aug 17
Arend vanuit DR Congo.

Hardlopen

Deze zondag rustig aan gedaan en een beetje gelezen in ‘Eat Pray Love’ van
Elisabeth Gilbert. Zo af en toe is het wel lekker om even helemaal niets te moeten. Gelukkig hebben we daar in Lubumbashi ook de mogelijkheid toe. ‘s Middags hebben we weer afgesproken om te basketballen, maar als ik bij het speelveld aankom blijkt het gecancelled. Ik besluit de stoute schoenen maar aan te houden en loop een paar stoffige rondjes in de wijk. Na 1.5 km vind ik het welletjes… zo lang zonder training laat zich voelen!

Tellen, tellen en nog meer tellen
Maandag en dinsdag sta ik samen met Solange, onze medische storekeeper, in het magazijn om de voorraad te tellen. Niet een heel leuke bezigheid. Helemaal niet met ratten die boven mijn hoofd heen en weer rennen en die de
opgeslagen glucose en water maar wat graag lusten. Na twee dagen heb ik in
elk geval een beter beeld van wat we op voorraad hebben en krijgen de
medische termen ook vorm voor me… Het magazijn is netjes gerangschikt op
artikelnummer en groep wat het tellen een stuk vereenvoudigd. Dank je
Christine (mijn voorganger)!

Energie
De rest van de werkweek staat vooral in het teken van energie. Ten eerste
zitten we al bijna twee weken zonder stroom. Soms is er midden in de nacht
stroom, maar ‘s ochtends sta je weer onder de koude douche in het donker. Het went… en ik waardeer de warme douche enorm als er donderdag weer stroom is. Het zijn de kleine gemakken die je in het westen zo vanzelfsprekend vind…

Al met al hebben we niet te klagen: op kantoor maakt de generator
overuren, maar we kunnen wel werken. Het vergt de nodige planning en
discipline om de generator zijn rust te gunnen. 

We willen diesel leveren aan de projecten, maar de leverancier zit zonder
voorraad. De diesel is nog onderweg uit Nairobi en zal pas komende zondag de grens passeren met alle formaliteiten die daar bij horen. Dit betekent voor ons wachten. Gelukkig hebben we nog wat voorraad bij de projecten, maar het wordt allemaal wel krap…

aug 10
Addy vanuit Zuid-Sudan.

Mijn laatste dag in Leer?

Vrijdag 7 augustus 2009, ‘s ochtends veel te vroeg. Het is de laatste keer dat ik wakker wordt in mijn tukul in Leer, althans, als de regen de landingsbaan niet in een modderpoel doet veranderen en er geen andere reden is waarom het vliegtuig me vandaag niet kan oppikken om het project te verlaten…

Afgelopen zaterdag hebben we een feestje gegeven voor onze nationale stafleden. De logisticus was vrijdag ervoor naar de veemarkt geweest en had een gezond ogende koe gekocht. Na een nacht vrolijk loeien slachtten onze bewakers het dier vakkundig in onze compound. Tientallen adelaars streken neer en de schoonmakers en kokkinnen gingen aan de slag met grote potten en pannen. Na afronden van mijn werk in het ziekenhuis gaf de schoonmaakster van de operatieafdeling me boven de hete kolen een les in anatomie. ‘ Dat daar is de dunne darm, dit is een van de magen en in deze pot koken we de lever’, wees ze met een houten pollepel.

Vanaf een uur of 4 druppelden onze stafleden een voor een binnen en namen plaats aan een van de lange gedekte tafels in de schaduw van de boom. Een van hen had een stereo-installatie en cassettebandjes meegenomen en bij de eerste klanken stond de grafdelver al te swingen! De zuurtjes, die al maanden onaangeraakt in onze voorraadkamer liggen, werden in mum van tijd weggewerkt en ook de flesjes coca cola vonden gretig aftrek. Gezamenlijk, nationale staf en internationale staf, doopten we ronde broden in de soep vol stukken vlees. Bij het vallen van de schemering, toen alle buiken goed gevuld waren, brak het festijn echt los. De nationale stafleden gaven een heuse culturele show weg met trommels, zang en gegil, ritmische bewegingen, stokdansen en gezwaai met halve bomen. Het was alsof een uitdagend conflict over koeien voor mijn neus werd uitgevochten. Ik besefte wederom hoe belangrijk het eigendom van een veestapel is voor de mensen in zuid-Sudan en hoe hardnekkig dit is verweven in hun dagelijkse leven en cultuur.

Maandagochtend, tijdens de ochtendmeeting waarbij alle nationale stafleden aanwezig behoren te zijn, werd nog goed nagepraat en nagelachen over het feestje. Ik ben blij dat we dit georganiseerd hebben. Onze stafleden leveren geweldig werk hier en ik vind dat ze een feestje zo nu en dan meer dan verdienen.

Aan het einde van de meeting nam een aantal stafleden het woord om me te bedanken, aangezien met mijn naderend vertrek dit mijn laatste meeting zou zijn. De woorden worden in Nuer gesproken en dan naar het Engels vertaald door Michael, de assistent van de projectcoördinator. Na een aantal eerste bedankjes schieten plots alle stafleden in een bulderend gelach. Michael vertaalt de wens van hen voor mij: “ik zal in vrede naar huis gaan, dan zal ik een man treffen en snel trouwen…”. Goh, het zit ze blijkbaar hoog dat mijn vader nooit voldoende koeien voor me heeft ontvangen!

Ergens aan het begin van de week arriveert Riccardo, een Italiaanse chirurg die mijn taken zal overnemen. We kennen elkaar nog vanuit Sierra Leone, waar we een aantal maanden samengewerkt hebben op de operatie-afdeling met vaak nachtelijke buikoperaties en lastige keizersneden. Het is een prettig weerzien en ook nu krijgen we de kans een aantal patiënten samen te behandelen. Een oudere dame presenteert zich in de avond omdat haar zoon haar in de buik gestoken heeft met een speer; een jong meisje heeft tekenen van een acuut buikprobleem en we willen haar operatief redden (helaas blijkt ze meer dan 2 liter bloed in de buik te hebben ten gevolge van een grote bloedende tumor die we niet kunnen verwijderen.. we falen haar te redden). En uiteraard draag ik alle reeds opgenomen patiënten over.

De laatste dagen besteed ik ook tijd aan evaluaties voor de stafleden met wie ik afgelopen maanden zo prettig samengewerkt heb. Ik ben erg positief tegenover het OK-team. Geen van hen heeft een gedegen medische opleiding gevolgd; ze hebben al hun vaardigheden en kennis geleerd tijdens het werk. Maar afgelopen maanden hebben we veel ernstig zieke patiënten en ernstig verwonde slachtoffers geholpen in de operatiekamer. Dit had ik niet kunnen doen zonder hen hulp en toewijding. Zij waren altijd enthousiast om me te helpen en ik zag hen capaciteit en kennis groeien. Ook laat ik het niet na om ze te vragen dagelijks op tijd te komen (wij Nederlanders zijn zo strikt) en ik moedig ze aan om hen vaardigheden verder te verbeteren.

Zo meteen zal ik voor de laatste maal naar het ziekenhuis gaan. Tijdens de ochtendmeeting zal ik mijn expat team bedanken voor hun steun en collegialiteit. Ik zal de nationale stafleden vaarwel zeggen en hen stimuleren door te gaan met het goede werk wat ze hier doen. Ik zal een laatste ronde maken over de afdeling en zal de patiënten het beste wensen. Ik zal wat langer stilstaan bij de patiënten uit Akobo, die zo’n 3 maanden geleden bij ons binnengebracht werden na een aanval op hun dorp. Onder hen is Gatbel, een 10 jarig lachebekkie met een gebroken onderbeen; hij loopt nu rond zonder krukken en wil dokter worden. En Chol die zijn bovenbeen brak ten gevolge van een kogel. Hij heeft me meerdere malen moeilijke momenten bezorgd aangezien de breuk gecompliceerd was en geïnfecteerd raakte. Maar altijd bleef hij geduldig wachten op herstel. Inmiddels zijn de wonden gesloten en hij mobiliseert met krukken. Ik verwacht dat ze beiden met de volgende vlucht naar huis kunnen. 

En dan zal ik mijn spullen pakken, het vliegtuig bestijgen en Leer verlaten. Ik zal terugkijken op een uitdagende en soms moeilijke en frustrerende tijd. Maar bovenal zal ik terugkijken op een o zo waardevolle tijd. En ik zal weten dat mijn collega’s het essentiële en uiterst relevante werk in het project in Leer zullen voortzetten om levens te redden en lijden te verminderen!

aug 5
Addy vanuit Zuid-Sudan.

Lange benen en een aanrijding

Het is een rustige dag geweest in het ziekenhuis. Ik schrijf nog enkele mailtjes naar het thuisfront en dan ben ik van plan om door de avondschemering terug naar de compound te lopen. Wanneer ik de net nieuw ingerichte emergency-room passeer, waar sinds een week of 2 alle nieuw gemelde spoedpatiënten beoordeeld worden, wenkt collega Simon me. Ik stap de kamer binnen en hij toont me patiënt Tonk. Tonk is zeker meer dan 2 meter lang en 3 dagen geleden is hij bij een gevecht in zijn buik geschoten. Sindsdien heeft hij nauwelijks meer gegeten en gedronken. Hij heeft geen ontlasting meer gehad en hij heeft een deels gevoelloos en krachteloos linker been. Hij wijst met zijn vinger naar een klein gaatje in zijn linkeronderbuik. Wanneer ik hem op zijn zijde draai, zie ik een grotere uitschotwond precies midden op de rug, laag op de wervelkolom. Vanochtend was hij naar een kleine kliniek gegaan voor medische beoordeling. De verpleegkundige daar had hem in eerste instantie naar het grote staatsziekenhuis in het provinciestadje Bentiu verwezen. Maar de man wist dat het ziekenhuis in Bentiu met allerlei problemen kampt; medische staf is niet voltallig aanwezig, medische materialen missen en de operatiekamer is al een aantal weken gesloten wegens afwezigheid van een anesthesist. Dus gaf hij er de voorkeur aan om naar ons ziekenhuis verder weg in landelijk ruraal Zuid-Sudan te reizen.

Snel bericht ik mijn OK-team, dat op het punt staat naar huis te gaan, om de operatiekamer klaar te maken. En ook het laboratoriumteam sein ik in de deuren nog niet dicht te gooien; ik wil graag een kort bloedonderzoek van de patiënt en zijn verzorger, om te bekijken of hij als bloeddonor op kan treden. Binnen een half uur ligt Tonk op de operatietafel, zijn lange benen een flink stuk uitstekend over het voeteneinde. We verrichten een buikoperatie en inspecteren de buikinhoud. De man lijkt geluk gehad te hebben; ik vind geen gaten in de dunne of dikke darm. Wel lijkt de kogel een uittredende zenuwbaan van de lage wervelkolom geraakt te hebben met verlies van kracht en gevoel van een deel van zijn linkerbeen als gevolg.

Wanneer Tonk door 3 man sterk naar de afdeling gebracht wordt, word ik terug naar de emergency-room geroepen. Voor een aanrijding met een auto, wat vrij zeldzaam hier is aangezien er nauwelijks voertuigen op 4 wielen bestaan hier. 6-jarige Nyajak ligt op de onderzoeksbank. Ze reageert niet meer op aanspreken of pijnprikkels, ze is vies van het stof en heeft verschillende wonden. Haar ouders maken zich ernstige zorgen. Samen met het operatieteam hecht ik een grote gapende hoofdwond en verzorg meerdere schaafwonden verspreid over het lichaampje. Ik neem haar op op de ‘intensive care’, de veranda voor de kinderafdeling, waar we beschikking hebben over zuurstof. Ik leg haar ouders uit dat Nyajak nog steeds niet reageert, dat ze comateus is, en dat ze mogelijk grote schade in haar hoofd heeft. We kunnen nu enkel zuurstof toedienen, medicijnen toedienen en afwachten.

3 dagen later maak ik de ochtendronde. Tonk blijft vragen waarom hij geen gevoel en motoriek in zijn linkerbeen heeft en ik leg voor de 4de maal uit dat een uittredende zenuwbaan geraakt is en dat ik bang ben dat het gevoel en kracht niet meer terug komen. Maar hij kan weer eten en drinken en hij heeft zojuist ontlasting gehad. Met behulp van krukken op de hoogste stand kan hij zelfstandig mobiliseren.

Nyajak heeft inmiddels geen zuurstofbehoefte meer. Ze is nog steeds verward en slaapt veel maar heeft al wel wat hapjes kunnen eten en drinken.  Ik controleer de wonden; de gehechte wond toont geen tekenen van ontsteking maar is nog wel flink gezwollen. Dan vertellen haar ouders dat ze naar huis gaan! Ze willen met hun dochtertje naar de ‘traditional healer’ en ze vinden het niet nodig dat we hier in het ziekenhuis nog iets voor haar doen. Ik leg de ouders uit waarom ik het belangrijk acht haar nog een aantal dagen in het ziekenhuis te houden; de wond is immers nog genezende en ze is nog steeds subcomateus. Maar ook vraag ik me af waarom ze weg willen; ze is toch aan het opknappen?

Inmiddels, na 3 maanden hier, besef ik dat ik hoog en laag kan springen maar als men naar de ‘traditional healer’ wil dan gaat men ook. Voor de laatste maal verbind ik de hoofdwond van Nyajak, ik geef haar ouders de blauwe kaart met medische informatie mee en ik druk hen op het hart dat ze van harte welkom zijn om terug te komen.

Ik heb Nyajak niet meer gezien.