Kleine kinderen trekken wel eens aan tafels en soms valt er dan een theepot om. Heet water is de meest voorkomende manier voor kinderen om brandwonden op te lopen. Naarmate de inrichting van het huis onoverzichtelijker is, er meer mensen en met name kinderen in de kamer zijn is de kans op ongelukken groter. Er leven hier erg veel mensen in kleine ruimtes, en die drinken erg hete thee.
De behandeling van brandwonden bestaat, zoals U in Nederland allemaal al lang weet, uit veel koud water over het slachtoffer, althans zijn verbrande delen, laten stromen. En daar beginnen de problemen, want er is hier niet veel water, en het water dát er is is zeker niet koud.
Dus behandelen we regelmatig kinderen met aanzienlijke brandwonden. Medisch-technisch meestal niet een groot probleem, alleen een boel werk. In Nederland zou je ze ‘open’ behandelen: in een erg schone kamer, in een heel erg schoon bed, zonder verband, of hooguit iets bedekkends om te voorkomen dat de wond uitdroogt, en een infuus om te voorkomen dat de patiënt uit droogt. Maar hoewel we reuze ons best doen, is een erg schoon bed in een schone kamer hier een illusie: overal is (erg fijn) stof en de cultuur is ook nog eens dat men elkaar veel en intensief aanraakt als er zorgen zijn. En handen wassen stimuleren we zeer maar is nog geen algemeen gebruik. Dus ‘pakken we ze in’: zo steriel als we kunnen bedekken we de wond met een vet gaas en zilversulfadiazinezalf en houden dat alles met verband op z’n plaats. Zoals je in Nederland met wat kleinere brandwonden ook zou doen. Sécouritste Cheriff is een waar kunstenaar op dat gebied.
Mas-Ahaba is 2½ en was een paar dagen opgenomen wegens verbanding van zijn linker arm en de linker kant van zijn borst. Als alles goed gaat,en de verbranding is niet al te diep, is het in een dag of vier alweer grotendeels genezen. U ziet hem hier de dag voor hij naar huis ging, om verder ‘poliklinisch’ verbonden te worden.
Bij zijn afscheid vertaalde Cheriff zijn naam: die betekent ‘Toen de oorlog kwam’: hij werd geboren de dag dat zijn familie de brousse in vluchtte.
Ik ben maar man, ik ben nooit bevallen, maar het hoort tot de categorie belevenissen waarvan ik denk: mooi om gedaan te hebben, maar vreselijk om te doen.
Ik ben ‘van na de oorlog’, opgegroeid in een vreedzaam, welvarend land. Dat kan noch van Mas-Ahaba, noch van zijn moeder gezegd worden. Na gelukkig samenleven van ruim 40 jaar met een echtvriendin die tot ver over haar oren in het vluchtelingenwezen zit ken ik akelige vlucht-verhalen. Die hoor je hier ook wel trouwens, en ik vertelde er al over. Maar ik weet dus niet werkelijk waar ik het over heb als het om vluchten gaat.
De combinatie van weeën en zelfs persweeën, met hals over kop wegvluchten omdat er in de verte een pick-up met mannen met geweren aan komt die al eerder een nabijgelegen dorp hebben platgebrand, wat mannen hebben vermoord en wat vrouwen hebben verkracht, gaat mijn bevattingsvermogen te boven. Maar deze rustige vriendelijke dame in het groen deed het, en overleefde het. Ze moet héél erg sterk zijn. Ze gaf toestemming voor het maken van deze foto en publicatie ervan in het Nederlands. Ook dat is moedig. Dank en hulde.
We live in an unequate world.
HgrJW.
P.S.: Meestal verander ik namen en leeftijden in mijn stukjes, dat kon hier niet, want naam en leeftijd zijn essentieel voor het verhaal. Zodoende.
Een klein misverstand de wereld uit helpen. Ik ben niet zielig, en we zitten hier eigenlijk erg luxueus. Ik schreef in één van de eerste afleveringen dat we in Bangui een warme douche hadden en dat ik daar eigenlijk niet op gerekend had. Maar ze hebben hier in Vakaga op beide plaatsen een warme douche.
Even een kleine herdenking: morgen drie weken geleden stapte ik op de trein naar Berlijn, en ik ben morgen twee weken in ‘mijn project’. Het nieuwste is eraf. En het wordt steeds leuker. Afgelopen donderdag vloog ik van Birao naar Gordil. Als Birao enige gelijkenis vertoont met zeg Menaldum, omdat het ook een centrumfunctie heeft, en een markt, dan mag Gordil vergeleken worden met Engelum. Zij het dat het geen kerk heeft, en een moskee al evenmin. In een grote zandbak met grijzig zand staan uit van dat zand en water gemaakte lemen stenen, opgetrokken huizen met grasdaken. En ook een aanzienlijk aantal huizen van gevlochten bamboe. Rondom een groepje huizen, waar een familie van meerdere gezinnen woont, staat meestal een schutting van gevlochten bamboe. Het is hier wat kaler dan rond Birao. Aan de rand van het dorpje is de Artsen zonder Grenzen nederzetting. Alles is kleiner, maar wat mooier dan in Birao. Mogelijk omdat het kleiner en dus overzichtelijker is lijkt het ook beter georganiseerd, mogelijk is het dat ook echt. Daar ben ik nog niet helemaal achter. Het is er in ieder geval nóg gemoedelijker.
En zo is het dan toch eindelijk begonnen. Eigenlijk veel makkelijker dan ik verwachtte: iedereen is lief en geduldig tot nu toe.