Op de muur van onze compound zitten de hele dag eksters. Ze beginnen zo rond 5 uur ’s ochtends met flink hard krassen en op mijn golfplaten dakje landen met hun grote poten wat een heel kabaal maakt. Ze huppen met name rond in de buurt van de keuken (die is open) en wagen het zo af en toe ook richting het aanrecht. Het krast de hele dag door, een soort huisdieren zijn het die we delen met twee hoge bomen verderop. We hebben ook een poes, die heeft het merendeel van de ratten hier verjaagd, dat scheen een ware plaag te zijn voordat ik kwam. De poes heeft natuurlijk ook al jongen gehad die natuurlijk gezellig waren totdat alle lege slaapkamertjes naar onzindelijke kleine katjes roken en we ze te weg-geef aanboden. Het bleken gewilde beestjes, zoals alles hier met vier pootjes….
Over eten gesproken, dat is hier niet zo regelmatig geregeld als onze Nederlandse 10.15u koffie en 12.30u lunch. Mensen zijn gewend te eten wanneer het kan, dat wil zeggen, als er wat te eten voor ze is. Het valt me ook op dat ziekenhuis personeel bijzonder goed is in doorwerken op een lege maag, het zal training zijn en andere instelling, in ieder geval zijn ze er een stuk beter in dan ik. Die voedingen kwamen ook aan het licht toen ik een suikerziekte patiëntje vroeg wanneer ze normaal gesproken eet om te kunnen bepalen wanneer ze insuline nodig zou hebben. De verpleging keek me niet begrijpend aan: “vaste tijden ?? We eten hier anytime, gewoon, als er iets is”. Dat bleek ook wel uit haar bloedsuiker niveau want er zat weinig verbetering in. Nou is suikerziekte wereldwijd een van de moeilijkste ziekten omdat er heel veel precisie, zorg, ziekte kennis en apparatuur bij komt kijken. Zo heeft niemand een ijskast in Mweso, zelfs wij Mzungu’s niet, en een persoonlijke glucose meter is al helemaal niet voor handen, evenals specialisten, patiënten verenigingen, thuiszorg etc etc. Zo zijn en blijven er hier veel dingen die we niet kunnen behandelen en moeten we soms mensen naar huis sturen zonder een oplossing voor ze te hebben.
C’est l’Afrique!