mrt 26
Jan Willem Geschreven door Jan WillemVanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR)

De eerste regen

We hadden vandaag de eerste echte regenbui. Veel te vroeg, volgens kenners, het hoort pas in juni te gaan regenen. Vorige week voelde ik al eens een paar druppeltjes en gisteren donderde het wat, en vond ik de lucht er ‘Zuid Afrikaans’ uit zien: niet meer effen-blauw, maar blauw met grote witte wolken.

Vandaag kwam de verpleegkundige uit de andere projectlokatie, die inmiddels gesloten is, hier aan: Marcellin komt Elie vervangen. Elie vertrok begin deze maand wegens ‘einde contract’; na 9 maanden wilde hij zijn familie wel weer eens zien. Marcellin komt uit het oosten van de Democratische Republiek Congo. We hadden al samengewerkt de periodetjes dat ik in Birao zat. Ik ben blij dat hij er is: rustig, serieus, en net zo’n workaholic als ik, dus dat past wel. Tot Pat’s ontzetting fluit hij ook!

Maar vanmiddag was ik toch even zeer verbaasd: ja, regen is bijzonder als je dat al een maand of drie (ik), of vier-vijf (Marcellin) niet meer gezien hebt. Maar hij raakte helemaal vrolijk en vrijwel buiten zinnen, en ging uitgebreid staan dansen in de plensbui. Kijk, dát zal je deze Nederlander toch niet gauw zien doen. Maar ook de in Gordil autochtone secouristes stonden het hoofdschuddend aan te zien.

HgrJW.

P.S.: de bui duurde ongeveer drie kwartier. Het koelde er nauwelijks van af (van 42º naar 39º), maar het is nu wel erg vochtig-plakkerig. Met name nu de wind weer is gaan liggen (tijdens de bui waaide het fors) vind ik dat geen verbetering.

mrt 22
Maartje Geschreven door MaartjeVanuit DR Congo

De dagelijkse gevechten

De problemen op de weg zijn niet over. Dagelijks worden er mensen en hulporganisaties onder bedreiging gestopt en beroofd. Sinds dit ook met een auto van Artsen zonder Grenzen gebeurde, begin maart, hebben we al onze activiteiten buiten de plaatsen Mweso en Kitchanga gestopt. Al weken is het voor ons niet mogelijk om onze gezondheidsposten te bereiken. Hierdoor zitten duizenden mensen zonder zorg.

De resultaten zijn voelbaar en zichtbaar. Het eerst in de meest kwetsbaren. Moeders komen, na uren te hebben gelopen, met hun kind in hun armen naar het ziekenhuis. Kinderen zwaar ondervoed, kinderen in ademnood.

De vader van Haishakuya zit dagen en nachten lang met hem in zijn armen in onze intensieve zorg-kamer. Haishakuya is ernstig ziek, ik ben bang hem te verliezen. We denken dat hij tuberculose heeft, de antibiotica werken niet en ondanks de therapeutische voeding komt hij niet aan.

Het Ministerie van Gezondheidszorg heeft een tuberculose-programma lopen in Mweso, maar heeft veel problemen met de levering van medicijnen. Op dit moment zijn er geen medicijnen voor kinderen in het ziekenhuis. Haishakuya gaat elke dag meer achteruit
 
Zijn vader blijft hem stevig vasthouden terwijl Haishakuya aan het zuurstofapparaat moet omdat hij steeds meer moeite krijgt met zijn ademhaling. De Congolese dokter besluit Haishakuya een halve pil van de volwassen medicatie te geven. Ik vrees dat Haishakuya hierdoor veel last zal krijgen van gevaarlijke bijwerkingen van deze medicatie, maar we hebben geen keus. Geen medicatie is zeker het einde.

Liefde als medicijn
Ik geef Haishakuya maar weer eens een aai over zijn kleine hoofdje en vraag de verpleegkundige mijn woorden aan zijn vader te vertellen. Ik vertel zijn vader dat ik het heel goed vind dat hij Haishakuya telkens zo stevig vasthoudt. Ik vertel dat dit heel erg belangrijk is, liefde is het beste medicijn dat zijn vader hem kan geven. De vader slikt en vertelt mij dat Haishakuya’s moeder al dood is en dat hij zijn zoon niet ook wil verliezen. Ik slik maar weer eens, en wil weer eens dat ik meer in mijn macht had…

Ondertussen heeft Haishakuya een buurvrouw gekregen. Rebecca, 6 jaar, elf kilo. Haar moeder kwam met haar gelopen, 60 kilometer lang. Rebecca is opgenomen in ons intensieve voedingsprogramma, maar blijft alle melk en rehydratiemix die we haar geven uitspugen. We moeten haar een infuus geven maar het duurt uren voordat we een goed vat vinden. Rebecca is in zo’n slechte staat dat al haar bloedvaten zich nauw getrokken hebben.

In de avond ga ik voordat ik terug ga naar de basis waar we wonen nog even langs Haishakuya en Rebecca. Haishakuya ligt in de armen van zijn vader. Zijn ademhaling is iets rustiger geworden. Rebecca ligt nu aan het zuurstofapparaat, ze reageert nauwelijks op mijn aanraking.

De volgende ochtend vraag ik me, zoals veel ochtenden, weer eens af wat de nacht gebracht heeft. De verpleegkundige vertelt me dat Rebecca die nacht overleden is. Haishakuya gaat beter, zijn koorst is gezakt en zijn ademhaling is rustiger. In de armen van zijn vader wordt hij overgeplaatst van de intensieve kamer naar de therapeutische voedingsafdeling.
Hij maakt plaats voor een tweeling. Acht maanden, 2,7 kilo, beide een zware longontsteking en uitgedroogd. Moeder kwam net aangelopen na twee dagen onderweg.
Weer een nieuwe strijd te vechten…..

Maartje

mrt 20
Anita Geschreven door AnitaVanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR)

Prioriteiten

Door de onvoorspelbaarheid van sommige dagen is het moeilijk een dagelijkse
planning te maken. En zeker nu het einde van mijn missie nadert en ik over
drie weken het project al weer zal verlaten, zijn er veel dingen die nog
moeten gebeuren. Dingen die ik al veel eerder had moeten doen, maar waar ik
door de drukte simpelweg niet aan toe gekomen ben. Zo staat het evalueren
van de medische medewerkers al weken lang bovenaan mijn lijst, maar komen er
altijd dingen tussendoor die een hogere prioriteit vragen.

Zo begint de dag in de polikliniek vandaag met twee patiëntjes die verdacht
worden van mazelen. Mazelen is zeker onder kinderen erg besmettelijk en in
gebieden als CAR waar de vaccinatiegraad laag is kan al snel een epidemie
uitbreken. De patiëntjes van vandaag blijken niet alle typische
verschijnselen te hebben maar worden voor de zekerheid een nachtje
opgenomen. Hieruit blijkt dat het een loos alarm is, maar het is goed om
alert te zijn zeker omdat een epidemie hier altijd op de loer ligt.

Hetzelfde verhaal geldt voor een bepaalde vorm van hersenvliesontsteking. De
meningococcen meningitis is erg besmettelijk en ook hierbij kan al snel een
epidemie uitbreken. Ook deze ochtend komt er een patiëntje met een
hersenvliesontsteking binnen, maar net zoals bij de voorgaande patiëntjes is
het een zekere opluchting als uit de laboratoriumtest blijkt dat het niet de
hoog besmettelijk variant is. Door het onderzoeken van de patiëntjes en al
het overleg dat we met elkaar plegen, ben ik zo weer een paar uur verder
waardoor ik niet veel tijd heb voor de dingen die ik had willen doen.

We horen namelijk dat er vanuit het andere project twee noodgevallen naar
Boguila getransporteerd moeten worden. Een vrouw met een buiten
baarmoederlijke zwangerschap en een jongen die tijdens het spelen een grote
speer in zijn buik had gekregen hebben beide een operatie nodig. De
patiënten zullen pas over ruim twee uur met de auto in Boguila zijn maar
eerst moet er hier nog een keizersnede worden uitgevoerd. Gelukkig is het
chirurgische team al snel opgeroepen en kunnen alle operaties achter elkaar
worden uitgevoerd. Met een hogedrukpan worden de materialen en lakens
gesteriliseerd voor de volgende operatie, simpel maar zeker functioneel. Bij
de jongen blijkt dat door de speer zijn darmen op verschillende plaatsten
geperforeerd zijn. Zonder het noodtransport en de operatie was had hij het
niet had gehaald. En de vrouw met de buiten baarmoederlijke zwangerschap had
zoveel bloed verloren, dat ook voor haar alleen de operatie haar leven kon
redden. Noodgevallen zijn op dat moment toch echt veel belangrijker dan de
evaluaties die nog liggen te wachten en het laat ons allemaal goed beseffen
voor welke reden we hier zijn.

Voor vandaag hebben we ook de ‘chefs de village’ ofwel dorpsoudsten rond een
van de gezondheidsposten uitgenodigd om te evalueren hoe het er in de dorpen
en de post aan toe gaat. De veelal oudere mannen dragen met trots de broche
die ze tot dorpsoudsten betitelt.  Ze zijn blij met het bestaan en de
kwaliteit van de post, maar vragen toch voornamelijk veel dingen waar ze
persoonlijk beter van worden. De post is er voornamelijk voor de eerste hulp
van bijvoorbeeld malaria, uitdrogingsverschijnselen en het verbinden van
wonden. Als de mannen dan voornamelijk over spierpijn klagen van het harde
werken en om medicatie vragen, moet ik nogmaals uitleggen dat AzG een
noodhulporganisatie is en in de post alleen basale behandeling kunnen worden
gegeven. Voor andere klachten is men altijd welkom hier in het ziekenhuis
zelf. De mannen lijken het te begrijpen maar zijn toch niet helemaal
tevreden met mijn antwoord. Ook voor mij blijft het enigszins lastig
dergelijke vragen te beantwoorden, wetende dat je in Nederland voor
dergelijke klachten gewoon even naar de apotheek om de hoek gaat.

Na de bijeenkomst is en het regelen van alle honderd-en-een dingen die ik
vandaag niet op mijn lijstje had staan, is het inmiddels te laat voor onze
wekelijkse vergadering met het medische team. Ook de training met het
vaccinatieteam moet ik voor deze middag schrappen. En de evaluaties? Die
staan morgen weer bovenaan mijn prioriteitenlijstje.

Anita

mrt 19
Jan Willem Geschreven door Jan WillemVanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR)

Vaccinatie

Pat, onze ‘log’, houdt nauwkeurig bij wat we hebben, en wat er dreigt te ‘verlopen’, en dus snel gebruikt moet worden. Bij voorkeur door ons, maar als wij geen patiënten hebben, overlegt hij met andere projecten of die soms wat nodig hebben. Twee weken geleden waarschuwde hij dat er twee flesjes gele koorts vaccin eind deze maand hun ‘niet gebruiken na’-datum zullen bereiken.

Vaccineren gaat hier anders dan in Nederland. Er is geen bevolkingsadministratie. Lang niet alle kinderen worden onder begeleiding van een deskundige geboren. En daar het tijdsbesef niet al te sterk is, is van veel kinderen niet bekend dát ze geboren zijn, en wanneer ze geboren zijn.

Met lost dat op door periodiek een ‘vaccinatiecampagne’ te houden. De auto rijdt met een megafoon door het dorp en tettert luid rond dat er (bijvoorbeeld) komende maandag gevaccineerd zal worden. Alle kinderen onder de vijf worden van harte uitgenodigd; graag vaccinatiekaart indien aanwezig meenemen. Dan heb je een beetje idee wie er kunnen komen, maar zeker weet je dat nooit.

Om te voorkomen dat we dure vaccins weg zouden moeten gooien, besloten we wat eerder dan gepland te gaan vaccineren. Om het extra aantrekkelijk te maken beloofden we iedere ouder die één of meer kinderen ter vaccinatie aan bood een stuk zeep.

Dat laatste bleek een gouden greep: er kwam geen eind aan de stroom kinderen die op kwam dagen! Want het nut van vaccineren ziet men niet erg: kinderen gaan dood of niet, dat is in Allah’s/Gods hand, daar kan je toch niets aan doen. Maar voor een stuk zeep doe je wat, en ga je desnoods een halve dag met je kinderen (of die van je dochter, zus, tante, of buurvrouw) in een volle wachtruimte zitten. Dat heeft het bijkomend voordeel dat je de nieuwtjes weer eens uit kan wisselen.

We entten tegen DKT (difterie, kinkhoest, tetanus), Mazelen, Gele koorts (alle drie prikken),
Polio (dat is hier een drupje dat geslikt moet worden), en er wordt ook vitamine A gegeven: nóg een drupje. De handigste volgorde is eerst de prik(ken). Omdat het kind dan huilt heeft het zijn mond open en kan je de drupjes er zonder probleem in druppen. Vooraf en ondertussen wordt bijgehouden wat ieder kind nu nodig heeft (dat hang af van hoe oud het is, en wat het al eerder al-dan-niet gekregen heeft), en wordt op de kaart genoteerd wat het nu krijgt. En tenslotte wordt dus de zeep overhandigd. Kaart-prik-slik-zeep. Volgende.

Ik kon aan het plaatjes maken blijven: die kleuren van die kleren van die mensen! U krijgt het geluid er helaas niet bij: een mengsel van praten, veel en hard lachen, en daar doorheen kortdurend erg hard huilen door het volgend slachtoffertje dat net weer een prik kreeg.

Wel: de gele koorts vaccins zullen niet verlopen. Een klein probleem kan nog worden dat we door deze veel grotere opkomst nu bijna zonder polio-vaccin zitten. Dat blijkt in de ons omringende projecten ook schaars te zijn, dus daar is Pat nu weer mee doende. Wat ben ik blij dat ik alleen maar dokter ben, en dat we zo’n attente ‘log’ hebben.

HgrJW.

mrt 17
Addy Geschreven door AddyVanuit Darfur

Flexibiliteit, geduld en een abrupt vertrek

Flexibiliteit en geduld. Die 2 woorden had ik opgeschreven op een velletje papier. En afgelopen weken heb ik mezelf herhaaldelijk gedwongen die 2 woorden te herlezen om ze maar niet te vergeten…

Het begon met een plots en onverwacht vertrek uit het project in Feina ergens in januari. Mijn werkvergunning was verlopen en voor een stempel op het nieuwe exemplaar moest ik, helaas, helemaal terugreizen naar de hoofdstad Khartoem. Via enkele feestjes, filmavonden en relaxen aan het zwembad (tja.. je moet toch wat zonder werkvergunning) kwam ik uiteindelijk –veel later dan gepland maar met stempel en vergunning – terug in de stad Nyala, het vertrekpunt naar Feina.

Bepakt en bezakt en vol enthousiasme om mijn werkzaamheden te hervatten wachtte ik die ochtend op de helikopter. Na een kop koffie, een gezellig praatje met mijn nieuwe collega en de eerste hoofdstukken van mijn boek, besefte ik dat het wachten wel erg lang duurde. Het nieuws kwam dat de helikopter vandaag niet zou vliegen gezien gevechten in de bergen van de Jebel Mara.

Mijn collega’s van project Muha hadden dit vergeefs wachten op een helikopter ook al een aantal keer meegemaakt die weken. 7 maal zelfs. Zij probeerden terug te keren naar het ziekenhuis in Muha, wat ze ongeveer een maand geleden gedwongen hadden moeten verlaten wegens gevechten in het stadje.

De volgende dag was het geluk echter meer aan de zijde van AzG. We hadden toegang tot Muha per heli! En aangezien ik voorlopig niet naar Feina zou kunnen reizen en er meer dan voldoende werk te doen was in Muha ging mijn reis die kant op.

Ik reisde samen met de projectcoördinator en verpleegkundige, die beiden al enkele maanden in Muha hadden gewerkt en beiden de evacuatie van een maand geleden meegemaakt hadden. Zij kenden het dorp en het project dan ook goed. Voor hen zou dit een terugkeer worden naar hun geliefde project, voor mij betekende het een begin op een nieuwe werkplek.

Al bij de eerste beelden van Muha vanuit de lucht beseften we dat Muha veranderd was. Muha viel jaren onder het bewind van de rebellen maar na de gevechten tussen verschillende rebelgroepen was het dorp in de handen van de regering gevallen. Direct zagen we vlaggen van de Sudanese overheid, politietroepen en verschillende gebouwen van overheidsinstanties. We zagen nauwelijks activiteiten op de lokale markt en in de straten, veel huizen waren verlaten en er was juist een grote groep mensen die met hun hebben en houden onder de bomen bivakkeerden rondom de UN peacekeeping legerbasis. Vanuit daar vertrokken dagelijks verschillende trucks, volgeladen met mensen en al hun bezittingen, om de bevolking naar andere plaatsen in Darfur te brengen.

Snel na aankomst op de landplaats, omgeven door eindeloze savanne, vertrokken we naar het ziekenhuis. AzG runt het project al een aantal jaren. De kliniek is normaliter dan ook een goed geoliede machine waar dagelijks poliklinische zorg geboden wordt aan kinderen, oorlogsslachtoffers en andere spoedgevallen, zwangere vrouwen en ondervoede patiëntjes. Ook is er een grote opnameafdeling waar zo’n 30 tot 50 patiënten verblijven, al dan niet na een chirurgische ingreep uitgevoerd in de nette en goed voorziene operatiekamer.

In het ziekenhuis ontmoetten we direct de lokale stafleden. Enerzijds was het een blijde hereniging en warm welkom voor mij. Anderzijds was het een droevige bedoening om te zien dat er minder dan 40 man personeel (medisch en niet medisch) aan het werk was. Het overgrote deel van onze 160 stafleden bleek, zoals een groot deel van de bevolking van Muha, vertrokken te zijn.

Enkel de polikliniek functioneerde nog. De rest van het ziekenhuis was verlaten, stoffig en rommelig en overal troffen we de sporen aan van troepen die de nachten in de kliniek doorgebracht hadden. De compound voor de internationale staf, een groep hutjes en kantoren enkele honderden meters van het ziekenhuis vandaan, bleek tot de grond afgebrand te zijn.

De verpleegkundige en ik startten direct met ons medisch werk, want patiënten waren er genoeg. We richtten een van vroegere afdelingen direct in zodat we de ziekste patiënten gedurende 24 uur konden verzorgen. De ruimte ernaast haalden we leeg en maakten we tot de woon-/slaapruimte voor de internationale stafleden.

Gedurende de dagen die volgden zagen we, met het beperkte team, zoveel mogelijk patiënten als we konden. We herstarten het voedingsprogramma (25 nieuwe patiënten per week, vergeleken met zo’n 4 nieuwe patiënten per maand normaliter! !), we boden zwangerschapscontroles, we verrichten chirurgische ingrepen en zwangere vrouwen arriveerden weer in de verloskamer voor een veilige behandeling.

Overdag hielpen de aanwezige lokale stafleden waar ze konden. Ik was erg onder de indruk van hun motivatie en gedrevenheid, beseffende dat de meeste van hen onder een boom leefden in een onveilige omgeving. De stafleden konden en wilden, gezien de veranderde veiligheidssituatie in het dorp, niet werken gedurende de avonden en nachten. Dus stonden we zelf om de 3 uur op om therapeutische voeding aan de zwaar ondervoede kinderen te geven, medicijnen toe te dienen en controles uit te voeren. Dan toch een voordeel om in het ziekenhuis direct naast de patiënten te wonen!

Na een lange dag, juist na een effectieve vergadering waarin we eerste weken terug in Muha hadden geëvalueerd en plannen hadden gemaakt voor de komende week, riep de projectcoördinator ons bijeen. Hij had zojuist het nieuws ontvangen dat AZG ons project per direct moest besluiten. De humanitaire hulp commissie (ministerie tak die verantwoordelijk is voor het werk dat AzG en andere NGO’s verricht) kon onze veiligheid niet waarborgen en verplichtte ons te vertrekken. Er was geen discussie over mogelijk…

In de vroege ochtend maakte ik voor de laatste maal de melk klaar voor de ondervoede kindjes. Tijdens de ochtendronde vertelde ik elke patiënt dat het tijd voor ontslag was en om naar huis te gaan. Ik gaf ze orale medicijnen mee, legde de verdere behandeling uit en gaf ze een verwijsbrief mee voor een ziekenhuis uren reizen verderop. De moeder van het 3e kind keek me vragend aan ‘waarom bezoek je ons zo vroeg op de ochtend en waarom stuur je iedereen naar huis?’. Ik kon slechts antwoorden dat we, tegen onze zin in, gedwongen waren het ziekenhuis te sluiten en dat ik niet wist waarom. Ook zij besefte dat dit desastreuze gevolgen voor haar kindje zou hebben. En voor het zwaar ondervoede kindje ernaast dat nog geen hap eten zelf had geslikt.

Ondertussen lichtte mijn collega de overgebleven stafleden in over ons gedwongen vertrek. Nog geen 5 minuten na het beëindigen van die korte vergadering zagen we een aantal stafleden met hun gezinnen en kar met spullen het dorp verlaten. Met het wegvallen van AZG, en het wegvallen van veiligheid, bescherming en zekerheid op een goede toekomst, was er voor hen helemaal geen reden meer om in Muha achter te blijven.

Binnen enkele uren was het ziekenhuis leeg en verlaten, lagen medicijnen en materialen achter slot en grendel, en werden patiënten de toegang geweigerd. We beseften allemaal dat ons abrupt vertrek, nog diezelfde dag, heel veel kapot maakte in Muha.

Een deel van het team van Muha, maar ook het team van Feina en het project Kalma (een groot vluchtelingenkamp waar zojuist hersenvliesontsteking was uitgebroken) werden de dag erna naar de hoofdstad gevlogen. Met een klein team bleef ik achter in Nyala, met de hoop om een eventuele vaccinatiecampagne tegen hersenvliesontsteking in kamp Kalma alsnog uit te kunnen voeren.

Woensdagmiddag klokslag 4 uur zitten we gezamenlijk voor de televisie in afwachting van de uitspraak van het internationaal gerechtshof. President el-Bashir wordt beschuldigd van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de humaniteit. Het ICC legt hem een arrestatiebevel op.  Dan krijgt onze landencoördinator in Khartoem te horen dat de Nederlandse tak van AzG, en een aantal andere hulporganisaties, het land moet verlaten, zonder afgeven van een duidelijke reden en zonder enige discussie.

Een dag later worden onze kantoren, opslagruimten, woningen, auto’s en computers in beslag genomen door de overheid. We vliegen met de achtergebleven internationale stafleden van Nyala naar de hoofdstad. Aanvragen voor onze exit-visa worden ingediend. We proberen nog zoveel mogelijk contact te maken met onze nationale stafleden in de verschillende projecten maar slagen hierin nauwelijks.

En binnen een aantal dagen zit ik met het grootste deel van mijn collega’s in het kantoor van Artsen zonder Grenzen in Amsterdam waar we de puzzelstukjes van afgelopen dagen samen proberen neer te leggen.

Waarom zijn we zonder pardon het land uitgezet? Wat gebeurt er met onze Sudanese collega’s die jarenlang met zoveel motivatie voor ons hebben gewerkt? Maar erger nog, wat gebeurt er met de populatie van Darfur, wederom op de vlucht, zonder toegang tot medische zorg, water en voedsel?

Addy

mrt 15
Jan Willem Geschreven door Jan WillemVanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR)

Parkeerplaats

Ieder ziekenhuis dat zichzelf respecteert heeft een parkeerplaats. Ook onze kliniek in Gordil. Zelfs als er geen auto’s zijn heb je dat. Want dan zijn er wel andere vervoermiddelen die geparkeerd moeten worden.

Mensen komen soms van heinde en verre naar je toe. Meestal te voet. Afrikanen lopen onvoorstelbare afstanden, ook op onvoorstelbaar slechte voeten. Kunt U zich voorstellen hoe beschaamd ik me voelde toen een patiënte met lepra, tegen wie ik aanmerkingen maakte op de slechte hygiënische toestand van haar misvormde voeten, me uitlegde dat ze afgelopen twee dagen ruim 30km gelopen had om de kliniek te bereiken? Omdat het belangrijk is dat leprapatiënten regelmatig en zonder onderbreking (bijvoorbeeld doorvervoersproblemen) hun zeer langdurige behandeling blijven gebruiken, en het eveneens belangrijk is dat ze erg goed op hun voeten (en handen) passen, maakte Artsen zonder Grenzen nu gelukkig de regeling dat leprapatiënten een reiskostenvergoeding krijgen en dus iets kunnen huren om hier te komen: er zit een ‘lepra-pocket’ nabij het dorp waar ook deze dame vandaan kwam. En nu komen ze dus per ezel.

Onder deze bomen is ons parkeerterrein.

Er is een opmerkelijk verschil in het geluid dat parkeerterreinen maken hier en die, die ik van Nederlandse ziekenhuizen ken. Die Nederlandse maken vooral overdag lawaai: allemaal auto’s die brommend en grommend rondrijden om een plekje te zoeken. Dát hoor je hier niet. ’s Nachts zijn Nederlandse parkeerterreinen stil. Maar U moest eens weten hoe het klinkt als ’s nachts drie ezels samen balken tegen de volle maan.

HgrJW.

mrt 12
Anita Geschreven door AnitaVanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR)

On the move!

Sinds mijn verblijf in Boguila ben ik slechts één keer de weg op geweest
naar ons andere project hier in noordwest CAR. Vanwege de
veiligheidssituatie mochten we de afgelopen maanden het dorp Boguila niet
met de auto verlaten. Maar omdat het de laatste weken weer een stuk rustiger
lijkt te zijn, willen we een van de wegen toch weer openen voor
‘emergency-transfers’; voor als er uit het andere project met spoed
patiënten naar het ziekenhuis in Boguila verwezen worden. Waar dat de
afgelopen tijd met lokale motortaxi’s gebeurde, is het toch goed om zelf ook
te zien wat er in de dorpen speelt en om ons gezicht weer te laten zien. De
veiligheidsmaatregelen worden nog eens extra doorgesproken en we gaan dan
ook goed voorbereid op pad, met twee jeeps zodat als er onderweg wat gebeurt
er altijd een tweede auto is. Ik verheug me op de rit om eindelijk weer eens
wat meer van het leven in de omgeving te zien. We passeren meerdere kleine
dorpjes en overal wuiven de mensen ons enthousiast toe, nadat we bijna een
jaar lang geen gebruik van deze weg hebben gemaakt.

De meeste dorpen worden door enkele leden van een gewapende groepering
bewaakt. Waar zij normaliter voor de veiligheid van de bewoners zorgen,
veroorzaken zij geregeld ook voor grote problemen. Maar ook zij houden zich
de afgelopen weken rustig in afwachting van  het landelijke
ontwapeningsproces, waarbij de bewapenende groeperingen geld krijgen om hun
wapens in te leveren en indien mogelijk toe te treden in het regeringsleger.
Het is maar de vraag in hoeverre dit proces werkelijk doorzet en of de
veiligheid van de bewoners er daadwerkelijk mee zal verbeteren, maar het
zorgt er wel voor dat de veiligheidssituatie de laatste tijd in ieder geval
stabiel is.

Veel dorpen zijn relatief leeg omdat de meeste mensen overdag op hun velden
werken, als voorbereiding op het regenseizoen. In enkele dorpjes bevindt
zich een school, wat betekent dat het normale leven gelukkig weer een beetje
is teruggekeerd. Als de kinderen in de klas ons zien langs rijden, stormen
ze met zijn allen het lokaal uit om ons gedag te zwaaien. In de ene hand
hebben ze hun houten schoolplankje om op te schrijven en in hun andere hand
een half afgekloven onrijpe mango. Het mangoseizoen is nog niet aangebroken,
maar omdat de meeste mensen niet veel te eten hebben eet men de mango’s voor
ze zoet zacht en rijp zijn. En dat dat voor buikpijn zorgt en de mango´s
over een paar weken veel beter zijn, is hier niet echt uit goed te leggen
als je honger hebt.

In een van de dorpen bevindt zich een gezondheidspost van het ministerie van
gezondheidszorg, maar omdat de gezondheidszorg in CAR zó minimaal is zijn er
geen enkele medicijnen in de post verkrijgen. Een man met een gebroken been
wordt er op een traditionele manier verpleegd; er zijn kruiden en takken om
zijn been gebonden om het been te stabiliseren en te laten genezen.
Paracetamol wordt op de markt in een ander dorp gekocht. Een paar dorpen
verderop in Sido ondersteunen we zelf een gezondheidspost, voornamelijk voor
de behandeling van malaria. Doordat we tot nu toe niet de weg op mochten,
kwamen de medewerkers zelf elke twee weken naar Boguila voor training en een
nieuwe voorraad medicatie. Het klinkt hard dat als wij de weg niet op gaan
we de medewerkers naar ons toe laten komen en ik vind het nog steeds een
lastige situatie, maar de mensen wonen hier en verplaatsen zich toch wel om
naar hun velden of de markt te gaan en op deze manier kan de populatie toch
basisgezondheidszorg krijgen. Gelukkig heb ik nu eindelijk de mogelijkheid
om met eigen ogen te zien hoe de gezondheidspost functioneert. Er zitten een
tiental patiënten te wachten op hun consult en alles blijkt redelijk op
orde. Naast de post bevindt zich een latrine, de enige in het dorp. Denk je
eens in om in Nederland met het hele dorp een zelfde toilet te moeten delen!
Dit betekent dat veel mensen hun behoeftes in de bush doen. Hygiëne is dan
ook een belangrijk aspect van de voorlichting aan de mensen. Gelukkig is er
in de meeste dorpen wel een waterpomp, wat betekent dat het water in ieder
geval van voldoende kwaliteit is. We komen aan bij een gebroken brug, maar
door het droge seizoen kunnen we de diepe rivierbedding nu zonder problemen
passeren. In de regentijd betekent het dat deze weg niet gebruikt kan
worden.

Na een route van bijna 50 kilometer waar we de hele ochtend over doen om in
alle dorpjes even met bewoners te praten, ontmoeten we het andere team van
AzG die dezelfde weg zuidwaarts hebben genomen. Een dergelijke ontmoeting
noemen we een ‘kiss’ en voorkomt dat één team de hele route af moet leggen.
Aan het einde van de middag komen we terug in Boguila, onder het rode stof
maar vol enthousiasme over de goede situatie die we onderweg tegen zijn
gekomen. En zelf heb ik nu een veel beter beeld van de gezondheidspost voor
als de medewerkers weer voor hun tweewekelijkse training naar Boguila komen!

Anita

mrt 9
Jan Willem Geschreven door Jan WillemVanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR)

Malaria-ondervoeding

Op de Tropencursus heb ik toch niet goed genoeg opgelet. Want ik had maar in mijn hoofd dat het hoofdsymptoom van malaria koorts is. Nou is het dat ook wel, maar je kan ook best malaria hebben zonder dat. Maar met allerlei andere symptomen. Chronische buikklachten kunnen ‘gewoon’ malaria zijn.

De achtjarige Abdoul werd naar de kliniek gebracht, met een gekke bubbel in zijn buik. En hij at al twee weken niet goed, vertelde zijn moeder.
Nou, als je hem bekeek moet dat langer dan twee weken geweest zijn, want zó mager word je niet in twee weken. Het heet volgens ons AzG-handboek ‘matig ondervoed’.

Als je een poos buikpijn hebt en daardoor slecht eet worden je ouders ongerust en die gaan dan naar een deskundige. De Maribou zette scarificaties. Soms helpt dat. Want de meeste kwalen gaan gelukkig vanzelf over. Malaria niet, maar de veel mensen leren er in de meest letterlijke betekenis van het woord mee leven: hun afweer zorgt voor een soort evenwicht: er zijn wel malariaparasieten in hun bloed, en die maken wel wat rode bloedcellen stuk, maar niet zóveel dat je er heel erg veel last van hebt. Het kost tijd (een paar jaar) om zo’n evenwicht te bereiken: ernstige malaria doet zich vooral voor bij erg jonge kinderen. Of mensen die niet in een ‘endemisch’ gebied wonen, en dus niet de kans krijgen die betrekkelijke immuniteit te verwerven, zoals toeristen of expats, zoals ik. Het lukt ook lang niet altijd om zo’n evenwicht te bereiken, en met name als je afweer af neemt, bijvoorbeeld door ondervoeding, dan heb je kans dat de parasieten weer de overhand krijgen.

Dat laatste was bij Abdoul aan de hand: gevlucht, een poos te weinig te eten, daardoor meer buikpijn (want meer malaria) daardoor nog slechter eten, daardoor weer minder weerstand, daardoor weer meer malaria, etc.etc. Dus gingen zijn ouders nog eens met hem naar de Maribou. Die maakte er geen half werk van: zijn hele buik vól met scarificaties. En ook nog een soort vacuüm-methode: met een zuignap de kwade stoffen uit hem trekken. Maar door zijn slechte conditie genazen ook die wondjes weer slechter, en verergerde de toestand verder, en er ontstond een onaangename ontsteking in zijn buikwand. Zo kwam hij bij ons aan.

Hij kreeg uiteraard om te beginnen pillen tegen zijn malaria. Maar we moesten ook wat aan zijn ondervoeding doen: meer energie, daardoor meer kans die huid- en andere infecties te boven te komen.

Vroeger was ondervoeding behandelen ingewikkeld, maar er is nu Plumpynut. Zakjes met erg veel energie, eiwit, vitamines, mineralen. Het smaakt als pindakaas met suiker, één van mijn favoriete boterhamversieringen. Heerlijk. Dat moest Abdoul dus ook eten.

Maar die had de ervaring dat eten pijn in je buik veroorzaakt, dus hij wilde dat niet. We begrepen niet goed waarom hij niet aan kwam, tot we onder zijn matras een stapeltje pakjes Plumpynut ontdekten: hij zei dat hij ze op at, maar hij verstopte ze! Nou ja, ‘hij bewaarde ze’, zoals hij zei. Niet dan onder mijn zeer grote aandrang nam hij zijn eerste hapje. Hij keek daarbij ongelukkig naar zijn moeder, die wat vertwijfeld naar mij keek. En toen kwam de verrassing: het is lékker! Grijns op zijn gezicht, nóg een voorzichtig hapje. En nog een. Nog steeds geen buikpijn, en nog steeds lekker. Nóg eens een hapje. En toen kneep hij het hele zakje maar meteen in zijn mond leeg. Hó-hó, daar moet je aan wennen: vandaag twee zakjes morgen drie en dan pas de vier per dag die je volgens je gewicht moet kunnen verdragen.

Hebt U wel eens een mager scharminkel 1kg per dag zien groeien? Kom ook bij Artsen zonder Grenzen!

HgrJW.

mrt 2
Anita Geschreven door AnitaVanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR)

Van mager naar dik

Het nu twaalf maanden oude jongetje Desire die twee maanden geleden was
opgenomen met ernstige ondervoeding, is nu genezen en zelfs een klein dik
kereltje geworden! Zijn gewicht is gedurende de behandeling verdubbeld en
het is of ik een heel ander kind voor me zie, zeker als ik me bedenk dat we
hem een paar keer bijna hadden verloren. Omdat hij zijn eerste deel van de
behandeling voor tuberculose nog in het ziekenhuis moet afmaken, is hij nog
niet ontslagen. Maar daardoor is het wel leuk om te zien hoe goed het met
hem gaat ook na de behandeling voor ondervoeding. Waar hij bij opname alleen
maar kon liggen, als een baby met zijn benen in zijn nek, loopt hij nu grote
grijns op zijn gezicht zijn eerste pasjes en brabbelt hij vrolijk in het
rondt. Mijn bril is zoals bij vele kinderen het favoriete speelgoed maar
gelukkig blijken ook ballonnen een leuke afleiding te zijn.

Nu het beter met Desiré gaat, heeft ook zijn vader er weer vertrouwen is.
Elke patiënt heeft een ‘garde malade’; een familielid die als
ziekenverzorger dient om de patiënt te verzorgen en eten te geven. Maar
omdat de moeder overleden is verblijven de andere kinderen van de familie
ook in het ziekenhuis en dienen nu als ziekenverzorger op de momenten dat de
vader weer op het landt werkt. Waar in Nederland een oppas zou worden
gezocht voor kinderen van deze leeftijd, zorgen de oudere kinderen hier zelf
voor hun broertjes en zusjes. Het is heel gewoon om een vijfjarig kind met
een baby op de rug rond te zien lopen. Uit noodzaak en bij gebrek aan
babypoppen zorgen kinderen hier voor hun eigen broertjes en zusjes. Of is
het andersom en spelen kinderen in westerse landen met poppen om op die
manier hun prille moedergevoelens tot uiting te laten komen?

Anita

mrt 2
Maartje Geschreven door MaartjeVanuit DR Congo

Trotse vrouwen

Drie maanden geleden schreef ik het volgende:

Vrouwen
De afgelopen weken heb ik er verschillenden langs zien komen. Oude vrouwen, jonge meisjes, vrouwen van mijn leeftijd. Vrouwen uit de verschillende windrichtingen van dit conflict. Gezichten vol shock, angst, schaamte. Sommige uitdrukkingsloos. Ook ik heb moeite uit te drukken wat dit met mij doet. Ongeloof, onmacht, onbegrip.
Ongeloof omdat ik niet kan begrijpen dat een mens, een man, dit een vrouw aan kan doen.
Onmacht omdat dit werkelijkheid is in deze wereld. Een realiteit die mij telkens weer in mijn gezicht slaat en mij sprakeloos doet staan tegenover deze vrouw.
Onbegrip, omdat ik nooit zal kunnen bevatten wat zo’n ervaring met een vrouw moet doen.

Het meisje van 14 jaar, verkracht tijdens een plundering van haar dorp.
De zwangere vrouw, verkracht voor de ogen van haar man.
De weduwe, verkracht en vernederd door meerdere mannen uit wraak jegens een familielid, die beschuldigd werd van banden met de andere groep.
En dan mijn leeftijdsgenoot met een schotwond in haar bovenbeen. Zij bood weerstand.

We vangen deze vrouwen op, verzorgen hun wonden en geven hen prikken en pillen om SOA´s en HIV te voorkomen.
Maar sommige wonden helen nooit.

Sinds januari heb ik er naast mijn ‘gewone’ werk in het ziekenhuis nog een functie bij. Ik houd nu ook toezicht op “MSF/SOPROP”, een kliniek waar wij hulp bieden aan slachtoffers van seksueel geweld. Ik nam de supervisie van deze kliniek over met gemengde gevoelens. Aan de ene kant met een grote motivatie en vastberadenheid, omdat het hier zo hard nodig is om zorg te bieden aan deze slachtoffers. Aan de andere kant met twijfel, omdat ik het voel als een zware verantwoordelijkheid en omdat het mij overlaadt met emoties en onbegrip. Een ochtend vol verhalen en getuigenissen, het brengt mijn hele dag van slag.

Maar ondertussen ben ik ook trots dat we weer een paar stappen verder gekomen zijn. Met het team zijn we hard op weg om de bevolking bekend te maken met de kliniek, zodat men weet waar ze zorg kunnen krijgen. We zijn ook begonnen met het opzetten van een focusgroep. Daar kunnen slachtoffers hun ervaringen delen, en kunnen wij met behulp van hun input onze zorg verbeteren.

En het begint te lopen. Afgelopen dinsdag hadden we een opkomst van 16 vrouwen.
Stilletjes, verlegen kwamen ze een voor een binnen. Sommige vrouwen kwamen volledig gebroken over, anderen leken een flinke hap lucht te nemen en rechtten hun rug.
Ikzelf was best zenuwachtig. Ik vond het moeilijk om al deze vrouwen te zien, om te weten van al het leed dat ondergaan was. Ik voelde me machteloos.

Samen dronken we eerst een kop thee. Het gesprek kwam op zachte toon op gang. De eerste vrouwen namen het initiatief om te reageren op de vragen van de verpleegkundigen. Anderen bleven stil maar luisterden aandachtig. Naar mate de tijd vorderde, namen meer vrouwen het woord en werd de groep meer ontspannen. En na een uur was het alsof we een totale transformatie hadden ondergaan. We lachten en hadden lol samen.

De rest van de dag liep ik rond met een glimlach om mijn mond. Wat was ik trots op mijn SOPROP-team, wat was ik trots op deze vrouwen. Dat we zoiets kunnen bereiken samen.

Zaterdag 8 maart is het de internationale dag van de vrouw. Met het SOPROP-team ben ik bezig om onze manifestatie voor deze dag te organiseren. Met alle verpleegkundigen en alle vrouwen die in de SOPROP-kliniek behandeld zijn, gaan we “de straat op”. Allemaal gekleed in dezelfde stof lopen we samen door Mweso en presenteren we onze activiteiten door middel van theater.

Ik hoop dat elke vrouw trots op zichzelf kan zijn als we daar samen lopen. En ik hoop dat we deze trotsheid uit kunnen stralen en hoop en moed geven aan alle vrouwen die nog geen hulp gezocht hebben.

Maar die dag is er een iemand wel bijzonder trots. Dat ben ik. Trots dat ik tussen zoveel mooie en moedige vrouwen mag lopen.

Maartje