Ongeveer een maand geleden was de regen een verwelkoming, glimlachend stonden we de eerste zondag onder de stralen die met bakken tegelijk op ons neerdaalde, een verademing na de maanden vol van hitte. De grijze velden kleurden langzaam groen, een heel wat vrolijkere aanblik, goed voor mijn humeur
Ondertussen is de regen meer een routine, komen nog steeds met groot geweld en vormen modder massa’s en regelmatig overstromingen in ons ziekenhuis. Latrines zakken in de grond, tenten stromen weg en met de harde windstoten waaien er verschillende keren zelfs dakpanelen van ons ziekenhuis. Voor onze logistieke medewerkers is het constant vechten tegen de natuur
Maar naast de schade en overlast komt er nog iets veel gevaarlijker door de lucht zweven, de mug.
Sinds een week lijkt het ook malaria te regenen. Elke dag weer behandeld onze ambulante kliniek minstens 200 kinderen voor malaria en elke dag weer worden er zo’n 40 kinderen opgenomen met een gevaarlijke, gecompliceerde vorm van malaria.
Het is zondag vandaag, maar een mug trekt zich daar niets van aan. Overweldigd door de grote patiëntstroom bevindt het hele expat team zich in de kliniek. De interne afdeling is een wirwar van activiteit. Meer dan 60 kinderen liggen verspreid over de afdeling, velen delen hun bedden. In de hoek heeft het team een IC gebouwd, waar kinderen aan infusen liggen, zuurstof krijgen en bloed transfusies. En met een regelmaat gaat de deur weer open en wordt er een volgend kind binnengebracht, vaak stuipend van de malaria.
Vanwege de grote afstand die moeders moeten afleggen om naar het ziekenhuis te komen, belanden velen kinderen pas in het ziekenhuis in een heel laat stadium van de malaria. De malaria parasiet heeft zich verspreid door het hele lichaam en vele bloedcellen opgegeten. Kinderen komen lijkbleek binnen met bloedarmoede, soms zijn er nog maar zo weinig rode bloedcellen dat het hart het niet meer lukt om alles rond te pompen en er mee stopt.
Ik bespreek de plannen om de afdeling te organiseren om de patiënt stroom voor de volgende dagen aan te kunnen met de expat verpleegkundige. Ondertussen doet onze expat dokter consultaties, geduldig wachten alle moeders met hun kind op hun schoot op hun beurt. Wanneer de dokter bij een klein meisje aankomt, verschijnt er een glimlach op het gezicht van de verpleegkundige.
Het meisje is een jaar of 2 en probeert zich te verstoppen onder haar moeders sjaal wanneer de dokter haar stethoscoop op haar borstkas probeert te leggen. ‘Kijk, dat is Nasira’ zegt de verpleegkundige tegen me. ‘Afgelopen woensdag kwam ze binnengedragen. Alle 5 kinderen die voor haar binnen gedragen werden die ochtend, stierven allemaal tijdens onze eerste hulp, zo ziek waren ze. Maar toen zij binnenkwam, zei ik in mijzelf, en jij móet het overleven! ‘
‘Nasira kwam stuipend binnen, ze had flinke bloedarmoede, haar bloedsuiker was gevaarlijk laag en ze was onderkoeld. We gaven haar urgente zorg voor 45 minuten en toen was ze eindelijk stabiel. En kijk, ze leeft! Ze doet het fantastisch.’
Dat doet ze zeker. De dokter kietelt haar en Nasira geeft een schaterlach.
Hoop doet leven.
