jun 29
Patricia vanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR).

VVF-kamp

Lachend loopt Hélène, 44 jaar, onze auto’s tegemoet zodra we het terrein oprijden. Ze heeft de verloskundige Denise die ik meegebracht heb herkend. We zijn net aangekomen in Paoua, waar we nacontrole-afspraken hebben gepland met patiënten die geopereerd zijn voor een fistel.

In januari heeft Denise zich ingezet tijdens een VVF-kamp. Een operatieteam dat enkele weken lang vrouwen opereert, die lijden aan onvrijwillig urineverlies, wat vaak wordt veroorzaakt door een langdurige, gecompliceerde bevalling. In de regio waar ik nu werk bevallen veel vrouwen nog altijd thuis met een traditionele vroedvrouw die nauwelijks of helemaal niet geschoold is, met alle gevolgen van dien.

Hélène heeft sinds haar eerste bevalling zo’n 20 jaar geleden last van ongewild urineverlies. Het was een gecompliceerde bevalling en nadat ze eindelijk in het ziekenhuis was aangekomen bevalt ze helaas van een overleden baby. In de daaropvolgende jaren bevalt ze nog 2 keer en van deze 2 kinderen is er nog 1 in leven.

20 jaar lang heeft het ongewild urineverlies het leven van Hélène bepaald. Ze kwam niet meer buiten, deed niet meer mee aan sociale evenementen. De kerk ging ze niet meer naar toe. Mensen lopen weg van de geur van urine die ze met zich meedraagt, haar man heeft haar verlaten. Ze woonde sinds het vertrek van haar man bij haar ouders en sinds die zijn overleden woont ze bij haar zus in.

Vorig jaar hoorde ze van een behandeling die artsen zonder grenzen gratis uitvoert voor vrouwen die lijden aan fistels. Het was de zoon van haar zus die haar hierover vertelde en Hélène besloot te gaan informeren. Ze werd door het team chirurgen van Artsen zonder Grenzen geopereerd en vandaag komt ze op nacontrole.

Haar vrolijke gezicht straalt. Ze is enorm blij. Sinds de operatie heeft ze geen urine meer verloren. Ze komt weer buiten en heeft weer contact met mensen om haar heen. De operatie heeft haar haar levenslust teruggegeven en dat straalt er vanaf.

Jaarlijks worden in Boguila een dorp in de Centraal Afrikaanse Republiek vrouwen geopereerd die lijden aan een fistel. Afgelopen jaar zijn 49 vrouwen geopereerd. Door het doen van de na-controles komen we te weten hoe het onze patiënten is vergaan sinds de operatie, uiteraard om liefst te horen dat ze controle hebben gekregen over het urineverlies. Dit is gelukkig meestal het geval.

jun 28
Patricia vanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR).

Prudence

‘Genoeg gedaan voor vandaag’ denk ik wanneer ik zaterdag om half 6 de maternity wil verlaten. De dag zit erop. Nog even kijk ik of er geen bijzonderheden zijn. Ik vind een verloskundige in de verloskamer. Ze onderzoekt de 16 jarige Biona Prudence die zwanger is van haar eerste kindje. Het ziet ernaar uit dat haar bevalling voorspoedig gaat verlopen. Ze krijgt net wat sterkere weeën na de hele dag wat voor weeen te hebben gehad. Stiekem heeft ze zichzelf naar de 7 cm ontsluiting gewerkt met wat leek ‘lichte weeën’. Ik vertrouw erop dat de laatste 3 centimeter ontsluiting zonder problemen zullen verlopen en dat ze binnen een paar uur knus met een kind in de armen in de kraamkamer zal zijn.

Ik bedenk dat het misschien wel een mooie bevalling is voor de verpleegkundige expat collega. Ze heeft zich vóór mijn aankomst in het project over de maternity ontfermd omdat er toen nog geen verloskundige was. Ze was enorm blij toen ik aankwam. Voor een verpleegkundige met minimale verloskunde ervaring is het toch een hele opgaaf om een team verloskundigen bij te staan in hun werk. Ze hoopte ook dat ik haar wat kon trainen in de verloskunde, want je weet maar nooit, ze kan opnieuw ingezet worden in een project waar geen verloskundige expat is. Ik check met de Prudence of ze het prima vindt dat er een extra verpleegkundige assisteert bij de bevalling en ze gaat akkoord.

Ik licht mijn collega in en ze is razend enthousiast. De vorige keer dat ze een bevalling bijwoonde hebben we samen een pasgeborene moeten reanimeren. Hopelijk wordt het deze keer een wat minder spannende bevalling. We spreken af dat ik haar oproep wanneer Prudence 9 centimeter ontsluiting heeft, zodat ik haar kan voorbereiden op de bevalling en nog wat praktische tips kan geven tussendoor.

Geheel volgens plan heeft Prudence 2 uur later 9 centimeter ontsluiting en ik roep mijn collega op. Ze is over een paar dagen ‘einde missie’. De vermoeidheid van de afgelopen maanden en de drukte van de overdracht naar haar opvolgster die pas is gearriveerd, hebben redelijk impact. Ze is moe, maar heeft toch wel zin in de bevalling. Het afwachten is een moment waarin het moeilijk volhouden is maar ‘het zal wel gemakkelijker volhouden zijn zodra er wat actie komt’ geeft ze aan.
Ook voor de laatste cm neemt onze patiënte een uur de tijd. En dan komt de actie. Tijdens de controle van de hartslag merken we dat deze een beetje begint te vertragen. Ik probeer de hartslag wat langer te volgen, maar de Prudence lijkt dit niet erg prettig te vinden. Ze begint wat onrustig te woelen en geheel onverwacht schiet ze vervolgens ook nog eens in een wat lijkt epileptisch insult die bijna een minuut aanhoudt. Het kan een signaal zijn van een zwangerschapsvergiftiging die gepaard gaat met een hoge bloeddruk, dus ik check zo snel mogelijk de bloeddruk die tot op dat moment geen reden van onrust gaf en ook nu normaal is.
Gelukkig is per toeval onze dokter in het ziekenhuis voor een andere patiënt, dus die is vrij snel aanwezig in de verloskamer om ons te assisteren. Inmiddels is de Prudence gekalmeerd en stabiel. Omdat de hartslag van de baby nog niet helemaal hersteld is, besluiten we Prudence zelf wat extra zuurstof te geven. ‘Zuurstof geven’ betekent hier dat je een zuurstofapparaat ‘vrij moet maken’, die moet van de intensive-care komen. Dit betekent dat andere patiënten mogelijk even geen extra zuurstof krijgen of een ander zuurstofapparaat moeten delen.

Met een zuurstofkapje op gaat Prudence verder met de weeën. Ze heeft nog geen volledige ontsluiting, dus er is niks wat we kunnen doen. We proberen de feiten tegen elkaar af te wegen. Met de weinige en primitieve middelen die we tot onze beschikking hebben is het misschien niet zo handig om een keizersnede uit te voeren nu. Wachten op vordering van de ontsluiting betekent dat de dame ‘wie weet voor hoe lang nog’ in de gegeven risicovolle staat zal zijn. We missen duidelijk een gynaecoloog + anesthesioloog op dit moment, maar met de verenigde kennis en ervaring van mijzelf en de expat arts besluiten we dat het verstandig is hoe dan ook het OK-team op te roepen en Prudence voor te bereiden op een keizersnede. Dit geeft ons enige tijd om te zien of ze in de gegeven tijd de benodigde 10 cm ontsluiting zal bereiken zodat we een pompverlossing kunnen proberen. Dit heeft als voordeel dat we de bevalling sneller kunnen beëindigen, dat we Prudence niet hoeven te opereren in haar toch al risicovolle staat en dat ze voor de volgende zwangerschappen niet het risico heeft van een litteken in haar baarmoeder, wat in dit land nog altijd kan leiden tot foetale en maternale sterfte.

We brengen de Prudence en de materialen in gereedheid. We besluiten de pompverlossing in de OK uit te voeren, want mocht deze niet lukken dan kunnen we met zo min mogelijk vertraging de keizersnede uitvoeren.
Eenmaal aangekomen op de OK krijgt Prudence opnieuw een insult. Eenmaal weer gekalmeerd luisteren we naar de hartslag van het kindje en wederom reageert het met vertraging van zijn hartslag. We leggen de Prudence op de operatietafel en ik probeer haar te onderzoeken om te zien of ze al 10 centimeter ontsloten is. Dit is gelukkig het geval. We besluiten om nu maar zo snel mogelijk het kindje te halen. Ik sluit de vacuümpomp aan en de lokale verloskundige pompt het vacuüm tot de gewenste druk. Dat betekent hier pompen, net als met een handpomp voor een voetbal of fietsband. Gelukkig ligt het kindje er gunstig voor en hebben we binnen een paar minuten een blakend gezond kind en een volledig versufte Prudence.

Mijn collega verpleegkundige vindt het genoeg voor vandaag en besluit niet te wachten totdat de moederkoek geboren wordt. Helaas voor het team laat deze ook nog rustig een uur op zich wachten en omdat een spontane geboorte uitblijft moet ik hem manueel verwijderen.

Een dag later bezoek ik Prudence en haar baby in onze maternity. Ze ziet er stralend uit. Met de verloskundige als tolk probeer ik te achterhalen of ze ooit eerder epileptische aanvallen gehad heeft. Dit lijkt niet het geval. Ik vraag haar of ze ons kan vertellen wat er de vorige avond gebeurd is. Ze weet het niet precies. Ze bevestigt dat ze weet dat ze een insult gehad heeft, maar wat er daarna gebeurd is, is een beetje langs haar heen gegaan. We vragen haar of ze weet waar ze bevallen is en ze zegt dat ze zich herinnert dat ze naar de keuken gebracht werd. De keuken is vlakbij de operatiekamer. De verloskundige en ik moeten lachen bij het idee van haar bevalling in een keuken en leggen haar uit wat er precies gebeurd is. Ze weet niet dat ze in de operatiekamer opnieuw een insult gehad heeft. Ook het feit dat we haar kind via een pompverlossing geboren hebben laten worden is haar compleet ontgaan. We drukken haar tenslotte nog stevig op het hart dat ze nooit thuis mag bevallen, omdat ze deze keer enorm geluk heeft gehad dat ze er zelf nog is en ook dat haar kindje gezond is, puur vanwege het feit dat ze bij ons in het ziekenhuis was voor haar bevalling.

jun 21
Arjan vanuit Zuid-Sudan.

Vooruitzien

In Juba, de hoofdstad van Zuid-Sudan. Portugal – Tsjechië 0 – 0. Ik ben in een andere wereld beland. Weg van de K18, Jamam en Batil vluchtelingenkampen. Weg van de stress van een groot team van Artsen zonder Grenzen dat onder hoogspanning resultaten moet leveren. Tijd voor wat nadenken en vooruitzien.

Het gaat om een van de meest ontoegankelijke gebieden ter wereld, zelfs als er geen regen valt. En met regen wordt de logistiek, onontbeerlijk voor een hulpoperatie op deze schaal, bijna onmogelijk. Ik heb de indruk dat er tot op enkele weken geleden te weinig prioriteit is gegeven aan locatie planning van vluchtelingenkampen en dat er te weinig is gedaan vooral aan het zoeken naar water.

Officials van de Verenigde Naties verzekeren me dat er voldoende capaciteit is om de hulp aan de vluchtelingen beter te laten verlopen. Dat moet ook want de situatie is verre van onder controle. Ik geloof hen natuurlijk graag maar ik wil het nog liever in de praktijk gebracht zien. Soms is het voor organisaties en mensen (Artsen zonder Grenzen en mijzelf niet uitgezonderd) makkelijker om te spreken over wat er wel mogelijk is i.p.v. over hetgeen er onmogelijk is. Juist in deze kritieke situatie kunnen we ons dit echter niet veroorloven. Dit wordt dan ook een van de belangrijke taken van ons coördinatieteam in Juba: om met de andere organisaties en de VN te coördineren en te blijven hameren op planning, prioriteit en voldoende voedsel, tenten en water.

Maar waarom zijn er meer dan 150.000 mensen naar Zuid-Sudan de grens overgestroomd, op zoek naar veiligheid en hulp? Dit blijft de meest prangende vraag en natuurlijk de oorzaak van dit vluchtelingendrama. Artsen zonder Grenzen werkt niet in de Blauwe Nijlstaat. We krijgen geen toestemming om er te werken van de autoriteiten in Khartoem, de hoofdstad van Sudan. Hetzelfde geldt voor de VN en andere organisaties. Ondertussen hoort ons team verhalen over bombardementen, gevechten, dorpen die aangevallen worden, burgers die worden neergeschoten. We zijn daar niet, en dus moet je altijd voorzichtig zijn want de waarheid is vaak het eerste slachtoffer in oorlogen. Maar de verhalen worden herhaald en zijn consistent. Dit frustreert mij nog het meeste: de gedachte dat er nog duizenden mensen zijn in de Blauwe Nijlstaat die onder deze vreselijke omstandigheden moeten leven, en dat wij – of welke andere organisatie dan ook – er niet kunnen zijn om hen te helpen.

Portugal – Tsjechië 1 – 0. Ik kan er mij werkelijk niet druk om maken.

jun 20
Arjan vanuit Zuid-Sudan.

Een ware noodsituatie

 ‘s Avonds laat. Heb de halve dag in K18 rondgelopen. Het was indrukwekkend. Ik heb jarenlang in Sudan gewerkt, in het noorden en in het zuiden. Maar ik heb zelden zo een situatie gezien. Duizenden mensen in het midden van niks, onder stukjes grijze plastic die wij net een paar dagen geleden hadden uitgedeeld. Omgeven door modder en ontelbare acacia bomen. Met een schreeuwend tekort aan water en alleen het voedsel dat hen gegeven wordt. De modder heet ‘black cotton soil’ en is dik en vreselijk plakkerig. Ik ben niet zo heel erg lang maar na een half uur lopen was ik minstens 10 centimeter gegroeid van alle modder die er onder mijn schoenen bleef steken.

Ik zie een oud besje strompelend meter voor meter afleggen. Ze heeft al weken een enorm abces op haar voet en toch al ruim honderd kilometer gelopen. Ze wordt naar onze kliniek gebracht. Even verder loopt een meisje van zeven jaar, met haar broertje van twee op haar heup. Zou zij haar broertje de hele reis moeten hebben dragen? En in de rij, wachtend op de bus, waken een troepje jongens over een koffer. Het is een oude maar stevige koffer. Er staat ‘Seven Stars’ op. Dit detail raakt me. Misschien omdat ze opeens zo gewoon lijken.

Vanwege het water dat opraakt is er geen enkele andere optie dan deze mensen verplaatsen naar andere kampen. Dit gebeurt dan ook. Enkele duizenden per dag worden met bussen en vrachtwagens naar een nieuw kamp vervoerd, ongeveer 70 kilometer verderop: Batil. Probleem is alleen dat er in Batil ook nog steeds te weinig water is – en ook onvoldoende tenten. Van de 15.000 mensen die er in de afgelopen week zijn afgeleverd, heeft de helft nog geen tent ontvangen. Stel je voor: je wordt door geweld van huis en haard verdreven, verliest al je bezittingen en wellicht nog een aantal familieleden onderweg, en komt dan uiteindelijk terecht daar waar je veiligheid en zorg verwacht. En dan moet je alsnog in de modder en in de open lucht slapen. Ik kan mij niet voorstellen hoe mijn familie dit zou ondergaan.

Ondertussen, in K18. Het is minder dramatisch dan een week geleden. Gelukkig wel. Dr. Erna, heeft vorige week nog kinderen zien overlijden tijdens de barre tocht van K43 naar K18. Haar ervaringen van vorige week tartten alle verbeelding. Vandaag zijn de omstandigheden iets verbeterd. Niet in het minst doordat zij en het team zich volledig uit de naad gewerkt hebben. Maar deze omstandigheden blijven mensenonterend slecht. Een ware noodsituatie.

jun 20
Arjan vanuit Zuid-Sudan.

Er is werkelijk niks, behalve 20.000 vluchtelingen

Jamam, acht uur ’s ochtends, ergens in het verre noorden van Zuid-Sudan, in de Boven-Nijl regio. We wachten op de terreinwagen die ons naar K18 moet brengen. K18 is de aanduiding van één van de plaatsen waar de vluchtelingen zitten, het staat voor het aantal kilometers van de grens naar de locatie.

Het medische team is al eerder vertrokken, met twee auto’s vol met internationale en (Zuid-)Sudanese medici. Zij zijn op weg om medische zorg te bieden aan meer dan 20.000 vluchtelingen die daar al langer dan een week overnachten, in hartverscheurende omstandigheden. K18 is zo godverlaten dat de Zuid-Sudanezen, die toch wel wat gewend zijn, er niet willen wonen. Het heeft geen naam en dat mag het ook niet hebben, want er is werkelijk niks. Behalve dan die 20.000 vluchtelingen die daar opeengehoopt zitten, uitgeput en uitgedroogd, na weken en soms maanden te hebben gelopen om oorlog en onveiligheid in Sudan te ontvluchten. Ze verhalen van gevechten, van dorpen die afgebrand worden soms met dorpelingen nog in de hutten, van waterbronnen die willens en wetens worden vergiftigd door er dode dieren in te gooien. Kortom, ze hebben recht en reden om de Blauwe Nijlstaat in Sudan te ontvluchten. Meer dan 100.000 zijn hen sinds eind 2011 al voorgegaan. In totaal zijn het er nu meer dan 150.000, in Doro, in Jamam en in plaatsen-zonder-naam zoals K43 en K18. De kampen zijn overvol, hebben vooral te weinig watertoevoer en zijn onvoorbereid op de recente influx van tienduizenden vluchtelingen.

De mensen in K18 zijn er echter zonder twijfel het slechtst aan toe. Twee weken geleden kwamen ze aan in Zuid-Sudan. In uiterst slechte gezondheid. 40.000 verzamelden zich in K43. Maar hier was er geen drupje water te vinden. Ons team vond hen daar. Veel kinderen en ouderen onder hen waren ziek en zwak. Toch moesten ze nog een dag verder lopen, naar K18, waar ons team een beperkte watervoorraad kon oppompen. Tijdens de dramatische tocht van K43 naar K18 stierven er een dozijn kinderen, en werden ouderen achtergelaten. Ons toen nog kleine team reisde met hen mee, en probeerde zo goed en kwaad mogelijk te helpen, maar voor sommige vluchtelingen konden ze helaas niets meer doen.

Nu zijn er nog 20.000 in K18. Het is een race tegen de klok om ze vanuit K18 te verhuizen naar andere kampen waar wel voldoende water is. Want het water raakt op, terwijl de vluchtelingen niet snel genoeg naar andere kampen worden gebracht. En nu heeft het vannacht ook nog geregend. Die regen kan pas drinkwater worden als het in de grond zakt en weer opgepompt kan worden. Nu verzamelt het zich nog als ondrinkbare modder in poelen en maakt het de onverharde wegen onbegaanbaar. En dit betekent dat het misschien nog langer duurt voordat de vluchtelingen weg kunnen uit K18.

jun 19
Suzanne vanuit Bangladesh.

Goed begin!

Fulbaria is zoals gezegd een plattelandsdorp, gelegen tussen de rijstvelden en fish farms. De meeste mensen leven van de opbrengst hiervan, bezitten een theewinkel of zijn riksjarijder. En het is dus warm hier. Best wel heel erg warm. Gevoelstemperatuur 45 graden. Met een vochtigheidsgraad tot wel 90%… En dan schijn ik nog geluk te hebben ook want het is begonnen te regenen (de monsoon) en daardoor is het al een stuk afgekoeld. Het AzG-huis is overigens geweldig: groot, modern, elektriciteit, draadloos internet, een kok, een schoonmaakster, een dakterras… Wat een luxe temidden van al die armoede. Al is er weinig keus; een huis als dit is spotgoedkoop, én stelt ons in staat om ons volledig op het werk te richten. Bovendien creëren we tegelijkertijd werkgelegenheid voor de lokale bevolking. Hoewel ik me er nog niet helemaal gemakkelijk bij voel dat iemand voor me kookt en schoonmaakt werd me op het hart gedrukt dat de kok, de chauffeurs, de schoonmakers over het algemeen thuis óók weer iemand in dienst hebben om voor hun te koken, schoonmaken, en dat dat nou eenmaal onderdeel van de cultuur is. En dat met het salaris dat AzG betaalt hele families onderhouden en kinderen naar school gestuurd worden. Dus er valt meer voor te zeggen dan misschien lijkt op het eerste gezicht!

Ik heb daarnaast het geluk dat mijn voorgangster er nog gedurende een week is om me in te werken want mijn werk hier gaat geloof ik nogal een uitdaging worden… Behalve de dagelijkse werkzaamheden als arts in de (prachtige) AzG-kliniek waar de kala-azar patiënten behandeld worden ben ik supervisor van de twee lokale artsen en medisch assistent, de verpleegkundigen, het lab personeel en ongetwijfeld nog veel meer zeer ervaren national staff  waar ik het bestaan nog niet van afweet. Daarnaast moet er een heleboel onderwezen/getraind/gerapporteerd/besteld/bijgehouden/gecheckt worden en zie ik voorlopig (dag 2) de bomen door het papieren bos niet helemaal meer. Maar dat schijnt vanzelf goed te komen…

Ik ben mijn voorgangers ook dankbaar voor het leggen en onderhouden van zeer goed contact met de national staff, al geloof ik dat daar niet zoveel voor nodig is omdat de Bangladeshi’s tot nu toe een ongelofelijk gastvrije indruk maken. Zoals gezegd nog maar dag 2, en nu al in twee verschillende huishoudens gefêteerd op enorme maaltijden. Ook wildvreemden houden ons welzijn nauw in het oog: toen we gisterenmiddag verzeild raakten in een zeer bijzonder lokaal spel (waarbij tienduizenden mensen uit vier delen van het district gedurende de hele dag probeerden een bal van 50 kilogram in bezit te krijgen) werden we omringd door mensen die ons veilig uit de massa loodsden en ons lieten weten wanneer het weer rustig genoeg was om verder te lopen. Daarnaast leek het trouwens ook dat wij een grotere attractie waren dan het spel, maar dat terzijde!

Kortom: het land overweldigend, de mensen bijzonder vriendelijk, het project en mijn werk een uitdaging, en alweer zoveel meegemaakt dat het voelt alsof ik 2 weken in 2 dagen heb beleefd… Goed begin!

jun 19
Suzanne vanuit Bangladesh.

Honeymoonfase

Ik schijn nu in de zogenaamde honeymoonfase te zitten…mijn ontwikkeling van ‘goh dit is geweldig!’ (honeymoonfase) naar ‘wat doe ik hier in godsnaam’ (negotiation fase) tot ‘dit is misschien toch wel best leuk’ (adjustment fase) en uiteindelijk ‘ik wil hier nooit meer weg’ (mastery fase) schijnt allemaal een bekend onderdeel te zijn van de cultuurshock, al lijk ik de fases wel elke keer sneller te doorlopen. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik al het een en ander gewend ben, want dit land is niet makkelijk…warmer, armer, viezer, drukker en overweldigender dan welke andere plek waar ik ooit geweest ben. Met 160 miljoen inwoners is het slechts 3,5 keer groter dan Nederland en daarmee een van de meest dichtbevolkte landen ter wereld. En dat is te merken… Fulbaria, waar ik me de komende 10 maanden zal bevinden, is een plattelandsdorp, maar er is geen moment op de dag dat er niet drommen mensen, fietsen, tuk-tuks, riksjas, motoren en bussen zich op de weg bevinden… Bovendien is Bangladesh een van de armste én meest corrupte landen ter wereld…

Ik zal hier werkzaam zijn in een bijzonder Artsen zonder Grenzen-project; namelijk volledig gericht op één ziekte; leishmaniasis, ook wel bekend onder de naam ‘kala-azar’, wat letterlijk ‘zwarte koorts’ betekent. Bangladesh is één van de paar landen ter wereld waar kala-azar veel voorkomt, waarvan het grootste deel van alle ziektegevallen gevonden wordt in het gebied waar AzG (om die reden) in 2010 dit project is gestart. Het doel van het project is ambitieus; namelijk aan te tonen dat het mogelijk is om de ziekte kala-azar volledig uit te roeien. En het lijkt tot nu toe succesvol; het aantal nieuwe patiënten is het afgelopen jaar al dramatisch afgenomen! Het project bestaat uit een aantal onderdelen, zowel qua behandeling als onderzoek, maar hierover de komende maanden ongetwijfeld meer…

Ik ben maandag aangekomen in Dhaka waar ik twee dagen lang gebriefd ben over allerlei zaken die ongetwijfeld ongelofelijk belangrijk waren maar waar denk ik niet meer dan 25% van is blijven hangen. Na een hectische week van inpakken, afscheid nemen en de gebruikelijke vliegstress is dat niet zo verwonderlijk… En verwacht gelukkig niemand dat je alles onthoudt; tijd genoeg in het project zelf om de diepte in te duiken. Na een laatste avond de expat uithangen (met een duik in het zwembad van de Nederlandse ‘club’) was ik blij te vertrekken uit de hectiek en af te reizen naar Fulbaria. Als AzG-er mogen we, vanwege de veiligheid, geen gebruik maken van het openbaar vervoer en worden we vervoerd door speciale AzG-auto’s met chauffeur. Na de 4,5 uur durende autorit over een weg van slechts 100 kilometer sta ik daar volledig achter. Ik ben er van overtuigd dat iedereen die hier de weg opgaat hier in werkelijkheid een actieve doodswens heeft, dan wel blind, doof of psychotisch is…ik denk dat mijn chauffeur me zo’n 25 keer van de dood heeft gered door de jeep een berm in te rijden als er weer eens een bus met 200 kilometer per uur op de verkeerde weghelft schuinhangend op ons in kwam gereden…

jun 11
Maartje vanuit Nigeria.

Mahammed

Mahammed, hij staat nog kraakhelder op mijn netvlies.

Zittend op zijn bed, snel ademend. Een grote ronde buik met twee stokdunne armpjes. Zijn hoofdje naar links gebogen, bijna rustend op zijn schouder alsof het te zwaar was om te dragen. Zijn ogen, grote smekende ogen die dwars door mijn ziel sneden.

Ik kwam Mahammed tegen tijdens mijn bezoek aan ons intensieve voedingscentrum. De expat dokter staat bij hem stil en vertelt mij zijn verhaal.

‘Mahammed is drie jaar oud en al een tijdje onder behandeling bij ons. Tijdens zijn eerste opname in het intensieve voedingsprogramma was hij zwaar ziek en wilde maar niet aankomen. Omdat hij symptomen had die wezen op tuberculose zijn we gestart met een behandeling tegen deze ziekte. Het ging toen iets beter met hem en hij kon naar huis met zijn medicijnen en therapeutische voeding om dan één keer per week voor controle te komen. Helaas ging het thuis niet goed en bleef Mahammed de pillen en voedsel uitspugen. Hij is opnieuw af gevallen en weer opgenomen.  Maar hij komt er moeilijk bovenop dit keer, hij blijft zeer kortademig en is geen gram aangekomen in de laatste week.’

De dokter pakt Mahammed zijn handje vast en ze laat mij zijn vingertjes zien. Op zijn jonge leeftijd heeft Mahammed al trommelstok vingers, zijn nagels zijn bolrond en blauw. Een kenmerk dat ons verteld dat Mahammed blijkbaar al een heel groot deel van zijn leven benauwd is.

Mahammed blijft stil zitten en kijkt me zwijgend, hulpeloos, aan. Ik pak zijn handje vast en spreek zacht wat bemoedigende Nederlandse woordjes tegen hem.  Hij verstaat me natuurlijk niet, maar hoop in ieder geval mijn gevoel wat over te brengen..….Lieve kleine man, ik zie je pijn, ik zie dat je vecht, ik hoop dat het snel beter wordt, geef niet op…..

Mahammed zijn moeder staat aan de rand zijn bed, ze strijkt over de opgevouwen deken in haar armen en kijkt de dokter hoopvol aan. De dokter pakt haar arm even vast; het is moeilijk, maar volhouden! De moeder glimlacht verlegen en wendt haar blik af. De dokter en ik lopen naar buiten, even stil. Vervolgens weer pratend over alle andere patiënten die we op onze weg tegenkomen.

Diezelfde middag keert de dokter laat terug van het ziekenhuis. We komen elkaar tegen in de gang. Ze heeft natte ogen en kijkt me aan. ‘Mahammed is zojuist overleden’.

Toch plotseling was hij nog meer verslechterd, het laatste half kwartier kermde hij van de pijn. De doktor was bij hem geroepen, pijnstilling werd klaargemaakt om te geven, maar toen was hij al weg. Reanimatie mocht niet baten.

Die kleine Mahammed en zijn smekende ogen laten me niet los. Nu, dagen later is het zijn blik die me leidt om zijn verhaal op papier te zetten. Kleine man, rust zacht.

jun 8
Maartje vanuit Nigeria.

Behekst

Als ik in mijn kantoor zit te werken word ik gebeld door een van de expat verpleegkundige in het ziekenhuis. Er is een lastige situatie ontstaan: een groep mannen is naar de afdeling gekomen om een grootmoeder van een van haar patiënten mee te nemen naar het politiebureau. Het verhaal gaat dat de grootmoeder van een opgenomen ondervoed kindje, een ander kindje zou hebben behekst. De mannen claimen dat als het kindje niet beter wordt dit de schuld is van de grootmoeder, daarom willen ze haar nu aanklagen op het politiebureau. Ik bespreek het met de medisch directeur van het ziekenhuis, waarin Artsen zonder Grenzen (AzG) samenwerkt met het ministerie van gezondheidszorg en we besluiten samen met de mannen te gaan praten, dus we nodigen ze uit voor een gesprek.

De groep mannen arriveert op de basis en ze leggen uit wat er gebeurd is. De grootmoeder had klaarblijkelijk voor het andere kindje gebeden en het kindje aangeraakt, en ik leer dat het in deze cultuur niet gewenst is, aan iemand anders kind te komen. Ik kan me niet bemoeien met de sociale kant. Maar pleit voor rust op de afdeling en leg uit aan de mannen dat alle patiënten, en zo ook het kleinkind van de grootmoeder, een verzorger nodig heeft. Het is in het belang van de patiënt dat de grootmoeder op de afdeling blijft.  De medisch directeur zegt wat wijze dingen in Hausa (de locale taal) wat goed opgepakt wordt. De mannen worden rustig en begrijpen dat de grootmoeder het beste voor had met de patiënt, en ze vertrekken weer, de grootmoeder met rust latend. Het zijn van die momenten waarin je realiseert hoe anders we soms onze wereld beleven. Aan de andere kant, uiteindelijk komt het denk ik voort uit een universele angst, die om je kind te verliezen. Ik moet er niet aan denken……

 

jun 8
Jeltje vanuit Ethiopië.

Outreach

We ondersteunen niet alleen een ziekenhuis in Wardher, maar ook verschillende gezondheidsposten in de omgeving en mobiele klinieken. We hebben zelfs een apart ‘outreach-team’. Samen met de andere arts hebben we de werkzaamheden zo verdeeld dat ik normaalgesproken verantwoordelijk ben voor het ziekenhuis en zij verantwoordelijk is voor de outreach.

Zo lang als ik hier ben, ben ik al nieuwsgierig naar de outreach en wil ik graag een dagje mee. Vandaag was mijn kans. De andere arts is afwezig en ik ben, samen met het team, naar een klein dorpje geweest op ongeveer anderhalf uur rijden van Wardher.

Ik geniet in de auto: het landschap ziet eruit zoals ik me Afrika voorstelde op twaalfjarige leeftijd. Bomen met een groot bladerdak, rood zand , overal kamelen en af en toe een dik-dik (dat is een kruising tussen een konijn en een hertje) die voorbijschiet. Eenmaal aangekomen in het dorp bouwen we in noodtempo tafels en stoelen op. We hebben een afdeling voor kinderen en volwassenen, we screenen op ondervoeding, we vaccineren en we delen medicatie uit. Mijn tafel staat buiten onder een boom en binnen 10 minuten ben ik omringd met patiënten die allemaal tegelijk mijn aandacht willen. Mijn tolk heeft er haar handen vol aan om de patiënten op hun beurt te laten wachten.

Zo had ik me het werk als arts in Afrika voorgesteld: alleen mijn stethoscoop, een bloeddrukmeter en het luisteren naar de klachten van de patiënten. Geen ‘fancy’ apparratuur, geen lab, niets. Ik schrijf medicatie voor en deel goede adviezen uit: genoeg drinken, jezelf wassen. In deze middag zie ik 44 patiënten met allerlei uiteenlopende klachten: bot- en gewrichtspijnen, verkoudheid, hoesten, gezwollen gewrichten. Patiënten die meer zorg nodig hebben kunnen we meenemen naar het ziekenhuis.

Aan het einde van de middag voel ik me gesloopt. Mijn keel, die toch al pijnlijk is door een verkoudheid, is schor en mijn stem is kwijt. Maar wat een heerlijk gevoel is het om hier als dokter te werken!

jun 7
Anne vanuit DR Congo.

Op pad

Afgelopen week ben ik na 7,5 maand opnieuw met het medische team meegegaan naar onze hulpposten in Kaseke en Mutongo. Een uitje! Op de motor! Destijds noemde we deze 2-daagse trip, “naar de overkant”, letterlijk omdat we met een zelfgemaakt vlot de rivier oversteken, maar ook omdat de rivier de frontlinie was tussen het overheidsleger en de rebelgroepen. Het leger is inmiddels vertrokken zodat er geen frontlinie overgestoken hoeft te worden dus ik kon volop genieten van de schoonheid van Congo, zonder onderweg te stoppen bij elk dorp om een praatje te maken met de betreffende bevelhebber, goed vasthoudend achterop de motor want de rit gaat door de bush over smalle glibberige zandpaden met kuilen en losliggende stenen. De bevolking kijkt uit naar onze wekelijkse trip; bij elk dorp waar we doorrijden staan de kinderen al joelend en zwaaiend langs het pad. Niet gemakkelijk om naar beide kanten te zwaaien zonder de motor los te laten….

Eerst stoppen we bij onze kliniek in Kaseke waar we samen met de motards (de motorrijders) de medicijnen afladen en ons meegenomen ontbijt van 2 gekookte eieren, een oliebol en pinda’s opeten voordat we in meeting gaan met de staf van de BCZ (Bureau Centrale Zonde du Santé) die onze klinieken runnen. Congo is verdeeld in vele zones met betrekking tot het gezondheidszorgaanbod en elke zone wordt geleid door een ‘ Bureau Centrale’. De week wordt doorgenomen, eerst op het gebied van veiligheid voordat de medische cijfers en gevallen worden besproken. Dit keer kan ik het veel beter volgen in het Frans en ben zeer onder de indruk van de professionaliteit van onze medische staf die de vergadering leidt en checkt of de afgesproken punten van de afgelopen week zijn nagekomen. Als ik daarna met onze coördinatrice Angelika vertrek voor een rondje in het dorp langs de rebellenleiders is de kliniek volgestroomd met moeders en hun kinderen die op consultatie komen of deelnemen aan een ondervoedings programma.

In de middag rijden we nog 2 uur door naar Mutongo, gelegen tussen de meest groenkleurige heuvels, 2 dagen lopen vanaf Pinga. Ook hier doen we een rondje door het dorp om te laten weten dat we er zijn en om te polsen hoe de situatie is. De kliniek, bestaande uit verschillende barakken, waaronder een school, is ooit gebouwd door een kerkgemeenschap. Als we net voor de heftige regen en bliksembui terugkomen, zijn 2 mama’s (als teken van respect worden vrouwen aangesproken als mama en mannen als papa) druk bezig vuur te maken om het eten te bereiden en zijn onze veldbedjes al opgemaakt. De motards spelen vol enthousiasme een kaartspel en als het donker wordt gaan ze even fanatiek door onder het licht van slechts 1 kaars.

Voordat we de volgende ochtend onze slaapkamers terug hebben omgebouwd tot consultatiekamers staan er al dichte wachtrijen. Wat een verschil met de laatste keer dat ik hier was! Mutongo was toen praktisch uitgestorven want de meeste dorpsbewoners waren door de bedreigende leefsituatie de bossen ingevlucht. De logistieke veranderingen zijn enorm; veel hokken in de barakken zijn omgebouwd tot kamers met zelfgemaakte houten tafels, stoelen en zelfs verstelbare bedden. De bevalkamer heeft inmiddels een deur, de anderen zijn in de maak en worden tussentijds vervangen door stukken stof. En de apotheek was de grootste verrassing: twee afgesloten ruimtes met de medicijnen keurig gerangschikt op de schappen met etiketten en een goed functionerende ijskast voor de vaccins. Wauw, we hebben hier, ook op afstand vanuit Pinga, de afgelopen maanden flink veel werk verricht!

 

 

jun 5
Jeltje vanuit Ethiopië.

*pauze*

De hoofddoek zit ergens opgefrommeld onder in mijn tas, terwijl ik een gigantische bak ijs naar binnen lepel. Ik ben in Addis Abeba en voel me net een klein kind in een snoepwinkel. Na twee maanden in de woestijn gezeten te hebben ben ik enthousiast over alles: een warme douche, een menukaart met allerlei verschillende gerechten (en geen geitenvlees!), een normaal toilet, internet (internet!) en het belangrijkste: zoveel ijsjes als ik op kan eten.  Ik waan me in New York, de stad waar alles kan.

Eens in de 6 weken tot 2 maanden worden we naar Addis gevlogen voor ‘rest & recuperation’, een verplichte mini-vakantie om even uit het project te zijn. En ik merkte pas hoe elke hersencel van mij verzadigd was met het project, toen ik er uit was. “Jeltje, kun je alstjeblieft ophouden met praten over Wardher? Sinds we gearriveerd zijn praat je alleen maar over het project en we gaan nu leuke dingen doen’, corrigeerde mijn teamgenoot me, terwijl we op een terras zaten. Na deze terechtwijzing was de knop om en heb ik heerlijke dagen gehad.

Het verschil tussen Addis en Wardher is groter dan het verschil tussen Addis en Amsterdam. De cultuur en de mensen zijn volledig verschillend van elkaar. Ik geniet met volle teugen van Addis. Mijn dagen vul ik met eten, drankjes drinken, nieuwe mensen leren kennen, zwemmen, internetten, shoppen, slapen.

Op de terugweg ben ik de enige passagier in het vliegtuig. Ik voel me net Paris Hilton, een privé-vliegtuig voor mezelf! Maar de leukste verrassing kwam toen we boven Wardher cirkelden voordat het vliegtuig landde. Ik probeerde de piloten enthousiast uit te leggen: “look, that’s the hospital! And there is the compound! And do you see these camels!” Het voelde werkelijk aan als thuiskomen. Terug op de basis krijg ik een knuffel van de bewakers en van mijn mede-expats en ga ik weer aan de slag in het ziekenhuis. Alsof ik nooit ben weggeweest. Alleen mijn hoofd is wat minder vol.

jun 1
Maartje vanuit Nigeria.

Hawiya

Ons outreach-bezoek loopt ten einde en terwijl de kliniek langzaam leegloopt en de moeders de lange weg terug naar huis aanvaarden, blijft er een meisje achter. Haar naam is Hawiya.

De verpleegkundige wil met ons overleggen over dit patientje. Hawiya is 4 jaar en ondervoed, ze heeft grote mooie ogen en klampt zich met haar dunne armpjes vast aan de jurk van haar moeder. De verpleegkundige laat mij de bulten in haar nek zien en tilt vervolgens Hawiya’s t-shirt omhoog. In haar bovenlichaam vormt zich een grote bocht in haar ruggengraat. We vermoedden allemaal dat deze bochel, evenals de bulten in haar nek,  zeer waarschijnlijk het gevolg zijn van een infectie met tuberculose (TB). Al komt TB vaak in de longen voor, zeker bij kinderen kan TB ook buiten de longen voorkomen en eten de bacteriën gaten in het weefsel. Dit verklaart ook waarom Hawiya zo mager is, haar lichaam geeft alle energie aan de strijd tegen TB, maar kan niet winnen. We moeten verder onderzoek doen om zeker te zijn en behandeling te beginnen.

We praten met de moeder om te kijken of zij en Hawiya naar het ziekenhuis kunnen komen. Moeder legt uit dat zij niet zonder toestemming van haar man mee kan komen, een cultureel verschil die ons vaak belemmert in het verwijzen en snel behandelen van kinderen. Frustrerend maar iets wat wij niet zo maar veranderen. We spreken af dat de moeder toestemming vraagt en de volgende week met ons mee komt, zodat we hopelijk iets kunnen doen.

Hawiya zit stil op een bankje, ogen neergeslagen. De verpleegkundige zet alles klaar om de bulten in haar nek te verzorgen, waar pus uit komt. Het schoonmaken van de wonden is niet fijn en even komt er veel energie uit het kleine meisje terwijl ze stampvoetend probeert te protesteren tegen het geprik van de jodium in haar nek… Na een paar minuten geeft ze het protest op en snikt stilletjes in haar moeders schoot. Ik probeer haar blik te vangen en haar handje vast te houden maar een vreemde witte vrouw kan haar niet troosten. Ze heeft gelijk denk ik triest, de verschillen zijn soms zo oneerlijk groot.