jun 11
Maartje vanuit Nigeria.

Mahammed

Mahammed, hij staat nog kraakhelder op mijn netvlies.

Zittend op zijn bed, snel ademend. Een grote ronde buik met twee stokdunne armpjes. Zijn hoofdje naar links gebogen, bijna rustend op zijn schouder alsof het te zwaar was om te dragen. Zijn ogen, grote smekende ogen die dwars door mijn ziel sneden.

Ik kwam Mahammed tegen tijdens mijn bezoek aan ons intensieve voedingscentrum. De expat dokter staat bij hem stil en vertelt mij zijn verhaal.

‘Mahammed is drie jaar oud en al een tijdje onder behandeling bij ons. Tijdens zijn eerste opname in het intensieve voedingsprogramma was hij zwaar ziek en wilde maar niet aankomen. Omdat hij symptomen had die wezen op tuberculose zijn we gestart met een behandeling tegen deze ziekte. Het ging toen iets beter met hem en hij kon naar huis met zijn medicijnen en therapeutische voeding om dan één keer per week voor controle te komen. Helaas ging het thuis niet goed en bleef Mahammed de pillen en voedsel uitspugen. Hij is opnieuw af gevallen en weer opgenomen.  Maar hij komt er moeilijk bovenop dit keer, hij blijft zeer kortademig en is geen gram aangekomen in de laatste week.’

De dokter pakt Mahammed zijn handje vast en ze laat mij zijn vingertjes zien. Op zijn jonge leeftijd heeft Mahammed al trommelstok vingers, zijn nagels zijn bolrond en blauw. Een kenmerk dat ons verteld dat Mahammed blijkbaar al een heel groot deel van zijn leven benauwd is.

Mahammed blijft stil zitten en kijkt me zwijgend, hulpeloos, aan. Ik pak zijn handje vast en spreek zacht wat bemoedigende Nederlandse woordjes tegen hem.  Hij verstaat me natuurlijk niet, maar hoop in ieder geval mijn gevoel wat over te brengen..….Lieve kleine man, ik zie je pijn, ik zie dat je vecht, ik hoop dat het snel beter wordt, geef niet op…..

Mahammed zijn moeder staat aan de rand zijn bed, ze strijkt over de opgevouwen deken in haar armen en kijkt de dokter hoopvol aan. De dokter pakt haar arm even vast; het is moeilijk, maar volhouden! De moeder glimlacht verlegen en wendt haar blik af. De dokter en ik lopen naar buiten, even stil. Vervolgens weer pratend over alle andere patiënten die we op onze weg tegenkomen.

Diezelfde middag keert de dokter laat terug van het ziekenhuis. We komen elkaar tegen in de gang. Ze heeft natte ogen en kijkt me aan. ‘Mahammed is zojuist overleden’.

Toch plotseling was hij nog meer verslechterd, het laatste half kwartier kermde hij van de pijn. De doktor was bij hem geroepen, pijnstilling werd klaargemaakt om te geven, maar toen was hij al weg. Reanimatie mocht niet baten.

Die kleine Mahammed en zijn smekende ogen laten me niet los. Nu, dagen later is het zijn blik die me leidt om zijn verhaal op papier te zetten. Kleine man, rust zacht.

Laat een bericht achter

*