig als ik je verhaal lees!
Ik probeerde vandaag, erg gepassioneerd, aan collega’s hier in Belgie uit te leggen hoe het leven voor een gewone congolees eruit ziet. Moeilijk en altijd “vechten” om te overleven. Maar hoe krijg je dat in godsnaam uitgelegd???
Jou blog, de beelden van Sange die ik op TV gezien heb doen me dan weer met droefheid denken aan alle mensen die nu gespecialiseerde medische verzorging nodig hebben en dit niet kunnen krijgen omdat ze toevallig in DRC (of zoveel andere landen) geboren zijn.
Sterkte!
Goele
7 juli 2010 om 12:36
Ha Kit
Ik heb wat foto’s gezien, echt heel erg, op afstand werk ik en leef ik mee, Ik heb gister Mathhias en Guillaume gebeld om te horen hoe ze er aan toe zijn en gelukkig lijken ze het aan te kunnen. Hulptroepen komen er aan er ligt veel heel veel gespecialiseerd werk, wat zo verschrikkelijk moeilijk is in deze situatie! Ik ben er gauw weer, geweldig om te horen hoe het team samenwerkt en er voor elkaar is, ook de hulp vanuit andere missies en secties, fantastisch. En ja ook voor deze zaken zijn we in Africa en dat maakt me dan weer blij!
Liefs
Roon
8 juli 2010 om 10:15
Hey Kate,
Verschrikkelijk drama! Wens het hele team veel sterkte de komende tijd.
Groetjes,
Arend