Waar het hart vol van is, loopt het toetsenbord van over. Ik had het al een paar maal eerder over ondervoeding, maar ik blijf me erover opwinden. Ik denk, omdat het zo’n volledig door ons mensen veroorzaakte, relatief simpel te voorkómen, ziekte is.
Ik praat nu even niet over ‘echte’ hongersnood door oorlog, droogte of overstromingen. Ook dat is iets om je boos over te maken, want ook dat is grotendeels ‘man-made’.
We zitten momenteel in de ‘hunger-gap’: de tijd van het jaar, aan het begin van het regelseizoen, dat er al wel gezaaid wordt, maar nog niet geoogst kan worden. Men leeft op de laatste restjes van vorig jaar. De vraag is of dat genoeg is om het uit te zingen tot de volgende oogst. Zeker niet voor ieder gezin, want soms zit het tegen: minder oogst, minder inkomen, meer kinderen dan gedacht (of helemaal niet gedacht), en dan kom je nu in de problemen. Ook dat is ‘man-made’: met betere planning is dit grotendeels te voorkomen.
En dan zijn er de individuele honger gevallen. Dát zijn de gevallen waar ik het het moeilijkst mee heb.
Zo kwam ik afgelopen week op de polikliniek Arnal tegen. Hij is ‘ruim een jaar’ volgens zijn moeder, en zij is de enige die het weten kan. Een nauwkeuriger aanduiding kan ze niet geven. Hij kwam naar de polikliniek omdat hij wat diarree had en vermagerde. Hoe lang? Zo’n week of twee, dacht moeder. Ik dacht het niet: als je ruim een jaar bent, en slechts 5kg weegt, is er langer dan twee weken iets mis. Krijgt hij nog borstvoeding? Nee, natuurlijk niet! Moeder keek me verwijtend aan: ze was weer zwanger en borstvoeding is slecht voor de zwangerschap. Dat weet toch iedereen? (Domme westerse dokters weten dat niet, maar vérder weet iedereen dat.) Daarom was ze ook met de borstvoeding gestopt toen haar man vroeg of ze niet weer zwanger wilde worden. Die conceptie was gelukt: minstens 6 maanden geleden. Dus deed Arnal het al meer dan 6 maanden zonder moedermelk. Daar hier geen andere melk is, zoals bij ons in Nederland, heb je dan een probleem, als zuigeling zijnde. En dat probleem moet dus begonnen zijn toen hij ongeveer een half jaar was.
Men eet hier als gezin gezamenlijk: een pan met eten (meestal ‘la boule’ van maniok met een saus met, indien aanwezig, wat groente en vlees of vis.) in het midden, iedereen zit eromheen eet naar behoefte. Of naar vermogen. Grote mensen hebben grote handen en kunnen dus veel eten. Wat oudere kinderen hebben kleine handjes, maar hebben wel honger, en weten wat ze te doen staat: graaien wat je graaien kan.
Maar hoe eet een kindje van een half jaar? Dat kliedert en speelt. En dan is opeens alles op. Nou ja, dan speelt het kindje gewoon met de lege pot, en likt de laatste restjes op. Niet genoeg om te groeien, maar kennelijk in Arnal’s geval ook niet weinig genoeg om dood te gaan. En daar dat niet-groeien in het begin niet op valt, en je er later aan went, wordt het geaccepteerd: deze vorm van ondervoeding wordt niet als ziekte herkend!
Arme Arnal. Werkelijk, je moeder bedoelde het goed, zowel voor jou als voor je komend jongere broertje of zusje. Ze kan alleen niet tellen, zeker niet rekenen, en heeft geen idee van tijd en hygiëne, en nog minder van biologie. Je moet ijzersterk geweest zijn, omdat je er nog steeds bent. We doen nu met z’n allen ons best voor je. Maar véél kans heb je niet…
HgrJW.
Het wordt min of meer familie. Ik las eens, geen idee meer waar, de definitie: ‘Familie, dat zijn mensen die op bezoek komen, maar geen vrienden zijn.’ Dat wil zeggen, je zoekt ze niet uit. Het kúnnen best aardige mensen zijn, en zelfs vrienden worden, maar ze zijn familie voordat er een andere relatie is. Zo gaat dat ook hier: je wordt min of meer in een project geparachuteerd, en dan heb je het maar met elkaar te doen.
Zoals velen zullen weten is de Democratische Republiek Congo een vroegere kolonie van België. Met de andere expats Christine, Chris en Ya Chin besluiten we ’s avonds na een dag van hard werken een biertje te doen in een bar genaamd Petit Bruxelles (klein Brussel). Om niet in het donker over straat te hoeven gaan we met de auto naar het centrum. Het is voor mij een vreemde gewaarwording dat de chauffeur in de auto op ons blijft wachten, maar het is nodig om onze veiligheid zo goed mogelijk te garanderen. Buiten op het terras heb ik uitzicht op manneke pis… Ooit was het kleine België hier heel erg groot!
Onderweg in de Toyota jeep valt mijn oog op het bord boven de weg: Lubumbashi Ville de la Paix (stad van de vrede). Toch een warm welkom! We rijden een half uur over grotendeels geasfalteerde wegen om via een zandpad bij de basis aan te komen. Daar word ik ontvangen door Congolese collega’s die mij rondleiden.
Na onze prachttocht met akelige avonturen ben ik een poosje in Bangui, gebleven, maar het was de bedoeling om na die reis niet terug te keren naar Gordil, maar om naar Maitikoulou te gaan, om de dokter die daar in haar eentje werkt bij te staan, en ik daar had werkelijk reuze zin in: alleen al om medische redenen is het daar een enorme uitdaging. Daarnaast: dát is het échte MSF! Ik ben nu alweer bijna drie weken in Maitikoulou.
Overweldigend is het enige woord dat ik ervoor heb om het te beschrijven. Je weet dat van de slaapziektepatiënten zonder hun behandeling zeker 100% zal overlijden, en van de ondervoede kindjes waarschijnlijk zeer velen. Het zijn beide zeer moeizame behandelingen, en de omstandigheden waaronder die hier plaats hebben zijn grotendeels erbarmelijk: overvolle tenten. Toen dit startte had niemand verwacht dat we er nu, in het begin van de regentijd, nog zouden zijn. Dus was de waterdichtheid van de tenten toen niet belangrijk. Nu wel, en ze zijn lek als een mandje! Dus wordt er met man en macht (letterlijk) gewerkt aan noodoplossingen. Maar de situatie blijft voor mijn Europese ogen erbarmelijk.