mrt 31
Jeltje vanuit Ethiopië.

En dat alles in een koffer en een tas

Vier paar schoenen, drie broeken, twee jurken, een rok, drie t-shirts met MSF opdruk, drie andere t-shirts, twee blouses, een fleecevest, een fleecetrui, tien onderbroeken, drie BH’s, een bikini, drie sjaals (te gebruiken als hoofddoek), twee knuffelbeestjes gekregen van dierbaren, twee tropenchirurgieboeken, een tropical medicine handboek, een stethoscoop,  drie MSF handboeken, vijf spelletjes, een fles whiskey, een pond jong belegen kaas, een pot nutella, vijf repen bonbonbloc, een zak paaseitjes, vier zakjes snoep, een herinneringsboekje, twee dagboeken, schrijfpapier en enveloppen, een SIG fles, een nagelknipsetje, drie flessen lenzenvloeistof, drie tubes tandpasta, drie tandenborstels, twee flessen factor 30 zonnebrand, een bijbel, een opvouwbaar rugzakje, een opvouwbare tas, drie vulpennen, vijf balpennen, kleurpotloden, een iPhone oplader, een e-reader, een laptop, batterijen, een hoofdlampje, een zaklamp, twee kampeerhanddoekjes, een slaapzak, een pond koffie, een perculator, twee kettinkjes, make up, een doosje Imodium, een fles bodylotion, multivitamines, vitamine B complex en vitamine C, ansichtkaarten, een tekening van mijn nichtje, een USB reader, een fotocamera, twee brillen, een zonnebril, reservelenzen.

Ik ben benieuwd hoe de koffer en de tas terugkomen.

mrt 27
Jeltje vanuit Ethiopië.

Nog 6 dagen

“over 6 dagen”, hoor ik mezelf zeggen tegen de verkoopster van onderbroeken bij de Hunkemöller, de winkelassistent van de Etos, de medewerker van de Bijenkorf. Trots vertel ik dat ik ga werken bij Artsen zonder Grenzen in Ethiopië. Het lijkt alsof iedereen het moet weten en ik schreeuw het van de daken. Waar het hart van vol is, loopt de mond blijkbaar van over.

Verder zijn mijn dagen nog steeds gevuld met een combinatie van het regelen van praktische dingen en het doen van gezellige dingen. Vanavond heb ik een heel lijstje af te werken: mailtjes sturen naar deze en gene, mijn koffer inpakken. Ik ben echter vriend K tegengekomen op straat en heb nog even een wijntje gedronken bij hem achter de computer, waar we plaatjes hebben bekeken van mijn compound. Mijn nuttige avond is dus niet helemaal besteed zoals gepland, maar ik heb het wel gezellig gehad.

Zo zie je maar weer dat het vullen van je tijd alles met prioriteit te maken heeft.

mrt 26
Anne vanuit DR Congo.

Internationale vrouwendag

Internationale vrouwendag is officieel de herdenking aan de eerste vrouwelijke staking in 1908 in New York. In 1978 werd Internationale vrouwendag door de Verenigde Naties erkend en sindsdien is het een grootsgevierde dag in veel ontwikkelingslanden. En zeker in Congo.

Al weken voor deze bijzondere dag zijn de vrouwen in rep en roer met hun kleding en haar. De meeste vrouwen hier in Pinga dragen omgewikkelde bedrukte doeken (pagne) of als ze geld hebben voor de kleermaker, laten ze van de pagne een jurk of een rok met bovenstuk maken. Grappig genoeg worden nog een groot deel van deze pagnes in Nederland en België gefabriceerd.

Het coördinatie team in Goma heeft de pagnes geleverd aan alle vrouwen die in de 3 projecten in Noord-Kivu werken, in verschillende kleuren met hetzelfde bloemen motief. In Pinga hebben we twee kleermakers die hoogtij vierden om aan alle wensen en designs van de vrouwen in het dorp te voldoen. Ik vrees dat ik uiteindelijk niet voor de beste kleermaker heb gekozen, want ben tot 4 keer toe terug moeten gaan naar zijn hutje om van een simpele ‘standaard’ jurk door misrekeningen in maten uiteindelijk een zelfontworpen bij elkaar genaaide jurk te laten maken. Een uniek exemplaar en zeker de enige in Pinga… Het blijft een raar gezicht, een blanke, gewikkeld in die kleurrijke stoffen, zeker naast onze stralende 5 Congoleze collega’s die er allemaal prachtig uitzagen, inclusief handtasje, bijpassende schoenen en hoofddoek (zie foto).

Voordat we op deze heuglijke dag aan de optocht begonnen, had ik nog snel de meest belangrijke e-mails verstuurd want ik voelde al aan dat er deze dag verder niet gewerkt zou worden. Althans, niet door de vrouwen. Mijn vrouwelijke collega’s hebben zich in alle vroegte bezig gehouden met de voorbereidingen van de lunch die we na alle activiteiten bij iemand thuis hebben op gegeten.

Het was een stralende, maar zeer warme dag. Vrouwen met paraplu’s tegen de zon stroomden samen bij het voetbalveld van dorpsdeel Nkassa, zo’n 2 kilometer van onze basis om vandaar al zingend en dansend naar de lagere school in het centrum van Pinga te lopen. Ik denk dat er wel meer dan 1500 vrouwen en meisjes deelnamen aan de optocht, ieder met hun liederen, vlaggen en spandoeken, begeleid door een fanfare band en het Rode Kruis die in serieuze kaki uniformen met bijpassende helmen de toeschouwers en met name kleine kinderen tegenhielden. Zo liepen de slagersvrouwen met schorten en echte koeienpoten en de vrouwen van de slijterijen met verschillende lege flessen. Het leek bijna een carnavals optocht…

Bij aankomst op het speelveld bij de lagere school werd elke vrouwelijke groep voorgesteld aan het vrouwencomité en de genodigden, bizar genoeg bestaande uit bijna alleen mannen, zoals de kolonel van FARDC (overheidsleger), de captain van Munesco (UN), de dropschefs en een aantal NGO’s. Nadat het veld volgestroomd was met uitbundige vrouwen, volgden een aantal speeches, waar het belang van de vrouw en haar positie in de samenleving benadrukt wordt. Mijn Italiaanse collega Sara (Mental Health officer) heeft gesproken over het belang van de kraamafdeling (Maternity) in onze klinieken waardoor er minder vrouwen en baby’s overlijden tijdens de geboorte en de opvang die wij bieden aan slachtoffers van seksueel geweld en verkrachtingen. Ter demonstratie hebben we daarna op het veld in het bijzijn van bijna alle inwoners van Pinga door middel van een sketch uitgebeeld welke cruciale medische en psychosociale zorg we kunnen bieden aan slachtoffers van seksueel geweld.Een groot succes, want na deze vrouwendag zijn het aantal consulten gericht op seksueel geweld in een week tijd driedubbel toegenomen!

Zoveel vrouwen, op blote voeten of opgedirkt in mooie pagnes, allemaal met ongelooflijk veel GIRL-POWER, ik krijg nog kippenvel als ik aan deze bijzondere dag terugdenk.

mrt 26
Jeltje vanuit Ethiopië.

Nog 7 dagen

Als je voor een langere tijd vertrekt naar het buitenland zijn er veel zaken waar je nog nooit bij stil hebt gestaan, waar je je dan plots druk om maakt. Hoe zit het met mijn bankzaken? Hoe regel ik mijn geld in het buitenland? Hoeveel lenzenvloeistof en mascara neem ik mee voor een heel jaar? Om me geen zorgen meer te maken over al deze zaken, heb ik vandaag een volmacht gegeven voor mijn bankzaken aan vriendin R en heb ik een grote koffer gekocht. Van Samsonite. Zo’n dure. Om mezelf een nuttig cadeau te geven. Het enige dat mij nog rest, is het kopen van lenzenvloeistof…

Van steeds meer mensen neem ik afscheid. Ik besef me, dat als ik over een jaar terugkom, veel dingen om mij heen veranderd zijn. Dit werd me duidelijk tijdens het afscheid van mijn cabaretgroep vanavond. Ik ken deze mensen pas sinds afgelopen september, maar ze zijn me enorm dierbaar geworden. We delen dan ook veel met elkaar. Eén van mijn groepsgenoten merkte op: ‘je moet ook wel iets missen als je daar bent’, en daar heeft hij dan ook wel gelijk in.

De dagen worden voornamelijk gevuld met het regelen van praktische zaken, maar gelukkig neem ik ook tijd om afscheid te nemen van alle mooie, bijzondere en dierbare mensen om me heen. Het afscheid geeft me ook een gevoel dat, als ik terug kom, ik veel heb om naar uit te kijken. Naar alle mooie avonturen die ik met alle mensen om me heen ga beleven.

mrt 13
Anne vanuit DR Congo.

En door!

Tot ieders opluchting zijn we na meer dan vier weken ‘stil zitten’ na de overval van vorige maand (op ons team dat naar de klinieken buiten Pinga reisde) weer langzaam begonnen met onze hulpverlening. Om veiligheidsredenen zijn nog niet alle activiteiten hervat, maar: onze medische staf loopt weer de dagelijkse rondes in zowel de kliniek als het ziekenhuis van Pinga. Met een klein team hebben we vorige week de mobiele kliniek in Mpeti bezocht en hopelijk kunnen we binnenkort ook naar de andere twee mobiele hulpposten in de regio. Voor zover we kunnen zien, zijn er gelukkig geen serieuze epidemieën uitgebroken tijdens onze afwezigheid en is er ook geen toename van het aantal sterfgevallen geconstateerd. In de kliniek van Kaseke zijn wel vier cholerapatiënten opgenomen. En zonder de supervisie van Artsen zonder Grenzen hebben de administratieve zaken en vooral het medicijnbeheer achterstanden opgelopen, waardoor een kleine chaos is ontstaan. Omdat we de klinieken normaal gesproken wekelijks bezoeken, kunnen de medewerkers ons heel regelmatig rechtstreeks hun vragen stellen. Nu konden we alleen op afstand en via een ‘boodschapper’ advies geven en was het met name voor onze medische staf zeer frustrerend niet precies te weten wat er gaande was, en vooral: om niet direct hulp te kunnen verlenen. Het is trouwens ook niet gemakkelijk geweest om bijna een maand lang non-stop op het AzG-terrein te moeten leven en wonen, zonder enige afleiding of internactie met de plaatselijke bevolking. Op zich was de timing van mijn vakantie dus niet eens zo slecht…

Tijdens onze afwezigheid zijn medewerkers van de door ons ondersteunde klinieken lopend naar onze basis in Pinga gekomen (het terrein dus waar we ons huis, kantoor en medicijnenopslag hebben). De klinieken zelf beschikken niet over auto’s. Bijna niemand hier beschikt over een auto. Zo af en toe komt er een truck vanuit Goma met kratjes frisdrank voor 25 dollar of zakken meel van 45 dollar. Na de onlangs gehouden verkiezingen zien we ook weer een aantal teruggekeerde NGO’s met auto’s, zoals ACF en het Rode Kruis. De Munesco (UN), die hier met een man of vijftig gevestigd is, heeft een truck en pantserwagens waarmee ze haar patrouilles uitvoert. En wijzelf hebben drie wagens, die we vooral gebruiken voor het vervoer van patiënten.

Maar de klinieken hebben ze dus niet. Op zich zouden ze ook veel meer gebaat zijn bij motoren, omdat de klinieken alleen via een vlot over de rivier en daarna over modderige bospaden te bereiken zijn. Maar motoren hebben ze ook niet. En ezels en paarden kennen ze niet in Congo. Dus kwamen de kliniekmedewerkers lopend naar onze basis. Samen met dragers namen ze wekelijks zoveel mogelijk en de meest noodzakelijke medicijnen mee terug naar de hulpposten, die zo’n 25 tot 35 kilometer verderop liggen! Het is bijna niet voor te stellen hoe ze bijvoorbeeld een doos plumpy nut (calorierijke, voedzame zakjes pasta voor ondervoede kinderen) van bijna 15 kilo op hun rug dragen: gewikkeld in een doek en ondersteund door een band om hun voorhoofd. Het is onmogelijk om behalve die doos nog meer mee te nemen, zodat steeds weer moest worden gekozen welke medicijnen op dat moment het meest belangrijk waren – waarmee zouden mensenlevens worden gered?

Voor de cholerapatiënten in Kasseke gaven we naast medicijnen ook chloor en zeep mee (een zeepdoos weegt 18 kilo!). Hun ziekte brengt ernstige diarree en uitdroging mee en om die reden liggen ze op een bed met een gat in het midden – om zo de boel te laten lopen. Om te voorkomen dat alle bacteriën worden overgebracht, moet alles goed schoongemaakt en gedesinfecteerd worden. In de meest ideale situatie zou Artsen zonder Grenzen de behandeling van deze patiënten begeleiden met een training, of liever nog, door meteen een cholera treatment centre (CTC) op te zetten waarmee we mensen met en zonder cholera van elkaar scheiden en het risico op overdracht verkleinen. Helaas was dat nu niet mogelijk. We hopen maar dat het personeel van de kliniek ons protocol heeft opgevolgd.

Na de afgelopen ‘stille periode’ werd ikzelf tijdens mijn eerste bezoek aan de kliniek in Pinga verrast door de aanwezigheid van een hoogzwangere vrouw. Ik was met vroedvrouw Jean en rook (opnieuw) mijn kans voor het eerst een kindje geboren te zien worden. Door complicaties moest de vrouw snel naar het iets verderop gelegen ziekenhuis worden gebracht. Maar na half vijf ’s middags hebben we geen chauffeur meer tot onze beschikking. Met hulp van het hele dorp is de vrouw op een brancard naar het ziekenhuis gedragen. Het leek wel een estafette: de hulp kwam van overal en de brancard werd om de honderd meter overgenomen door rennende mannen en vrouwen op blote voeten, sommigen zelfs met kinderen op hun rug. In de schemer en net voor onze avondklok arriveerden we in het ziekenhuis, waar de vrouw bij het licht van een kerosinelamp, met alleen een zucht en een puf, haar zevende kind ter wereld bracht – in vijftien minuten. Het kindje bewoog aanvankelijk niet maar met hulp van Jean, die onmiddellijk ging reanimeren, begon het na een paar akelige minuten gelukkig toch te huilen. En heb ik voor het eerst een baby vastgehouden van nog geen half uur oud. Een onvergetelijk moment, en hoe fantastisch om op deze manier het werk van Artsen zonder Grenzen weer op te pakken. Als ik later groot ben, wil ik vroedvrouw worden…

mrt 6
Jeltje vanuit Ethiopië.

Afrika

Afrika! Het roept, maar het schrikt me ook af. Als ik de muziek hoor, als ik de mensen zie, de foto’s zie: ik wil dit continent ontdekken. Maar ik weet ook de keerzijde: het continent wordt verscheurd door geweld.

Toen ik een jaar of 12 was, had ik ‘iets’ met Afrika. Misschien kwam het doordat ik The Lion King iets te vaak had gezien, maar het was een feit dat dit continent me raakte. Ik maakte tekeningen van Afrika en verzamelde olifanten. Lange tijd, geholpen door een fascinatie voor Grieks op de middelbare school en een diepgewortelde angst voor spinnen, is dat gevoel weggezakt. Zo’n twee jaar geleden stak het gevoel langzaam weer de kop op, en nu is het niet meer te stoppen.

Op dit moment zit ik in een jeugdhostel in Bonn, Duitsland, en volg een training  als voorbereiding op mijn eerste missie. Ik zit achter een zeer oude laptop en naast me staat een halve liter Goffel Kölsch bier (when in Germany, do as the Germans do). Ik ben deel van een groep mensen uit de hele wereld: India, Amerika, Peru, Filippijnen, Kenia, Canada, Europa. Iedereen zit over ongeveer twee maanden in een project ergens op de wereld. We leren van alles over ontwikkelingshulp, interventie in een crisisgebied, veiligheid, communicatie… Elke dag hebben we les van 08:30 tot 20:30 en ik moet toegeven dat ik bijna nog nooit zo’n pittige cursus heb gevolgd. De stof is vaak erg zwaar. Tot twee maal toe heeft een documentaire me zodanig geraakt dat ik moest huilen. Ik ben talloze malen in rollenspelen in de handen van rebellen gevallen, beroofd en doodgeschoten.

Deze cursus doet me ook denken waarom ik me in ga zetten voor deze organisatie. Immers, het is veiliger om thuis te blijven en ik heb niet de illusie dat de wereld gered gaat worden door mijn interventie. Maar ik denk wel dat ieder mens op de wereld het verdient om zorg te krijgen, dat ik misschien op microniveau voor een klein deel van de bevolking iets kan betekenen. Door praktische hulp te bieden, maar ook door het geven van trainingen aan lokale mensen.

Afrika; een continent dat me al een poos niet meer los laat. En dat me voorlopig blijft boeien.

mrt 5
Patricia vanuit DR Congo.

Zondag

Half elf zondag ochtend. Omdat ik de zondagen hard nodig heb om bij te tanken van de overvolle, vermoeiende werkweken, probeer ik uit te slapen op deze dag. Meestal lukt dat niet erg hard en ben ik rond  8 uur toch al wakker, draai ik maar wat in mijn bed en lees ik wat. Daarna kom ik rond een uur of 10 mijn bed uit. Vandaag is dat niet anders. Ik zit goed en wel aan mijn ontbijtje wanneer ik onze portier in mijn vizier krijg.  Hij kijkt eens rond, ziet mij zitten komt recht op mij af om me de radio-handset te overhandigen en inderdaad, het is een oproep van de verpleegkundige van de verloskamer die me nodig heeft voor een gecompliceerde casus. 
Ze meldt me een vrouw die zwanger is van haar tweede kindje. Haar eerste kindje is bij de geboorte overleden omdat het in nood was en de keizersnede die erop volgde werd te laat uitgevoerd, er was te lang gewacht. Nu is de vrouw aan het bevallen, maar ze heeft niet genoeg weeën om goed te kunnen ontsluiten. Alle controles zijn goed en ook de harttonen van het kindje zijn goed. Ik adviseer de verpleegkundige te starten met weeën-stimulerende medicijnen en ik vertel haar dat ik ook zal komen.
‘Daar gaat je zondag’ zegt mijn collega Mick, die altijd net iets voor mij zijn bed uit is, hij heeft de afwas al gedaan en zit net gezellig bij me aan tafel. ‘that’s the life of a midwife’ lach ik, ik sta op om me om te kleden en naar het ziekenhuis te gaan.

Bij aankomst is net het infuus met de medicatie aangesloten. De weeën laten nog te wensen over, maar dat kan even duren. Ik evalueer de papieren en de dame in kwestie. Alles gaat goed, we wachten op weeën.
De verpleegkundige pakt de doptone om naar het hartje van het kindje te luisteren. Ik geef haar een compliment op haar initiatief. Alle verpleegkundigen hier zijn nieuw, de velen nog geen jaar van school en onbekend met het vak wat ze uitvoeren.  Een verpleegkundige op de kinderafdeling heeft vaak nog nooit eerder voor kinderen gezorgd en zo ook de verpleegkundige op de verloskamer voor hen is het doen van bevallingen compleet nieuw. De meeste verpleegkundigen werken hier pas sinds onze aankomst enkele maanden terug. Het heeft even geduurd om uit te leggen hoe belangrijk een goede surveillance is tijdens een bevalling en ik zie steeds vaker dat ze hun hand op de buik van de barende vrouw leggen om weeën te tellen en te beoordelen en ook begint het erin te komen dat ze uit zichzelf naar het hartje luisteren zonder dat ik erom vraag. Het is geweldig deze groei te zien in mijn collega’s.

Enfin, er wordt naar het hartje geluisterd en we horen duidelijk dat het hartje te traag klopt, bijna de helft van wat het moet zijn. Even rijst de vraag of het niet de hartslag van moeder is, maar nee, het is duidelijk het kindje. We leggen de vrouw op haar linker zij en stoppen het infuus in de hoop op herstel. We horen daarna dat de hartslag stijgt, in eerste instantie zijn we opgelucht, maar als het hartje vervolgens te snel gaat kloppen, bijna de helft zo hoog als wat het moet zijn, zonder herstel, worden we opnieuw ongerust. Deze vrouw mag niet nog een keer haar kind verliezen na 9 maanden zwangerschap. Ik onderzoek de vrouw en constateer dat zij 6 cm ontsluiting heeft, wat betekent dat zij nog ongeveer 4 uur te gaan heeft om haar kind te baren en het kind vind er nu al niks meer aan, aan heel die bevalling niet. Wat mij betreft halen ze hem via een keizersnede.

Gelukkig heb ik bij aankomst in het ziekenhuis gezien dat er een arts aanwezig is. Dat is hier niet standaard, want we hebben er maar 3, een internationale arts die geen keizersneden kan doen en 2 nationale artsen die dat wel kunnen en op zondag zijn zij thuis tenzij er werk aan de winkel is. Ik vind een van de nationale artsen in de intensive care, daar is hij bezig met de consultatie van een van de kinderen die er opgenomen zijn. Ik vraag hem aandacht voor mijn dame en stel een keizersnede voor. Hij is het met me eens.

In de operatiekamer zal de verpleegkundige van de verloskamer zich over de narcose ontfermen. Dat wil zeggen dat de traditionele vroedvrouw het kind zal opvangen. Gezien de conditie van het kind besluit ik zelf het kind mee op te vangen. Ik heb mijn team afgelopen week en de week ervoor net een training gegeven in de reanimatie van een pasgeborene en ik kan dus nog niet verwachten dat alle theorie nu al feilloos in de praktijk zal worden gebracht, laat staan door een matrone (traditionele vroedvrouw) die geen enkele formele opleiding heeft gehad en vaak niet eens de basisschool heeft doorlopen.
Terwijl de arts gestart is met de operatie herhaal ik met de matrone de stappen voor een reanimatie. Mooi te zien ook dat sinds de vorige keer ook zij veel actiever is, de vorige keer moest ik haar er nog op wijzen dat we geen stethoscoop hadden, dat de beademingsballon niet klaar lag en dat er niks was om het kind mee uit te zuigen. Nu had ze alles klaargelegd. Super! Stapje voor stapje komen we er wel…

Het kind wordt geboren en de matrone neemt het van de arts aan. Het kind ademt niet. De matrone droogt het af en ik luister naar de hartslag, die is traag. Ik geef de stethoscoop aan de matrone om haar het effect van een beademing te laten horen. Als het goed is zal met de ballonbeademing de hartslag toenemen en het kind zal hopelijk zelf gaan ademen. Terwijl ik haar dit uitleg start ik de beademing. Al met de eerste beademing kucht het kind en een paar seconden later geeft de matrone aan dat de hartslag goed is. We evalueren het kindje en de matrone droogt het nog eens goed af waarop het kindje flink begint te huilen. We hebben het gered samen.

Terwijl de arts nog bezig is met de dame kondig ik mijn aftocht aan. Ik ga van mijn zondag genieten. Eenmaal omgekleed terug in burgertenue en na nog een laatste blik om de hoek van de verloskamer om te zien of geen andere patiënten mijn aandacht nodig hebben, vertrek ik. Terwijl ik de verloskamer verlaat klampt een dame me aan…’mèssi…mèssi…’ roept ze enthousiast terwijl ze me omhelst. Niet begrijpend keer ik me om naar de matrone die me uitlegt dat dat de oma van het kindje is die blij is en me bedankt (merci…merci…) omdat ze net te horen heeft gekregen dat dit kindje wel leeft. Ik vraag haar of ze haar kleinkind al gezien heeft. Ze vertelt me van niet. Geheel tegen de gebruiken in loods ik haar de verloskamer in die op het kindje na leeg is. Ik leg het kind in haar armen en oma straalt van geluk…

Ach wat, voor deze mensen werk ik graag, zelfs op zondagen…