Vrijdagochtend, zes uur. In de MSF basis in Katshungu is al een grote bedrijvigheid. Alle chauffeurs zijn bezig hun motors vol te laden en wij pakken de laatste dingen in. Afgelopen nacht heeft niemand veel geslapen. De 4 chauffeurs, waarvan er drie die dag daarvoor met de PC Martine al uit Lulingu waren gekomen, vonden het veel te gezellig om met z’n allen op de matrassen in de woonkamer te liggen en keten de hele nacht door. En Martine en ik hadden ons hoofd te vol met de laatste voorbereidingen om goed door te slapen. Maar de frisse ochtendlucht, een kop koffie en een flinke dosis goede moed tovert bij iedereen een grote glimlach op het gezicht, om 7 uur is iedereen klaar, de motoren ronken en we gaan op pad!!
De reden van deze vier daagse tocht is om een explo (exploratie missie) te doen naar Kigolube. Kigolube is een dorp op 120 kilometer afstand van Katshungu, waar 4 wegen bij elkaar komen. Afgelopen Mei zijn er vele vluchtelingen van de dorpen aan deze wegen naar Katshungu en Lulingu gevlucht. Maar op dit moment lijken de vluchtelingen weer terug naar huis te keren. Zij gaan terug, maar naar wat voor situatie keren zij terug? Is er zorg, is er voedsel? Met deze vragen in onze rugzak rijden we door de vroege ochtendmist richting Kigolube.
Na drie uur rijden over paadjes bedekt door hoog gras en over boomstambruggetjes komen we aan in Wankenge. In ons healthcentre in Byangama hebben we de afgelopen week kinderen ontvangen met kinkhoest die uit dit dorpje vandaan kwamen. We praten met de bevolking om meer info over deze gevaarlijke kinderziekte te krijgen, maar het geluid dat we horen geeft duidelijk het probleem weer. Meerdere kinderen vertonen de bekende, niet-stoppende zeehondenhoest. We komen erachter dat vele kinderen niet inge-end zijn. Door de slechte weg en de grote afstand naar het eerste healthcentre met een koelkast, is het zeer moeilijk voor verpleegkundigen om hier te komen, en bereiken ze dit dorp maar zelden. We proberen de ouders te overtuigen om hun kinderen naar ons healthcentre in Byangama te brengen voor zorg.
We vervolgen onze weg, in verschillende dorpjes stoppend om met de mensen te praten. Over het algemeen zien de mensen er goed uit. Ze vertellen ons dat ze wel een paar uur moeten lopen om bij healthcentres te komen , dat is moeilijk. Maar de healthcentres zijn onderhouden en ondersteund door een grote international NGO.
Naar mate we de weg vervolgen wordt deze steeds moeilijker. Het regenseizoen is begonnen en dit heeft de paadjes die we berijden veranderd in een grote modderpoel. Tegen twaalf uur, na zo’n 60 kilometer te hebben afgelegd komt de eerste uitdaging in zicht; een prachtige rivier, maar geen brug…. Maar we zijn niet voor een gat te vangen, dus Martine en ik trekken onze schoenen uit, stropen onze broeken op en waden onder het oog van de gehele bevolking door het water naar de andere kant. De chauffeurs crossen ook naar de overkant waar een motor aan de oever nog flink vast komt te zitten, maar met vereende krachten krijgen we deze ook aan de kant.
De mensen weten niet wat ze zien, twee blanken, en dan ook nog eens vrouwen, hier op de motor?!!! En man verzamelt al zijn moed om deze twee meiden toch eens even te vertellen dat vrouwen geen broek horen te dragen. Maar onze chauffeurs nemen het voor ons op en vertellen de papa dat dit is voor de bescherming op de motor.
Hierna wordt de uitdaging alleen nog maar groter; nog een rivier zonder brug, twee vreselijk oude bamboebruggen bijna instortend terwijl we eroverheen rijden (ik met mijn ogen dicht….), bomen op de weg waarover we de motors heen moeten tillen en een groot bamboebos waar we met machettes het modderpad vrij moeten maken en in één uur, 2 kilometer weten af te leggen…
De dag vliegt voorbij en we lijken steeds minder vooruit te komen. Uiteindelijk bevinden we ons tegen een uur of zes op vijf kilometer afstand van Kigolube, en komen we op een beter stuk weg waaraan al gewerkt is. Tot we op een laatste uitdaging stuiten… Een diepe rivierbedding, met een brug in aanbouw, de structuren aan de oevers zijn er al, mooi in cement, alleen de brug mist nog. Oeps.
We hebben geen keus, dus maken snel een actieplan; de motors langzaam naar beneden laten zakken, over de rivierstroom wordt een bruggetje gebouwd met twee planken, en dan, ja dan de motors weer naar boven tillen…. Het is een enorm zware opgave, want het is ontzettend steil. Onze chauffeurs geven alles wat ze hebben en uiteindelijk staan we na zo’n drie kwartier met z’n allen en de motors aan de overkant. Uiteindelijk rijden we aan het begin van de avond uitgeput Kigolube in.
De bevolking van Kigolube kijkt heel verbaasd als er opeens een delegatie op de motor aankomt rijden en ze in de schemer twee blanke gezichtjes onderscheiden. Maar ze ontvangen ons team heel hartelijk, ze vinden twee kamers voor ons in de pastorie en we vinden een mama bereid om voor ons te koken. Zo sluiten we onze dag af met een gezamenlijke maaltijd met ons team. Fou fou, tsombe en kip. Nog nooit zo lekker gegeten !
De volgende ochtend is iedereen al weer vroeg uit de veren, we hebben veel te doen. We verdelen de taken, wat niet moeilijk is met dit multi-tasking-team. Twee chauffeurs gaan zich buigen over het logistieke deel van het huishouden, eten kopen en drinkwater filteren. Met de twee andere chauffeurs vertrekken Martine en ik voor een kennismakingsrondje naar alle autoriteiten. We ontmoeten twee bijzondere mannen, de ‘chef de groupement’, een oude traditionele leider; hij zegt weinig maar zijn ogen stralen alle wijsheid uit en de ‘chef de poste’, zeg maar de burgemeester van Kigolube, een man die een openhartig gesprek met ons voert en de gave heeft om de hele situatie niet zwart-wit te bekijken maar alle kanten kan belichten en begrijpen. We ontmoeten vele mensen die dag en leren heel veel over de situatie in en rondom Kigolube, we praten met vluchtelingen, met verpleegkundigen, met leraren, noem maar op. Aan het eind van de dag zit ons hoofd vol informatie en is het kladbok volgeschreven. Ondertussen is het kamertje waar Martine en ik slapen veranderd in een opslaghok en liggen we daar tussen de maniok, zoute gedroogde vis en benzine. Een bijzondere mengeling van geuren die al je zorgen over zweetsokken overstemd.
En elke avond sluiten we af met een gezamenlijk team maaltijd. We praten over de dag en maken er de traditie van dat iedereen drie dingen moet noemen die de afgelopen dag een grote glimlach op zijn gezicht hebben gebracht. Ik heb er genoeg; geniet van de teamspirit, geniet van de bijzondere mensen die we ontmoeten en ben blij om het goede werk van een grote NGO hier te zien, die verschillende gezondheidscentra in de regio ondersteunt.
De volgende dag hebben we een hele grote vergadering met alle autoriteiten, groepen en de bevolking in de kerk. De mensen vertellen over hun problemen en stellen vragen aan ons. Maar ook zijn er kritische geluiden te horen en doen mensen sterk afwijzende uitspraken over andere groepen in het conflict. Het hele team is na afloop erg trots op onze PC Martine, die heel duidelijke uitleg heeft gegeven en de neutraliteit van MSF goed heeft bewaakt en doen overkomen.
Gedurende de dag hebben we het ook veel gehad over onze terugweg. Na twee nachten vol zware regenbuien lijkt de weg waarop we gekomen zijn onbegaanbaar en gevaarlijk. De andere optie is om de weg naar Bukavu te rijden, alleen dit zou betekenen dat we de frontlijn moeten passeren. Uiteindelijk kiezen we in overleg met onze Head of Mission toch voor deze optie en vertrouwen op onze contacten en neutraliteit.
Maandagochtend staan we om kwart voor vijf al op om alles te pakken en vertrekken we om 6 uur s ochtends terwijl Kigolube ontwaakt. De weg is rotsachtig en modderig, maar nog altijd beter te doen dan de heenweg. Aan het eind van de ochtend komen we aan de frontlijn. De weg is leeg en we vinden verlaten dorpjes waar iedereen is weg gevlucht. Zonder problemen rijden we langzaam door dit stille gebied heen.
Aan het eind van het niemandsland vinden we een groep mensen die de weg af komen rennen. Ze zijn eerder al gevlucht naar een volgend dorp maar komen met angst voor hun leven terug naar hun velden om eten op te halen. De mensen hebben verscheurde kleding, zien er slecht uit en ik zie de mengeling van doorgegane angst en opluchting dat ze het weer gered hebben in hun ogen. Het geeft me kippevel.
Het is wel duidelijk dat er een nieuwe groep vluchtelingen is ontstaan, die een andere kant zijn op gevlucht. Ik hoop dat we hier snel heen kunnen om te kijken hoe hun situatie is.
Uiteindelijk komen we, onder het gekletter van opnieuw een enorme regenbui, doorweekt aan in Nzimberie, waar onze Head of Mission ons met koekjes, cola en een vrachtwagen staat op te wachten. Zo rijden we aan het eind van de dag met auto en vrachtwagen vol motoren Bukavu binnen.
Tijd voor een heerlijke maaltijd en een heerlijk bed, om morgen weer terug naar het project te vliegen!