jul 16
HALFTIME Geschreven door HALFTIMEVanuit HALFTIME

De Bombers winnen de cup!

Een bijdrage van Maureen Mazibisa, teamcaptain OI Bombers en Borrie La Grange hoofd communicatie Artsen zonder Grenzen in Zuid-Afrika

Zou het niet raar zijn als de spelers van een WK-team pas vijf dagen voor het toernooi voor het eerst met elkaar zouden trainen? En dan ook nog overtuigend de titel zouden pakken?

Artsen zonder Grenzen beloofde je een andere kijk op voetbal tijdens het WK, via het  HALFTIME!-toernooi. Het was dus precies wat te verwachten viel: verrassend succes tegen alle verwachtingen in.

HALFTIME! bracht zes teams van hiv-positieve mensen uit een aantal landen in zuidelijk Afrika bij elkaar voor een voetbaltoernooi in Johannesburg. Tegelijkertijd werden er over de hele wereld soortgelijke toernooien en evenementen gehouden. Daarmee wilden we alarm slaan over de teruglopende bijdragen van internationale donoren voor levensreddende aidsremmers.

De Zimbabwaanse ‘OI Bombers’ (Opportunistic Infection* Bombers) kwamen pas een aantal dagen voor vertrek naar Johannesburg voor het eerst als volledig team bij elkaar. Ze gingen het toernooi in als underdogs.

De Bombers kwamen om te beginnen uit steden die 500 kilometer van elkaar lagen: Tsholotso en Murambinda. Artsen zonder Grenzen heeft daar twee hiv/aidsprojecten. Daarnaast spraken de teamleden twee verschillende talen: Shona en Ndebele. Toch vonden ze elkaar snel in hun missie de wereld eraan te herinneren dat de hiv-crisis nog niet voorbij is en dat internationale donoren zich moeten blijven inzetten in de strijd tegen hiv/aids.

De Bombers demonstreren voor steun voor de bestrijding van hiv/aids.

De Bombers demonstreren voor steun voor de bestrijding van hiv/aids.

‘Veel mensen vragen me hoe het is om dit team te coachen en of we wedstrijden gaan winnen. Maar we nemen dit spel serieus. Door te winnen, kunnen we aandacht vragen. Door onze inzet winnen we al en we zullen ons uiterste best doen’, zei coach Munyaradzi Dodho.

Op vrijdag 2 juli lieten ze zien dat dat geen grootspraak was, toen ze ten strijde trokken tegen de andere 5 teams uit Zuid-Afrika, Mozambique, Swaziland en Zimbabwe.

Eerst droogden ze de Mambinhas uit Mozambique af met 2-0. Daarna gooiden ze zich pas echt in de strijd en behaalden een klinkende overwinning van 8-0 op Siyaphila uit Zuid-Afrika.

De Bombers werden van zeroes heroes, als het eerste team dat de ARV Swallows – ook uit Zimbabwe en favoriet voor de HALFTIME!-cup – versloeg. Tegen de tijd dat ze de gevreesde Fluconazole Pirates uit Zuid-Afrika in de finale troffen waren de Bombers een team om rekening mee te houden.

De finale liep uit op penalty’s en de Bombers behaalden een 2-1 overwinning, waarmee ze zowel het toernooi wonnen als topscorer werden met 12 goals. Daarmee ze de wereld en de internationale donoren erop dat het nog lang geen tijd is om de strijd tegen hiv/aids op te geven.

‘Als deze financiering wegvalt, zal mijn leven ophouden. De internationale donoren mogen zich nu niet terugtrekken. Ze moeten doorgaan met ons te steunen. Zelfs Afrikaanse regeringen moeten bijdragen wat ze kunnen, zodat met het internationale hulpgeld meer gedaan kan worden’, zegt verdediger van de OI Bombers Cloud Mapiti.

*’Opportunistische infecties’ zijn bijkomende infecties, zoals tuberculose, die een kans krijgen nadat hiv/aids het immuunsysteem verzwakt. Ze zijn het grootste gevaar voor hiv/aidspatiënten. Aidsremmende medicijnen versterken het immuunsysteem zodat het lichaam beter bestand is tegen deze infecties.

jul 14
Kitty Geschreven door KittyVanuit DR Congo

‘Het boek’ in onze huis-bibliotheek

Al in de eerste week ontdek ik in de uitgebreide expat bibliotheek van ons huis het boek van Steven van de Vijver “Afrika is besmettelijk”. Hij heeft hier gewerkt en er een boek over geschreven en heeft een gesigneerd exemplaar naar het Baraka project gestuurd. Het ziet er tamelijk doorlezen uit, er zijn dus in ieder geval genoeg Dutchies geweest die het gelezen hebben. Ik had het al gelezen toen het net verschenen was, maar nu ik hier zelf werk is het verhaal zoveel meer tastbaar voor mij. De foto’s van de nationale staf zijn erg helpend voor mij om de gezichten met de namen te repeteren en ik ontdek ook dat Steven in dezelfde tukul gewoond heeft als waar ik nu woon. Bijna iedereen van de afgedrukte pasfotootjes werkt hier nog en reageren hilarisch als ik ze de foto’s laat zien. Vooral Albert, onze hoofd bewaker, weet zich nog precies te herinneren dat het verhaal bij hem begint omdat hij toen Steven aankwam de poort geopend heeft en hij de eerste was die hem welkom heette. Ondanks dat het jammer is dat het boek in het Nederlands geschreven is en niet in het Frans, vindt de staf het heel bijzonder dat er een boek bestaat waar zij in beschreven worden en waar hun foto’s instaan. Steven is hier geweest in 2007/2008 en in die twee jaar nadien zijn er wel wat substantiële zaken veranderd, zo is de populatie meer dan verdubbeld, door de onrust in de nabije omgeving op het Moyenne Plateau zijn er veel mensen naar Baraka gevlucht. Het ziekenhuis is gegroeid, zowel in patiënten aantal als in staf en we hebben 2 mobile klinieken die wekelijks worden uitgevoerd voor de vluchtelingenkampen in de omgeving. Het project is dus beduidend groter geworden, we zijn hier inmiddels met 10 expats, 2x zoveel als in 2008,  die hun handen vol hebben aan de verschillende onderdelen van ons programma. Er zijn 3 nieuwe tukuls bijgebouwd en zelfs in het huis, wat in Steven’s tijd alleen gastenkamers waren, zijn drie kamers permanent bezet. Wanneer er bezoekers komen dan moet dat goed gepland worden en wordt er geslapen in kamers en/of tukuls van expats die op vakantie of op een training zijn. Het MSF Baraka project is gegroeid, zeg maar verdubbeld in zijn geheel, maar de verhalen over zijn belevenissen zijn nog steeds precies dezelfde zoals Steven ze heeft beschreven en erg leuk om te lezen.

jul 6
Kitty Geschreven door KittyVanuit DR Congo

Het drama van Sange

Afgelopen zaterdag werden vroeg in de ochtend geïnformeerd over het drama wat zich afgespeeld heeft vrijdagavond 2 juli in Sange, een dorp 10km ten noorden van Uvira en 100km bij ons vandaan. Een tankauto vol met benzine is daar het dorp binnen gereden, van de weg geraakt en gekanteld. De tankauto begon onmiddellijk te lekken en vooral kinderen zijn hierop afgegaan met blikjes en flesjes om de lekkende benzine op te vangen. De chauffeur heeft nog tevergeefs geprobeerd om iedereen die de lekkende benzine op kwam vangen weg te jagen. Vrijwel onmiddellijk daarna heeft de benzine ergens vlamgevat en is de tankauto ontploft. Het dorp stond, voornamelijk bebouwd met lemen hutjes met grasdaken, in lichterlaaie. Het gebeurde om 18.00 uur in de avond terwijl velen naar de wedstrijd Ghana tegen Uruguay in de plaatselijke cinema aan het kijken waren. In grote delen van Congo en dus ook hier, is geen elektriciteit en als de nacht valt zo rond 18.00 uur dan is het overal echt nacht en pikkedonker. De wegen zijn erg slecht, in dit gebied kennen we slechts hobbelige en onverharde wegen die in de avond, zonder enige verlichting, levensgevaarlijk zijn om te berijden. Dit heeft hulpdiensten ernstig bemoeilijkt en pas de volgende dag kon er tot echte actie overgegaan worden. In de loop van de dag werd het aantal dodelijke slachtoffers bekend: 242 doden waaronder vele kinderen en over de 100 ernstige en minder ernstig gewonden. Het dorp zelf heeft geen ziekenhuis, daarom zijn de meest ernstig gewonde slachtoffers voor een deel naar Bukavu en het andere deel naar Uvira getransporteerd. In Uvira waren tegen het einde van de dag 43 ernstig gewonden in het ziekenhuis. Onze expat dokter Matthias moest vroeg op zaterdagmorgen naar Uvira om een nieuw binnenkomende expat bij de Burundese grens op te pikken. Ik was erg blij dat ik dat bij toeval aan hem gevraagd had gisteren, want nu kon hij de situatie in het ziekenhuis monitoren.

De lokale gezondheidszorg instellingen hadden zich massaal aangemeld om te helpen en het zag er die eerste dag redelijk georganiseerd uit. Het internationale Rode Kruis en de UN hebben het transport van de gewonden voor rekening genomen met auto’s en helikopters. Al snel bleek dat er een ernstig tekort was aan infuus vloeistoffen en aan medicijnen, want in Uvira heerst op dit moment Cholera waarvoor eveneens veel infuus vloeistoffen gebruikt worden. Vóór 12.00 uur die dag is onze eerste auto vertrokken vol met dit medische materiaal. Omdat het leek dat door de locale hulp alles redelijk onder controle was besloot onze chef de mission de gang van zaken nauw te blijven volgen en eventuele interventies af te stemmen op de voortgang. Het is uiteraard het mooist wanneer lokale instanties blijk geven van de zaken onder controle te hebben en self supporting zijn, dan willen wij niet ‘bemoeierig’ gaan doen en ze het gevoel geven dat wij het beter kunnen. Een comité van alle internationale hulpverlenende organisaties houden sinds zaterdag dagelijks beraad in Bukavu om taken te verdelen en in te springen op behoeften van de beide locaties waar de patiënten worden behandeld, wanneer hierom gevraagd wordt. Op zaterdagavond geef ik een live verslag van de situatie per Thuraya (satelliet telefoon) aan de Belgische radio die benieuwd zijn welke interventies AzG gaat ondernemen. Op dat moment weet ik dat nog niet precies omdat we in afwachting van zijn. Ik kan ze toch wel het één en ander over de feiten vertellen, wat we al hebben ondernomen en dat we op standby staan en onmiddellijk actie zullen ondernemen wanneer dit gevraagd wordt.

Maandag 5 juli wordt duidelijk dat het ziekenhuis van Uvira de intensieve vraag, die patiënten met ernstige brandwonden nodig hebben, niet afdoende kan beantwoorden en de hulp vraagt van de internationale hulpverlenende organisaties. We zijn onmiddellijk in actie gekomen en onze eerste dokter is gisteren vertrokken naar Uvira, wederom met een auto vol met medisch materiaal en vloeibare voeding die via een sonde (maagslangetje) toegediend kan worden want de meeste patiënten zijn er zo slecht aan toe dat eten onmogelijk is geworden. Vanmorgen is onze expat dokter wederom naar Uvira vertrokken met medicijnen, morfine voornamelijk, want nu 3 dagen na de ramp beginnen de patiënten allerlei gevolgen van hun brandwonden te ondervinden en dat gaat vooral gepaard met heel veel pijn. Onze dokters blijven voorlopig de komende week in Uvira om daar hands-on medische zorg aan de slachtoffers te gaan geven en om de hulp die wij bieden te coördineren. Er wordt vandaag een tent opgezet die als een kleine kliniek zal gaan functioneren en tevens de opslag is voor ons medisch materiaal om te voorkomen dat het onjuist ingezet wordt en om de voorraad te beheren.

Inmiddels zijn in Uvira een aantal ernstig gewonden overleden en voor tientallen andere levens wordt nog steeds gevreesd. Onze expat dokter is een ervaren Duitse arts en volgens eigen zeggen ‘gewend’(in hoeverre je aan dit soort zaken ooit kunt wennen) aan het aanzien van zwaargewonde en stervende mensen, maar evengoed was hij afgelopen zaterdag erg getroffen door wat hij daar aanschouwd heeft. Mensen zonder gezicht, volledig weg door de brandwonden, onherkenbare zwartgeblakerde hoopjes mens. Hij was er helemaal kapot van in het weekend. Dit soort gebeurtenissen delen we als team en we proberen om wat iemand met zich meedraagt te delen zodat het wat minder zwaar aanvoelt. Dat is de kracht van een expat team. We werken niet alleen samen maar zijn ook wel een soort van familie en overal kan over gepraat worden. Als het trauma niet verzacht of weggepraat kan worden door het team dan hebben we hiervoor ook een speciale psychologische ondersteunende afdeling in Amsterdam die, met in trauma gespecialiseerde psychologen, ondersteuning biedt in het veld waar nodig. Ik heb dat bij het vertrek van Matthias vanmorgen nog benadrukt en hij zal zeker contact met ze opnemen als hij daar behoefte aan heeft en wij ver van hem weg zijn met alleen minimaal werkende communicatie middelen. Gisterenavond heb ik nog tot laat allerlei toegestuurde documenten met betrekking tot de behandeling van brandwonden voor hem uitgeprint. Amsterdam doet er alles aan om ons zoveel mogelijk te ondersteunen, de medische adviseur op het hoofdkantoor en onze medisch coördinator Ronald, die op dit moment in Amsterdam is, hebben stapels documenten gestuurd over de behandeling van brandwonden om Matthias zoveel mogelijk ondersteuning te geven. We hebben hier in het veld uitgebreide documentatie over uiteenlopende ziekten, maar brandwonden is toch wel heel specifiek en zeker derdegraads brandwonden vereisen speciaal beleid. We blijven de situatie nauwgezet volgen en wanneer zal blijken dat er meer ‘troepen’ ingezet moeten worden dan staan wij klaar voor vertrek.

2 juli 2010 gaat de geschiedenis in als een tragische dag voor het straatarme Congo, want deze ramp is vooral ontstaan doordat de mensen zo arm zijn. Al die honderden mensen en vooral kinderen die geprobeerd hebben wat van de benzine op te vangen om hun olielampjes te kunnen laten branden kunnen deze dag nooit meer navertellen.

jul 5
Kitty Geschreven door KittyVanuit DR Congo

Woensdag 30 juni: 50ste verjaardag van de onafhankelijkheid van DR Congo

De dagen gaan hier razendsnel, opstaan om 6.00 uur, email checken, ontbijten, douchen en klaar voor een nieuwe dag. De dag begint hier met een security check, onze chef-guard heeft op verschillende plaatsen in de streek een contactpersoon waarmee elke ochtend contact is over de veiligheid. Vandaag is een belangrijke dag in termen van veiligheid want er zijn veel geruchten over een mogelijke aanval  van een van de gewapende groepen die actief zijn op ons dorp. Nu is Congo het geruchtenland bij uitstek is mijn ervaring, iedereen lijkt hier dol op roddels en je moet verhalen dubbel checken op waarheid. Zoals ook dit gerucht, we hebben op vele plaatsen geïnformeerd, onder andere bij de  gewapende groep zelf f en alle voorspellingen en geruchten worden ontkend. We  onderhouden  hier contact met alle verschillende actoren die betrokken zijn bij de onlusten. Wij zijn neutraal en onafhankelijk en laten dat ook duidelijk weten aan alle betrokken groepen en dat wordt gerespecteerd en gewaardeerd. De militaire en bende leiders weten dat wij iedereen gratis gezondheidszorg aanbieden voor wie dat nodig is en geen verschil maken voor welke militie dan ook. Voor ons zijn het allemaal mensen en we zijn hier voor- en om mensen te helpen en gratis gezondheidszorg te geven. Vorige week heb ik de kolonel van de het Congolese leger ,FARDC ontmoet hier in Baraka en hij gaf mij onmiddellijk blijk van groot respect voor ons. Hij is in de oorlog in noord Kivu eind jaren negentig ernstig gewond geraakt en hij claimt dat de dokter van MSF (Artsen zonder Grenzen) toen zijn leven heeft gered. We hebben strikte regels hoe zieke en/of gewonde militairen ons ziekenhuis mogen betreden voor behandeling. In burgerkleding en absoluut zonder wapens is onze eis. Op alle deuren van onze behandelcentra, ons kantoor en huis en op onze auto’s staat altijd een grote sticker met rood verbodsbord met daarin een wapen met een rood kruis erdoor. Doordat wij zo gewaardeerd en gerespecteerd worden, zijn wij redelijk veilig hier en dat voelt voor ons erg goed. Volgens Maslow is veiligheid één van de belangrijkste basisbehoeften van de mens en ik ben hier verantwoordelijk voor een team jonge expats die hier hun eerste missie voor AzG doen, een grote verantwoordelijkheid en we doen er alles aan om dat gevoel van veiligheid te behouden. Natuurlijk moeten we onze voorzorgen treffen, zoals vandaag, gerucht of geen gerucht; wij doen niet mee aan de festiviteiten in het dorp. We gaan niet naar plekken waar grote samenscholingen bijeen zijn, want je weet maar nooit waar opeens een rel kan ontstaan. Onze nationale staf is vrij vandaag, maar voor ons is het gewoon een werkdag en de ziekenhuisactiviteiten gaan natuurlijk ook gewoon door. Ook de auto’s blijven binnen op de basis  vandaag, alleen voor hele acute medische zaken zullen we vandaag uitrijden.

We merken dus niet echt veel van de feestelijkheden, er zijn optochten met zingende kinderen en je hoort dat er veel mensen op de been zijn. We gaan vanavond zelf een klein feestje doen, we hebben een aantal expats van andere organisaties uitgenodigd om vanavond met ons de onafhankelijkheid te vieren,  gezellig op onze eigen compound. Dan hebben we toch nog een klein beetje feestgevoel, want vandaag is een mijlpaal voor alle Congolese burgers.

jul 2
Alexa Geschreven door AlexaVanuit DR Congo

Vluchtelingen

In Oost-Congo wemelt het van de vluchtelingen. Na jaren oorlog is de situatie zó ingewikkeld dat een simpele dokter als ik maar weinig inzicht heeft in wie wanneer waarvandaan is gekomen en waarom. Wat wel duidelijk voor me is zijn de verhalen en de moeilijke omstandigheden waarin iedereen hier leeft. Oost-Congo is wel een hele rijke provincie in grondstoffen maar is nooit echt welvarend voor de bevolking geweest. De levensomstandigheden zijn er erbarmelijk, te weinig scholen, geen communicatie netwerken, slechte of helemaal geen wegen, geen handel, geen banen, geen geld, slechte gezondheidszorg. Daarbovenop komen de oorlogen met al het geweld: in frontlinies wordt gevochten waardoor het onleefbaar wordt, op andere plaatsen wordt de bevolking verjaagd door de dorpen plat te branden en alle mannen uit te moorden, op rustigere plekken plunderen militairen alleen ’s nachts en moeten mannen overdag geforceerd werk uitvoeren. Geweld is overal en verkrachtingen bijna systematisch.

Overal waar je langs rijdt zie je dus vluchtelingenkampen liggen, rommelige hutjes verspreid over berghellingen. Mensen zijn er komen wonen omdat het in hun dorp niet meer veilig was en leven nu met duizenden op kleine stukjes grond, zonder bruikbare landbouwgrond en zonder voorzieningen. In de regio zijn minimaal 35 kampen, sommigen groot, anderen wat kleiner maar altijd met dezelfde kleine hutjes van bladeren en plastic. Sommige mensen leven al jaren op deze manier terwijl er geen werk is en geen eten. Soms zie je kleine winkeltjes ontstaan met kleine blikjes tomatenpuree en mais, en een schooltje, gebouwd door een plaatselijke organisatie. Water halen vrouwen en kinderen bij de waterpunten die door Artsen zonder Grenzen en/of andere organisaties geplaatst zijn, behoeften worden gedaan op latrines waarbij het voorgeschreven maximum aantal personen per latrine standaard overschrijdt wordt waardoor ze te snel vol raken en ziektes zich te gemakkelijk verspreiden. Het WFP (wereld voedsel programma) deelt zo af en toe voedsel benodigdheden uit maar alleen voor bepaalde groepen (ouderen en zwangeren bijvoorbeeld). Maar werk is er ook niet dus geld om eten te kopen ook niet. Dus gaan sommige vluchtelingen heen en weer naar hun oude landbouwgrond om het land te bewerken, met alle veiligheidsrisico’s van dien.

Kinderen zijn meestal het eerste wat opvalt: ze zijn overal, in hun voddige, gescheurde, grijze tweedehands-westerse kleding lijken ze allemaal op elkaar en gillen, spelen en springen ze om je heen van de opwinding een blanke te zien. Hun moeders zijn met de grotere kinderen water of houtskool aan het halen en/of houden zich bezig met pruttelende aluminium pannetjes op houtskool stoofjes.

Grote vraagstukken met betrekking tot vluchtelingen, waar regeringen, geldschieters en andere organisaties zich (altijd op afstand) mee bezighouden, zijn vragen als ‘waar hebben ze recht op’, ‘wie is verantwoordelijk’, ‘wanneer kunnen ze terug’, ‘maak je mensen door hulp niet afhankelijk’ en ‘is hun leven in het kamp niet al lang beter dan wat ze daarvóór hadden…’. Vanaf dichtbij is het makkelijk praten: ja het leven is hier verschrikkelijk en ik ben blij dat wij in ieder geval de mogelijkheid krijgen deze mensen te assisteren in hun gevecht in leven te blijven.

Door de jarenlange problemen is het opleidingsniveau van de gemiddelde vluchteling hier natuurlijk echt bedroevend laag. Dat brengt voor ons, naast alle normale basis gezondheidszorg moeilijkheden, nóg een hele uitdaging met zich mee: gezondheidsvoorlichting. Waarom word je ziek van een malaria mug en hoe kan je voorkomen dat ze je bijten. Vertrouwen proberen te winnen voor pillen terwijl de traditionele medicijnmannen veel overtuigender zijn in hun behandelingen en het ‘héél anders’ aanpakken. Bovendien zijn begrippen als parasieten en bacteriën volledig onbekend waardoor de traditionele geneesheer en/of de priester met woorden als God, geest, vergiftiging, kwaad, schuld, etc veel makkelijker aanspreken bij mensen die nog nooit betrouwbare gezondheidszorg hebben genoten en niet gewend zijn ooit geholpen te worden door pillen (te duur, verkeerd voorgeschreven of slechte kwaliteit).

Zo zijn wij dus getuige van het leven van de armsten en meest kwetsbaren ter wereld in een van de rijkste en meest vruchtbare gebieden ter aarde.

jul 1
HALFTIME Geschreven door HALFTIMEVanuit HALFTIME

Vlugge voeten

Een bijdrage van Baikong Mamid, communicatiemedewerker Artsen zonder Grenzen in Zuid-Afrika

Er is geen plek in Zuid-Afrika waar de voetbalkoorts niet heerst. Eind deze week zijn de finales en zelfs ik raak in de ban van het WK. Ik, die hiervoor toch echt geen fan was van het befaamde spel met de bal. Maar nu zit ik elke keer als er een wedstrijd wordt getoond voor de tv en doe ik op vrijdag, ‘Football Friday’, mijn Zuid-Afrikaans voetbalshirt aan.

Maar Zuid-Afrika is meer dan voetbal alleen. Laatst was ik in Khayelitsha, een enorm township aan de rand van Kaapstad. Khayelitsha is Xhosa (de lokale taal) voor ‘een nieuw thuis’. Er wonen meer dan 500.000 mensen, er is grote armoede en op elke drie mensen is er één iemand met het hiv-virus geïnfecteerd. Ondanks alles gaat het leven daar zijn gang: mensen lachen, genieten van het leven en houden van voetbal.

Ik was er omdat wij van Artsen zonder Grenzen en nog een paar andere organisaties, Youth AIDS, Simelela Centre en andere organisaties in de gemeenschap, deelnamen aan een festival, georganiseerd door het Khayelitsha Youth Forum. Het doel was om jongeren voor te lichten over de gevaren van hiv en aids, hoe je besmetting kunt voorkomen door veilig te vrijen, maar ook dat je ervoor behandeld kunt worden en wat die behandeling dan inhoudt. En om te laten weten dat je terecht kunt bij speciale counselers die je vragen kunnen beantwoorden en je kunnen helpen.

Lerato, het dansende wonderkind. Foto: Baikong Mamid/Artsen zonder Grenzen.

Honderden kinderen en jongeren zongen, dansten en acteerden. Eén meisje was de ‘Dancing Queen’ van het toneel, met haar vlugge voeten, gevoel voor ritme en souplesse. Haar naam: Lerato Mhlwawuli, 6 jaar oud. Ze kreeg dan ook, terecht, de meeste bijval van het publiek. Nonledo Bulana straalde van trots toen zij Lerato omhelsde.

Nonledo werkt voor Youth AIDS. ‘Wij maken het verschil door ons te richten op het voorkomen van hiv bij kinderen en jongeren. Het is zó belangrijk om ervoor te zorgen dat zij de juiste kennis hebben van hun lichaam, van hoe je hiv krijgt, wat aids is zodat zij zèlf de touwtjes van hun leven in handen kunnen houden. Zij zijn de toekomst, zij zijn de sleutel tot een samenleving zonder hiv en aids.’

Kinderen en jongeren kijken naar een toneelspel over het belang van steun door lotgenoten op het jeugdfestival in Khayelitsha. Foto: Baikong Mamid/Artsen zonder Grenzen.

Ook dokter Carolina Malavazzi Galvão was er. Zij werkt voor Artsen zonder Grenzen in de Khayelitsha jeugdkliniek. Als Braziliaanse begon zij meteen over het teleurstellende spel van Brazilië in haar eerste WK-wedstrijd en hoe het onmogelijk was om als Braziliaan géén voetbalgek te zijn.

Maar toen legde ze mij uit waarom zij het belangrijk vindt dat er zo’n festival gehouden wordt. ‘Het is van levensbelang dat je op verschillende manieren de jongeren benadert,’ zei ze. ‘Je moet zowel de ouders of andere mensen die voor de kinderen zorgen, en de kinderen zelf goed ervan doordringen dat ze écht met hun behandeling moeten doorgaan, ook al vinden ze het moeilijk of voelen ze zich beter waardoor ze denken dat ze genezen zijn. Ze hebben ondersteuning nodig om met hun status om te gaan.’

Ik verheug me nu al op het volgende jeugdfestival in Khayelitsha. Maar nu heb ik vooral zelf hulp nodig. Ik weet namelijk werkelijk niks van voetbalregels en dat moet toch echt vind ik, voor de finale van zondag 11 juli. Ik heb uitleg nodig. Zijn er vrijwilligers?

Artsen zonder Grenzen werkt sinds 1999 in Zuid-Afrika. In Zuid-Afrika wonen de meeste mensen met hiv van de hele wereld: 5,7 miljoen mensen, zo schat UNAIDS.  Khayelitsha behoort tot de regio’s in Zuid-Afrika met de grootste problemen op het gebied van hiv en tuberculose. Artsen zonder Grenzen runt 9 klinieken in Khayelitsha waar mensen gratis behandeling kunnen krijgen voor hiv en tuberculose. Bijna 15.000 patiënten krijgen een aidsremmende behandeling van Artsen zonder Grenzen.

jul 1
Kitty Geschreven door KittyVanuit DR Congo

Baraka here I am!

De eerste week.

Vrijdag 11 juni 17.15 uur: We worden van de boot gehaald door één van onze chauffeurs, er is geen aanlegsteiger dus we moeten een beetje ingewikkeld aan wal. Horden kinderen staan alweer klaar om ons te begroeten en ons handjes te geven al roepend “Muzungu, muzungu” wat blanke betekent. De base is een paar minuten rijden van de ‘haven’ en er wacht mij een warme ontvangst. Iedereen is druk bezig met het organiseren van het afscheidsfeestje voor mijn voorganger. Er zijn drie geiten geslacht en er staan vier mama’s eten te bereiden.

De compound is niet erg groot, volgebouwd met 7 tukuls (Afrikaanse hutjes) en een hoofdgebouw waar ook een paar kamers zijn. Ik heb een kamer in het huis totdat Charmaine de huidige Project Coördinator weggaat volgende week. Dat is een ware eer, want normaal gesproken maakt de expat die er het langst is aanspraak op een verhuizing van het huis naar de tukul. Todd, de log-tech is zo lief om mij voor te laten gaan omdat het dan voor de bewaking de PC tukul blijft. Het expat team is groot, op dit moment 9 personen en er komt nog een lab- technicus bij en een pharmacist/apotheker, we zijn binnenkort met 11 internationale staf  hier.

Om 19.00 uur barst het feest los en behoor ik mij natuurlijk te introduceren aan de 70 feestgangers. Ik heb een oranje Vuvuzela uit Nederland meegenomen, dus mijn opkomst, al toeterend, wordt spectaculair ontvangen. Ik word meteen gedoopt in “Mama Mukurugenzi” wat mama chef betekent in het Swahili. Ik ben allang blij, want mijn naam Kitty betekent in het Swahili ‘stoel’, ik had mijzelf daarom in Katanga al Kate laten noemen want wie wil er nou ‘stoel’ heten? Op Congolese muziek, die ik al ken van mijn vorige missie in Katanga, wordt gedanst en gefeest tot middernacht, pogingen van de staf met de kreet: “hakuna kulala” (we gaan nog niet slapen) worden niet gehonoreerd want morgen is het zaterdag en een gewone werkdag voor de meesten van ons.

Maandag 14 juni: ik doe in de ochtend mijn eerste staff-meeting en in mijn beste Frans, wat verleer je dat snel zeg na 5 maanden, presenteer ik mijzelf en laat de staff een voorstelrondje doen. Niet dat dat enigszins helpt bij het onthouden van alle namen en gezichten voor mij, maar het is een goed begin en aan het einde van de dag heb ik al 5 namen en gezichten in mijn hoofd. De volgende dag ben ik aanwezig bij de ziekenhuis meeting, de vele gezichten hier, zo rond de 50, zijn helemaal dramatisch voor me om te onthouden en ik geef die dag vele mensen voor de tweede of zelfs derde keer een handje en stel mij voor.  Het ziekenhuis is groot, het is een oud klooster wat omgebouwd is tot ziekenhuis. Het biedt plaats aan 150 patiënten en het ligt doorgaans tjokvol, met soms twee patiënten in hetzelfde bed omdat er geen bed meer vrij is. Vooral de kinderafdeling is indrukwekkend groot, rijen bedden met kindjes aan infusen met hun moeders naast ze in het bed, het merendeel deel heeft malaria, nog altijd killer nummer één voor kinderen onder de vijf jaar overal in Afrika. We werken in dit ziekenhuis samen met de BCZ Fizi (Bureau Centrale Zone du santé Fizi). Congo is verdeeld in vele zones met betrekking tot het gezondheidszorgaanbod en elke zone wordt geleid door een ‘Bureau Centrale” . Fizi is op papier het grootste dorp van de zone daarom is het Bureau centrale daar gevestigd. Baraka is echter inmiddels vele malen groter in inwonerstal omdat velen gevlucht zijn uit Fizi. Fizi ligt in de bergen van het Tanganyika meer achterland op het Moyenne plateau en daar huizen in de bush gewapende partijen waaronder de Mai Mai en het Congolese leger (FARDC) die het voortdurend met elkaar aan de stok hebben waardoor de burgers zich onveilig voelen.  Als gevolg van deze onrust die sinds november vorig jaar, na een relatief rustige periode, zijn er in onze nabije omgeving een aantal ontheemden kampen opgericht. Wij verzorgen daar de medische zorg met een wekelijkse mobiele kliniek. Andere NGO’s zoals OXFAM, ICRC, UNICEF houden zich meer bezig met voedselverstrekking en donaties van de noodzakelijke levensbehoefte zaken zoals pannen, muskietennetten en water jerrycans.

Op maandag en dinsdag word ik ingepraat door mijn voorganger op het programma, de veiligheid en de lopende zaken. We maken ook een toer in de omgeving waarbij ik ondermeer het MONUC (VN peacekeeping operatie in  in Congo) kamp bezoek en kennis maak met de majoor in charge.  Op woensdagmorgen 16 juni 6.00 uur vertrekt Charmaine naar Bujumbura in Burundi vanwaar ze na 9 maanden hier te zijn geweest de terugreis zal beginnen naar huis in Canada. Ik ben nu alleen verantwoordelijk voor dit hele grote project waar ik nog helemaal in moet komen. Het is gelukkig niet de eerste keer dat ik dit doe en ik ga ervan uit dat ik over een maandje echt helemaal geland en vertrouwd met de situatie zal zijn.