Zaterdagochtend tijdens de ochtend-overdracht bood ik aan om later op de ochtend eens samen te werken met de consultants in de polikliniek, aangezien ik verwachtte vroeg klaar te zijn met mijn werk op de chirurgische afdeling.
Het was die week angstvallig rustig gebleven in het ziekenhuis in Leer. De zondag ervoor waren weliswaar 5 slachtoffers van geweld binnengebracht die me flink bezig hadden gehouden. Een man had het leven reeds verloren bij aankomst in het ziekenhuis; een speer had de grote vaten in de hals geraakt. Ook 2 andere mannen hadden slagaderlijke bloedingen opgelopen ten gevolge van een speer. Beiden hadden veel bloed verloren en arriveerden in slechte toestand. Toediening van grote hoeveelheden infuusvloeistof en bloed, en stoppen van de bloedingen in de operatiekamer, hadden hun leven gered. De overige 2 slachtoffers met minder uitgebreide wonden aan een arm en een been hadden het ziekenhuis inmiddels verlaten. Slechts enkele andere niet ernstige patiënten werden opgenomen gedurende de week.
Maar uitspreken dat je het niet zo druk hebt is afroepen van de goden.
Tijdens het drinken van een grote kop thee met lepels suiker en babbelen met de OK-staf werd ik weggeroepen door de project coördinator.
Hij vertelde me dat er wederom een toestroom van patiënten in Nasir was, het project waar ik nog geen maand geleden bijsprong voor chirurgische zorg aan zo’n 50 slachtoffers.
Vanuit Nasir was een vloot, beladen met een enorme lading voedsel onderweg stroomafwaarts naar een gebied waar gevluchte mensen waren ten gevolge van eerder uitgebroken geweld in een andere locatie en een slechte oogst, en hierdoor een voedsel tekort is ontstaan. Een gewapende groep mannen had de vloot, die vergezelt werd door een groep soldaten, verrast en overvallen. Gevechten braken uit, schoten werden geloosd, slachtoffers vielen aan beide kanten, schepen vol voedsel zonken…
Al die zaterdagnacht arriveerden de eerste patiënten in het AZG ziekenhuis in Nasir, dat overigens nog steeds volledig bezet was door patiënten van een maand geleden. Zondagochtend vroeg arriveerde ik per vliegtuig, vergezeld door mijn nationale anesthesist James, in Nasir. We kenden inmiddels de weg dus na neerzetten van onze tas liepen we direct door naar de OK. We stelden een tweede tafel op in de kamer waar collega Sebastian al een slachtoffer opereerde, pakten onze instrumentsets uit, verzamelden de overige benodigde materialen bijeen en startten de eerste operatie.
Een dag later waren alle ruim 30 patiënten geopereerd. Schotwonden in de buik of borstholte, gapende wonden aan armen en benen. Eén patiënt, geraakt in het hoofd, was overleden; de overigen maakten het naar omstandigheden goed. Een groot deel van hen zal nog meerdere operaties behoeven in de nabije toekomst. Maar het was tijd om op adem te komen.
Echter, in de verte hoorden we geweerschoten. Vanuit de operatiekamer, vanwaar je uitzicht hebt over de rivier en de achterliggende moerassen, zagen we mensen in allerlei richtingen rennen. Nog geen 10 kilometer buiten Nasir was de dag ervoor al, mogelijk als revanche op de aanval op de voedselvloot, een dorp tot de grond toe afgebrand. En nu werd daar klaarblijkelijk gevochten… Was het nu wachten op de volgende toestroom van patiënten? Loopt het nog meer uit de hand en wanneer stopt het geweld?
Later die maandag en dinsdag arriveerden druppelsgewijs nog zo’n tiental slachtoffers, waarvan een enkele zwaargewond. Ook voor hen konden we de benodigde medische hulp bieden en gelukkig bleef een grote toestroom nieuwe slachtoffers uit.
Mijn collega’s uit Leer belden me op. Een man met een schotwond in de buik was gearriveerd. En later nog eens twee mannen, één geraakt in een been en de ander in de schouder; die kogel had waarschijnlijk het ruggenmerg doorboord want de arme man kon zijn benen niet meer voelen of bewegen.
We besloten dat ik beter terug kon keren naar Leer; het meeste werk in Nasir was immers gedaan een extra chirurg uit Europa onderweg was om Sebastian te helpen. Maar helaas, aanhoudende regen had Nasir in een grote modderpoel veranderd. We liepen rond in plastic laarzen maat 40 (ik heb kleine voeten!) en het was onmogelijk voor een vliegtuig om te landen dan wel op te stijgen.
Donderdagochtend, na sterke zonnestralen de middag ervoor, was de landingsbaan dan eindelijk ‘landable’ en konden James en ik opgepikt worden. De stoel van de copiloot was vrij en werd mij aangeboden. Een prachtig uitzicht over de uitgestrekte moerassen en zandvlaktes en rivieren volgde. We maakten een tussenstop in een ander project om een aantal behandelde patiënten af te zetten en een enorme regenbui later landden we veilig en wel in Leer.
Direct liep ik naar het ziekenhuis, ondertussen vriendelijk gegroet door de bevolking, om de toestand van de patiënten te polsen. Een van de patiënten met een gebroken been, die ik in tractie achtergelaten had (gekluisterd aan bed met een gewicht aan een pin door het onderbeen), kwam me vrolijk lachend op krukken tegemoet lopen, met de pin en de hele stellage aan zijn been. Hij had blijkbaar zelf beslist dat de tractie niet meer nodig was! Ook de overige patiënten waren in goede conditie en het deed me goed hen weer te zien.
Twee van de drie nieuwe patiënten opereerde ik die middag, ze zijn stabiel. De derde, met schotwond in de buik, hadden mijn collega’s gezien zijn situatie en mijn afwezigheid naar een ander ziekenhuis een heel eind verderop kunnen overplaatsen. Ook hij maakt het goed.
Tussen alle drukte en operaties en medische werkzaamheden door wordt er door mijn collega’s, zowel internationale als nationale, veel gesproken over onze patiënten en met name alle slachtoffers. In alle projecten zien we een toename van geweld en een toename van slachtoffers. We vinden dit niet normaal en vrezen voor de situatie in Zuid-Sudan.