Op zondag ga ik graag mee met onze voedvrouw Jean: baby’s kijken.
In onze kliniek Nkassa in Pinga is het altijd een feest om de kraamafdeling op te stappen, die letterlijk stampvol zit met verse mama’s en hun familie, pratend en etend op de grond. De eerste keer dat ik een baby van nog geen dag vasthield, was ik met stomheid geslagen, want ik dacht serieus dat ik een albino in mijn armen had. Niemand die mij (als niet-medicus) ooit had uitgelegd dat een pasgeborene met een donkere huid, ter wereld komt met blanke vingers en tenen. Surprise! Elke maand worden ongeveer 110 baby’s geboren in onze vier (mobiele) klinieken. Daar bovenop zijn in het ziekenhuis van Pinga, waar wij ondersteuning bieden, de afgelopen maand nog eens 60 baby’s met hulp van Artsen zonder Grenzen ter wereld gebracht.
De meeste vrouwen bevallen hier echter thuis, met alle risico’s van dien voor zowel de moeder als het kind: er kunnen zich allerlei complicaties voordoen. Een vrouw kan tijdens een bevalling zelfs in tien minuten tijd doodbloeden zonder medische hulp. En dat komt voor, onder meer doordat er een groot transportprobleem is. Als een vrouw tussen zeven uur ’s avonds en zes uur ’s ochtends weeën krijgt – als het donker is dus – durft niemand naar buiten, omdat dat te gevaarlijk is. Als het licht is, kan een vrouw vaak niet meer al die kilometers naar de dichtstbijzijnde kliniek lopen. Soms kan ze haar huis niet verlaten omdat haar andere kinderen dan alleen achterblijven. Soms wil haar man niet dat ze de woning verlaat.
Maar àls het kan, komen vrouwen van heinde en verre naar onze klinieken, waar de zorg die ze krijgen gratis is. Ze komen zelfs als ze al een paar centimeter ontsluiting hebben.
Maria is een van hen. Vandaag hoop ik te zien hoe zij bevalt, van haar vierde kind. Ze heeft al acht centimeter ontsluiting en vindt het goed dat ik straks, van een afstandje, meekijk naar hoe haar kindje ter wereld komt. Tot het zover is loop ik met Jean mee, op haar ronde. De trotse mama’s laten mij allemaal hun baby’s zien, die volledig zijn ingepakt in dekens en mutsjes – ondanks de hitte van 30 °C. Sommige pasgeborenen krijgen net hun eerste badje, waarna ze heerlijk worden ingevet door oma of zusje en een nieuw (3e hands) pakje aankrijgen. Die pakjes komen in grote aantallen uit een plastic tas tevoorschijn. Roze en blauw om het geslacht mee aan te geven, kennen ze hier niet. Aan ballonnen, ooievaars en ansichtkaarten wordt ook niet gedaan. En: er zijn geen overbezorgde vaders die zenuwachtig rondhangen – lekker rustig.
Op een gegeven moment zie ik Maria zacht kermend en dapper zingend om de barakken heen lopen. Niks toegepaste lessen uit een pufcursus hier, niks ruggenprik: rusteloos zingend rondlopen is dé methode om weeën op te vangen, zo lijkt het. Maar na twee uur heeft Maria niet méér ontsluiting dan daarstraks en ligt haar kindje niet in de juiste positie. Door de ondersteuning die Artsen zonder Grenzen aan het verderop gelegen ziekenhuis geeft, kan ze worden doorverwezen. In het ziekenhuis is de specialistische zorg aanwezig die ze in haar kritische situatie nodig heeft.
De weg ernaar toe is slechts een kilometer lang. Maar om dit traject te moeten afleggen, als hoogzwangere-met-complicaties, over heuvelachtige paadjes, op een geïmproviseerde brancard… En zo mis ik ‘mijn eerste’ bevalling. Later hoor ik dat Maria dezelfde dag nog via een keizersnee een gezonde jongen heeft gekregen. Eindelijk een jongen, na drie meisjes.
Volgende week zondag ga ik weer, want nieuw leven in een land dat zo rijk is aan moeilijkheden geeft hoop en brengt vreugde.
Niet normaal hoeveel water hier dagelijks met bakken naar beneden komt. Regen, regen en nog eens regen. Zoveel dat de Mweso rivier buiten haar oevers treedt en lemen hutjes, bomen en omheiningen met haar stroom meeneemt. Zoveel dat de slager letterlijk met haar voeten in het water staat (zie foto), de kinderen in de straten zwemmen en onze nieuwe moestuin is ondergelopen. Zo veel dat we genoodzaakt zijn om communicatie middelen zoals computers, printers, HF en HVF radio tijdelijk te ontpluggen. Soms zoveel dat een blikseminslag de modum raakt en we dagen geen internet hebben en afgesloten zijn van de buitenwereld.