Half elf zondag ochtend. Omdat ik de zondagen hard nodig heb om bij te tanken van de overvolle, vermoeiende werkweken, probeer ik uit te slapen op deze dag. Meestal lukt dat niet erg hard en ben ik rond 8 uur toch al wakker, draai ik maar wat in mijn bed en lees ik wat. Daarna kom ik rond een uur of 10 mijn bed uit. Vandaag is dat niet anders. Ik zit goed en wel aan mijn ontbijtje wanneer ik onze portier in mijn vizier krijg. Hij kijkt eens rond, ziet mij zitten komt recht op mij af om me de radio-handset te overhandigen en inderdaad, het is een oproep van de verpleegkundige van de verloskamer die me nodig heeft voor een gecompliceerde casus.
Ze meldt me een vrouw die zwanger is van haar tweede kindje. Haar eerste kindje is bij de geboorte overleden omdat het in nood was en de keizersnede die erop volgde werd te laat uitgevoerd, er was te lang gewacht. Nu is de vrouw aan het bevallen, maar ze heeft niet genoeg weeën om goed te kunnen ontsluiten. Alle controles zijn goed en ook de harttonen van het kindje zijn goed. Ik adviseer de verpleegkundige te starten met weeën-stimulerende medicijnen en ik vertel haar dat ik ook zal komen.
‘Daar gaat je zondag’ zegt mijn collega Mick, die altijd net iets voor mij zijn bed uit is, hij heeft de afwas al gedaan en zit net gezellig bij me aan tafel. ‘that’s the life of a midwife’ lach ik, ik sta op om me om te kleden en naar het ziekenhuis te gaan.
Bij aankomst is net het infuus met de medicatie aangesloten. De weeën laten nog te wensen over, maar dat kan even duren. Ik evalueer de papieren en de dame in kwestie. Alles gaat goed, we wachten op weeën.
De verpleegkundige pakt de doptone om naar het hartje van het kindje te luisteren. Ik geef haar een compliment op haar initiatief. Alle verpleegkundigen hier zijn nieuw, de velen nog geen jaar van school en onbekend met het vak wat ze uitvoeren. Een verpleegkundige op de kinderafdeling heeft vaak nog nooit eerder voor kinderen gezorgd en zo ook de verpleegkundige op de verloskamer voor hen is het doen van bevallingen compleet nieuw. De meeste verpleegkundigen werken hier pas sinds onze aankomst enkele maanden terug. Het heeft even geduurd om uit te leggen hoe belangrijk een goede surveillance is tijdens een bevalling en ik zie steeds vaker dat ze hun hand op de buik van de barende vrouw leggen om weeën te tellen en te beoordelen en ook begint het erin te komen dat ze uit zichzelf naar het hartje luisteren zonder dat ik erom vraag. Het is geweldig deze groei te zien in mijn collega’s.
Enfin, er wordt naar het hartje geluisterd en we horen duidelijk dat het hartje te traag klopt, bijna de helft van wat het moet zijn. Even rijst de vraag of het niet de hartslag van moeder is, maar nee, het is duidelijk het kindje. We leggen de vrouw op haar linker zij en stoppen het infuus in de hoop op herstel. We horen daarna dat de hartslag stijgt, in eerste instantie zijn we opgelucht, maar als het hartje vervolgens te snel gaat kloppen, bijna de helft zo hoog als wat het moet zijn, zonder herstel, worden we opnieuw ongerust. Deze vrouw mag niet nog een keer haar kind verliezen na 9 maanden zwangerschap. Ik onderzoek de vrouw en constateer dat zij 6 cm ontsluiting heeft, wat betekent dat zij nog ongeveer 4 uur te gaan heeft om haar kind te baren en het kind vind er nu al niks meer aan, aan heel die bevalling niet. Wat mij betreft halen ze hem via een keizersnede.
Gelukkig heb ik bij aankomst in het ziekenhuis gezien dat er een arts aanwezig is. Dat is hier niet standaard, want we hebben er maar 3, een internationale arts die geen keizersneden kan doen en 2 nationale artsen die dat wel kunnen en op zondag zijn zij thuis tenzij er werk aan de winkel is. Ik vind een van de nationale artsen in de intensive care, daar is hij bezig met de consultatie van een van de kinderen die er opgenomen zijn. Ik vraag hem aandacht voor mijn dame en stel een keizersnede voor. Hij is het met me eens.
In de operatiekamer zal de verpleegkundige van de verloskamer zich over de narcose ontfermen. Dat wil zeggen dat de traditionele vroedvrouw het kind zal opvangen. Gezien de conditie van het kind besluit ik zelf het kind mee op te vangen. Ik heb mijn team afgelopen week en de week ervoor net een training gegeven in de reanimatie van een pasgeborene en ik kan dus nog niet verwachten dat alle theorie nu al feilloos in de praktijk zal worden gebracht, laat staan door een matrone (traditionele vroedvrouw) die geen enkele formele opleiding heeft gehad en vaak niet eens de basisschool heeft doorlopen.
Terwijl de arts gestart is met de operatie herhaal ik met de matrone de stappen voor een reanimatie. Mooi te zien ook dat sinds de vorige keer ook zij veel actiever is, de vorige keer moest ik haar er nog op wijzen dat we geen stethoscoop hadden, dat de beademingsballon niet klaar lag en dat er niks was om het kind mee uit te zuigen. Nu had ze alles klaargelegd. Super! Stapje voor stapje komen we er wel…
Het kind wordt geboren en de matrone neemt het van de arts aan. Het kind ademt niet. De matrone droogt het af en ik luister naar de hartslag, die is traag. Ik geef de stethoscoop aan de matrone om haar het effect van een beademing te laten horen. Als het goed is zal met de ballonbeademing de hartslag toenemen en het kind zal hopelijk zelf gaan ademen. Terwijl ik haar dit uitleg start ik de beademing. Al met de eerste beademing kucht het kind en een paar seconden later geeft de matrone aan dat de hartslag goed is. We evalueren het kindje en de matrone droogt het nog eens goed af waarop het kindje flink begint te huilen. We hebben het gered samen.
Terwijl de arts nog bezig is met de dame kondig ik mijn aftocht aan. Ik ga van mijn zondag genieten. Eenmaal omgekleed terug in burgertenue en na nog een laatste blik om de hoek van de verloskamer om te zien of geen andere patiënten mijn aandacht nodig hebben, vertrek ik. Terwijl ik de verloskamer verlaat klampt een dame me aan…’mèssi…mèssi…’ roept ze enthousiast terwijl ze me omhelst. Niet begrijpend keer ik me om naar de matrone die me uitlegt dat dat de oma van het kindje is die blij is en me bedankt (merci…merci…) omdat ze net te horen heeft gekregen dat dit kindje wel leeft. Ik vraag haar of ze haar kleinkind al gezien heeft. Ze vertelt me van niet. Geheel tegen de gebruiken in loods ik haar de verloskamer in die op het kindje na leeg is. Ik leg het kind in haar armen en oma straalt van geluk…
Ach wat, voor deze mensen werk ik graag, zelfs op zondagen…