Ik heb een fantastische vakantie gehad in Ottawa. Na de lange reis van 36 uren terug wordt ik gelukkig warm onthaald door mijn collegas van de nationale staf. Hier is het de gewoonte als mensen elkaar goed kennen dat ze gegroet worden door de hoofden 3x tegen elkaar te stoten. Deze vorm van groet heb ik nog niet eerder ervaren, maar nu wordt ik door veel collegas op deze vriendschappelijke manier welkom geheten.
Iedereen is ook erg positief over mijn nieuwe look. Het is maar goed dat mijn vriendin me weet te kleden en me naar de kapper stuurt…
Ik ben uitgerust en vol energie. Ik heb der zin an. Nu eerst nog twee weken naar het veld om eindelijk te ervaren wat onze projecten doen.
Arend Berkenbosch
Een warm welkom
Nagels bijten
Het is nu ongeveer anderhalve maand geleden dat ik hier in Lae ben aangekomen en met Cholera werd geconfronteerd. Om zelf niet ziek te worden is eigenlijk maar één ding van belang; ik moet ervoor zorgen dat er geen bacteriën in mijn mond komt…. En opeens ontdek ik dat ik regelmatig even een pen in mijn mond stop. Niet meer doen dus. En ook niet even mijn vingers vochtig maken om een bladzijde om te slaan.
En vooral niet meer nagels bijten… Ik sta van mezelf versteld; sinds ik hier in Lae werk heb ik niet meer mijn nagels afgebeten. Ik gebruik nu regelmatig mijn nagelschaartje. Want korte nagels is ook belangrijk in verband met hygiëne.
En eerlijk gezegd kan ik me niet herinneren dat ik ooit een nagelschaar heb gebruikt, voor het knippen van de nagels aan mijn handen. De eerste keer was gewoon onwennig, vooral om met links mijn rechterhand te knippen.
Nu maar hopen dat het mij lukt om niet terug te vallen in de gewoonte van nagels bijten…
Groeten vanuit Lae,
Waar de vogels fluiten; het is weer een mooie, zonnige ochtend,
Mirjam.
Follow-up
Nu de eerste weken na de overstromingen voorbij zijn verandert de situatie voor de bewoners hier langzaam in het weer opbouwen van hun bestaan. De meeste modder is verwijderd en de overgebleven materialen van in puin veranderde huizen worden hergebruikt voor nieuwe onderkomens. Een groep bewoners die aan de waterzijde van de doorgebroken dijk woonden waar de huizen volledig verwoest zijn, zijn naar een tentenkamp overgeplaatst om daar een nieuw bestaan op te bouwen.
In de ernstig getroffen gebieden hebben we naast familiekits met plastic zeilen ook constructiekits uitgedeeld met schoppen, zagen, hamers, spijkers en ander gereedschap. De verhouding is één kit voor tien families en met de dorpshoofden is overlegd hoe dit het beste verdeeld kan worden. Deze week doen we follow-up bezoeken in de gebieden waar we mobiele klinieken hebben gedaan en familie- en constructie kits hebben uitgedeeld.
Ondanks dat het nog steeds indrukwekkend is om door het puin te lopen en de aangrijpende verhalen van mensen te horen over hun weggewassen huizen, geeft ons onderzoek in de meeste wijken een goede uitkomst. De meeste families zijn gezond en gebruiken de materialen uit de familiekits. Ook weten ze waar ze terecht kunnen voor het lenen van gereedschap en ander constructiemateriaal. Maar in één wijk horen we heel andere verhalen…Niemand zegt van de constructiekits af te weten, terwijl wij er 75 hebben uitgedeeld…Na een gesprek met het dorpshoofd, blijkt dat hij alle kits uit de wijk heeft teruggevraagd om naar eigen zeggen vanuit een centraal punt de materialen te laten uitdelen, wat tot op heden om een duistere reden nog niet is gebeurd… Wij verzoeken hem dan ook vriendelijk de kits weer her te verdelen in de wijk en zullen dit de komende week met onze eigen ogen komen controleren!
Op de verschillende plekken waar we ook een tweede keer een mobiele kliniek hebben gehouden, blijkt dat de behoefte aan medische hulp verminderd. We zien veel herstellende wonden en al weer minder luchtweginfecties. Momenteel hebben we de mobiele klinieken daarom even gestopt; de lokale gezondheidszorg kan de hulpvraag nu goed aan. We hebben nauw contact met alle klinieken in de buurt om een overzicht te houden van de trends in meest voorkomende ziektebeelden. En tijdens de evaluaties inventariseren we de algemene gezondheidstoestand van de bewoners die in de meeste gevallen goed is. Gedurende de follow-up bezoeken zie ik verschillende patiënten van de mobiele klinieken terug. Een man had een zeer diepe wond aan zijn voet, welke nu goed geneest. En ook een meisje met een flinke ontsteking aan haar oorschelp is aan de beterende hand. Het is fijn om te zien dat het langzaam aan beter gaat en dat de ergste nood voorbij lijkt te zijn.
Angst voor Cholera
Regelmatig horen we verhalen, waar uit blijkt dat de bevolking bang is om Cholera te krijgen. Met veel voorlichting over Cholera (met goede hygiëne voorkom je Cholera, en Cholera patiënten die op tijd worden geholpen zijn snel weer beter) proberen we de angst weg te nemen. Na een voorlichting praatje zie ik vaak dat de mensen gerustgesteld zijn, ze weten wat ze kunnen doen.
Dat Cholera voor PNG een nieuwe ziekte is, leverde in het begin nogal eens schrijnende situaties op. De verpleegkundigen van het ziekenhuis wilde niet naast de verpleegkundigen die in het Cholera Treatment Centrum (CTC) werken, in de bus zitten…
Een verpleegkundige kwam na de eerste dag werken thuis en haar familie weigerde haar, ook al probeerde ze uit te leggen dat de familie geen gevaar liep. Ze mocht nog net ergens slapen, maar kreeg geen avondeten en ontbijt. De volgende dag, na haar dienst, is een medewerker van het voorlichtingsteam met haar meegelopen om uitleg te geven. Gelukkig kon de voorlichter de familie wel overtuigen dat ze geen gevaar lopen.
We horen ook verhalen dat iedereen weg rent als iemand waterdunne diaree heeft (waterdunne diarree is een symptoom van Cholera). Zo was er een man in de bus, die ziek werd en waterdunne ontlasting had. Iedereen sprong uit de bus. De buschauffeur was gelukkig een goede vent, en reed zijn bus naar de CTC. De zieke man kon hier zijn hulp krijgen. En we hebben de bus schoon gemaakt met Chloor, zodat de chauffeur ook weer gewoon verder kon….
Er was ook een zieke vrouw, die na twee dagen in ons centrum, gezond en wel naar huis ging. De dag erna ging ze naar haar werk, ze is een schoonmaakster bij een bedrijf in de haven. Hier werd ze geweigerd, ze was haar baan kwijt… Na het weekend kwam ze naar ons centrum en vroeg om voorlichtingsmateriaal. Ze is in haar eigen buurt voorlichting gaan geven. En ze zegt steeds, dat zij het levende bewijs is dat je snel kan genezen van Cholera, als de zieke maar snel naar een gezondheidscentrum of naar de CTC komt.
Het Cholerateam van AzG heeft ook een kantoor in het ziekenhuis. Ze zochten een schoonmaakster voor dit kantoor. De baan is aan deze vrouw gegeven en als ik hier iemand goed en netjes heb zien poetsen, dan is het zij wel… Alles werd van boven tot onder gesopt. Met het kantoor is ze nu wel klaar. En nu de Cholera minder wordt, gaat ook langzamerhand het Cholerateam naar huis….
Op een dag hoor ik dat onze logistieker, die de schoonmaak van ons eigen huis regelt, op zoek is naar een schoonmaakdienst om eens goed de badkamers onder handen te nemen. Doordat het hier erg vochtig is, staat de schimmel op de muren. Onze dagelijkse schoonmaakster komt er niet aan toe, ze heeft haar handen vol met de dagelijkse dingen. Vooral de was is veel werk. Ik wijs onze logistieker op de schoonmaakster van het Cholerateam… de volgende dag heeft ze een ‘inval contract’ bij ons. En de dag erna neemt ze één badkamer onder handen. Als ik ‘s middags thuis kom wordt ik gewaarschuwd; je hebt nu een zonnebril nodig in onze badkamer
Alles wat wit behoort te zijn is nu weer smetteloos wit, tot en met het plafond en het ruikt er naar Chloor. Als ik de schoonmaakster zie, heeft ze één grote grijns. Zij is blij met haar baan en wij zijn blij met een schone badkamer!
Voetschimmels en luchtweginfecties
Naast het uitdelen van materiele basisbehoeftes is medische hulp een belangrijk deel van ons werk. Daarom gaan we met mobiele klinieken naar de getroffen dorpen toe of naar de evacuatiecentra waar de mensen van de nog ondergelopen huizen verblijven.
Met het dorpshoofd bespreken we welke locatie we kunnen gebruiken; soms een gebouw, soms zomaar een open plek in het dorp. Vijf boxen vol materiaal en medicatie, twee tafels en stoelen vanuit het dorp en de kliniek is open! De afgelopen week hebben we hier al 15 mobiele klinieken gedaan. Samen met de arts en de assistentie van twee lokale verpleeghulpen zien we variërend honderd tot tweehonderd patiënten per dag. Persoonlijk vind ik het erg leuk om de consultaties te doen en contact met de mensen te hebben. Veel mensen spreken redelijk Engels en anders helpt de lokale verpleegkundige met de vertaling. De meest voorkomende symptomen als hoesten, pijn en koorts begrijp ik inmiddels ook wel in de lokale taal. Door het vele water heeft een groot deel van de patiënten schimmelinfecties aan de voeten, die soms helemaal ontstoken zijn. En doordat men in de modder naar eigendommen zoekt, zijn er ook verschillende mensen met wonden. Gelukkig zien we maar weinig patiënten met diaree, want na een dergelijke ramp ligt een uitbraak hiervan al gauw op de loer. Veel kinderen hebben luchtweginfecties variërend van een simpele verkoudheid tot een longontsteking. Maar het lijkt voor veel mensen ook heel fijn dat er gewoon even naar hen geluisterd wordt.
Duizenden hygiënekits
Ons team in Rosales is vorige week begonnen met het uitdelen van hygiënekits aan de getroffen dorpen. Hier gaat hier niet om een paar honderd stukken zeep; het gaat hier om de dagelijkse benodigdheden voor duizenden mensen. Een honderdtal huizen zijn hier volledig verwoest en die mensen zijn alles kwijt, maar ook omringende dorpen zijn in mindere mate getroffen en een goede hygiëne is een belangrijke basisbehoefte om ziektes te voorkomen. De kits bestaan onder andere uit zeep, lakens, plastic zeil en touw, een pan om te koken en chloor om het water te desinfecteren. Er zijn de afgelopen week al ruim 4000 kits uitgedeeld en voor deze week staat een zelfde aantal in de planning. Voor groepen inwoners worden er ook kits met gereedschap en materiaal uitgedeeld om hun huizen weer te versterken. Daarnaast zijn verschillende particuliere en gemeente-instellingen begonnen met dagelijkse water- en voedseldistributie; trucks rijden af en aan om aan alle behoeftes te voorzien. Zelf help ik deze week ook een keer mee met een van de distributies. Er wordt eerst bekeken wat de noden precies zijn en wie de hulp moet ontvangen. Mensen krijgen een dag van tevoren via de dorpshoofden een coupon en maken op de dag van de distributie een lange rij op de afgesproken plek. Een voor een levert men de bon in, in ruil voor een zak met de materialen. Niemand duwt of trekt, niemand probeert voor te dringen. Iedereen wacht keurig zijn beurt af. Daar kan menigeen een voorbeeld aan nemen!
Kinderen zoek
Op woensdag was het rustig in onze kliniek. We laten de staf allemaal wat eerder naar huis gaan. Nog één verpleegkundige is bezig. Onze dokter, gaat even kijken of ze kan helpen zodat we allemaal lekker op tijd naar huis kunnen…. Even later komt de dokter het kantoor binnen, er is een probleem.
De vrouw, die nu wondverzorging van de verpleegkundige krijgt, weet niet waar haar kinderen zijn. Ze is, samen met haar kinderen, door haar man uit huis gezet. Ze is vervolgens naar onze kliniek gekomen. (Onze kliniek biedt hulp aan de slachtoffers van ernstig huiselijk geweld en vooral aan slachtoffers van sexueel geweld.) Ze wilde graag op tijd zijn en is dus vooruit gesneld. Ze heeft tegen haar tien jarig zoontje gezegd dat hij ook naar de kliniek moet komen, samen met zijn ‘baby broertje’ van één jaar…
Ze kent onze kliniek want ze is al eens eerder geweest. En ze weet dat ze bij ons terecht kan en ‘snel‘ geholpen wordt. Als wij gesloten zijn, ‘s nachts en de zondag, dan kan ze terecht bij de Eerste Hulp van het ziekenhuis. Maar daar moet je soms uren in een overvolle gang wachten tot je geholpen wordt. En wij bieden privacy, wat op de Eerste Hulp erg lastig is ook al doen ze erg hun best. Maar iedereen wordt daar ‘op zaal’ geholpen.
We vragen de vrouw hoe we haar kinderen kunnen herkennen. We krijgen van de 10 jarige een naam en de baby van één jaar is makkelijk te herkennen, want de baby heeft geen kleren aan. Eén van ons blijft in de kliniek. De rest grijpt een radio-handset. We gaan opzoek, eerst in de directe omgeving van onze kliniek. Daarna verspreiden we ons over het ziekenhuisterrein. Ik loop ook alle kinderafdelingen binnen. En iedereen die ik ken vraag ik om uit te kijken naar een 10 jarig kind met een blote baby van één jaar. Bij het Cholera Treatment Centrum informeer ik, en we vragen de wachten bij de poort. Niemand heeft ze gezien. Het ziekenhuis heeft een omroep installatie. In ‘Pidgin’ wordt gevraagd om naar de kinderen uit te kijken en ze naar de AzG kliniek te brengen, daar wacht hun moeder. Zelf loop ik over het grasveld, aan de achterkant, de afdelingen langs. Misschien is de jongen bang en verstopt hij zich ergens… Na een uur hebben we ze nog niet gevonden. Ook de chauffeurs zoeken mee. We bedenken dat een jongen van 10 jaar natuurlijk ook de weg terug weet. De chauffeurs volgen de weg terug…. En halverwege vinden ze de twee kinderen.
De moeder is duidelijk opgelucht als ze haar kinderen weer ziet. Ze neemt de baby op haar arm. Deze, meer dan mollige baby, trekt een paar keer aan z’n moeder t-shirt. En terwijl ze met ons staat te praten tovert ze een borst uit haar t-shirt te voorschijn. De baby begint tevreden te drinken.
Ik sta naast het jochie van tien en leg een hand op zijn schouder. Ik zeg hem dat hij een fantastisch joch is. Hij leunt tegen mijn been aan en wacht geduldig wat er gaat gebeuren. In overleg met de moeder besluiten we dat onze chauffeurs het gezin thuis zal brengen. Eén van chauffeurs is een (community) leider in die buurt. Hij zal eerst met de man praten, als hij thuis is. De man heeft namelijk nachtdiensten en is waarschijnlijk aan het werk. Als de man aan het werk is, dan is het in ieder geval veilig voor het gezin om thuis te zijn…
Destructief water
Een deel van ons team is een paar dagen geleden al naar de hevig getroffen provincie Pangasinan gegaan. Vanwege de extreme regenval door de tyfonen in het noorden, staat het water hier voor de dam zo’n zes meter hoger dan normaal. Omdat men bang is voor een doorbraak van het water met ernstige gevolgen, heeft men de dammen open gezet om het water zo het land in weg te laten vloeien. Maar door de enorme hoeveelheid en kracht van dit plotseling vrijkomende water, zijn verschillende dorpen volledig overstroomd. Omdat de nood in Pangasinan groter is dan het gebied waar ik eerst was, ga ik daar ook naar toe. Vanuit het noorden vlieg ik terug naar de hoofdstad waar ik vanuit de lucht al enorme stukken land onder water zie staan. Na vier uur rijden kom ik vervolgens in het heftigst getroffen gebied aan. De eerste dorpen en rijstvelden zijn net zoals het noorden van het eiland helemaal onder water gelopen. Vervolgens rijden we door een stuk waar weinig aan de hand lijkt te zijn, totdat we in het stadje Rosales aankomen.
Hier lijkt het net of het dorp door een gewelddadige wasmachine vol modder is gegaan. Het water is meteen naar lager gelegen gebieden gestroomd, maar hier in de straten liggen hele bergen modder. Het afval hangt tot hoog in de hekken en zelfs in de bomen; tot zo hoog is het water hier als een monster door het dorp geslagen, zonder zich door iets of iemand tegen laten houden. In verhouding met het zichtbare geweld van de grote hoeveelheid water zijn er relatief weinig slachtoffers gevallen omdat mensen van tevoren gewaarschuwd waren om te evacueren. Maar omdat veel mensen bij hun huis en bezittingen wilden blijven zijn er ook meerdere slachtoffers gevallen, variërend van zeven in de officiële cijfers tot honderd in de inofficiële berichten. Daarnaast zijn vele huizen zijn extreem beschadigd of zelfs helemaal verwoest. Men wijst me plekken aan waar voorheen huizen stonden, waar nu niets meer dan modder en puin ligt. Ik kan me moeilijk inbeelden dat hier voorheen tientallen families woonden. Deze weggewassen huizen waren vaak van hout en aluminium platen gemaakt en zoals bij de meeste rampen zijn ook hier de arme mensen het meest de dupe. Ze zijn werkelijk alles kwijt en moeten weer helemaal opnieuw beginnen. Maar ook enkele stenen huizen zijn door de kracht van het water helemaal op zijn kant geschoven. Hier word ik toch wel even stil van. Dat water een dusdanige destructie kan veroorzaken…
Chicken Tonight
Op dinsdag lees ik in de krant, dat voor de kust van Salamoa, een schip een
heleboel containers heeft verloren. Salamoa is een prachtig klein eilandje,
hier voor de kust. De meeste containers waren gevuld met diepgevroren kip.
De kip was bedoelt voor Port Morosby, de hoofdstad. Daar is nu een
schaarste van kip in de winkels.
De volgende dag horen we dat er een aantal ‘handige jongens’ direct een
bootje hebben gehuurd en eropuit zijn getrokken. Ze hebben heel wat kippen
opgevist en deze kippen waren, voor de helft van de prijs, te koop op de
markt. De boothuur was snel terug verdiend, en ze hebben enorme winsten
gemaakt. Veel van de winst is omgezet in alcoholische drank en we worden
dan ook gewaarschuwd dat er meer dronken mensen op straat zijn dan
gewoonlijk.
Als wij op dinsdagavond in onze tuin zitten krijgen we een telefoontje; of
we een verse tonijn willen kopen. Nou, daar hebben we wel zin in, maar wie
gaat die tonijn dan schoon maken. Gelukkig is onze logistieker ook een
‘handige jongen’ en hij weet wel hoe hij een tonijn moet villen. Wij eten
even later verse tonijn, heerlijk! En ik bedenk me dat deze tonijn wellicht
vanmorgen nog gezwommen heeft….. tussen de diepgevroren kippen.
Op donderdag staat er in de krant dat de schepen worden gewaarschuwd voor
de zeecontainers die voor de kust drijven. Twee van de zeecontainers zijn
namelijk gevuld met explosieven, daar wil je natuurlijk niet tegen aan
varen….
En wij eten de rest van de week kip; gefrituurd, gebakken, in een omelet en
alles wat onze kok nog meer kan bedenken wat je met kip kan maken…..
De aarde beeft
Maandagmorgen om vijf voor vier word ik letterlijk wakker geschud. Het
duurt even voordat ik het besef; dit is voor mij de eerste keer dat ik een
echte aardbeving voel….
Vorige week is Samoa getroffen door een Tsunami, veroorzaakt door een
aardbeving van 8.3 op de schaal van Richter. Dat is heftig! Een dag later
is Sumatra getroffen door een aardbeving. Ik weet dat AzG naar beide
gebieden een noodhulpteam heeft gestuurd. Papua Nieuw Guinea (PNG) ligt er
tussen in…
Ik sta dan ook al naast mijn bed, in een combinatie van slaapdronken en met
een gigantische stoot adrenaline door mijn lijf. Gelukkig zakt de
aardbeving na een paar seconden af. Ik kruip weer in mijn bed en probeer
weer wat te slapen, wat niet wil lukken.
Donderdagochtend ben ik in het ziekenhuis aan het werk, ik ben net gestart
met een training over Cholera, samen met een collega. We worden
gewaarschuwd door de Project Coordinator van het ‘Cholera-team‘. Er is een
Tsunami waarschuwing voor PNG… Vanuit het ziekenhuis, aan de voorkant, kun
de zee zien. We melden deze waarschuwing aan de groep vrouwen, die we in
onze training hebben. We adviseren hen om niet naar huis te gaan, ze wonen
vlak bij de zee, maar het hoger op te zoeken. Het ‘Cholera-team’ vertrekt
naar een hotel, in de stad, dat is een stuk hoger gelegen dan het Cholera
Treatment Center.
Ik ga naar de achterkant van het ziekenhuis waar onze AzG-kliniek is, waar
we hulp bieden aan de slachtoffers van seksueel en extreem huiselijk geweld.
De logistieker, heeft ook de Tsunami waarschuwing ontvangen. Hij
heeft de website opgezocht, waar de waarschuwing op staat. Op het moment
dat we de website hebben gevonden blijkt de waarschuwing alweer
ingetrokken. Er was een aardbeving (7.0 op de schaal van Richter) in de zee
voor de kust. Er was een kans dat dit een tsunami zou veroorzaken, maar
dat is niet gebeurd.
Ondertussen zijn er al heel wat mensen de stad in gelopen, het centrum van
de stad is hoger gelegen. En mensen kijken uit over de zee. We horen later
dat er hele busladingen vol mensen de bergen in zijn gereden. Ook was er
een grote groep opgeschoten jonge jongens die de winkels wilde plunderen.
De politie heeft ze gestopt door de nodige waarschuwingschoten in de lucht
te schieten.
Natuurlijk zijn we voorbereid, voor zover dat kan, op een aardbeving. We
hebben een noodvoorraad met water en andere etenswaar. Het is hier de taak
van de logistieker om deze voorraad bij te houden. Het blijkt dat dit een
hele tijd niet is gebeurd. Ik vermoed dat er twee jaar geleden een
noodvoorraad is aangelegd en er is vervolgens niet meer naar omgekeken. Er
zitten namelijk nogal wat lekkere dingen in, die over datum zijn. We moeten
deze voorraad dan ook maar eens herzien…. Maar we beginnen met het op eten
van de chocolade, één maand over de datum, dat kan onze maag nog wel aan…..
Mobiele kliniek
In een van de armere dorpen die van de week helemaal onder water stond, gaan we vandaag terug om een mobiele kliniek te houden en een distributie te doen van onder andere zeep en waspoeder. Drie dagen geleden konden we het dorp niet met de auto bereiken maar nu is al het water al gezakt. Het verbaast me hoe snel dat is gegaan! We houden onze kliniek in gebouwtje midden in het dorp. In de beneden verdieping doen we de distributie en hebben we onze ‘apotheek’, in de bovenverdieping voeren we de consultaties uit. Het valt me op hoe geduldig de mensen op hun beurt wachten. In een dorp verderop houden we de consultaties onder een afdakje op het schoolplein. Samen met twee lokale verloskundigen, die hier zijn opgeleid om basale consultaties uit te voeren, doen we 200 consultaties. De meeste patiënten hebben een luchtweginfectie door de nattigheid maar we zien gelukkig geen ernstige ziektebeelden.
Wat ik bin
Een jaar geleden droomde ik nog over een leuke vaste baan ergens in Noord Nederland, een huisje in Heerenveen, vrienden om me heen. Toch, diep in mijn hart, droomde ik van verre reizen.
De tijd vliegt voorbij. Het lijkt wel gisteren, toch is het al drie en een halve maand geleden dat ik in Lubumbashi ben aangekomen. Met de tijd komt echter ook bezinning. De mensen om mij heen wonen en leven hier… met alle armoede, corruptie en beperkte kansen. Ik realiseer me hoe langer hoe meer dat ik erg gelukkig ben om in Nederland te zijn opgegroeid. Dat ik het geluk heb om voor Artsen zonder Grenzen te werken. Het werk is interessant en afwisselend. De collega’s zijn fantastisch.
Toch ben ik erg blij dat ik over enkele dagen op vakantie ga naar Ottawa. In tegenstelling tot de mensen hier ben ik in de gelukkige situatie dat ik meer van de wereld kan zien dan Congo alleen. Ik kan doen waar zij alleen maar van dromen. Ik kan mijn dromen waarmaken en zijn wie ik ben.
Ondanks al het reizen voel ik me meer Fries dan ooit tevoren.
De dreamen dy’t ik dreamde binne mei de tiid ferflein
Lit my frij om no te fleanen, lit my fleane yn’e rein
Ik iepenje de finsters en ik fljoch sa fier ik kin
Want ik kin no einlik wêze wa’t ik bin (wa t ik bin, de kast)
De dromen die ik droomde zijn met de tijd vervlogen
Laat me vrij om nu te vliegen, laat me vliegen in de regen
Ik open de vensters en ik vlieg zo ver ik kan
Want ik kan nu eindelijk zijn wie ik ben
Ondergelopen dorpen
Terwijl voor vanochtend de meest heftige regen voorspeld was en daarmee nog meer dorpen in de problemen zouden komen, schijnt als ik wakker wordt de zon en is er zelfs een blauwe lucht zichtbaar! Een goed teken want zo kan het water overal gaan zakken in plaats van nog verder stijgen.
Na een volgend overleg met de burgemeester gaan we hier in de regio verschillende dorpen langs om de situatie in kaart te brengen. Omdat het stadje Appari door een rivier gescheiden is, kost het ons twee uur omrijden om bij de plek van bestemming aan te komen. Waar we verwacht hadden dat de dorpen hier erger getroffen zouden zijn, valt ook hier de schade redelijk mee. De dorpen liggen vaak op een verhoging en de meeste huizen zijn van steen. Als we horen dat een dorp wel meer onder water staat, proberen we daar heen te gaan. Waar normaal een weg door de groene rijstvelden naar het dorp toe ligt, zien we nu één groot meer van water voor ons. Met de auto kunnen we er niet doorheen en lopend moeten we meer dan een uur tot boven de knieën door het water lopen. Maar een soort tractortje blijkt ons er wel te kunnen brengen. Halverwege raakt hij oververhit maar gelukkig kunnen we een andere regelen. De huizen langs het weggetje wat nu meer een
rivier te noemen is, staan allemaal onder water. De woningen zijn hier bijna allemaal gebouwd van bamboe, hout en riet maar zijn wel allemaal op palen gebouwd om tegen de regentijd beschermd te zijn. De meeste huizen hebben daarom ook een hoger gelegen verdieping om alles droog te houden. Enkele huizen zijn wel flink beschadigd en een is er helemaal ingestort, maar alle mensen zijn relatief vrolijk en er lijken geen al te grote problemen te zijn. Vanuit de gemeente is er een eerste voedseldistributie op gang gezet al is dat niet voldoende om de zakken rijst die met het water verloren zijn gegaan en de schaarste van de aankomende verwoeste oogst te compenseren. Omdat deze mensen erg afgelegen wonen en zij wel meer schade hebben, besluiten we om over twee dagen een mobiele kliniek te organiseren. Dan is iedereen op de hoogte dat we komen en hebben we de komende twee dagen de tijd om nog andere dorpen te bezoeken en inkopen te doen voor de mobiele klinieken.
Op zaterdag bezoeken we dorpen die alleen met de boot te bereiken zijn. Een dorp is in goede staat en heeft men onderling een voedseldistributie georganiseerd voor mensen die het meest getroffen zijn. Een armer dorp aan oever van rivier is getroffen door overstromingen en de harde wind heeft veel van de daken beschadigd. Ook hier zullen we snel terugkomen met wat bouwmateriaal zodat de mensen hun huizen weer kunnen verstevigen. De meeste andere dorpen die we zien zijn in een relatief goede staat en hoeven we geen verdere hulp te verlenen.
De taal pidgin
De meeste mensen in PNG spreken redelijk Engels. Dat is in ons project van
‘Artsen zonder Grenzen‘ dan ook de spreektaal. In de reisgids over PNG las
ik dat er ongeveer 750 verschillende talen zijn in PNG….. Maar gelukkig
hebben ze ook een gemeenschappelijke taal, dat is pidgin. Veel mensen
vinden het leuk als je wat woorden in pidgin kan spreken. Nu ben ik een
ramp, in het leren van talen. Op de HAVO was het werkelijk een nachtmerrie
voor mij…. Maar pidgin lijkt mij niet de moeilijkste taal. Na enkele dagen
ken ik mijn eerste woorden pidgin; pispis (=urine), pekpek (= ontlasting)
pekpek wara (waterdunne ontlasting) en traut (=overgeven)….Tja, praktische
woorden, die ik dus veel gebruik nu er Cholera heerst. Ik probeer elke dag
een woord of uitdrukking erbij te leren. De taal is een beetje een
mengelmoes van de 750 talen die er zijn, gecombineerd met Engels. Vandaag
heb ik ‘Tot ziens’/ ‘See you’ geoefend; ‘Looking u’. En ‘See you later’,
dan plak je er ’behind’ achter.
Maar soms vind ik de taal best lastig. Het blijkt namelijk dat woorden
dubbele betekenissen hebben. Zo betekenis Traut niet alleen overgeven, maar
ook misselijk zijn en hoesten. Om duidelijk te maken dat ik het over
overgeven heb, sta ik hier als een soort doventolk het overgeven uit te
beelden. Soms best hilarisch.
Ik heb nagevraagd hoe je ‘Artsen zonder Grenzen’ in het pingin zegt. Dat
werd me toen verteld, maar vervolgens ook direct afgeraden om te gebruiken.
Want vooral ‘grenzen’ heeft meerdere betekenissen…. Met als resultaat dat
mensen ook kunnen denken dat je ‘Artsen zonder hek/omheining’ bedoelt, of
‘Artsen zonder imunisatie’ of zelfs ‘Artsen zonder Condooms’….Dan houd ik
het toch mar liever op het Engels; Doctors without Borders.
Vanmiddag, zondagmiddag, hebben we een afscheidfeestje voor Nathalie, de
dokter van het project. Het feestje wordt gegeven in de tuin. Ik denk dat
we nog wel even het nodige moeten opruimen om het gezellig te maken. En
natuurlijk het eten voorbereiden.
Ik ga dus maar eens aan de slag!
De dag van de onafhankelijkheid
De afgelopen week ben ik vooral druk geweest met de informatie en training
aan gezondheidscentra, natuurlijk over Cholera. Maar op woensdag heb ik
niet zoveel kunnen doen, de gezondheidscentra waren gesloten. Het was “de
dag van de onafhankelijkheid”, in 1975 is PNG onafhankelijk geworden.
Er waren allerlei festiviteiten en een grote samenkomst in het
rugbystadion. Veel mensen hadden shirts en petten van de nationale vlag. De
bussen hadden vlaggetjes. En veel vrouwen die geen pet droegen hadden een
vlaggetje in hun haar gepland. Zo her en der hingen slingers en ballonnen
in de kleuren van de vlag; rood, geel en zwart.
Eigenlijk begon het feest de dag ervoor al. Veel mensen waren zich aan het
‘voorbereiden’ op deze dag. Deze voorbereiding bestond vooral uit het
nuttigen van alcohol…. We wilden de dinsdagmiddag een bezoek brengen aan
een gezondheidscentrum net buiten de stad. Maar de medewerkers van daar
belden, dat het beter was om maar niet te komen, er waren al veel dronken
mensen op straat….
Van de nationale staf hoorden we dat het hele feest minder uitbundig is
gevierd, dan andere jaren. Mensen zijn lekker thuis gebleven, en gezien de
hygiënische situatie rond het rugbystadion (weinig toiletten en geen plek
waar je je handen kunt wassen) lijkt mij dat een verstandig besluit.
Cholera kan zich makkelijk verspreiden als veel mensen elkaars handen
schudden. De incubatie tijd van Cholera is van enkele uren na besmetting.
tot 5 dagen. Dus op maandag kunnen we de balans opmaken of er veel mensen
elkaar hebben besmet op de dag van de onafhankelijkheid. De dag werd
afgesloten met een prachtig vuurwerk, dat we vanuit onze tuin prima konden
zien.
| « Oudere posts |