Een warm welkom, hier op Haïti, kan niet anders zeggen. Meteen als je van de trap afdaalt naar de aankomst hal valt de hitte als een goed voorverwarmde deken op je. Beneden zit een steelband te spelen, 5 mannen gekleed in een geel T shirt van een hulp- organisatie proberen de boel wat op te vrolijken. Locals beginnen meteen te swingen en te zingen en schuifelen bedolven onder flatscreens, computers, 4,5 hoeden op hun hoofd gestapeld, de armen vol met tassen richting de uitgang waar het gevecht om de koffers begint. Ik passeer moeiteloos de controles en probeer mijn tas te ontdekken in de chaos die er al snel ontstaat. Neem nooit een zwarte tas of koffer, die vind je niet terug, gelukkig is de mijne rood en zie ik die al van verre aankomen.
Ik wurm me door de massa naar buiten, houd allerlei goed bedoelende lieden met een smile op afstand en probeer MSF (afkorting voor Medecins Sans Frontieres ofwel Artsen zonder Grenzen ) of een bordje met mijn naam te ontdekken. Na een half uur druipend van het zweet onder een afdakje was ik nog de enige blanke tussen de wachtende en daarom makkelijk te spotten door Nance die ergens verderop al een uur stond te wachten.
De rit van het vliegveld naar Carrefour naar het ziekenhuis waar ik ga werken duurt ongeveer een uur of ander half.
Ik kijk mijn ogen uit, het is alsof ik naar een tv documentaire kijk. Zo bekend en toch ook bizar om het live te zien. Het ingestorte Paleis, White House, bv is veel groter dan je zou verwachten. Onafzienbare rijen tentenkampen, wit, blauw, opgetrokken uit wat maar voor handen is passeren we. Naast de huizen, staan plastic shelters, mensen durven (nog) niet binnen te slapen vanwege na schokken. De laatste was maandag jl. 4.7 op de schaal van Richter, duidelijk voelbaar in het ziekenhuis aangezien Carrefour nogal dicht bij het episch centre ligt.
Het straat beeld lijkt bedrieglijk normaal voor een Caribische gebied of wat ik ken van Mombassa. Veel handel, stalletjes met fruit, kleding, eten, plastic teiltjes, draagbare radio, s en wel 100 mtr alleen maar auto achterlichten. Langs de weg hoog opgestapeld puin en vuilnis. Er is soms maar ruimte voor een auto. Grote afgeladen bussen scheuren ons voorbij, mini taxies, beschilderd in hippe kleuren met leuzen als” ik rijd, Jezus red” , een Jezus hangend aan het kruis, die me door de voorruit diep bedroefd aanstaart, proberen het maximale aantal mensen in en op de auto,s te krijgen. De hele Via Dolorosa trekt aan mij voorbij,de eerste foto’s zijn al gemaakt voor ik er erg in heb.
Kinderen scharrelen overal rond, de scholen zijn nog steeds bijna allemaal gesloten omdat ze of zijn ingestort met honderden kinderen er (nog) in, of in gebruik zijn als nood hospitaal, zoals het Ortopedic Hospital Carrefour.
Voor ik het door heb staan we voor de ijzeren toegangs poort van de compound. Binnen heerst rust en orde. In 9 grote tenten kunnen 100 patiënten verpleegd worden, in het schoolgebouw zitten de ondersteunende diensten, lab, röntgen, magazijn, sterilisatie, en de managers zitten op de 1e verdieping. Een rij patiënten zit voor de OPD, poli, care givers, familieleden, lopen af en aan, doen wasjes, brengen extra drinken, etc.
Dini, mijn voorganger uit Zwolle, is met haar laatste operatie bezig, 10 minuten na aankomst sta ik ook op de OK, maak kennis met de chirurgen en de lokale staf en de overdracht begint. We praten de rest van de middag en een deel van de avond bij. Dini vertrekt nl de volgende ochtend. In 2 weken heeft ze bergen werk verzet.De OK begint steeds meer op die van een Ortopedic Hospital te lijken.
Ik zwaai haar uit, en ga de eerste Tibiaplateau # doen (een onderbeens fractuur, gelokaliseerd net onder de knie), met moeite pas ik in de handschoenen met mijn gebroken hand die nog niet geheel hersteld is. De knokkels zijn nog erg gevoelig.
Daar sta je dan met instrumentarium wat je niet kent, aardige lokale collega, s die er nog helemaal niets van weten (ze komen van een verloskundige kliniek), in een krappe OK, te krap voor dit soort klussen, laverend tussen een C.Boog en een nogal fors uitgevallen chirurg te proberen enigszins de steriliteit te bewaken. De orthopeden zijn kundig, niet te beroerd om te improviseren een belangrijk gegeven onder deze omstandigheden. De cases zijn allemaal gecompliceerd, zonder uitzondering zouden ze allemaal hun been zijn verloren of ernstig invalide zijn geworden zonder de service van MSF. Er wordt zelfs verwezen door andere ziekenhuizen en NGO,s als het op Internal and External fixation aankomt.
Nu, zondag, een rustdag, even de boel laten bezinken. Er komt veel op je af, de hitte, de taal barrière, ik spreek nauwelijks Frans, de organisatie, de regeltjes, al die namen en gezichten. De accommodatie is oké, heb een kamer voor mezelf, alleen geen raam/uitzicht, dus beetje benauwend. De fan maakt overuren, ik slaap goed, het eten is prima, ook op de compound is voldoende te drinken. Ik gebruik nu de kamer van een chirurg die met verlof is om op het balkon te zitten, met uitzicht op de oceaan en een lekker fris windje. Mailen is mogelijk, maar vaak is er nauwelijks tijd of is er geen computer vrij. Trouwe lezers van mijn Be-More blog zullen dit keer met minder genoegen moeten nemen.
NB,
Met z,n allen zitten we ergens op en berg in een Old Colonial Hotel, waar je eerder Agatha Cristy of Hemmingway verwacht aan te treffen dan een bonte verzameling NGO,s from all over the World, die er allemaal stoer uit zien en een ding gemeen hebben: ze roken als ketters……..poor me!