feb 20
Jan Willem vanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR).

Prendre un enfant dans ses bras

Soms zet zich een liedje in mijn hoofd vast, en loop ik dat voortdurend te fluiten, te zingen of te neuriën zonder mij dat bewust te zijn. Mijn omgeving wordt daar na kortere of langere tijd (meestal na kortere tijd overigens) stapelgek van, en probeert dan door tegen-melodietjes mij van de tic te genezen. Mijn arme echtvriendin, ex-associée en assistentes kunnen hier van meepraten.

In Gordil zitten we met z’n tweeën als expats zeer op elkaars lip, Elie en ik. De hele dag werk je samen, of althans binnen elkaars gezichts- of gehoorsafstand. En we eten samen. We slapen ieder in een eigen tukul, maar die zijn even geluiddicht als een tent: raam en deur open om nog énige ventilatie te krijgen en muskietengaas houdt ook al geen geluid tegen. Ik ken het deuntje van de Congolese nieuwsberichten zoals hij dat van de wereldomroep zal kennen. Meestal gebruiken we daarom van die oordopjes, dan heeft de ander er geen last van als je je radio of MP3 aan het beluisteren bent. En nu is Elie dus het slachtoffer van mijn slechte gewoonte. Hij tolereert het glimlachend.

Elie is verpleegkundige, een gemoedelijke, enorme reus uit Congo-Brazaville. Ik heb erg met hem geboft: hij is zeer ervaren in Artsen zonder Grenzen-missies, en weet zowel van toeten als blazen wat betreft werken met beperkte mogelijkheden, als van de hoed en zijn rand wat betreft de manier van met elkaar omgaan binnen Artsen zonder Grenzen. Dat is maar goed ook, want ik weet nog vrijwel van niets, en onze ‘log’ is er momenteel ook niet: die volgt een cursus. Hij zit in Nederland nota bene, de stakker: het land van mest en mist en vuile koude regen doet zijn naam eer aan als ik de weerberichten mag geloven. Doe mij maar Vakaga!

Maar omdat je zo op elkaars lip zit merk je ook veel bij elkaar op. Hij zat ergens mee, en bleef daar maar mee zitten. Zó dat het zelfs mij op viel, en dan kan je daar gelukkig over praten. Ik weid verder niet over zijn problemen uit, maar je wordt heel erg ‘close’ in een setting als deze.

Ik ben niet een echt ochtendmens, maar sta meestal welgemoed op, en begin letterlijk fluitend de dag. Het vooruitzicht van onze heerlijke douche vraagt mij daar ook om. Maar er was eens een probleem dat me bezig hield (waarover mogelijk een andere keer meer.) Elie vroeg me wat er mis was toen we naar de begin-van-de-dag-bijeenkomst in de kliniek liepen. Hoe weet jij nou dat er wat mis is? Je fluit niet vandaag! ‘t Was mij niet eens opgevallen.

Sinds ik hier ben fluit en neurie en soms zing ik ook zachtjes maar wel héél erg vaak een liedje van Yves Duteil: ‘Prendre un enfant par la main’ (Neem een kind bij de hand.) Dat is wel buitengewoon van toepassing op ons werk hier: eerstelijnszorg voor de bevolking natuurlijk, maar met de nadruk op kinderen van 0 tot 5, en zwangeren, want die zijn extra kwetsbaar, zowel biologisch als sociaal.
Vanmorgen weer wat diarree-kindjes gezien, en weer die akelige ondervoeding. Je zou ze allemaal in je armen willen sluiten en verzorgen alsof ze van jou zijn. De laatste zin van het liedje is ‘Prendre un enfant pour le sien’ (Neem een kind alsof het het jouwe is)

U kunt het liedje vinden op www.dailymotion.com/video/x24hed_yves-duteil-prendre-un-enfant-par-l_music .

Als U wilt weten hoe het werken hier voelt: luister er eens naar.

HgrJW. En de groeten van Elie.
 

feb 18
Jan Willem vanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR).

Verzuchting: safety first?

Artsen zonder Grenzen is vréselijk voorzichtig. Ik wou dat ze wat minder voorzichtig waren, dan konden we meer voor de mensen hier doen. Want we ‘bewegen’ niet, d.w.z. we verplaatsen ons niet over de weg.

Een dikke 30km naar het Noorden vanuit Gordil, waar ik nu zit, is een eeuwenoude tegenstelling tussen nomaden uit het Noorden en landbouwende vastere bewoners weer eens wat geëscaleerd. Dat schijnt af en toe te gebeuren. Moest niet mogen natuurlijk, en mag dan ook helemaal niet, maar wie houdt ze tegen?

Als je helemaal alleen in de wildernis op je veldje werkt, moet je een wapen hebben om je een passerende hongerige leeuw of baviaan van het lijf te houden. Tja, en dan gebruiken ze dat wapen ook wel om een passerende Arabier tegen te houden. Zo gaat dat al eeuwen.

Alleen hebben ze afgelopen week (per ongeluk?) eens raak geschoten, en denkt nu iedereen meteen dat de burgeroorlog weer los barst. Het gevolg is weer dat overal de spanning toeneemt en dat ook voor ons een wat verhoogde ‘staat van paraatheid’ geldt, en dat dus verlaging daarvan wel weer helemaal achter de horizon verdwenen is. Er wordt druk onderhandeld: hoeveel geld en hoeveel ossen moet je betalen om een dode meneer te vergoeden? Absurde vraag, maar daar gaat het dus over.

En het gaat helemaal niet over hoe je kinderen moet vaccineren, en dat is ónze zorg eigenlijk. Dat doen we namelijk niet genoeg. Want je moet vaccins koud vervoeren, en een thermoskan houdt het slechts 18-20 uur uit, terwijl de reis per fiets wel 2-3 dagen duurt. Met een auto of een motorfiets, één keer per maand alleen maar, zou het kunnen, al was het alleen al omdat je dan een accu hebt die een koelcel op temperatuur kan houden. Zo zouden we wel 40-50 kinderen per maand meer kunnen helpen.
 
In ieder geval, we ‘bewegen’ dus niet. Met heel goede redenen. Dat weet ik en die redenen ken ik. Eén van de twee Landcruisers die we hier hebben, ‘Mobil 52′, heeft in plaats van glazen driehoekige raampjes in de voordeuren triplex. Omdat de raampjes die daar oorspronkelijk zaten stuk gingen toen er op 10 maart 2008 een kogel langs kwam. Die raakte niemand, gelukkig, alleen de twee raampjes zowel links als rechts. Maar een andere kogel raakte wel iemand: de moeder van een patiëntje dat naar huis gebracht werd, die achterin zat. Kindje beter, moeder dood. Dat wil je niet nog eens meemaken natuurlijk. Dat wil je helemaal niet meemaken. Over drie weken hebben we een herdenkingsbijeenkomst in de kliniek. En ter nagedachtenis houden we een auto met houten raampjes voor. Iedere keer als ik die auto zie begrijp ik waarom we niet ‘bewegen’. Dat is een keer of acht per dag.

Ik hou me werkelijk zo precies mogelijk aan alle veiligheidsvoorschriften. Maar ik heb er wat moeite mee. CAM rijdt rond, Het Rode Kruis rijdt rond, Triangle rijdt rond, IMC rijdt rond, Unicef rijdt rond, ACF rijdt rond, en ik kan nog even doorgaan zo, want ik leer steeds meer organisaties kennen die ook humanitair werk komen doen. Nu de vrede is getekend en het lijkt te houden, op wat incidenten na, zoals bovengenoemd, durven ze wel. Artsen zonder grenzen zit hier nu 2½ jaar. Maar wij rijden niet meer rond. Door schade en schande wijs geworden? 

Omdát die vrede er is, en daardoor al die andere organisaties er zijn, die echt ontwikkelingswerk (gaan) doen, kunnen wij, Artsen zonder Grenzen, ons noodhulpproject afsluiten en overdragen aan één of meer van die anderen.

Dít is het spel, dát zijn de regels, en zó moet het gespeeld worden… 

 (Zucht…)

HgrJW.

feb 15
Jan Willem vanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR).

Ambulance

Mogelijk herinnert U zich Mariaze, de gevallen hardloopster. Ik schreef 10 dagen geleden over haar. Maar ik schreef alleen over haar arm, omdat ik de spalk die mijn traditionele ‘collega’ (die men hier ‘Maribou’ noemt) maakte zo bewonderde.
Omdat deze verhaaltjes niet te lang mogen worden, liet ik het feit dat ze ook erg veel last van haar rechter heup en rechter bovenbeen had weg. Maar daar had ze toen ze aankwam veel meer last van dan van haar zo keurig ‘verpakte’ arm: een botbreuk in een goede spalk geeft geen pijn. Dat abces in haar arm was een onaangename complicatie. Maar ze kwamen eigenlijk niet dáárvoor, maar omdat de Maribou zich kennelijk met die heup niet goed raad geweten had.

Ik duid hem dat niet euvel. Geenszins. Ik weet het ook niet. In ‘gewone’, wat welvarender omstandigheden zou je er een röntgenfoto van (laten) maken. Dan zou je weten wat er stuk was, en wat niet. Maar ja, ik heb nog minder dan mijn traditionele ‘collega’ röntgenogen. En het dichtstbijzijnde functionerende röntgenapparaat is zo’n 150km (door de lucht) verderop, en voor ons alleen beschikbaar in direct levensbedreigende omstandigheden. En daarvan was hier geen sprake. Dit was ‘alleen maar’ (!!!) een meisje met veel pijn dat mogelijk door een verkeerd helende gebroken heup de rest van haar leven niet meer hard zou lopen, maar invalide zou blijven. We live in an unequate world! 

We wachtten een dagje af, propten haar toen zo vol als verantwoord was met pijnstillers, en ik probeerde door voorzichtig haar bekken en heup en bovenbeen te bevoelen en te bewegen er achter te komen hóe zeker ik was dat er iets gebroken was. Dat alles met in het achterhoofd dat operaties alleen voor direct levensreddend effect voor ons en onze patiënten beschikbaar zijn, maar om een klein meisje invaliditeit te besparen wilde ik best wel mijn allerbeste woordje voor haar doen. Je moet echter voorzichtig zijn met uitzonderingen: als je altijd zegt dat iets vreselijk dringend is en het blijkt dat later niet te zijn, dan geloven ze je aan de andere kant van de telefoon niet meer als het echt zo is.

Op grond van dat onderzoek concludeerde ik dat er waarschijnlijk niets gebroken was, en áls er al iets stuk was, dat niet haar bovenbeen, waarschijnlijk niet haar heuphals, maar hooguit haar bekken zou zijn. En dat behandel je met rust en geduld. Mocht er toch iets met de heuphals zijn, dan vermoedde ik dat de stand alleszins redelijk was, en zou je ook bij voorkeur niet opereren. Dus had ik onvoldoende redenen om een medisch noodtransport aan te vragen.

Ik legde Mariaze en haar moeder naar vermogen de positie uit: arm stuk, in het gips, en enkele dagen later abces open, pus loopt mooi, wond moet meermalen daags verzorgd worden. Heup is pijnlijk en vervelend, maar komt vanzelf goed. Geduld, en voor zover de pijn het toe laat wél bewegen.

Mariaze is flink. Eind afgelopen week liep ze zelfs een stukje met haar gips-arm en een stok.

Maar moeder begreep het niet: meermalen daags erg veel zorg voor een arm die geen last (meer) veroorzaakt, en geen aandacht voor een heup die erg veel pijn geeft. Nou ja, geen aandacht? Dagelijks onderzocht ik zorgvuldig ook de heup, al was het alleen maar omdat ik bang was dat zich in de daar aanwezige bloeduitstortingen ook een abces zou ontwikkelen. Tot nu toe niet. Na de wandeling was de heup wel wat warm, dus vroeg ik iets minder intensief te oefenen. ‘t Is ook nóóit goed: eerst moet je oefenen, dan doe je weer te veel!

Moeder had er genoeg van, en kondigde aan naar huis te gaan. Ik vond dat te vroeg: er komt nog steeds pus uit de wond bij haar elleboog. Maar het besluit stond vast, de ambulance was besteld. Dus maakte ik een zo mooi mogelijk nieuw gips, schreef een briefje aan de secouriste in ‘onze’ gezondheidspost nabij haar woonplek met het verzoek de wond twee keer daags te behandelen en het gips over 4 weken te verwijderen. Ze kreeg nog antibiotica en pijnstillers voor een week mee, en de uitnodiging om als ze het niet vertrouwen terug te komen: ook iemand die tegen advies vertrekt blijft welkom!

Daar gaat ze. Sterkte Mariaze.

HgrJW.

feb 12
Jan Willem vanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR).

Moeders hebben altijd gelijk

Mahmoud, 9 maanden jong, was opgenomen voor een longontsteking, en deed het wonder-goed. In drie dagen geen koorts, en geen ‘intrekkingen’ meer, niet meer kortademig, en als je luisterde geen gekraak meer in zijn longetjes. Prachtig! Iedereen tevreden?

De verpleegkundige waarschuwde ons: wat vindt moeder ervan? Want die weet veel beter dan wij hoe het met kleine Mahmoud gaat. Dus, ik geef het toe: voor de vorm, moeder gevraagd. En dat viel wat tegen: moeder was conform de cultuur beleefd genoeg om ons te vertellen hoe fantastisch hij opgeknapt was, en hoe dankbaar ze daar wel niet voor was, maar mogelijk was hij nog niet helemaal beter: hij had vannacht gehuild, dronk wat minder goed, voelde warm aan, en had buikpijn en zelfs hoofdpijn vannacht. Zo was het twee weken geleden ook begonnen, ze was er niet gerust op. We hebben Mahmoud nog eens goed nagekeken: als hij niet zo zwart geweest was had je gezegd ‘Als Hollands welvaren’. Maar Vakaga’s welvaren was hij zeker! Hoewel de paracheck, een sneltest voor malaria, bij opname negatief was, hebben we die herhaald, en jawel: positief! Moeders hebben gelijk! Mahmoud kreeg ook behandeling voor zijn malaria. Hij heeft drie dagen later, vrolijk utterend op de rug van zijn moeder de kliniek verlaten, maar niet dan nadat moeder beloofde hem altijd, en niet alleen meestal onder de door Artsen zonder Grenzen verstrekte klamboe te slapen te leggen.
Issène was door het Rode Kruis opgepikt toen die haar tegenkwamen in één van de omliggende dorpen, met haar drie weken oude tweeling, die er wel héél erg miezerig uit zag. Het waren meisjes, maar nog zonder naam, dus we noemden ze Grote en Kleintje. Bij meten en wegen klopte die miezerigheid: de ene matig ondervoed, en de andere ernstig. Om U een idee te geven: Grote 1890gr en Kleintje 1630gr. De grootste dronk redelijk, de kleinste niet (meer?) We namen het drietal op; Kleintje als patiënt, Grote kwam als poliklinisch patiënt in het (onder)voedingsprogramma en moeder Issène als ‘garde malade’, maar vooral als leverancier van het voornaamste therapeutisch bestanddeel: moedermelk. We begonnen aan de behandeling. Het leek een dag later wat beter te gaan: Kleintje viel niet meer af, en wilde zelfs af en toe weer een slokje moedermelk. Grote groeide ook niet geweldig, maar die deed het tenminste. Kennelijk stroomde Issène niet over van de melk. Ze is een ervaren moeder: vóór deze tweeling kreeg ze al vijf andere kinderen, dus over borstvoeding hoefden we haar niets meer wijs te maken. En ze zei dat er niet genoeg was voor twee. We hielden aan: doorgaan met stimuleren, zeiden we, dan komt er vanzelf meer melk. Issène gehoorzaamde met lange tepels, als U begrijpt wat ik bedoel.

Ik was een paar dagen op onze andere lokatie, dus ik heb ze een tijdje niet gezien. De verpleegkundige vertelde me toen ik terug was trots dat ook Kleintje nu aan het groeien was, en geen infuus meer nodig had. Volgens de weegschaal was dat dan zo, maar zo zag ze er niet uit. Discussie: neussonde om bij te voeden? Ervóór pleit dat ze dan in ieder geval íets binnen krijgt, en wij zeker weten hoeveel. Ertegen dat ze dan minder hongerig zal zijn, en dus minder hard zal zuigen en dus moeders borsten minder zal stimuleren. En bovendien dat moeders weten dat je een sonde alleen geeft als het echt niet goed gaat, en dat zien als bevestiging van het feit dat het kindje dus wel dood zal gaan. Ik wil nooit veel veranderen als ik net ergens nieuw ben, ook niet na een paar dagen weg te zijn geweest. Dus een dagje afgewacht. De volgende morgen vertelde Issène dat ze naar huis wilde, dan kon ze haar kinderen zelf wel bijvoeden. Het kleinste meisje zag er nóg miezeriger uit; ongeveer zoals toen ze aankwam. Dus hebben we besloten we tot de neussonde, en is Issène er met enige moeite van overtuigd dat nu naar huis gaan niet verstandig was, maar dat we Kleintje met een neussonde nog eens op krachten wilden brengen. Ze stemde met duidelijk tegenzin in.

Het is zo ver niet gekomen: een half uur later was Kleintje dood. Ernstige ondervoeding is ondanks behandeling een vaak dodelijke ziekte.
Zoals U ziet vergeten we het wel eens, maar moeders hebben altijd gelijk. En als ze het niet hebben, dan krijgen ze het wel.

HgrJW.

feb 7
Anita vanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR).

Slangen

Mensen jagen hier op verschillende knaagdieren en steken daarbij hun handen
in de holen om ze te pakken te krijgen. Helaas zijn deze holen vaak ook de
schuilplaats voor slangen, en die zijn hier niet allemaal ongevaarlijk.
Zeker in de droge tijd zien we hier veel slangen. Daardoor hebben we hier de
afgelopen week bijna iedere dag wel een patiënt met een slangenbeet
opgenomen. Het ligt aan het soort slang welke lichamelijke reactie kan
optreden. Naast de ongevaarlijke soorten die soms maar moeilijk te
onderscheiden zijn, geven adders voornamelijk een lokale reactie en kunnen
mamba’s en cobra’s dodelijk zijn doordat het zenuwstelsel door het gif kan
worden aangetast.

Een jongeman was in zijn pols gebeten. Een slangenbeet is altijd maar een
zeer klein wondje maar vaak met grote gevolgen (foto 1+2). Door het gif in
zijn lichaam braakte hij bloed. Gelukkig konden we hem via een infuus
antigif toedienen. Dit antigif helpt alleen als het op tijd gegeven wordt
omdat de gevolgen anders al te groot kunnen zijn. Deze jongeman was gelukkig
op tijd in het ziekenhuis en voelde zich later op de dag al een stuk beter.
Maar door de grote afstand die veel mensen moeten afleggen om naar het
ziekenhuis te komen betekent dat dit voor sommige mensen helaas te laat is.
Met je mobieltje een ambulance bellen om binnen tien minuten in het
ziekenhuis te zijn zit er hier niet in. Telefoons bestaan hier niet om van
ambulances nog maar niet te spreken. Een oudere man was meermalen door een
slang gebeten maar kwam te laat naar het ziekenhuis. Door het gif was zijn
zicht aangetast en zijn ademhalingsspieren verlamd. Bij ons aangekomen
overleed hij aan de gevolgen van de slangenbeet.

En een jongen van twaalf jaar greep met zijn hand in een hol in de grond en
werd door een adder gebeten. Hij kwam pas twee dagen later naar het
ziekenhuis, met een zeer gezwollen arm en een groot deel van zijn hand was
al helemaal zwart. Dit afgestorven weefsel moest chirurgisch verwijderd
worden en hij zal voorlopig nog wel in het ziekenhuis moeten blijven voor de
wondverzorging (foto 3). Het is nog maar de vraag in hoeverre hij zijn
handfunctie zal behouden, maar gelukkig hoefde zijn hand niet helemaal
geamputeerd te worden.

Als er op het ziekenhuisterrein een slang gesignaleerd wordt doen de
bewakers er alles aan om het te doden. Zo zagen we van de week een slang
tussen een grote stapel boomstronken. Met twaalf man koste het bijna twee
uur tijd om de slang te pakken te krijgen. De grote soorten worden daarna
smakelijk door hen opgegeten, maar zelf ben ik vooral blij dat deze slang
niet voor meer onverwachte verrassingen kan zorgen.

Toen ik enkele weken geleden de deur van onze latrine opende, werd ik
verwelkomd door een groene mamba die opgerold op de betonnen vloer lag en
daarna langs de muur omhoog kroop (foto 4). Hij was ons te snel af en
vluchtte onze citroenboom in. Sindsdien neem ik altijd trouw mijn zaklamp
mee en schijn goed in het rond voor ik naar binnen stap. Met zijn felgroene
kleur was het een mooi  beest om te zien, maar groene mamba’s zijn een van
de meest giftige slangsoorten dus wil ik het risico niet lopen daardoor
gebeten te worden!

Anita

feb 5
Jan Willem vanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR).

Scarificaties

Dokters zoals ik ben opgeleid zijn hier nog niet zo heel erg lang. Ze waren er nauwelijks vóór de burgeroorlog uit brak, ze waren er vervolgens een poos helemaal niet, en toen kwamen wij als Artsen zonder Grenzen onze druppel op deze gloeiende plaat plengen.
Maar er wonen hier al vele, vele eeuwen mensen, en die hebben al even zo lange tijd geleden aan kwalen en verwondingen, en die vonden een manier om daarmee om te gaan. De traditionele genezers worden hier ‘Maribou’ genoemd. Ze bedrijven een combinatie van (islamitische) geestelijke bijstand, chirurgie, en pure magie. Dat gaat ongetwijfeld erg vaak goed. Wij zien alleen de gevallen waarin het mis gaat.

Een deel van de behandeling van de Maribou bestaat uit het aanbrengen van ‘scarificaties’: het maken van oppervlakkige wondjes in de huid boven een aangedaan lichaamsdeel. Iedereen heeft die littekentjes op zijn hoofd en zijn buik, velen ook op de rug. Begrijpelijk: hoofdpijn en buikpijn zijn symptomen van malaria, buikpijn en diarree komen ook heel erg veel voor. En uiteraard komt rugpijn hier net zo vaak voor als overal. Het probleem is niet zozeer de scarificatie zelf, maar de techniek waarmee die gemaakt wordt. Steriliteit is niet alleen ver te zoeken, vaak worden er kruiden of nog erger in die wondjes gedaan om het effect ‘te versterken’.

Daarover gaat dit verhaaltje.

Mariaze, 9 lentes jong, kon hard lopen. Erg hard. Misschien wel het hardste van al haar vriendinnen. Maar dat moet je zo nu en dan testen in een race. Dat deden ze dus. Ze vloog figuurlijk gesproken over de weg. Ze gingen een heuveltje over. En wat er toen gebeurde begreep ze niet goed: ze vloog een klein eindje letterlijk, en vond zichzelf terug in een kring van bezorgde vriendinnen, met een heel erg pijnlijke rechter arm. De vriendinnen brachten haar naar huis, waar ze zeer terecht tranen met tuiten huilde. Om de pijn, én om de verloren race. Haar moeder bracht haar naar de Maribou. Die deed een spalk om haar arm, en maakte scarificaties op de arm daarbóven.

Die spalk bewonder ik: botten zijn niet recht, maar een weinig gebogen. Je kan het op de foto niet zien, maar de gespleten harde rietstengels die hij gebruikte hebben precies op de goede plaats de juiste ronding. Een kunstwerk!
Maar die scarificaties, dat had hij niet moeten doen, althans naar mijn inzicht. Maar wie ben ik? Wat weet ik van de geesten die hij moest bezweren? Niets!

In ieder geval ontwikkelde de situatie zich niet zoals gehoopt. Mariazes arm zwol op, en werd steeds pijnlijker. Na 5 dagen gingen ze naar onze polikliniek. Ze had inmiddels ook koorts: zo’n 39º. Ik bewonderde de spalk, maar had zorgen over de elleboog: dik, en warm, onder de inmiddels alweer genezende scarificaties.

Ik maakte de spalk los om de arm te kunnen bekijken, en verving hem door een gipsspalk. Lang zo mooi niet, maar een stuk langer, omdat mij geleerd is bij een onderarmbreuk ook de pols en de elleboog te fixeren. Mariaze kreeg antibiotica en ook pillen tegen de pijn. De volgende dag vroegen we ons af of er zich niet toch een abces aan het ontwikkelen was bij haar elleboog. We twijfelden en wachtten af. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden:  weer een dag later was er geen twijfel meer: er zat pus onder die scarificaties! Zoiets open maken is pijnlijk maar noodzakelijk. Dus deed ik dat, geassisteerd door secouriste Adoum. — Mariaze was erg flink, en gaf geen kik. Alleen veel zweetdruppeltjes op haar voorhoofd en tranen over haar wangen. Ik vroeg me af wat pijnlijker was: het maken van die scarificaties of het geploeter van Adoum en mij, ondanks de plaatselijke verdoving, waarvan ik aanneem (vooroordeel!) dat de Maribou die niet ter beschikking had. — En ik wist niet dat er zó veel pus in een meisjesarm paste: meer dan 200ml !!!

Inmiddels gaat het haar wat beter. Wat de Maribou in haar scarificaties deed zullen we nooit weten, want zijn behandelingen zijn een van generatie op generatie overgedragen geheim. Maar dat niet álle traditionele en natuurlijke geneeswijzen zonder gevaar zijn mag ook een les zijn voor aanhangers van ‘alternatieve geneeskunde’ in Nederland.

HgrJW.

feb 4
Jan Willem vanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR).

Haal je ontbijt uit de sleur

Enige jaren geleden was er een radio-reclame voor ik weet niet meer precies wat met bovenstaande ‘slagzin’.

Hoe het kan weet ik niet: net niet goed gepland? Teveel gasten gehad (er was nogal wat ‘aanloop’ van rode kruis en CAM die bleven logeren)? Gewoon zelf teveel gegeten? In ieder geval is de (smeer)kaas op die ik als beleg voor mijn ontbijt gebruikte als er tenminste brood was. Op mijn speciaal verzoek zal er nu ook margarine besteld gaan worden. Dat komt over een dikke week aan.

Siama bakt erg lekkere broodjes (ze maakt alles erg lekker; ik ben zéér tevreden over onze kok), maar helemaal droog zijn ze toch wat moeilijk en niet helemaal smakelijk naar binnen te werken. Ik stond al wat aarzelend met de (olijf)olie en de pinda’s in mijn hand. Je kan die laatste verkrummelen, maar echt pindakaas zal het wel niet worden. Toen viel mijn blik op een potje mayonaise, en herinnerde ik me het verhaal van Afrikanen die in Nederland als vluchteling strandden en tot verbazing van velen hun brood belegden met mayonaise.

Ik begrijp ze nu: als er geen boter/margarine is, en dit wel, dan doe je wat.
Het was helemaal niet slecht: broodje, bekertje (oplos)koffie met (oplos)melk. Geen roggebrood van bakker Friso uit Beetgumermolen natuurlijk, maar je kan niet álles hebben. Ik kan er wel weer tegen voor vandaag.

HgrJW.

feb 2
Jan Willem vanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR).

Een karretje langs de zandweg reed…

Een meneer van 60, en dat is heel oud hier, kreeg zo’n dag of 5-6 geleden last van zijn buik. En gek, zijn plas wilde ook niet meer, en ontlasting kwam er ook al niet.

De pijn was vervelend, maar de man was niet kinderachtig, dus wachtten ze af. Een dag: pijn nog net zo erg. Nog een dag: knapte het op, of begon het te wennen? Nog een dag: nee, het knapte niet op. Bewegen deed nu ook al pijn in zijn buik. Gelukkig konden ze een paard en een wagen lenen, en ze togen op weg naar Gordil. Ze deden er anderhalve dag over, hobbelend over wat wegen moeten voorstellen hier. En dat terwijl ieder hobbeltje pijn in zijn buik deed en dat steeds erger werd. Aan het eind van de ochtend verschenen ze op onze  polikliniek. Meneer kon letterlijk niet meer op zijn benen staan, en werd door een zoon naar binnen gedragen.

Hij stonk een beetje naar urine, en met dit verhaal verwachtte ik een prostaat-probleem.
Mis gedacht: bij lichamelijk onderzoek geen volle blaas, maar een harde bubbel in zijn linker lies. En met de stethoscoop geen enkel geluidje meer in zijn buik te horen. Dus een ingeklemde breuk die tot een buikvliesontsteking en een darmverlamming heeft geleid.

Het vrijmaken van de darmlis in de breukpoort en het vervolgens zó sluiten van de buikwand dat er niet meteen een nieuwe breuk ontstaat, is chirurgenwerk. En chirurgen zijn hier niet.

Vanmorgen vloog er een vliegtuig van Gordil naar Birao, de andere project-lokatie . Dáár zijn wel chirurgen in de buurt. Als de patiënt twee uur eerder was aangekomen had hij mee kunnen vliegen, en hadden we mogelijk echt nog iets voor hem kunnen doen. Gemiste kans. En met paard en wagen nog eens drie dagen doorhobbelen naar Birao, dat overleeft hij niet, dacht ik zo.

Je probeert altijd er nog wat van te maken. Bij een ingeklemde breuk door te proberen die darmlis weer terug in de buik te duwen. Vrij hard, maar vooral erg lang blijven drukken. Dat doet veel pijn, dus een scheutje plaatselijke verdoving, en iets om de spieren te verslappen erbij als het niet meteen lukt. Het lukte niet meteen. Dus gewacht tot die spierverslapper zou gaan werken, en nog iets tegen de pijn erbij  gegeven en gevraagd om hem in een bed te leggen waarvan het voeteneind wat verhoogd was. Dat laatste in de hoop dat de druk in de onderbuik door de zwaartekracht dan wat af zal nemen.

Toen ik een half uurtje later wilde proberen of het me nu zou lukken viel ik de ene verbazing na de andere:
Verrassing 1: hij lag met zijn hoofd naar boven. Dus ik meteen de stenen onder de poten aan het hoofdeinde weg halen en ze onder de poten aan het voeteneind leggen. Daarna er even rustig naast gaan zitten, want die truc met die houding heeft tijd nodig om te gaan werken.
Dat leverde verrassing 2 op: hij lag geheel onder een doek, maar dat is hier niet ongebruikelijk: het beschermt je tegen stof. Echter: hij ademde niet meer! Inderdaad, vertelde de sécouriste, hij was 20 minuten geleden gestorven. Wel even schrikken, maar niet een heel grote verrassing: ik zei al dat hij in een erg slechte conditie was.
Verrassing 3: dan was het wel zo aardig geweest om me dat even te vertellen, en in ieder geval me ervan te weerhouden aan zijn bed te sjorren!

Maar dat was niet bij ze opgekomen. Als zo’n expat-dokter zegt dat er iets moet, dan doe je dat gewoon. Nou ja, tenzij hij zoiets onzinnigs vraagt als iemand met zijn hoofd naar beneden leggen natuurlijk; dát moest wel een vergissing geweest zijn… 
Het had niet uitgemaakt in dit geval. Zelfs een paar uur eerder en mee in het vliegtuig niet vrees ik. Te laat. Door onwetendheid, door armoede, door gebrek aan transport. Dit was Nederland anders afgelopen: dan liep hij nu alweer rond na zijn operatie een paar dagen geleden.

We live in an unequate world.

HgrJW.

feb 1
Jan Willem vanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR).

Hoofdbreken

Een ezel stoot zich in ‘t gemeen, slechts één maal aan dezelfde steen. Er zijn hier nogal wat ezels, en die stoten zich eigenlijk nooit geloof ik. In tegenstelling tot wat gezegd wordt zijn het best slimme beestjes. Ze scharrelen hun kostje op langs de weg of in het dorp, en worden zowel als last-, als als trekdier gebruikt. Ze lopen niet hard, maar wel lang: duurlopers.

En ik ben kennelijk geen ezel, want ik stoot me herhaaldelijk, zelfs aan dezelfde ‘steen’, al is het in feite geen steen, maar de dakrand van mijn tukul.

We wonen als expats in Gordil op de ‘base’ ieder in een eigen ‘Tukul’; een rond stenen huisje met een rieten dak. In Zuid Afrika heten deze bouwsels ‘rondavels’, en zijn ze groter dan hier. Binnen kan je goed rechtop staan. Het probleem is dat de ingang zo laag is dat je diep moet bukken om naar binnen en naar buiten te gaan. De ‘eetkamer’ en de ‘praatkamer’ op de base lijden aan hetzelfde euvel: ze zijn geheel naar locale maatstaven gebouwd, en mensen hier weten niet beter dan dat je gebukt ergens in of uit gaat. Maar ik, nog nieuw zijde, vergeet dat, met name als ik ‘s morgens vroeg nog niet helemaal wakker, naar buiten kom.

Boem! Ik beken vaak een krachtterm te uiten dan: het is de dag met letterlijk hoofdbreken beginnen!
Hoofdbreken over moeilijkheden met kwalen van met patiënten is sport. Ik doe het graag, sterker nog: daar ben ik hier voor. Daar kan ik van liggen woelen ‘s nachts, maar ik lig er niet wakker van. Deze letterlijke hoofdbrekens bezorgen me echter hoofdpijn.
Wat een erger dan ezelachtige sukkel ben ik, met name ‘s morgens vroeg.

Maar desondanks is het leven hier zo slecht nog niet, zo U ziet.

HgrJW.