jun 29
Jan Willem Geschreven door Jan WillemVanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR)

Ondervoeding

Waar het hart vol van is, loopt het toetsenbord van over. Ik had het al een paar maal eerder over ondervoeding, maar ik blijf me erover opwinden. Ik denk, omdat het zo’n volledig door ons mensen veroorzaakte, relatief simpel te voorkómen, ziekte is.

Ik praat nu even niet over ‘echte’ hongersnood door oorlog, droogte of overstromingen. Ook dat is iets om je boos over te maken, want ook dat is grotendeels ‘man-made’.

We zitten momenteel in de ‘hunger-gap’: de tijd van het jaar, aan het begin van het regelseizoen, dat er al wel gezaaid wordt, maar nog niet geoogst kan worden. Men leeft op de laatste restjes van vorig jaar. De vraag is of dat genoeg is om het uit te zingen tot de volgende oogst. Zeker niet voor ieder gezin, want soms zit het tegen: minder oogst, minder inkomen, meer kinderen dan gedacht (of helemaal niet gedacht), en dan kom je nu in de problemen. Ook dat is ‘man-made’: met betere planning is dit grotendeels te voorkomen.

En dan zijn er de individuele honger gevallen. Dát zijn de gevallen waar ik het het moeilijkst mee heb.

Zo kwam ik afgelopen week op de polikliniek Arnal tegen. Hij is ‘ruim een jaar’ volgens zijn moeder, en zij is de enige die het weten kan. Een nauwkeuriger aanduiding kan ze niet geven. Hij kwam naar de polikliniek omdat hij wat diarree had en vermagerde. Hoe lang? Zo’n week of twee, dacht moeder. Ik dacht het niet: als je ruim een jaar bent, en slechts 5kg weegt, is er langer dan twee weken iets mis. Krijgt hij nog borstvoeding? Nee, natuurlijk niet! Moeder keek me verwijtend aan: ze was weer zwanger en borstvoeding is slecht voor de zwangerschap. Dat weet toch iedereen? (Domme westerse dokters weten dat niet, maar vérder weet iedereen dat.) Daarom was ze ook met de borstvoeding gestopt toen haar man vroeg of ze niet weer zwanger wilde worden. Die conceptie was gelukt: minstens 6 maanden geleden. Dus deed Arnal het al meer dan 6 maanden zonder moedermelk. Daar hier geen andere melk is, zoals bij ons in Nederland, heb je dan een probleem, als zuigeling zijnde. En dat probleem moet dus begonnen zijn toen hij ongeveer een half jaar was.

Men eet hier als gezin gezamenlijk: een pan met eten (meestal ‘la boule’ van maniok met een saus met, indien aanwezig, wat groente en vlees of vis.) in het midden, iedereen zit eromheen eet naar behoefte. Of naar vermogen. Grote mensen hebben grote handen en kunnen dus veel eten. Wat oudere kinderen hebben kleine handjes, maar hebben wel honger, en weten wat ze te doen staat: graaien wat je graaien kan.

Maar hoe eet een kindje van een half jaar? Dat kliedert en speelt. En dan is opeens alles op. Nou ja, dan speelt het kindje gewoon met de lege pot, en likt de laatste restjes op. Niet genoeg om te groeien, maar kennelijk in Arnal’s geval ook niet weinig genoeg om dood te gaan. En daar dat niet-groeien in het begin niet op valt, en je er later aan went, wordt het geaccepteerd: deze vorm van ondervoeding wordt niet als ziekte herkend!

Arme Arnal. Werkelijk, je moeder bedoelde het goed, zowel voor jou als voor je komend jongere broertje of zusje. Ze kan alleen niet tellen, zeker niet rekenen, en heeft geen idee van tijd en hygiëne, en nog minder van biologie. Je moet ijzersterk geweest zijn, omdat je er nog steeds bent. We doen nu met z’n allen ons best voor je. Maar véél kans heb je niet…

HgrJW.

jun 29
Arend Geschreven door ArendVanuit DR Congo

Werkritme

Deze week wordt ik door Christine en de Congolese collega’s  -ook wel lokale staf genoemd-  bekend gemaakt met het logistieke programma en de dagelijkse werkzaamheden. Inmiddels ken ik de meeste teamleden bij naam en ik merk dat ze dit erg waarderen. Ik maak vaak regelmatig een praatje met een van de bewakers, chauffeurs en andere leden van de nationale staf. Werken bij Artsen zonder Grenzen is bovenal zorgen dat we de mensen van medische zorg voorzien, maar het is juist ook belangrijk om een goed contact met de lokale bevolking te houden. De lokale staf biedt daarvoor de beste gelegenheid. Ze leren me Swahilli en vertellen over hun leven naast het werk. Veel van hen studeren naast hun werk of hebben een gezin. 

jun 28
Jan Willem Geschreven door Jan WillemVanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR)

Gemeenschap van goederen

Langzaam maar zeker verander ik een beetje, merk ik. Dat komt door de manier van leven als expats hier: een klein groepje dat in vreemde omgeving emotionele dingen beleeft, erg dicht op elkaar, met geen tot bijna geen privacy. Doordat je min of meer samen slaapt (hier in Markounda samen buiten op de veranda), eet, de douche en latrines deelt, en alle verhalen alleen aan elkaar kwijt kan. Ik beschreef het al eerder vanuit Gordil (20 februari): je wordt erg close in deze setting.

Buiten slapen in MarkoundaHet wordt min of meer familie. Ik las eens, geen idee meer waar, de definitie: ‘Familie, dat zijn mensen die op bezoek komen, maar geen vrienden zijn.’ Dat wil zeggen, je zoekt ze niet uit. Het kúnnen best aardige mensen zijn, en zelfs vrienden worden, maar ze zijn familie voordat er een andere relatie is. Zo gaat dat ook hier: je wordt min of meer in een project geparachuteerd, en dan heb je het maar met elkaar te doen.

Ik merk mijn verandering aan kleinigheden. Ik was er thuis aan gewend mijn eigen kleren te hebben, en die niet met anderen te delen. Toen ik in Berlijn mijn eerste twee MSF-T-shirts kreeg was ik best wel trots op ze. Maar ik raakte eerst de ene, en daarna de andere kwijt: ze worden gewassen samen met alle anderen, en eindigen op een grote stapel. En iedereen zoekt daar bij tijd en wijle het zijne uit. Maar aangezien het allemaal witte t-shirtjes met min of meer dezelfde opdruk zijn, heb je al snel een ‘verkeerde’. Inmiddels heb ik me daarbij neergelegd, zoek uit de stapel naar behoefte een shirt met korte of lange mouwen, liefst niet al te klein, en vraag me niet eens meer af wiens shirtje ik aan heb. We leven in gemeenschap van t-shirts.

Het gaat echter verder: ik kwam hier aan met een naar mijn gevoel voldoende aantal onderbroeken. Ook die moeten in de was af en toe. Maar dát zijn geen standaard wit met rood MSF-embleem broekjes, dus het zou mogelijk moeten zijn daarvan je eigen exemplaren terug te vinden. Helaas: geleidelijk aan raakte ik steeds meer van ‘mijn’ broekjes kwijt, tot ik er begin deze week nog maar één over had: degene die ik aan had. Ik zocht twee dagen in de stapel schone was zonder resultaat. En geheel tegen mijn gewoonte in, nóg een dag. En toen vroeg ik Tobi, de andere mannelijke expat hier in Markounda, beschroomd of ik mogelijk één van zijn onderbroeken mocht gaan gebruiken. Er waren maandag twee mensen vanuit Markounda naar Bangui vertrokken, zeer waarschijnlijk had één daarvan, ongetwijfeld per ongeluk, mijn één na laatste onderbroek meegenomen. Tobi had geen probleem, dus leven nu ook in gemeenschap van onderbroeken. En voor mijn gevoel gaat dat toch wel ver.

Maar het gaat nóg verder: zoals ik op een gegeven moment in Gordil mijn tube tandpasta kwijt was, zo miste Tobi gisteren de zijne. Die kan niet weg zijn natuurlijk. Ik vond later de mijne weer terug onder in mijn tas. Maar sinds gisteren leven we nu ook al in gemeenschap van tandpasta! En dat is toch wel héél intiem, vind ik.

Gelukkig heb ik het tot nu toe steeds goed met mijn MSF-familie getroffen. 

HgrJW.

jun 28
Arend Geschreven door ArendVanuit DR Congo

De markt

Samen met mijn huisgenoten Chris en Ya Chin bezoeken we vanochtend de lokale Kabilla Markt om inkopen te doen voor de barbecue  die we ’s avonds willen  houden.  De markt is in het centrum en we gaan er met een jeep naartoe. Het is maar goed dat we in een grote wagen zitten, want het verkeer hier is levensgevaarlijk. De wegen zijn voornamelijk zandpaden met veel kuilen en waar de weg is geasfalteerd door Chinese bedrijven rijden de mensen onverantwoord hard. In- en uitparkeren gebeurt zonder dat er in de spiegel wordt gekeken en ik vraag mij serieus af of ook maar een van de vele taxirijders een rijexamen heeft afgelegd. Daar komt nog bij dat de meeste auto’s hier worden geïmporteerd uit Zambia (voormalige Britse kolonie) waar men aan de linkerkant van de weg rijdt. Het gevolg is dat mensen uit busjes met soms tot wel 20 personen erin aan de straatzijde uitstappen. Niet heel erg veilig.
De markt zelf is op zondag relatief rustig. Op een groot overdekt terrein zijn betonnen kraampjes gemaakt waardoor er redelijk begaanbare gangpaden zijn. Mensen verkopen groente en fruit naast elkaar en wanneer we spinazie willen kopen bij een meisje  geeft ze aan dat we dat maar bij de buurvrouw moeten doen… zij is zelf druk aan het eten.
Natuurlijk is er ook vlees en vis te koop en als je trek hebt in lokale kip kun je die , nog bij leven en welzijn,uitzoeken. De kip die wij aanschaffen is geïmporteerd uit Zuid-Amerika. In elk geval tokt het niet meer…
Ik ben nog op zoek naar een rugzak en Chris adviseert me om een tweedehands te nemen. Het blijkt dat de kwaliteit van tweedehands goederen in het algemeen beter is omdat het vooral door buitenlanders uit Europa is meegenomen. De grijze Eastpack kost mij 4.000 Franc, wat neerkomt op ongeveer 6 $. Natuurlijk nog een dollar weten af te dingen.

jun 27
Arend Geschreven door ArendVanuit DR Congo

Atanaz

De vele namen en gezichten van het team aan wie ik ben voorgesteld dazen me soms voor de ogen. Het valt niet mee iedereen uit elkaar te houden, maar ik probeer zoveel mogelijk de namen te onthouden. Toen ik onze kok Atanaz vanochtend vroeg groette kon hij blijkbaar niet geloven dat ik na drie dagen eindelijk zijn naam wist… Hij vroeg me om het te herhalen.
Zaterdag is een halve rustdag. We gaan wel aan het werk, maar beginnen niet om acht uur zoals op doordeweekse dagen. Het uitslapen heeft me goed gedaan en ik kom tegen 10 uur heerlijk ontspannen op kantoor.   Begin van de middag met Christine bij Action Contre la Faim (ACF) langs geweest, een andere hulporganisatie die zijn kantoor in Lubumbashi verlaat. We bekijken een aantal van de spullen om te zien of we ze kunnen gebruiken. Wel goed opletten, want als we een projector proberen blijkt deze niet te werken.  Gelukkig lijkt een generator wel in goede staat. Maandag maar door onze technische medewerkers laten controleren.

jun 26
Arend Geschreven door ArendVanuit DR Congo

Klein Brussel

Vandaag loop ik de hele dag mee met Christine die me een beeld geeft van wat me te wachten staat. Ik zal de meeste tijd op kantoor doorbrengen met het verwerken van orders uit de projecten. Daar is het allemaal om te doen… zorgen dat de artsen en verpleegkundigen in de projecten hun spullen krijgen zodat we de lokale bevolking kunnen helpen.
Bar Petit BruxellesZoals velen zullen weten is de Democratische Republiek Congo een vroegere kolonie van België.  Met de andere expats Christine, Chris en Ya Chin besluiten we ’s avonds na een dag van hard werken een biertje te doen in een bar genaamd Petit Bruxelles (klein Brussel).  Om niet in het donker over straat te hoeven gaan we met de auto naar het centrum. Het is voor mij een vreemde gewaarwording dat de chauffeur in de auto op ons blijft wachten, maar het is nodig om onze veiligheid zo goed mogelijk te garanderen.  Buiten op het terras heb ik uitzicht op manneke pis… Ooit was het kleine België hier heel erg groot!

jun 25
Arend Geschreven door ArendVanuit DR Congo

Het startschot

Het is erg lastig om transport en opslag van medicijnen zo te plannen dat ze op tijd komen bij de projecten om de lokale bevolking te helpen. Ten eerste heb je te maken met een wisselende  afname doordat epidemieën zich lastig laten voorspellen. Ten tweede wil je ervoor zorgen dat we in elk geval niet tekort komen en mensen niet van medicijnen kunnen voorzien. Tot slot moeten sommige vaccins van productie tot afname op een bepaalde temperatuur gehouden worden. Door de lange keten is dit niet altijd haalbaar en worden ze of te warm of te koud, waardoor de vaccins niet meer te gebruiken zijn.
Om te voorkomen dat de bevolking slechte medicijnen ontvangt moeten ze vernietigd worden. Dit gaat in Dr Congo anders dan Artsen zonder Grenzen graag zou zien. Normaal gesproken zouden we een diepe kuil graven, beton storten, het waterdicht maken, de medicijnen op hoge temperatuur verbranden en daarna de kuil afdichten, zodat mensen er niet per ongeluk mee in aanraking komen. Hier eist het Ministerie van Volksgezondheid dat ze verbrand worden in een afgelegen ongebruikte mijnschacht. Niet heel veilig en zeker niet milieuvriendelijk, maar we hebben geen andere keus dan aan de eisen van het ministerie te voldoen. Misschien een schrale troost dat het om een lading van een flink aantal maanden uit alle projecten gaat en dat die samen met de medicijnen van andere organisaties tegelijkertijd vernietigd wordt.
We laden de wagens ’s ochtends vroeg en hebben met de lokale inspecteur van het ministerie van Volksgezondheid afgesproken om naar de plaats te gaan waar de spullen vernietigd worden. Al snel blijkt dat we politiebegeleiding nodig hebben en nadat we twee uur hebben gewacht besluiten we terug te keren naar de basis om het in de loop van de middag opnieuw te proberen. Tijdens de rit over zandwegen vol gaten komen we langs een aantal boerderijen. Links en rechts van de weg staat de berm in de brand om het onkruid te verbranden en zo plaats te maken voor nuttige gewassen. Nadat we de goederen hebben uitgeladen in de oude mijn gaat de brand erin. Een enorme explosie klinkt… het starschot voor mijn missie als Logistiek medewerker in Lubumbashi.

jun 24
Arend Geschreven door ArendVanuit DR Congo

Lubumbashi ville de la paix

Na een lange dag reizen vanuit Amsterdam via Nairobi kom ik rond 9.00u ’s ochtends aan in Lubumbashi. Daar word ik welkom geheten door Gillain van Artsen zonder Grenzen die mij door de douane loodst. Eenmaal in de bagagehal kom ik erachter dat de bagageband niet echt gebruikt wordt, maar dat iedereen door een raam naar de luchthavenmedewerkers schreeuwt om zijn bagage door een klein luik toegeschoven te krijgen. Gillain blijkt erg ervaren en heeft de nodige kennissen bij de bagageafhandeling, dus we verlaten binnen een half uur de luchthaven.
De basis van Artsen zonder Grenzen in LubumbashiOnderweg in de Toyota jeep valt mijn oog op het bord boven de weg: Lubumbashi Ville de la Paix (stad van de vrede). Toch een warm welkom! We rijden een half uur over grotendeels geasfalteerde wegen om via een zandpad bij de basis aan te komen. Daar word ik ontvangen door Congolese collega’s die mij rondleiden.
Later op de middag ontmoet ik mijn mede-expats;  Elodie uit Frankrijk en mijn voorganger Christine uit Kenia. Elodie geeft mij de veiligheidsinstructies en ik krijg meteen uitleg over hoe de radio’s en walkietalkies werken van Nono, onze radio operator, zodat ik veilig over straat kan met een walkietalkie op zak. Ook al is het slechts 200m lopen van de basis naar mijn toekomstige appartement… Ik moet me melden als ik wegga en als ik ben aangekomen. Veiligheid boven alles. Lubumbashi… ville de la paix.

jun 22
Jan Willem Geschreven door Jan WillemVanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR)

Statistiek

Het heeft mijn liefde niet. In tegendeel. Maar ik besef het belang ervan. Het principe is simpel: als je niemand vertelt wat je doet zal niemand weten wat je gedaan hebt, en dus zal niemand weten wat je nodig hebt om door te gaan met wat je doet, en dus zal je de noodzakelijke middelen niet krijgen en dus zal je moeten stoppen met wat je doet. Hóe belangrijk dat ook mag zijn.

En hoe vertel je mensen in de buitenwereld wat je doet? Door te tellen, en die cijfertjes op te schrijven. Buitengewoon simpel. Een voorbeeld: afgelopen vrijdag: aantal patiënten gezien op polikliniek: 67, opgenomen in de kliniek: 6, ontslagen: 5. En dat niet alleen voor vrijdag, maar voor de hele week (iets uitgebreider, geef ik toe: aantal verschillende diagnoses en leeftijd erbij), en dat voor alles wat je doet: ook voor de moeder-en-kindzorg, en consultatiebureau-achtige acitiviteiten inclusief vaccinaties, en al die andere dingen die gedaan worden.

Hoe dieper je erin duikt, hoe leuker het wordt, want dan krijg je de individuele gevallen weer voor de geest. Ik vind het veel leuker klinken als ik vertel: vrijdag waren er op de polikliniek 67 patiënten, daarvan waren er 41 jonger dan 5 jaar (onze doelgroep.) We vonden 31 patiënten met malaria (waarvan 24 jonger dan 5.) Van die 31hadden er 27 buikpijn, en daarvan 20 ook diarree. Maar ook hoestten er 6, en ze klaagden bijna allemaal over pijn overal. Daarnaast waren er nog 14 patiënten gewoon verkouden, hadden er 10 spierpijn (het landbouwseizoen is begonnen nu het regent: zwaar lichamelijk werk!), en 6 mensen kwamen wegens kiespijn. We vonden 2 kinderen ernstig ondervoed (1 met en 1 zonder malaria), en er was er nog één met een longontsteking. Die drie namen we op in onze kliniek, en daarnaast waren er van de andere malaria-kindjes ook nog drie die zó heftig braakten dat ze hun pillen niet konden binnenhouden en dus injecties moesten krijgen, en ook anderszins bewaking nodig hadden omdat ze dreigden uit te drogen, dus we hadden 6 opnames, allemaal jonger dan 5. De andere 61 kregen medicijnen en werden dus poliklinisch behandeld. Voorts werden er ook patiënten ontslagen uit de kliniek: een volwassen man na uitdroging door diarree, een moeder met kind na bevalling zonder probleem donderdagmorgen, en een ondervoed kindje was ver genoeg aangesterkt om verder poliklinisch gevolgd en (met Plumpynut) begeleid te worden. En jongetje van anderhalf ging genezend naar huis na een longontsteking, en ook nog een meisje van 8 met een ontstoken wond na een hondenbeet, die nu weer veel beter ging. De laatste twee met pillen mee om thuis de kuur af te maken. (Zouden ze dat doen? Je weet het nooit…)

De opsomming in het eerste voorbeeld is lang zo leuk niet. Maar wel statistiek.

Ik ben veel liever met een direct patiëntencontact bezig ben op de polikliniek of in de kliniek, dan dat ik eindeloos cijfertjes zit te breien. Bij mij lukt het nooit de eerste keer het aantal positieve malariatesten gelijk te krijgen aan het aantal gediagnosticeerde malariagevallen, om maar eens iets te noemen: ik kan niet (op)tellen.

Maar ik heb vandaag mijn statistiek-dag: de cijfertjes over afgelopen week worden in de computer gestopt. En daarna moet ik er een rapportje over maken, en dat opsturen.

Ik eet me vandaag door de wekelijkse cijfertjesrijstebrijberg. Geen smakelijk eten.

HgrJW. 

jun 15
Addy Geschreven door AddyVanuit Zuid-Sudan

Beestenboel

Het is bijna een maand geleden dat ik in Nasir, een ander project in Zuid-Sudan was, ter ondersteuning van het team daar. Gedurende 4 dagen hebben de OK-medewerkers van Artsen zonder Grenzen in Nasir, het noodteam van het internationale rode kruis, het hoofd van de operatie-afdeling van mijn project en ik alle 54 slachtoffers geopereerd. Mijn collega uit Nasir berichtte me gister dat de patiënten het goed maken; een groot aantal slachtoffers is inmiddels teruggekeerd naar huis; een ander deel van de patiënten verblijft nog in het ziekenhuis voor behandeling van veelal lelijke botbreuken.

Bij terugkomst in mijn project bleek dat ook hier in Leer het geweld door gaat. Nog diezelfde dag opereerde ik een jongeman die met een speer in zijn buik gestoken was. We vonden ruim 5 gaten in de darmen. Alle gaten werden netjes gesloten en zo’n 10 dagen later werd de man ontslagen uit het ziekenhuis in goede conditie. En in de weken die volgden zagen we steek- en schotwonden in alle soorten en maten. Van diepe penetrerende wonden door de borst met klaplong als gevolg tot slagaderlijke bloedingen van grote vaten tot schotwonden in de buik. En steeds weer vragen we ons af waarom de mensen dit elkaar aandoen. Soms is de uitleg dat er sprake is van een al jarenlang conflict tussen twee verschillende clans, dan weer is een groep veehoeders aangevallen door een vijandige groep en het kan ook een uit de hand gelopen akkefietje over een meisje betreffen. Koeien zijn hier vergelijkbaar met een goed gespekte bankrekening in Nederland; koeien geven je aanzien, je bent zeker van voedsel en je kunt er een vrouw voor je zoon van kopen. En veel groepen hier claimen dat god hen tot rechtmatig eigenaar van de koeien heeft benoemd.

Afgelopen weken heeft het een aantal malen flink hard geregend en dat heeft de omgeving totaal doen veranderen. De omliggende zandvelden, waarvan ik dacht dat het woestijn was, zijn veranderd in moerassen. Het water trekt insecten in alle soorten en maten aan. Eén avond werd onze compound overmand door een wolk insecten; in het duister observeerden we hoe de beestjes paarden, ze hun vleugels verloren en daarna stierven. Vervolgens snoepten de kikkers die nacht, onder luid gekwaak, van de insecten in het moeras. En bij het ochtendgloren arriveerden enorme roofvogels voor hun vreetpartij… Het is werkelijk alsof we in een dierentuin wonen en dagelijks geniet ik van de korte wandeling naar het ziekenhuis.

Ook slangen en schorpioenen worden aangetrokken door het water. Zaterdagavond in de lokale ‘kroeg’ was er opschudding over een slang die tussen de tafels doorsloop en een aantal collega’s heb ik al een gil horen slaken vanwege zo’n glibberig beest in de compound. En zowat dagelijks komen er patiënten binnen met een pijnlijke schorpioenbeet of een opgezwollen arm of been dankzij slangengif, al dan niet leidend tot necrose van vingers, tenen of hele armen.

Muggen verdubbelen zich onder de weersomstandigheden zeer snel. Na mijn avonddouche gebruik ik minstens een flesje muggenspray en ik slik braaf pillen ter voorkoming van malaria. Helaas maken de muggen veel slachtoffers onder de meest kwetsbare groepen, zoals zwangere vrouwen en jonge kinderen. De kinderafdeling ligt vol.

Zondag is onze ‘vrije’ dag, hoewel er altijd wel noodgevallen zijn die ons naar het ziekenhuis brengen. Mijn teamgenoten en ik proberen dan altijd een gezamenlijke maaltijd te hebben ’s avonds met culinaire input van iedereen die tijd en inspiratie heeft. Afgelopen zondag stond geit-van-de-barbeque op het menu. Die dag kon ik niet lang uitslapen, dankzij het geblaat van het arme dier en mijn besef van het menu van de dag.

Dan is er nog het probleem van loslopende honden rondom het ziekenhuis. Het lijken er steeds meer te worden en ze zorgen voor behoorlijk wat overlast ten aanzien van hygiëne en veiligheid voor de patiënten. Vorige week werd een nest jonge hondjes gevonden; niemand die ze wil hebben en geen idee waar we ze heen konden brengen. Maar we kwamen te weten dat er een organisatie in het dorp gevestigd is ‘Dierenartsen-zonder-Grenzen’! Ik besef nu dat ook zij voldoende werk te doen hebben in Zuid-Sudan!

jun 12
Jan Willem Geschreven door Jan WillemVanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR)

Malaria in Maitikoulou

Na onze prachttocht met akelige avonturen ben ik een poosje in Bangui, gebleven, maar het was de bedoeling om na die reis niet terug te keren naar Gordil, maar om naar Maitikoulou te gaan, om de dokter die daar in haar eentje werkt bij te staan, en ik daar had werkelijk reuze zin in: alleen al om medische redenen is het daar een enorme uitdaging. Daarnaast: dát is het échte MSF! Ik ben nu alweer bijna drie weken in Maitikoulou.

 Het project in Maitikoulou startte als ‘HAT-camp’. HAT = Human African Trypanosomiasis = slaapziekte. Het is een besmetting met een door de tse-tse vlieg overgebrachte parasiet waar je na kortere of langere tijd aan dood gaat. Al geruime tijd ‘runt’ MSF een ziekenhuis in Markounda, en daar kwamen zó regelmatig patiënten met slaapziekte uit een wat verder naar het oosten gelegen streek, dat men daar een kijkje ging nemen toen de veiligheidssituatie dat toe ging laten. Dat was in december. En toen werd besloten daar, in Maitikoulou, een tijdelijk bij-project te doen, om de aanwezige slaapziektepatiënten te behandelen. En op grond van wat men gezien en gehoord had, schatte men toen dat dat een klus van een maand of twee zou zijn. Ze zijn begin januari hier gestart.  Sindsdien is het project voortdurend uit zijn voegen blijven barsten. Toen de mensen door kregen dat er werkelijk behandeld werd, durfden er steeds meer uit hun schuilplaats in de brousse tevoorschijn komen, en meldden zich steeds meer mensen aan voor behandeling. Niet alleen slaapziekte, maar ook ‘gewone’ gezondheidsproblemen: malaria, huidinfecties, malaria, luchtweginfecties, malaria, diarree, malaria, en opvallend veel ondervoeding, en daarnaast natuurlijk ook nog malaria. Voortdurend werden er meer patiënten opgenomen dan er plaats was. Toen ik kwam waren er 75 patiënten en was er plaats voor 50. Ongeveer de helft ondervoede kindjes.  Dit was geheel in tegenstelling tot wat ik in Gordil en ook in Birao meemaakte. Overweldigend is het enige woord dat ik ervoor heb om het te beschrijven. Je weet dat van de slaapziektepatiënten zonder hun behandeling zeker 100% zal overlijden, en van de ondervoede kindjes waarschijnlijk zeer velen. Het zijn beide zeer moeizame behandelingen, en de omstandigheden waaronder die hier plaats hebben zijn grotendeels erbarmelijk: overvolle tenten. Toen dit startte had niemand verwacht dat we er nu, in het begin van de regentijd, nog zouden zijn. Dus was de waterdichtheid van de tenten toen niet belangrijk. Nu wel, en ze zijn lek als een mandje! Dus wordt er met man en macht (letterlijk) gewerkt aan noodoplossingen. Maar de situatie blijft voor mijn Europese ogen erbarmelijk.  Hoewel ik dus met groot enthousiasme hierheen kwam overviel me na een paar dagen een soort wanhopigheid en het gevoel het allemaal niet meer aan te kunnen, dat ik weliswaar passend vond voor deze omgeving, maar niet van mezelf ken. Allerlei andere dingen zijn hier ook wat primitiever: de vrachtauto die niet alleen een volgende tent voor patiënten, brandstof voor de koelkasten (erg belangrijk: vaccins!), andere bouwmaterialen, maar ook eten voor ons zou brengen raakte eerst kapot, en vervolgens vast in de modder. We hadden een poosje wat weinig te eten, dus verbaasde ik me ook al niet over een gek bibbergevoel in mijn benen; ik herkende dat van de periode dat ik ernstig aan het vermageren was.  Gisteren voelde ik me nóg krakkemikkiger dan gewoonlijk, en was ik tussen de middag even gaan liggen. De dokter die hier vóór mijn komst als enige arts was, trof me zo aan, zei dat ik koorts had, en beval me mijn temperatuur te meten, hetgeen ik protesterend deed. Ze had gelijk: koorts! Malariatest gedaan: positief! Pillen en in bed blijven.  Ik was vooral vreselijk en onredelijk kwaad. Ik kom hier om te werken en niet om in bed te liggen! Bovendien slik ik al maanden erg trouw mijn anti-malaria-pillen, slaap stug onder een klamboe, ben als enige zo gek om ’s avonds sokken en een t-shirt met lange mouwen aan te doen, en bespuit me uitgebreid met anti-muggenspul, geheel conform de richtlijnen. Maar mijn collega en mijn lijf lieten me niet veel keus.  ‘t Zijn wonderpillen! Vannacht voor het eerst niet van die gekke dromen, en vanmorgen voor het eerst niet dat wanhoop-gevoel. Heerlijk! En ik ben weer een ervaring rijker.  HgrJW.

jun 10
Jan Willem Geschreven door Jan WillemVanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR)

Toeristische route 2

Hebt U zich ooit afgevraagd hoe het zou voelen als er op je geschoten wordt? Ik vraag me dat al erg lang af, met name als ik politie-films op de TV zie. Je ziet dan mensen net doen of het gewoon is als ze op je schieten, en daarna gewoon verder gaan met waar ze mee bezig waren. ‘Kan dat in het echt?’ vroeg ik me af.

Wel, ik verkeer nu in de positie dat ik erover kan meepraten. En om de spanning er maar meteen uit te halen: ik weet het nog steeds niet. Je merkt er namelijk niets van, althans zolang ze je niet raken. En dat hebben ze gelukkig niet gedaan.

Ik schreef over onze prachtige tocht, van noord naar zuid, dwars door de CAR. Het was vermoeiend, maar prachtig. Dat blijf ik vinden. Maar helemaal in het begin gebeurden er onaangenaamheden die je niet wilt meemaken.

Wat niemand wist toen we vertrokken, was dat er niet ‘een paar’ maar duizenden koeien van nomaden in het natuurpark nabij Gordil liepen. Die koeien worden bewaakt, en die bewakers hadden al eerder problemen met de kampwachten, want er mogen geen koeien in het park grazen: dat is voor antilopen, olifanten en leeuwen. Het park wordt bewaakt door Ecofac, een door de Europese Unie gesteunde organisatie. Kennelijk wist ook Ecofac niet dat er zó veel koeien met hun bewakers in het park waren. We hadden ze namelijk gevraagd of het veilig genoeg was, zoals allerlei andere instanties, zowel van officiële regeringszijde als van rebellenbewegingen op de hoogte waren van onze tocht, en allen hadden gezegd geen bezwaar te hebben, en geen problemen te verwachten.

Toen we nog maar vrij kort door het bos reden, werden we gestopt doordat we schoten hoorden. Wij hadden onze veilgheidsvoorschriften goed in het hoofd geprent, en wisten wat we moesten doen: meteen stoppen, chauffeur handen op het stuur houden en bijrijder handen op het dashboard, geen plotse bewegingen maken en niet opzichtig naar buiten kijken. De chauffeur van de eerste auto, Saleh, spreekt Arabisch, en kon uitleggen wie we waren en wat  kwamen doen. Oh, MSF. Geen probleem, rijdt U maar verder. Dus dat deden we.

Echter, toen de eerste auto een hoek om kwam hebben ze niet eerst eens even gekeken wie daar in zat, maar meteen geschoten. Gelukkig miste de schutter zowel de chauffeur als de voorband van de eerste auto, waar hij, gezien de twee kogelgaten, duidelijk op mikte. En even gelukkig reageerde Saleh, heel adequaat, bleef eerst zitten, en toen hem gesommeerd werd uit te stappen, stak hij zijn handen hoog in de lucht, en riep in het Arabisch dat wij geen Ecofac waren, maar MSF. Dat viel mee. Of we soms sigaretten hadden. Ze kregen twee pakjes. Ze wensten ons goede reis verder, en dat was het dan.

Als je in de tweede auto zit, hoor je alleen de schoten, maar ik wist niet wat er echt gebeurde. Ik dacht dat dit hun manier was om om sigaretten te vragen, want we konden Saleh die pakjes naar het struikgewas zien gooien.

We werden nog eens gestopt, weer door het geluid van schoten. Deze meneer had hoofd- en buikpijn en vroeg om medicijnen. Zo had ik ook nog wat te doen. Maar echt rustig zit je niet naar pillen te zoeken in de EHBO-koffer als er een geweer op je gericht is, kan ik U zeggen. En pas bij die gelegenheid, toen we de EHBO-koffer weer aan het opbergen waren, werden mij het kogelgaten in de voorruit van de eerste auto gewezen, en toen schrok ik dus pas echt.

Ik ben die schrik nog (lang) niet te boven. Die komt nu pas eigenlijk. Want in het begin voel je helemaal niets, of hooguit verbazing. Wat merkwaardig dat je in zo’n situatie gewoon blijft doorfunctioneren. Ik begrijp het nog steeds niet.

HgrJW.

jun 2
Maartje Geschreven door MaartjeVanuit DR Congo

Terug naar de Hollandse kust

De laatste weken in Congo zijn omgevlogen.
Nog zoveel te doen, nog zoveel te regelen.
En met de constant veranderende omstandigheden is het werk nooit af.

De Congolezen houden van officiële toespraken.
Elke laatste vergadering, elke bijeenkomst wordt aangekleed met een afscheidstoespraak.
Het is erg lief maar maakt het weggaan er voor mij niet makkelijker op.

Mijn laatste bijeenkomst met mijn verpleegkundigen. Ik wil er iets speciaals van maken en heb een grote bananencake gebakken. Zoals altijd begin ik de vergadering met een half uurtje ‘Engelse les’. Mijn Congolese collega’s willen heel graag Engels leren. Daarom heb ik de maandag omgedoopt tot ‘English day’ en probeer ik elke maandag zo goed als ik kan de Engelse leraar uit te hangen. Vandaag heb ik mijn computer meegenomen. Ik wil een songtekst gebruiken voor mijn les. Zo schalt deze laatste maandag “Let love rule” van Lenny Kravitz door de ziekenhuisgangen. Voor mij een mooie wens voor Congo.

Het afscheidsfeest van mij en mijn collega (die met mij vertrekt) is fantastisch. Na de- natuurlijk- onmisbare en uitgebreide toespraken eten, drinken en dansen we samen op de Congo-beats. Ik moet me drie keer verkleden om alle prachtige outfits die ik krijg recht te doen.

Dit was het dan. Ik ben heel erg verdrietig om weg te gaan, om mijn collega’s en vrienden achter te laten. Om te vertrekken uit een land waar de situatie voor de bevolking nog net zo slecht, uitzichtloos en verdrietig is als de dag dat ik hier aankwam. Maar het is tijd. Ik ben erg moe en heb niet meer de energie zoals in het begin.

‘s Morgens vroeg staat het lokale team klaar om ons gedag te wuiven. Dit zijn de echte helden. Deze ‘national staff’ die dag in dag uit, jaar in jaar uit, klaarstaat om de bevolking te ondersteunen. Ik ga weer terug, om uit te rusten en me te baden in Hollandse luxe en liefde. Maar zij gaan door, met een ongekende toewijding, keer op keer.
Zij zijn onmisbaar.