apr 30
Maartje Geschreven door MaartjeVanuit DR Congo

Sprakelooos

April 2009. Sinds drie weken is de weg weer wat veiliger voor ons en andere hulporganisaties. Het team dat de mobiele kliniek bemant, is terug na hun evacuatie en we proberen de gezondheidsposten weer te bereiken. Maar het blijft elke dag afwachten.

Sinds januari zijn we niet meer in staat onze drie gezondheidsposten voorbij Kalembe te bereiken. Twee vernielde bruggen en gevechten rondom maken duizenden mensen onbereikbaar. Ze zijn al weken verstoken van medische zorg. En ook Kashuga en Kalembe blijven onrustig en elke week weer een uitdaging. Wat me moed geeft, is de bevolking zelf; de mama’s die ons komen waarschuwen, onze gezondheidswerkers zelf, die kilometers komen lopen om ons te vertellen dat we vandaag beter niet kunnen komen omdat het niet veilig is.

Er is opnieuw een vluchtelingenstroom op gang gekomen. Opnieuw pakken de vaders, moeders en kinderen hun bezettingen en gaan op weg. Opnieuw slaan ze ergens een kamp op, waar ze vervolgens weer de problemen tegenkomen van vervuild water en geen voedsel.
Steeds weer opnieuw, keer op keer. De ogen van de wereld zijn allang niet meer op hen gericht, maar hun lijden, pijn en verdriet gaan door. Waar halen zij de moed vandaan?

Wij blijven elke dag weer proberen om de situatie iets te verbeteren. Hier zijn het mijn Congolese collega’s die me hoop geven, die keer op keer weer de energie vinden om opnieuw te proberen, om opnieuw activiteiten op te starten; consultaties, vaccinaties, trainingen, latrines graven…

Maar ook voor hen houdt de pijn niet op. Vanmorgen stond mijn verpleegkundige huilend op mij te wachten. Gisteravond is haar dochtertje overleden……
Opnieuw sla ik mijn armen om iemand heen en probeer naar troostende woorden te zoeken. Maar zoals Congo vaak met me doet, sprakeloos.

apr 30
Maartje Geschreven door MaartjeVanuit DR Congo

Battle won!

Vrijdagmiddag. Op de kinderafdeling ontvangen we dagelijks erg zieke en ondervoede kinderen. Een van hen is 3 jaar oud en zwaar ondervoed. Hij heeft diarrhee, zoals zovelen, maar de verpleegkundige vertelt me dat het eruit ziet als rijstwater. Dit maakt me erg ongerust, het klinkt als cholera.

Cholera is goed te behandelen als je er op tijd bij bent. Je geeft liters vocht en binnen een dag ziet de patiënt er al heel veel beter uit. Maar dit kindje is ondervoed, en juist met ondervoede kinderen moet je heel voorzichtig zijn met vocht. De werking van hun organen is veranderd en hun hart klopt langzamer. Geef je iets te veel dan overlaad je het hart en verlies je het kind.

Een uur later bevestigt het lab mijn angst, het is cholera. Normaal geef je aan ondervoede kinderen andere infuusvloeistoffen dan aan ´normale´ kinderen, maar er knippert een lichtje in mijn hoofd dat dit met cholera anders is. Ik zoek door alle protocollen, maar kan het antwoord niet vinden. Ik vind twee protocollen die allebei iets tegenovergestelds zeggen.

Ik roep mijn collega in Kitchanga op via de radio. Gelukkig is ze er nog, het is al aardig laat. Ook zij heeft hetzelfde idee maar kan het meest recente protocol niet vinden.

Ik ga terug naar het ziekenhuis en besluit te vertrouwen op ons gevoel. Ik regel een van mijn kinderverpleegkundigen om het kindje op de cholera-afdeling te verzorgen tijdens de nacht. Ik geef hem een kleine training; genoeg, maar niet te veel vocht, om de vier uur wegen om te kijken of het kindje niet te veel vocht krijgt, de symptomen als het vocht te veel is en de symptomen als het vocht te weinig is…
Het is tijd om terug te gaan naar huis, het wordt al donker en voor die tijd moet ik binnen zijn…ik moet het nu aan hem overlaten.

De volgende morgen vroeg komt de kinderverpleegkundige met een grote glimlach aangelopen. Het gaat heel goed met het kindje! De diarrhee en het overgeven zijn gestopt en hij drinkt de therapeutische melk! Ik maak spontaan een sprongetje van blijdschap. Oef, vandaag winnen wij.

apr 30
Maartje Geschreven door MaartjeVanuit DR Congo

Het toppunt van eenzaamheid

Tijdens mijn bezoek aan de afdeling interne geneeskunde spreken mijn verpleegkundigen me aan over een van hun patiënten. Ze vragen me of ik het transport kan regelen van een man, gekomen vanuit het andere ziekenhuis in Kitchanga. Ze vertellen me dat we niks voor hem kunnen doen.

Ik bezoek de man, die stilletjes op zijn bed ligt. De man ziet er uitgeput uit, hij is erg dun en heeft grote bulten in zijn nek. De verpleegkundige vertelt me dat de man lymfeklierkanker heeft en dat de dokter hem heeft verteld dat we hier niets meer voor hem kunnen doen.

Het is waar, we hebben hier geen enkel middel om daar tegen te vechten. Ik vraag, met de hulp van de verpleegkundige, waar hij vandaan komt. Hij vertelt me dat hij uit Kitchanga komt. Hij is een paar dagen geleden gekomen achterop een brommer, om hulp te zoeken. Ik vertel hem dat ik hem terug kan brengen, de volgende dag als er weer een auto van Artsen zonder Grenzen die kant op gaat. Waar kunnen we hem heen brengen? De man vertelt me dat hij in het vluchtelingenkamp woont. Heeft hij familie daar? Nee, hij is zijn familie kwijt geraakt, hij woont daar alleen.

Ik zie het voor me, deze man die helemaal alleen sterft  in zijn hutje in het vluchtelingenkamp. Is dat niet het toppunt van eenzaamheid?

De volgende dag neem ik de man mee naar Kitchanga. Ik breng hem naar het ziekenhuis daar en vraag hen hem te ondersteunen en naar zijn familie te zoeken, ik wil hem niet alleen laten. Ze stemmen in. Ik geef de man een hand en wens hem sterkte.

Hij verstaat geen Frans maar ik hoop dat mijn boodschap overkomt. Pfff. Met een zwaar hart stap ik weer terug in de auto.

apr 23
Addy Geschreven door AddyVanuit Zuid-Sudan

23 april 2009 ‘s ochtends vroeg, Leer, Zuid-sudan

Een week geleden bevond ik me nog in Nederland, waar ik genoot van gezelschap van vrienden, familie en de eerste warme lentedagen. Nu bevind ik me in Zuid-Sudan, een land  waar ik nog helemaal niets van begrijp, ondanks dat ik bijna 4 maanden in het noorden van Sudan, in Darfur, heb gewerkt. De halve nacht heb ik wakker gelegen,deels vanwege de hitte en geluiden van huilende baby’s, blaffende honden en onbekende insekten om me heen, deels vanwege het wikken en wegen over de patienten die ik vandaag aan zal treffen.

Na een gedegen briefing in Amsterdam reisde ik via Nairobi naar Loki, een dorp in Kenia aan de grens van Zuid-Sudan. Dit enerzijds typisch Afrikaanse dorp, waar de Turkana bevolking nog in hun traditionele gewaden en gekleurde sieraden trots over de rode paden paraderen, werd jaren geleden de nederzetting van vele internationale hulporganisatie, als toegangsweg naar Zuid-Sudan. Nu nog heeft AZG hier een kantoor en grote opslagruimten van waaruit de 4 projecten in Zuid-Sudan per vliegtuig worden voorzien van medische en logistieke bevoorrading.

Na een eerste ontmoeting met alvast wat collega’s uit mijn toekomstige project en de andere projecten (en horen van verhalen over uitbraken van meningitis en cholera, aanhoudend geweld tussen clans met vele slachtoffers als gevolg) vlieg ik na een aantal dagen door naar Juba. Juba is de hoofdstad van  Zuid-Sudan. Vergeleken met Khartoum, de hoofdstad van Noord-Sudan, is Juba een dorp. Stoplichten met toeterende auto’s opgelijnd zie ik niet en in plaats van gedegen stenen gebouwen met aangelegde tuinen en hoge muren zie ik verschillende sloppenwijken met deels verlaten en deels bewoonde bouwvallige rieten hutjes. Een van mijn collega’s vertelt me dat een groot aantal vluchtelingen zich hier tijdens de oorlog heeft gevestigd; een aantal maanden geleden deze wijken heeft  verlaten en terug is gegaan naar hun oorspronkelijke dorpen.

Een dag later vlieg ik met mijn collega, ook nieuwkomer in het project, vanuit Juba verder naar het plaatsje Leer. In Juba regende het nog en was de omgeving prachtig groen. In Leer is het vreselijk heet en is er voornamelijk zand met her een der een verloren grasspriet. Die eerste dag krijg ik een rondleiding over de kliniek en ontmoet mijn collega’s, zo’n 10 internationale stafleden en in totaal zo’n 150 nationale stafleden. Het dwarrelt me van de namen en onbekende, maar vriendelijk lachende, gezichten. De kliniek, een aantal stenen gebouwen en tukuls verspreid over een  grote compound oogt rustig en georganiseerd en ik verbaas me dat  hier maandelijks zo’n 9000 poliklinische en 100 klinische patiënten geholpen worden. 

De compound waar de internationale staf woont, een kleine 5 minuten lopen vanaf het ziekenhuis, is ruim opgezet en heeft een aantal bomen met schaduw. Onder een van de bomen, blijkbaar ons kantoor, legt de project-coordinator ons de belangrijkste ins en outs van het project voor. Die avond zit ik nog even voor mijn hut en zie de heldere sterren verlicht zoals je ze in Nederland niet ziet. Ik keek uit naar mijn eerste dag in het ziekenhuis.

Gister begonnen we rond een uur of 8 met een korte overdracht van de nacht. Daarna ga ik aan de slag op de chirurgische afdeling met mijn voorgangster; we zullen een aantal dagen samen kunnen werken. Nog voordat we alle patiénten hebben besproken ontvangen we telefoon. Elders in het land is een dorp enkele nachten geleden door een vijandige stam aangevallen. Mannen, vrouwen en kinderen werden geslagen en beschoten; huizen werden tot de grond afgebrand. Vele slachtoffers zijn gevallen waaronder, naar later blijkt, meer dan honderd doden. Een team van AZG is direct hierheen gereisd om gewonden te behandelen. 4 ernstig gewonde patiënten worden nu richting Leer gevlogen.

Ook vraagt de verloskundige ons om hulp. Zij zorgt voor een aanstaande moeder met hevige contracties. Ze heeft eerder een keizersnede doorgemaakt en ook nu lijkt de ligging van het kind niet optimaal te zijn. Ze wil echter niet geopereerd worden dus besluiten we een vaginale bevalling af te wachten.

Halverwege de middag komt het vliegtuig met de 4 patiënten aan.. Ze zijn allen stabiel maar hebben allemaal wel 1 of 2 ledematen in dik verband en gips. Een van hen, een 2 jarig meisje, heeft een kogel in haar enkel gehad. In de operatiekamer blijkt de voet onherstelbaar beschadigd te zijn en ik zal haar grootmoeder (haar moeder is overleden tijdens de aanval) moeten overtuigen van een amputatie. Dan blijkt een dame hevig te bloeden op de kraamafdeling; ze heeft een spontane maar incomplete abortus en we moeten ingrijpen op de operatiekamer om het bloeden te stoppen. De barende dame blijkt nog geen kindje te hebben en ik constateer een niet vorderende baring, een noodzaak tot keizersnede. We brengen de operatiekamer in orde en we praten en reden en overtuigen en praten maar helaas, en tegen mijn verbazing in, wil de patiente in kwestie niet geopereerd worden. Mijn staf vertelt me dat ik nog uren kan praten en uitleggen maar dat dit niet zal helpen; zij hebben dit blijkbaar al eerder meegemaakt; ik moet de natuur maar zijn gang laten gaan en dat is geheel tegen mijn ethische principes. )Inmiddels is het buiten donker geworden en moet ik besluiten de overige slachtoffers de dag erna te helpen; ze zijn immers stabiel…

En nu bij het kraaien van de dag vraag ik me af hoe ik straks de patíenten zal aantreffen. Is de moeder alsnog bevallen? Wat bevindt zich onder de dikke verbanden? Zullen er nog meer gewonde slachtoffers binnen gevlogen worden?

Addy

apr 17
Jan Willem Geschreven door Jan WillemVanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR)

Wegvliegen, uitwuiven

Gisteren ben ik weer eens naar het vliegveld geweest. Carlos ging terug naar Bangui, Edith kwam terug van vakantie. Een rechte en betrekkelijk vlakke gruisweg, een paal met een windzak, en een afdakje waaronder je in de schaduw kan zitten als ‘wachtruimte’. Daarmee is ‘Gordil International Airport’ geheel beschreven.

Het vliegtuig is meestal later dan de planning, maar via de radio kan je dat tevoren horen. En vlak voor ze landen roepen ze ons op om te vragen of het waait, en uit welke richting, en hoe de landingsbaan erbij ligt. Als we met de auto aankomen moeten we om dat te controleren die landingsbaan op en neer rijden. De chauffeurs vinden dat een extra pleziertje: de enige keer dat ze harder dan 40km/h mogen. Deze keer leken er stenen op de baan te liggen, dus daar stopten we even, maar waarschijnlijk had een passerende antiloop wat keutels achtergelaten. Voor geiten- of ezelmest was het te groot, en loslopende paarden zijn hier niet.

Het toestel doet me altijd een beetje aan de duiven denken die ik vroeger had: niet echt elegant, een beetje mollig zelfs, maar reuze praktische vogels, en ze vliegen als de besten.

Nu ik hier wat langer zit zijn de piloten en meestal ook de passagiers bekenden, dus is het altijd een vrolijk moment als de deur open gaat. Ook spannend wat ze voor ons bij zich hebben: vers fruit? Kaas? Margarine (want dat is bijna op)? Ander broodbeleg? Er moet natuurlijk ook zakelijke bagage uit- en ingeladen worden. Hoogst gemoedelijk staan we in een rijtje tussen de landcruiser en het vliegtuig dozen door te geven. En dan is het alweer afscheid nemen geblazen.

Deur dicht. Motoren starten. Het duurt altijd lang voordat het toestel daarna weg begint te rijden. Het rijdt dan tot helemaal aan het eind (of begin) van de landingsbaan die nu dus startbaan is, staat weer even stil, en dan gaan de motoren echt hard brommen, neemt het een aanloop en vliegt op.

Dat is voor mijn gevoel altijd een ‘moment van onomkeerbaarheid’: zíj vliegen weg, en ik blijf achter. Tot de volgende vlucht is er nu geen weg meer hier uit: je kan niet meer weg.
Niet dat dat erg is, in tegendeel. Ik heb het hier reuze naar mijn zin. Maar het idee dat je niet weg kan als je zou willen is op dat moment zo heel erg overduidelijk.

Kijk, daar gaat hij.

HgrJW.

apr 16
Jan Willem Geschreven door Jan WillemVanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR)

Torentjes

Het regent hier, áls het regent, ook niet kinderachtig: enorme plensbuien met onweer en bliksem en windvlagen, die een half tot een heel uur aan houden. Na afloop voelt het als een badkamer waar de douche te lang heeft aangestaan. En om eerlijk te zijn: zo ziet het er ook een beetje uit: overal grote plassen.

Verderop in het regenseizoen schijnt heel Vakaga te veranderen in een zompig moeras, maar voorlopig drogen in één tot twee dagen de plassen wel weer op. We zijn nog maar helemaal aan het begin van de regen, zegt iedereen die het weten kan.

In ieder geval zie ik hier en daar de droge grijze zandbak al zachtjes groen kleuren: de eerste grassprietjes en kiemblaadjes steken hun puntjes boven de grond. Dat ziet er vrolijk uit.

Een grote verrassing zijn voor mij een soort torentjes. Op de plaats waar de ene dag een plas was staan de volgende dag merkwaardige grijs-witte torentjes. Ik vroeg die ‘iedereen die het weten kan’ wat dat voor torentjes zijn, maar kreeg geen bevredigend antwoord. ‘Óch díe’, zei de wacht die ik het vroeg en achteloos verpulverde hij er een paar. Ze zijn wat papier- of kalkachtig, dus dat verpulveren is gebeurd voor je er erg in hebt. ‘Nooit op gelet’, zei een ander. Je kan ze niet eten, en voor de meeste mensen is het dan niet interessant.

Ze zullen door insecten gebouwd worden denk ik. Termieten? Daarvan zijn er hier veel, en die knagen hard aan alles wat gebouwd is, en zorgen ervoor dat alles hier ook maar tijdelijk staat. Maar een echte termietenheuvel is groter, en heeft gangetjes, en dat hebben deze torentjes niet. Aanvankelijk dacht ik dat ze niet eens hol waren, maar als je ze vlak bij de grond afbreekt zit er wel een holte in. En nog veel gekker is dat, als je dan een uurtje later nog eens kijkt, dat gaatje weer dicht is. Nog steeds zonder dat ik de bouwers gezien heb.

Wie het weet mag het zeggen. Ik hou me aanbevolen. De wereld is niet alleen unequate, maar ook verrassend en mooi hier. Ook in het kleine.

HgrJW.

apr 16
Jan Willem Geschreven door Jan WillemVanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR)

Avondgasten

Het regent nu regelmatig. Het schijnt dat de regentijd is begonnen. Dat heeft een aantal gevolgen, maar vooral dat het nu vochtiger wordt. De muggen hebben dat kennelijk ook ontdekt, en we zien weer meer malaria. Althans dat denk ik, maar de aantallen zijn nog te klein om er statistisch verantwoord iets van te zeggen.

Maar een ander gevolg is dat allerlei beestjes die anders in holletjes zitten daar nu nattigheid voelen en naar buiten komen. Zo hadden we gisterenavond twee onverwachte en geheel onuitgenodigde gasten.

De eerste werd door Marionette, onze poes, ontdekt. Dat merkten wij weer omdat ze anders dan anders bewoog. Anders, als ze een prooi ziet, zoals een muis of een kikker, dan sluipt ze rond en maakt opeens een sprint en een sprong. Maar nu, terwijl we bijna klaar waren met ons avondeten,  bleef ze maar sluipen, en heen en weer lopen en dan weer sluipen. Marcellin keek eens naar beneden, meende eerst dat er een rat was, en schrok zich toen een hoedje, want het bleek een schorpioen te zijn. Niet eens een hele kleine: ik was er wel eens een tegen gekomen in de latrine van ongeveer 1½cm, maar deze was behoorlijk indrukwekkender: zo’n 5cm. Ik haalde vlug mijn camera, en Marcellin haalde de wacht, die beleefd wachtte tot ik mijn plaatje gemaakt had vóór hij het dier onschadelijk maakte.

We zaten daarna nog in het kantoor wat naar de e-mail te kijken, en hadden hulp nodig van Carlos, die tijdelijk onze log is, zodat we die riepen. Hij zei dat hij kwam en gaf daarna een uitroep die maakte dat we eigenlijk dachten dat hij een grapje maakte. Maar dat deed hij niet, verzekerde hij. Dus ik pakte weer de camera en Marcellin ging weer de wacht halen. Dit was een nog grotere, een zwarte, de eerste een bruine. De wacht vertelde dat de bruine agressiever zijn en sneller aanvallen, maar als ze bijten/prikken, dan ben je met de zwarte zuurder dan met de bruine.

Gelukkig deden geen van beide iets, en ze zullen het niet meer doen ook. Maar hoe je moet voorkómen dat je in het pikkedonker een donkerbruin of zwart kruipend monster niet ziet zou ik niet weten…

HgrJW.

apr 15
Jan Willem Geschreven door Jan WillemVanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR)

R&R

U hebt al twee weken niets van me gehoord. Dat komt doordat ik ernstig ontregeld was door mijn ‘R&R’. Die afkorting staat voor ‘rest & recreation’: MSF-projecten plegen zich af te spelen in een omgeving die je op zijn minst als ‘gespannen’ kan benoemen, en dat schijnt aan je te vreten. Mensen slapen wat onrustig, worden na een poosje moe en prikkelbaar en gaan ruzie maken over allerlei kleinigheden: niet goed voor je project, en zeker ook niet voor de mensen waarvoor je daar eigenlijk bent, de patiënten/cliënten/doelgroep. Dus is de regel ingesteld dat je eens in de zoveel tijd uit je project gehaald wordt, en naar de hoofdstad gebracht wordt, waar je dan verplicht moet ontspannen: zitten, rondlopen, niksen, indien aanwezig in een zwembad liggen, indien om veiligheidsredenen toegestaan tochtjes in de omgeving maken, etc.

Mijn hele werkzame leven heb ik al een wat  problematische verhouding tot vakanties gehad: als je werk je hobby is heb je er geen last, maar plezier van, en is een vakantie een hinderlijke onderbreking. Daarnaast geven de voorbereiding van je afwezigheid, en vooral het wegwerken van de achterstand na afloop zóveel extra werk dat ik die zelden op vond wegen tegen het plezier van ‘er even uit’ zijn.

Maar nu zit ik hier als werknemer in een lijnorganisatie met een projectcoördinator die zich aan de regels houdt, en R&R is verplicht, dus ging ik.

Er zijn waarschijnlijk in andere landen hoofdsteden waar het goed toeven is, maar Bangui, de hoofdstad van de CAR, heeft niet zo veel te bieden: het is er even warm als in Vakaga, maar een stuk vochtiger. Er is een ‘Grand café’ waar ze croissants en pain au chococlat serveren die een beetje lijken op die in Parijs; maar de koffie smaakt er toch Afrikaanser dan daar. Er is een ‘Club Rock’ aan de rivier de Oubangui, een zijarm van de Congo-rivier, met een mooi uitzicht en een zwembad, en er zijn een paar restaurants. Het eten was er best eetbaar, vond ik, maar de aanwezigheid van prostituees, aangetrokken door de rijke buitenlanders, want dan is er vaak wel wat te verdienen, vond ik erg hinderlijk. Er zijn markten waar je souvenirs kan kopen, en je camera kan laten stelen en je zakken kan laten rollen; die laatste twee gebeurtenissen heb ik al van meerdere collega’s gehoord; vooral de markt ‘CP5′ heeft de beste souvenirs én de beste zakkenrollers, zegt men; die combinatie zal wel geen toeval zijn. Voorts kan je op het kantoor van MSF breedband-internet genieten, en dus wat uitgebreider met thuis communiceren.

Enfin, ik ben dus op R&R geweest. Vier hele dagen niet in Gordil. Ik had het één en ander te bespreken op het kantoor in de hoofdstad, en dat liet zich mooi combineren met de genietingen van internet. Skype (telefoon via internet) is werkelijk een geweldige uitvinding; ik ben weer helemaal bijgepraat met de familie.

Ik heb een dagje door de stad geslenterd en winkels en een markt bekeken (niet CP5). Mijn zakken zijn niet gerold, mijn camera heb ik nog, mijn schoenen zijn gerepareerd, en de gekochte ananassen waren veel te duur, want ik kan niet afdingen, maar heerlijk.

Het was de bedoeling om met een aantal mede-R&R-ers ook een dagtocht naar een mooie waterval te maken. Maar de genietingen van de grote stad bleken voor enkelen van ons, waaronder voor mij, althans voor mijn ingewanden teveel van het goede. ‘Turista’ heet dat: waarschijnlijk een rotavirus-infectie, die heftig braken en diarrhee geeft. Iedereen die wat langere reizen maakt kent het; ik was kennelijk aan de beurt. Geen watervallen en geen zwembad dus. Gewoon de badkamer.

‘t Heeft me toch twee weken gekost om het helemaal te boven te komen. Maar nu ben ik er weer…

HgrJW.

apr 8
Anita Geschreven door AnitaVanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR)

Afscheid

Het moment wat er al langer aan zat te komen en waar ik best een beetje tegen op zag is nu echt aangebroken: mijn laatste dag in Boguila en het afscheid van alle medewerkers. Zoals gebruikelijk wordt er met de 120 medewerkers een afscheidsfeest gehouden. Tot mijn blijde verbazing hebben ze uit het dorp een groep traditionele muzikanten en dansers uitgenodigd. In een kring rond de grote houten trommels wordt er gezongen en gedanst. Ik doe er in mijn nieuwe Afrikaanse jurk ook vrolijk aan mee en het is een gezellige boel. Vervolgens is het tijd voor de hier zeer geliefde speeches. Verschillende mensen uiten hun dankwoord tot het mijn beurt is. Ondanks dat mijn Frans in deze negen maanden echt een stuk verbetert is, heb ik hier wel een papiertje bij nodig. Met 120 medewerkers kan ik iedereen niet persoonlijk bedanken maar mijn directe collega’s worden natuurlijk wel even genoemd. Ik doe bij iedereen een armbandje om symbolisch de band met iedereen te laten bestaan. Zelf krijg ik een T-shirt waar iedereen zijn naam op heeft geschreven en een lokaal uit blikken gemaakte emmer om op mijn hoofd te dragen. Zo blijf ik toch ook een beetje een Afrikaanse vrouw! Dan is het etenstijd; grote pannen staan al klaar en iedereen kan langslopen voor zijn portie cassave met vlees. Maar net op het moment dat ik zelf ook in de rij sta, begint het te stortregenen en valt het hele feestje in het water. Vele medewerkers rennen naar huis en anderen vluchten ons huis binnen. Daar kijken we met elkaar naar de foto’s en filmpjes die ik deze negen maanden heb gemaakt. Niet iedereen heeft zichzelf eerder op video gezien dus dat geeft een hoop pret! Als de regenbui over is het eten op is, kan er met het kleine groepje dat nog over is buiten verder worden gedanst.
Omdat we al vroeg beginnen wordt het op dergelijke feestjes nooit zo laat maar als het is afgelopen is zit ik er een beetje verslagen bij. Het feest kenmerkt zich voor de afgelopen maanden. De regen staat voor de soms toch wel moeilijke en intensieve momenten, maar na de regen is er zonneschijn en kun je met elkaar weer verder om er iets moois van te maken. En de stilte na het feest symboliseert de stilte die het einde van de missie met mee brengt om van het intensieve leven en werken in een team en de grote groene compund terug te gaannaar mijn eigen kleine flatje in Amsterdam .
 
Na het inpakken van mijn tassen en de laatste nacht buiten onder de prachtige Afrikaanse sterrenhemel, komt het vliegtuigje de volgende ochtend al vroeg om terug naar de hoofdstad Bangui te gaan. Ik loop nog een laatste rondje door het ziekenhuis, geef een laatste aai over de bolletjes van de ondervoede kindjes en verwijder mijn persoonlijke mails en documenten van de computer. En dan voelt het wel heel definitief. Bij het vliegtuigje maken we nog een groepsfoto en zeg ik met een brok in mijn keel nog eens gedag aan mensen die me het dichts bij staan. Het is fijn om weer naar huis te gaan om alle vrienden en familie terug te zien, maar ik laat hier toch zeker ook een hele grote en warme‘familie’achter die ik nooit zal vergeten!

Anita

apr 6
Anita Geschreven door AnitaVanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR)

Laatste dagen

Nu mijn vervangster Rachel is aangekomen voelt mijn vertrek wel als heel dichtbij. In vier dagen tijd probeer ik alles zo goed mogelijk over te dragen. Dit is ook haar eerste missie en het doet me goed beseffen wat ik zelf allemaal in deze maanden geleerd en meegemaakt hebt. Omdat ik me negen maanden geleden in hetzelfde schuitje bevond, maakt dat het makkelijker om extra aandacht te besteden aan dingen die voor mijzelf de eerste periode het lastigst waren. We praten over het voedingsprogramma, de polikliniek, vaccinaties, de gezondheidsposten en het inroosteren van het medische personeel. Het is leuk te zien hoe enthousiast en gemotiveerd Rachel alles oppakt, en dat maakt het voor mij makkelijker om ‘los te laten’ van wat in de afgelopen maanden toch een heel eigen stuk werk is geworden.
 
Het voedingsprogramma is op dit moment een stuk kleiner dan toen ik negen maanden geleden aankwam. Doordat er nu zoveel mango’s zijn is er genoeg te eten voor iedereen. Over een paar maanden zal dat wel anders zijn, want door de slechte oogst van dit jaar worden er na het mangoseizoen nog meer ondervoede kinderen dan vorig jaar verwacht. Toch hebben we ook nu enkele kinderen die zeer ondervoed zijn. Bijvoorbeeld Symplice, een vierjarig jongetje wat nog maar 7,5 kilo weegt. Doordat hij zo lang is, is de ondervoeding helemaal goed zichtbaar. Zijn ledematen zijn alleen maar botjes en zijn ribben steken volledig uit. Waar ik de afgelopen maanden deze kinderen op de voet kon volgen en hun vooruitgang kon zien, moet ik nu ook afscheid nemen van dit kleine dappere kereltje. Ik weet dat hij in goede handen is, maar ik had hem graag met eigen ogen zien beter worden!
 
Op zondag is er ook genoeg werk aan de winkel maar ik probeer deze dag nog zoveel mogelijk te genieten van de kleine dingen die je hier mee kunt maken. Ik wandel de markt en het dorp nog een keer rond en koop voor laatste keer eieren bij de man waar we elke week een bestelling voor eieren hebben. Ik geniet van de vrolijke mensen en kinderen, die  me nog steeds verbazend hoeveel kilo’s kleine kinderen al op hun hoofd dragen. Na verschillende bezoekjes bij verschillende medewerkers besef ik me hoeveel ik dit alles zal missen.
 
In de laatste dagen voer ik ook nog de laatste evaluaties waar ik eerder niet aan toegekomen bent. Naast dat het de medewerkers helpt om verder te groeien in hun werk, helpen de evaluaties mij zeker persoonlijk ook goed om te realiseren hoe ik bepaalde dingen in een volgende missie anders zou doen. Daarnaast heb ik met de coördinator ook een eigen evaluatie en dat brengt naast goede punten ook een paar aandachtspunten naar voren. Eigenlijk is een missie naast al het boeiende en indrukwekkende werk een groot leerproces!
 
Anita

apr 4
Anita Geschreven door AnitaVanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR)

Ceremonie

De rouwceremonie voor de overleden vrouw gaat nog vier dagen door. Volgens de traditionele lokale gewoonte duurt de begrafenisceremonie voor een vrouw vier dagen en drie dagen voor een man, omdat de geest van een man het lichaam sneller zou verlaten.
 
Na de eerste gezamenlijke nacht waar het gezang de hele nacht in hetzelfde bijna trance opwekkende ritme doorgaat, wordt de vrouw ’s morgens achter het huis begraven. Aan de rand van het dorp zijn verschillende begraafplaatsen maar mensen kunnen ook bij hun eigen huis begraven worden. Vele van onze medewerkers zijn met de familie verwant en we proberen zoveel mogelijk mensen te laten deelnemen aan de begrafenis. De stemmen van de twee dochters zijn helemaal hees door de langdurige klaagzang van de eerste dag. Een derde dochter is nog in de hoofdstad en door het onbetrouwbare transport kan zij niet op tijd bij de ceremonie aanwezig zijn.
 
De avond na de begrafenis heeft al direct bij aankomst bij het huis een heel andere sfeer dan de eerste avond. Waar de dag van overlijden voornamelijk veel verdrietige emoties geuit werden en sombere liederen werden gezongen, is de sfeer de tweede avond een stuk uitbundiger. Diverse koren zingen vrolijker klinkende liederen en worden met vele lokale instrumenten ondersteunt. Er wordt gelachen en midden in de grote kring wordt gedanst. Als je niet beter zou weten zou je kunnen denken dat er een feestavond gehouden wordt! Waar ik de eerste dag met een zeer zwaar en somber hoofd de ceremonie verliet, geeft dit bezoek me een verlichtend gevoel.
 
De derde avond van de ceremonie is kleinschaliger en rustiger en er wordt alleen nog door een kleine groep vrouwen gezongen Het gezang gaat nu niet meer de hele nacht door al blijven de mensen nog steeds rond het huis slapen. Als aanbreng in de consumptie nemen mensen zakken suiker en koffie mee of een kleine financiële bijdrage. Ik denk me in hoe het in Nederland zou zijn als er vier dagen lang meer dan honderd logees voor een begrafenis zouden verblijven!
 
Omdat mijn laatste week in het project is aangebroken wordt als afsluiten van de goede samenwerking op zaterdag normaliter een feest gegeven. Maar ondanks dat deze laatste avond van de begrafenisceremonie in het bijzonder voor directe familieleden is, stellen we het feest uit tot de avond voor mijn vertrek. Waar het rouwproces op sommige momenten als een afscheidsfeest voor de vrouw leek te zijn is een echt afscheidsfeest op dit moment toch niet zo gepast.
 
Anita

apr 2
Jan Willem Geschreven door Jan WillemVanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR)

Lekker slapen

Het was een veelbewogen dag gisteren: omdat de veiligheidssituatie rondom ons de laatste maanden betrekkelijk goed is, mochten een paar leden van ons team voor het eerst in vele maanden weer eens buiten Gordil kijken. Er werd een ‘explo-missie’ naar Sikkekede gedaan. Dat is een dorp ten noorden van Gordil, dat het grootste centrum van de hele regio is, een knooppunt van wegen en van handelsacitiviteit. Het dorp heeft zo’n 15000 inwoners; een stuk meer dan de omstreeks 500 van Gordil. En terwijl wij in Gordil dus een hele kliniek open houden, wordt Sikkekede ‘verzorgd’ door een gezondheidspost die bemand wordt door één secourist en een ‘matrone’, een iets-opgeleide kraamhulp, zouden we in  Nederland zeggen, maar hier begeleiden die zelfstandig bevallingen.

In zo’n situatie verwacht je ernstige onderbehandeling van vrijwel alle mogelijke ziekten. Die werd dan ook aangetroffen: Marcellin nam de ernstigste drie patiënten mee naar Gordil voor verdere behandeling in de kliniek.

De vraag die daarbij natuurlijk meteen op komt, maar niet alleen daarbij is, waarom we gaan sluiten, en hoe dat nu verder moet. Kan je die mensen dan helemaal aan hun lot overlaten door weg te gaan? Dat besluit is natuurlijk niet aan ons: dat moet men in Bangui (de hoofdstad) en Berlijn (van waar de missie naar de CAR wordt geleid) en in Amsterdam, het hoofdkantooor van MSF-H, waar we onder vallen, uiteindelijk besluiten. Waar houdt het mandaat van MSF op en begint het ‘gewoon’ ontwikkelingswerk te worden? Maar wij, de mensen ‘van het veld’ moeten voor die beslissing wel de gegevens aanleveren, en aangezien niets menselijks ons vreemd is hebben we daar ook wel een mening over. En lang niet iedereen heeft dezelfde mening. Dat levert meer dan levendige discussies op: verhit mag je dat rustig noemen. Want we zitten daar allemaal onze ziel en zaligheid in te stoppen in toch niet helemaal de allermakkelijkste omstandigheden. Dan raak je er zeer bij betrokken.

Om dit verhaal verder te kunnen begrijpen moet U weten dat MSF, omdat de projecten vrijwel altijd in ‘onrustige’ omgevingen zijn, als regel heeft dat er altijd ergens een ruimte is waar je, als er werkelijk rondom je geschoten wordt, min of meer veilig bent. Bij ons dient een deel van het magazijn als ’safe room’. Het heeft een stenen muur, en er ligt een hoeveelheid drinkwater en voedsel om het er desnoods een week te kunnen uithouden.

Ik was na de soms dus zeer verhitte discussies gisteravond vroeg naar bed gegaan: rond 10 uur ’s avonds. Na een poosje werd ik gewekt: we moesten naar de ’safe room’. Er werd ook iets over schieten gezegd, maar nog half slapend drong niet goed tot me door wat. Er was niets te horen of te zien (de maan was alweer onder; in Nederland hebt U er geen idee van hóe donker het dan wordt: lantarenpalen zijn hier niet), dus eerst lampje zoeken, dan snel aankleden, en dan naar het magazijn, dat als ’safe room’ dient. Goed, we scharrelden er wat rond, iemand maakte nog wat grapjes over de grote voorraad condooms in dat magazijn, en toen vond ik een lekkere houding (languit op de grond), en heb ik weer wat gemist, want ik viel weer in slaap, tot ik gewekt werd, omdat men meldde dat het weer veilig was. Het was nog steeds warm, en het bleek rond 12 uur te zijn.

Ik nestelde me buiten in een van de ‘luie stoelen’, met mijn voeten op een plastic stoel die daar ook stond. Marcellin kwam naast me zitten, en vertelde me dat er  dichtbij twee maal een serie schoten van kennelijk een machinegeweer gelost was, en nog wat losse schoten vanuit een andere kant. Edith, kwam nog langs en vertelde dat er patiënten uit het ziekenhuis weggevlucht waren. En mogelijk gebeurde er nog veel meer, maar toen ik mijn ogen weer open deed was ik alleen en was het 1 uur. Ik ging naar bed, en sliep heerlijk tot de wekker ging.

Het tweede veiligheidsincident dat ik door lekker slapen gemist heb. Heb ik wat gemist?

HgrJW.

apr 1
Anita Geschreven door AnitaVanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR)

Intense dagen

Nu mijn laatste week hier in het project is aangebroken, draaien mijn
zintuigen overuren. Ik probeer alle dingen nog zo intens mogelijk te beleven
en te genieten van de gekleurde kleding, de zoete geur van de bomen vol roze
bloemen, het warme gevoel van de zon, de vriendelijke mensen en altijd
vrolijke kinderen. De zonsopgang vanuit mijn bed, sinds ik de afgelopen
weken buiten slaap om de warmte van het huis te ontvluchten. De zwerm vogels
die exact om 6 uur ’s morgens in onze mangoboom vliegt om als een wekker met
een hoop kabaal van de zoete oranje vruchten te eten. De zwaaiende mensen in
de dorpen die we vandaag weer passeren op weg naar het andere project om een
patiënt op te halen. Tijdens de rit van vandaag besef ik me goed dat ik na
deze week nooit meer in deze omgeving zal terugkomen. Ik probeer alle
ervaringen en indrukken extra in mijn geheugen te graveren, om ze straks
nooit meer te vergeten. Maar naast dat een laatste week in een project al
intensief genoeg is om alles af te ronden en op een zo goed mogelijke manier
over te dragen, zijn er dingen die de beleving van deze dag extra intens
maken.

Bij terugkomst van de rit passeren we op onze compound het huis van twee van
onze medewerkers. Er hebben zich vele mensen bij het huis verzameld en ik
vraag me af wat er aan de hand is. Het blijkt dat de moeder vanmorgen
overleden is. De ‘mama’zoals alle oudere en respectvolle vrouwen genoemd
worden was al drie maanden bij ons opgenomen voor grote brandwonden. Maar
het lichaam van deze oude vrouw was zo verzwakt dat ze alleen maar achteruit
ging.

Als ik de twee medewerkers die de laatste tijd toch al heel wat te verduren
hebben gehad wil condoleren, schuif ik aan in de rituele bijeenkomst. Gezien
de grote rol in een religieuze gemeenschap en het respect dat de vrouw in
het dorp had, zijn er vele mensen bij het huis bijeengekomen. Verschillende
groepen vrouwen dragen verschillende kleuren kostuums en zingen vele
liederen, afgewisseld met emotioneel klaagzang. Ook uit de verte komen
mensen zingend en jammerend aan om zich in de menigte te voegen. Op een
later moment komt er een grote stoet kinderen aan die hun eigen lied zingen.
De melodieën geven kippenvel ondanks dat ik de inhoud van de liederen niet
kan verstaan. Voor het huis heeft men onder een afdak een bed neergezet met
het lichaam van de vrouw, zodat iedereen uit het dorp zijn laatste eer kan
betuigen. Bij de ceremonie rond het bed zijn voornamelijk vrouwen betrokken,
schuin achter het huis kan ik de mannen het graf zien graven. Het is
indrukwekkend hoe iedereen in de ceremonie zijn plek heeft.

De mensen uiten met veel emoties hun gevoelen sommige vrouwen lijken niet te
kunnen ophouden met snikken en jammeren. Door de intensheid van de emoties
en het ontroerende klaagzang  branden ook mijn ogen en zijn de tranen maar
moeilijk te bedwingen. Naast de begrafenisceremonie betekent het afscheid
van deze vrouw voor mij ook al een beetje een afscheid van Boguila,
beseffende dat ik binnen een week hier al weg ga.

De ceremonie gaat de hele dag door, maar ik moet weer aan het werk en
probeer mijn gedachtes te verstellen om weer aan de slag te kunnen. Maar
meteen als ik de eerste hulp binnen stap tref ik een levenloze baby aan. Het
blijkt dat het meisje dat vanmorgen is binnengebracht met een ernstige
bloedarmoede gestopt is met ademen. Met elkaar proberen we tevergeefs het
kindje te reanimeren en de moeder staat er verslagen bij. Pas op het moment
dat ze het levenloze lichaampje oppakt om mee naar huis te nemen, komen de
hoog oplopende emoties bij haar naar boven en vertrekt de familie met het
lichaampje naar huis.

Hier in Afrika lijkt de dood veel meer bij het leven te horen dan in de
westerse maatschappij. Ondanks dat het altijd moeilijk blijft mensen te zien
overlijden, geeft het familiegevoel en steun uit de omgeving een warm gevoel.
Ook ’s avonds gaat de ceremonie rond het huis van de oude vrouw verder. Het
grootste deel van onze medewerkers is ook aanwezig en door diverse koren
worden er indrukwekkende liederen gezongen. Door de vele ceremonies die er
per week in het dorp vanaf een afstand of dichterbij te horen zijn, herken
ik de liederen zonder dat ik weet wat er precies mee gezegd wordt. De
trommels en andere instrumenten ondersteunen het ritme van de nummers.
Mannen en vrouwen zitten apart en in het midden wordt er gedanst en
gezongen. Rond de grote kring hebben de mensen hun mat op de grond gelegd om
met zijn allen bij het huis te blijven slapen. De ceremonie zal de hele
nacht doorgaan maar ik kan zo lang niet blijven. Met een zwaar gevoel loop
ik terug naar huis, om buiten in mijn bed vanaf een afstand het gedemde
geluid verder te beluisteren. Naast de toch al enerverende week zal ik ook
deze intense en indrukwekkende dag niet snel vergeten.

Anita