Vrijdag 7 augustus 2009, ‘s ochtends veel te vroeg. Het is de laatste keer dat ik wakker wordt in mijn tukul in Leer, althans, als de regen de landingsbaan niet in een modderpoel doet veranderen en er geen andere reden is waarom het vliegtuig me vandaag niet kan oppikken om het project te verlaten…
Afgelopen zaterdag hebben we een feestje gegeven voor onze nationale stafleden. De logisticus was vrijdag ervoor naar de veemarkt geweest en had een gezond ogende koe gekocht. Na een nacht vrolijk loeien slachtten onze bewakers het dier vakkundig in onze compound. Tientallen adelaars streken neer en de schoonmakers en kokkinnen gingen aan de slag met grote potten en pannen. Na afronden van mijn werk in het ziekenhuis gaf de schoonmaakster van de operatieafdeling me boven de hete kolen een les in anatomie. ‘ Dat daar is de dunne darm, dit is een van de magen en in deze pot koken we de lever’, wees ze met een houten pollepel.
Vanaf een uur of 4 druppelden onze stafleden een voor een binnen en namen plaats aan een van de lange gedekte tafels in de schaduw van de boom. Een van hen had een stereo-installatie en cassettebandjes meegenomen en bij de eerste klanken stond de grafdelver al te swingen! De zuurtjes, die al maanden onaangeraakt in onze voorraadkamer liggen, werden in mum van tijd weggewerkt en ook de flesjes coca cola vonden gretig aftrek. Gezamenlijk, nationale staf en internationale staf, doopten we ronde broden in de soep vol stukken vlees. Bij het vallen van de schemering, toen alle buiken goed gevuld waren, brak het festijn echt los. De nationale stafleden gaven een heuse culturele show weg met trommels, zang en gegil, ritmische bewegingen, stokdansen en gezwaai met halve bomen. Het was alsof een uitdagend conflict over koeien voor mijn neus werd uitgevochten. Ik besefte wederom hoe belangrijk het eigendom van een veestapel is voor de mensen in zuid-Sudan en hoe hardnekkig dit is verweven in hun dagelijkse leven en cultuur.
Maandagochtend, tijdens de ochtendmeeting waarbij alle nationale stafleden aanwezig behoren te zijn, werd nog goed nagepraat en nagelachen over het feestje. Ik ben blij dat we dit georganiseerd hebben. Onze stafleden leveren geweldig werk hier en ik vind dat ze een feestje zo nu en dan meer dan verdienen.
Aan het einde van de meeting nam een aantal stafleden het woord om me te bedanken, aangezien met mijn naderend vertrek dit mijn laatste meeting zou zijn. De woorden worden in Nuer gesproken en dan naar het Engels vertaald door Michael, de assistent van de projectcoördinator. Na een aantal eerste bedankjes schieten plots alle stafleden in een bulderend gelach. Michael vertaalt de wens van hen voor mij: “ik zal in vrede naar huis gaan, dan zal ik een man treffen en snel trouwen…”. Goh, het zit ze blijkbaar hoog dat mijn vader nooit voldoende koeien voor me heeft ontvangen!
Ergens aan het begin van de week arriveert Riccardo, een Italiaanse chirurg die mijn taken zal overnemen. We kennen elkaar nog vanuit Sierra Leone, waar we een aantal maanden samengewerkt hebben op de operatie-afdeling met vaak nachtelijke buikoperaties en lastige keizersneden. Het is een prettig weerzien en ook nu krijgen we de kans een aantal patiënten samen te behandelen. Een oudere dame presenteert zich in de avond omdat haar zoon haar in de buik gestoken heeft met een speer; een jong meisje heeft tekenen van een acuut buikprobleem en we willen haar operatief redden (helaas blijkt ze meer dan 2 liter bloed in de buik te hebben ten gevolge van een grote bloedende tumor die we niet kunnen verwijderen.. we falen haar te redden). En uiteraard draag ik alle reeds opgenomen patiënten over.
De laatste dagen besteed ik ook tijd aan evaluaties voor de stafleden met wie ik afgelopen maanden zo prettig samengewerkt heb. Ik ben erg positief tegenover het OK-team. Geen van hen heeft een gedegen medische opleiding gevolgd; ze hebben al hun vaardigheden en kennis geleerd tijdens het werk. Maar afgelopen maanden hebben we veel ernstig zieke patiënten en ernstig verwonde slachtoffers geholpen in de operatiekamer. Dit had ik niet kunnen doen zonder hen hulp en toewijding. Zij waren altijd enthousiast om me te helpen en ik zag hen capaciteit en kennis groeien. Ook laat ik het niet na om ze te vragen dagelijks op tijd te komen (wij Nederlanders zijn zo strikt) en ik moedig ze aan om hen vaardigheden verder te verbeteren.
Zo meteen zal ik voor de laatste maal naar het ziekenhuis gaan. Tijdens de ochtendmeeting zal ik mijn expat team bedanken voor hun steun en collegialiteit. Ik zal de nationale stafleden vaarwel zeggen en hen stimuleren door te gaan met het goede werk wat ze hier doen. Ik zal een laatste ronde maken over de afdeling en zal de patiënten het beste wensen. Ik zal wat langer stilstaan bij de patiënten uit Akobo, die zo’n 3 maanden geleden bij ons binnengebracht werden na een aanval op hun dorp. Onder hen is Gatbel, een 10 jarig lachebekkie met een gebroken onderbeen; hij loopt nu rond zonder krukken en wil dokter worden. En Chol die zijn bovenbeen brak ten gevolge van een kogel. Hij heeft me meerdere malen moeilijke momenten bezorgd aangezien de breuk gecompliceerd was en geïnfecteerd raakte. Maar altijd bleef hij geduldig wachten op herstel. Inmiddels zijn de wonden gesloten en hij mobiliseert met krukken. Ik verwacht dat ze beiden met de volgende vlucht naar huis kunnen.
En dan zal ik mijn spullen pakken, het vliegtuig bestijgen en Leer verlaten. Ik zal terugkijken op een uitdagende en soms moeilijke en frustrerende tijd. Maar bovenal zal ik terugkijken op een o zo waardevolle tijd. En ik zal weten dat mijn collega’s het essentiële en uiterst relevante werk in het project in Leer zullen voortzetten om levens te redden en lijden te verminderen!