mei 15
Maartje Geschreven door MaartjeVanuit DR Congo

Duizenden mensen op een berg

Het is woensdagochtend, zes uur. De zon is nog niet helemaal op en geeft een roze-paarse gloed aan de hemel. Ik ben vandaag extra vroeg opgestaan om met de mobiele kliniek te vertrekken naar Mbati. Mbati is een plaatsje op drie uur afstand rijden, waar we nog niet eerder geweest zijn.

We hebben gehoord dat een groot deel van de bevolking die zich bevond op de plaatsen die we al maanden niet meer kunnen bereiken is gevlucht naar Mbati. Omdat mijn collega het te druk heeft, vertrek ik vandaag met het team.

Gillen
We rijden met twee auto’s door de Congolese bergen en jungle. Het uitzicht is adembenemend, de weg uitdagend. In het begin is het een weg, maar naarmate we verder komen is het meer een pad langs de berg. De bevolking heeft haar best gedaan om het gras weg te maaien om ons doorgang te geven. Talloze keren zitten we vast in de modder en geef ik een grote gil wanneer de auto voor ons de afgrond in lijkt te glibberen.
 
Uiteindelijk komen we aan in Mbati. Rondom onze auto’s verzamelt zich snel een groep mensen. Allemaal kijken ze ons verwachtingsvol aan. Een beetje intimiderend is het wel. We gaan op zoek naar de dorpsoudste en militairen om hun toestemming te vragen om vandaag een kliniek te draaien. Gelukkig gaat men akkoord. Ze zijn blij dat we er zijn en wijzen ons een vervallen gebouw aan, dat in een ver verleden een medische hulppost was.

1,2,3 kliniek
In een razend tempo richt ons team dit in. Drie kamertjes voor consultatie, een kamertje voor de apotheek, er worden lijntjes gespannen en banken neergezet voor de triage. De menigte dringt, onze chauffeur legt de regels uit; eerst de meest zieken! Een verpleegkundige doet de eerste triage in de menigte en sluist de meest zieke mensen naar voren. De andere chauffeur vult alvast de patiëntenkaarten in. Binnen 30 minuten is de hele kliniek opgebouwd en wordt de eerste patiënt geholpen. Wauw!

Als alles loopt in de kliniek gaan de projectcoördinator en ik verder de berg op om het kamp te bekijken. Tientallen families zijn bezig om met bananenbladeren en bamboe een huis te bouwen. Ik schrik van de grote aantallen mensen hier; al 450 families en tijdens ons bezoek komen er nog steeds grote groepen mensen aanlopen.

Ze hebben helemaal niets; geen water, geen latrine, geen plastic om hun hut waterdicht te maken, geen dekens….en dit alles in het regenseizoen en op grote hoogte… Wie weet hoe koud het hier kan worden.

Solidair ondanks alles
Een dorpje uit de buurt ondersteunt het kamp momenteel met bonen en bananen. Ik sta nog altijd te kijken van de grote solidariteit die je vindt in Congo, terwijl de bevolking al jaren geteisterd wordt door oorlog en geweld. Toch zal de hulp niet lang meer duren. De oogsttijd is bijna voorbij en men kan nooit zo’n grote groep mensen ondersteunen.

Een plaatje grijpt me aan: vier kinderen in een hutje in aanbouw, de bamboestokken die het skelet van het huis vormen als tralies vastgrijpend. Het is de realiteit van Noord Kivu; duizenden mensen gevangen in het vluchtelingenbestaan.

Tot snel
Tegen twee uur ’s middags moeten we echt inpakken om zeker te zijn dat we voor het donker terug zijn op de basis. Er staan nog steeds grote aantallen mensen te wachten. Vandaag kunnen we ze niet meer helpen, maar we komen snel weer terug.

Binnen een rap tempo wordt de hele kliniek weer ingepakt. Iedereen heeft zo hard mogelijk gewerkt om zoveel mogelijk patiënten te helpen. Wat mijn dag helemaal compleet maakt, is onze stille chauffeur die ik, wanneer ik het team bij elkaar zoek om te vertrekken, vind in gesprek met een mama. Nog even legt hij geduldig uit hoe ze haar medicijnen in moet nemen volgens het recept. Wat een team!

Met gemengde gevoelens rijd ik weg, geschokt en verdrietig door de situatie van deze mensen, maar ook blij en opgelucht dat wij ze hebben kunnen bereiken en hen konden ondersteunen vandaag. Dit is voor mij MSF.

NB: Het team keerde twee dagen later terug voor een tweede kliniek. De collega’s van Logistiek bereiden een grote distributie van voedsel, dekens en plastic zeilen voor. Ook zijn de voorbereidingen begonnen om latrines te bouwen.

mei 13
Jan Willem Geschreven door Jan WillemVanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR)

Toeristische route 1

Mogelijk herinnert U zich mijn stukje van 18 februari nog: ik verzuchtte dat ik zo graag wat meer zou rondrijden, maar dat dat niet kon omdat MSF zo ‘akelig’ voorzichting is. Dat begreep en begrijp ik, maar die politiek van niet-bewegen is erg slecht voor ons project, en voor de zorg die we gaven geweest. Sinds enige tijd leek het veiliger, en mocht er weer héél af en toe gereden worden. Ik beschreef dat in mijn stukje van 2 april. We leerden ervan dat er véél niet klopt in het werk dat die arme eenzame secouristes in de verderop gelegen dorpen doen. Ze doen hun best, daar ben ik zeer van overtuigd, maar ze missen ernstig ondersteuning en supervisie.

Er reed een ploeg van ‘ons’ per auto van Birao naar Gordil, toen onze activiteiten in Birao definitief afgesloten waren: de auto’s moesten daar niet achterblijven en mochten rijden. Er deden zich geen incidenten voor. Maar toen hadden we twee auto’s te veel in Gordil. Die staan in de weg, kunnen elders nuttiger gebruikt worden, en zijn bovendien aantrekkelijk voor eventuele dieven of ander gespuis. Dus die moesten we kwijt. Afgelopen week zouden we daarom met twee auto’s van Gordil naar Bangui, de hoofdstad, rijden. Omstreeks 1000km, van noord naar zuid, dwars door de hele Centraal Afrikaanse Republiek. Een pracht tocht. Ik verheugde me er erg op.

Het was ook een pracht tocht. Al waren er wat ongemakkelijkheden. We reden met twee auto’s, ik zat in de tweede. En daar de wegen onverhard zijn (afgezien van de laatste 100km), en bestaan uit rood gruis, waarvan de eerste auto het stof doet opwarrelen, zaten wij stof op te vangen. En het is warm, dus je transpireert, en rood stof op een vochtige huid levert na een paar uur een onaangename rood-bruine korst over je kleren en je huid (ook onder je T-shirt, maar vooral op je hoofd en gezicht en je armen en handen) op. Dat belemmert het genieten aanzienlijk, kan ik zeggen.

Maar als je na afloop onder een douche staat, zelfs al is die niet warm, en je bent de verbazing over het feit dat het water dat van je af stroomt bruin is te boven, en dat bruine water is na een poosje doorspoelen (en wat shampoo) ook weer gewoon doorzichtig kleurloos geworden, dat weet je wel echt wat genieten is.

De kwaliteit van de weg liet, met name de eerste dag, zeer te wensen over: ik bewonder de Toyota Landcruisers, maar vooral ook onze chauffeurs zeer. We hebben de 4-wiel-aandrijving herhaaldelijk nodig gehad, en soms was het meer zwemmen door de modder dan rijden wat we deden. Ik ben ook de tel kwijt geraakt van het aantal lekke banden dat we gehad hebben. Beide auto’s hadden twee reseve-wielen met band, en we hadden los daarvan nog eens twee losse banden. Ze zijn allemaal gebruikt, en we hadden geen enkele goede band meer toen we uiteindelijk aankwamen.

Het aardige van een tocht van noord naar zuid is dat je begint in woestijnachtig gebied (Vakaga), en uit komt in tropisch regenwoud met echte woudreuzen vlak voor Bangui. Je ziet het landschap, maar ook de mensen die er wonen langzaam veranderen. Van geheel geen huizen en dorpjes onderweg in het noorden, tot regelmatig dorpjes met markten in het zuiden

Kortom: een pracht tocht, al zou ik het als toeristisch tripje toch niet helemaal aanbevelen.

HgrJW.

mei 11
Addy Geschreven door AddyVanuit Zuid-Sudan

Overdonderd

Zwetend zit ik achter de computer in een voor mij nieuw kantoor. Ik heb even de tijd gevonden tussen alle drukte in om het een en ander te schrijven.

Afgelopen vrijdagavond, nu inmiddels 4 dagen geleden, wekte de project coördinator me ‘s avonds laat. Hij had zojuist nieuws ontvangen dat er een dorp aangevallen was. Vele slachtoffers van geweld druppelden momenteel binnen in het ziekenhuis van AZG in Nazir, aan de andere kant van Zuid-Sudan. Het team aldaar was overdonderd maar zette alles op alles om de stroom patiënten zo juist mogelijk op te vangen. Inmiddels hadden ze tenten opgezet en bedden geplaatst, patiënten werden gestabiliseerd en wonden werden verbonden. Het zag er echter naar uit dat de enige chirurg ter plekke nooit alle slachtoffers zou kunnen behandelen. Dus was er de vraag of ik direct naar Nazir overgeplaatst kon worden.

Zaterdagochtend vroeg stond ik op. Ik maakte de ochtendronde, voerde een aantal korte spoedoperaties uit en overlegde met mijn collega’s hoe zij de zorg van de chirurgische patiënten komende dagen konden voortzetten – gelukkig waren de patiënten stabiel en verwachtte ik geen problemen-.

Zaterdag rond het middaguur kwam het AZG vliegtuig aan de grond in Leer. Mijn collega James, nationale staflid sinds 20 jaar (zeer ervaren en gemotiveerd) en supervisor van onze operatie-afdeling, en ik stonden gepakt en vol spanning te wachten. Binnen anderhalve uur werden wij, en vele dozen medische materialen en dekens, naar de andere kant van het land gevlogen.

In Nazir, een behoorlijke community aan de oever van de rivier, staat een AZG auto ons al op te wachten. We worden naar het AZG huis gebracht waar we een snelle update krijgen van de project-coordinator: In de vroege vrijdagochtend werd een dorp, 15 km van Nazir af – zo’n 3 uur lopen -, omringd door een grote gewapende groep. Daarna werd het vuur geopend en er werd in het wilde weg geschoten. Zo’n 50 mensen werden gedood. In de loop van de dag bereikten 54 slachtoffers het ziekenhuis in Nazir, het grootste deel van hen is kind of vrouw. Men zegt dat het gaat om een revanche.

Een voor een komen de teamleden tevoorschijn. Zij hebben zowat de hele nacht doorgewerkt en hebben zojuist voor een uur of 2 de ogen kunnen sluiten. Gedurende afgelopen 20 uur heeft het logistieke team elke patiënt van een bed voorzien en het medisch team heeft een eerste triage gedaan inclusief stabilisatie en eenvoudige wondverzorging. Het chirurgisch team heeft inmiddels de 7 meest ernstigste gewonden geopereerd, waaronder een aantal schotwonden in de borst en in de buik.

De chirurg geeft ons een korte rondleiding over het ziekenhuis terrein. Overal waar we kijken zien we tenten en afdelingen met patiënten met verbonden ledematen aan een infuus. Dan lopen we de operatieafdeling op. Deze is overduidelijk hevig in gebruik geweest. Materialen en voorraden liggen overal. Er blijkt slecht 1 operatiekamer met 1 tafel te zijn. Maar met een fantasie en creativiteit weten we van een onderzoeksbank een tweede tafel te maken in dezelfde ruimte en niet veel later staan zowel mijn collega als ik te opereren. De een na de andere patiënt volgt en ik ben, wederom, geschokt, hoeveel schade een kogel kan aanrichten.  Een gapende wond in een bil, een verbrijzelde voet, een instabiele breuk van een bovenbeen, een buikwand geheel verwoest, afgerukte tenen… het is echt vreselijk!

Tot een uur of 10 werken we door en dan moeten we stoppen. Er zijn geen schone chirurgische instrumenten meer en de staf is doodmoe. Onze collega’s melden dat alle patiënten op de afdelingen en in de tenten voorzien zijn van medicatie en stabiel zijn.

Zondagochtend hebben we een korte vergadering om 7.45. Helaas is een jongen met een schotwond in het hoofd die nacht overleden. Maar alle andere patiënten zijn nog in leven en het overgrote deel maakt het zelfs goed. Ook de nationale staf is op hun normaliter vrije zondag in grote getale naar het ziekenhuis gekomen. En zo liggen net na 8 uur de eerste patiënten weer klaar op de operatietafels. Na 2 gecompliceerde ingrepen horen we, rond een uur of half 11, een vliegtuig landen. Het blijkt het emergency team van het internationale rode kruis te zijn wat we voor hulp hebben ingeroepen. Niet veel later stappen een chirurg, een anesthesist en 2 operatie-verpleegkundigen het ziekenhuis binnen. Opgelucht met deze assistentie vervolgen we het werk.

Nu zijn we ruim 24 uur verder. Alle slachtoffers, op 4 na, hebben hun eerste operatie ondergaan. Voor sommigen is dit de laatste ingreep geweest en zij zullen snel naar huis kunnen. Maar het overgrote deel zal nog frequent verbandwissels of heroperaties moeten ondergaan en kunnen misschien pas weer na weken of maanden naar huis. Voor zover hun huis nog bestaat…

Ik heb zojuist naar Leer gebeld. Daar is het rustig. Ik weet nog niet wanneer ik terug naar ‘huis’ kan.

Addy

mei 11
Addy Geschreven door AddyVanuit Zuid-Sudan

Something coming out of the belly!!

“Dr Addy for IPD, Dr Addy for IPD’’’. Het is mijn radio midden in de stilte van de nacht. Ik draai me op en grijp met mijn hand naar de radio en antwoord ‘Here is Dr Addy for IPD..”. De dienstdoende verpleegkundige op de afdeling vertelt me dat een van de patienten vreselijk onrustig is en hij vraagt me direct naar het ziekenhuis te komen.

Ik besef dat het om Chuol gaat, die 3 dagen geleden binnen werden gebracht. Ook die nacht werd ik door een radio-oproep gewekt. Rond een uur of 12 werden 5 jong-volwassen mannen binnen gebracht met schotwonden, niet veel later gevold door nummer 6 en 7. Na een korte evaluatie bleken de meeste patiënten slechts weke delen wonden te hebben die enkel een kordurend wondtoilet vereisten. Een man had een schotwond door het bovenbeen en had daarbij zijn bovenbeensbot gebroken; gelukkig had hij niet veel bloed verloren en was hemodynamisch stabiel. En dan daar was Chuol. Hij had het uiterlijk van een normaliter sterke en gezonde jonge knul. Nu echter was hij kortademig, had een versnelde pols en zijn bloeddruk was nauwelijks te meten. Een kogel was ingeslagen in zijn rechterbil en ik vond geen uitslagwond. Zijn buik was uitermate gevoelig en zijn urine was bloederig. Ik had het operatie-team opgetrommeld en snel na hun aankomst bereiden we Chuol voor op een buikoperatie. Net na tweeën in de nacht openden we de buik van Chuol. We vonden de kogel in de buikholte, maar ook 3 gaten in de dunne darm, een groot gapend gat in het laatste deel van de dikke darm, een geperforeerde blaas en een boel ontlasting. Kogel en ontlasting werden verwijderd, gaten werden gesloten en we legden een dikkedarm-stoma aan ter bevordering van wondgenezing van de dikke darm.. Pas tegen de ochtend lag Chuol op zijn bed op de afdeling, had ik de verzorgers uitgebreid uitgelegd over de operatie en de gevolgen hiervan. Het operatieteam vertrok naar huis voor een douche en het ontbijt, om daarna weer terug te keren voor de orde van de dag.

Als ik de donkere afdeling oploop zie ik een kreunende Chuol met wijd gesperde armen in zijn bed liggen. Zijn grote angstige ogen zijn gericht op zijn buik. Ook zijn verzorgers, allemaal flinke kerels, kijken vol spanning naar zijn buik en een van hen zegt met trillende stem ‘There is something coming out of the belly doctor!”. Ík laat mijn blik op zijn buik vallen en ik kan niet anders dan blij uitroepen ‘That is stool Chuol! You are doing very fine!!’.

De komende dagen zal ik nog vaak tegen de opknappende Chuol en zijn familie moeten vertellen dat hij voortaan ontlasting via de buik zal produceren en dat hij dagelijks zijn stomazakje zal moeten leegmaken en verwisselen. Voor hen is dit blijkbaar een wonder en moeilijk te begrijpen. Voor mij is het een klein wonder dat Chuol, en zijn maten, het zo goed maken.

Addy

mei 3
Addy Geschreven door AddyVanuit Zuid-Sudan

Vrije dag

Het is zondagochtend en nog vroeg, net half 7 geweest. Voor de eerste maal word ik wakker in mijn eigen tukul – pas gistermiddag, een aantal dagen na vertrek van mijn voorgangster, had ik de tijd om mijn spullen te verhuizen naar mijn nieuwe verblijf-.
Het lemen hutje heeft 3 grote ramen en een deur wat een lekker briesje door het vierkanten vertrek geeft. Vogels fluiten, hanen kraaien en zo nu en dan hoor ik de vleermuis, met wie ik het vertrek deel, rondfladderen. Als ik mijn hoofd naar rechts draai zie ik zelfs het silhouet van een palmboom.

Zondag is onze ‘vrije’ dag. Patientenzorg gaat echter 24 uur per dag door dus ook vandaag zal ik even langs het ziekenhuis lopen om de opgenomen patiënten op de chirurgische afdeling te zien. De slachtoffers die 1.5 week geleden per vliegtuig werden ingevlogen zijn er nog allemaal. Een aantal dagen later werden nog eens 2 patiënten vanuit hetzelfde dorp ingevlogen. Collega’s van mij, en staf van een lokale kliniek, hebben tientallen slachtoffers ter plekke verzorgd; helaas hebben meer dan honderd mensen de gevechten niet overleefd.

‘Mijn’ 7 patiënten hebben stuk voor stuk grote verminkende schotwonden. Het 2-jarig meisje heeft haar voorvoet moeten inleveren. Een volwassen vrouw, die haar kindje tijdens de aanval verloren heeft, heeft een amputatie moeten ondergaan van haar gehele bovenarm. Ze heeft nu nog een grote gapende wond. Ik hoop dat ik op een dag een huidtransplantatie  kan  verrichten en de wond kan bedekken.

Het 10-jarig jongetje met een schotwond door het onderbeen heeft een vreselijk geïnfecteerd kuitbeen. In eerste instantie had ik zijn verzorger en hem ervan kunnen overtuigen om een amputatie te verrichten van het onderbeen. Echter, ook de verzorgers van de andere patiënten gingen zich ermee bemoeien, en na collectief overleg werd besloten dat het been behouden moet worden Dus nu maken we de wonden dagelijks schoon onder algehele anesthesie en ik houdt mijn vingers gekruist in de hoop dat de infectie zich niet verspreidt door het lichaam van de jongen.

Een volwassen man heeft zijn grote teen in moeten leveren, maar veel erger, ook zijn gehele linker oog en oogkas (zijn rechter oog had hij al ooit verloren in eerdere gevechten!) zijn volledig vernietigd. De wonden waren in eerste instantie vreselijk smerig maar met dagelijkse verzorging met onder andere honingverbanden (truck uit de oude doos!) is het achtergebleven weefsel nu schoon. Ik vraag me echter af  hoe ik hem ooit een aantoonbaar gezicht terug kan geven.

De man ernaast heeft inmiddels een goed genezende amputatiestomp van zijn linkerbovenarm en nog een pijnlijke knie, maar hij loopt rond en heeft weer praatjes genoeg.

Twee andere jongen mannen hebben hun bovenbeen gebroken; beiden hebben een botpin net onder de knie waar via touwen en een katrol een gewicht aan hangt. De logisticus en ik hebben 2 bedden verbouwd; het voeteinde van de bedden kan verwijderd worden zodat de mannen dagelijks strek- en buigoefeningen van knie en enkel kunnen doen. Dit doen ze onder aanmoediging en hilariteit van de omstanders, de andere patiënten en verzorgers.

Ondanks de vreselijke gebeurtenissen die deze mensen hebben moeten ondergaan, ondanks de pijn die ze leiden door de wonden en verlies van familie en vrienden,  wordt er dagelijks gelachen en is de sfeer goed. Ik ben onder de indruk en voel me zelfs bevoorrecht dat ik voor deze patiënten mag zorgen!

Gedurende de week werd me duidelijk dat dit niet de eerste keer is dat er gevochten word waarbij veel slachtoffers vallen. Gister konden we 7 patiënten per vliegtuig verwijzen naar een ziekenhuis in de hoofdstad Juba voor aanmeting en aanleg van een prothese. Via een radio-bericht hadden we laten weten dat patiënten met amputaties zich konden melden in het ziekenhuis.  Dus zo zie ik dagelijks soldaten die hun onderbeen of bovenbeen hebben verloren dankzij ‘GSW’ (gun shot wounds, een door iedereen gekend begrip hier…); of een jonge vrouw met een 3 maanden oud kindje die hetzelfde lot onderging; een 12 jarig meisje die haar been verloor na een slangenbeet met vreselijke wonden en necrosis als gevolg. Maar ook verschijnen dagelijks patiënten die in het verleden al een prothesis hebben gekregen. Ze tonen me hun kunststoffen been en, mede door de barse levensomstandigheden hier, zijn er vele gebroken of beschadigd. Een knie waar een schroef uitgevallen is en geen enkele stabiliteit meer geeft; een volledig versleten voet; een gebroken heupgesp die nu met lokale touwtjes gesloten wordt. En 1 man laat me zijn prothese van zijn linker onderbeen zien: er zit een rechter voet aan!! Over een week of wat kan ik een hele lading benen voor reparatie sturen.

Gistermiddag werd een nieuwe patiënte binnengebracht. Ondersteund door haar man kwam ze binnen, met haar linker bovenarm afgebonden. Ze was een aantal dagen van huis weggeweest en die nacht thuis aangekomen. Ze had de deur opengemaakt en haar man hierbij plots gewekt. Die dacht dat  er indringers in zijn huis waren, had naar zijn geweer (blijkbaar ligt dit altijd klaar naast zijn bed?) gegrepen en had geschoten… een grote gapende wond in de onderarm van zijn vrouw! Voorlopig hebben we de wonden schoongemaakt en verbonden maar het zal me niet verbazen als ook deze dame haar ledemaat zal moeten afstaan.. De kogel heeft immers een groot deel van de vitale bloedvaten verwoest.

In anderhalve week tijd in Leer heb ik veel geleerd: GSW maken meer kapot dan je lief is!

Addy

mei 1
Jan Willem Geschreven door Jan WillemVanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR)

Hoofdpijn

Hoofdpijn is erg vervelend. Je kan het van allerlei zaken krijgen; de meeste zijn in Nederland ook bekend: vooral zorgen en vermoeidheid, en vooral als de één de ander aan de gang houdt. Maar er zijn ook verschillen: alcohol wordt hier nauwelijks gebruikt, en gerookt wordt er ook al heel erg weinig. Het eerste omdat het hier islamitisch gebied is, en het tweede omdat men hier voor tabak te arm schijnt te zijn. Maar hier zijn andere zaken die in Nederland weer ongebruikelijk zijn: malaria, bijvoorbeeld. En malaria, om niet te vergeten. En dan nog malaria natuurlijk, want de ene malaria is de andere niet.

Men behandelt pijn hier met scarificaties. Ik kan daar veel en akelige plaatjes van laten zien, maar dat heb ik al gedaan, dus dat hoeft niet meer. Niet veel volwassenen hebben een voorhoofd of slapen zonder littekens.

Maar een andere vorm van behandeling bestaat uit ‘gris-gris’. Dat zijn een soort zakjes, meestal van leer, maar soms ook van een soort papier, die je aan een koord om je hals of je middel of je arm draagt als het gaat om ‘algemene bescherming’ tegen gevaren zoals kogels, ziektes, of ander ongemak. Maar ook ‘plaatselijke behandeling’ is mogelijk: een goede gris-gris om je middel helpt reuze tegen de honger, zeggen ze. Helaas niet tegen ondervoeding.

Er was een mevrouw opgenomen met meningitis. Ze deed het voortreffelijk, vonden wij: na een dag of drie-vier kon ze weer zitten en begon ze weer te praten. De duizeligheid nam sterk af en de doofheid waar ze eerst over klaagde ook. Ze is nu, na tien dagen, zover dat ze ons niet meer nodig heeft: nog een poos ‘rustig-aan’ zeiden we.

Maar voor een vrouw is dát hier volledig illusoir: alle werk wordt hier door vrouwen gedaan: werken op het land, water halen, wassen, koken, alles. En dat meestal met een kind op de rug. Mannen besteden hun dagen hier voornamelijk aan voor hun huis onder een boom te zitten (indien aanwezig) en al-dan-niet diepzinnig  praten met andere mannen. En aan af en toe een kind verwekken. En als ze daarmee klaar zijn en omdat ze niets beters te doen hebben: oorlog voeren. Daarom is dit zo’n godvergeten stuk land, denk ik. Maar daarover mogelijk later meer.

Eén van de problemen na meningitis is dat je snel moe bent, en nog lang slapjes. Als je daaraan niet toegeeft krijg je heel vervelend hoofdpijn. Maar dáárop had de liefhebbende echtgenoot iets gevonden. Een gris-gris! Hij was er speciaal voor naar de Marabou gegaan, die had wijs geknikt en een speciaal mengseltje ingepakt en aan hem gegeven.

Zo. Die kan dus gewoon naar huis en aan het werk, dacht hij…

We live in an unequate world. Vooral vrouwen en meisjes hier. (Nog veel meer dan in Nederland.)

HgrJW.