aug 27
Anita vanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR).

Lunchpauze

Tijdens de dagelijkse ronde met de lokale arts en verpleegkundige langs alle patiënten, vraagt een van de moeders van de ondervoede kinderen of ze ontslagen mag worden omdat thuis voor een ander ziek kind moet zorgen. Gelukkig vraagt deze moeder het netjes en gaat ze er niet gewoon met haar zoontje vandoor, zoals ook regelmatig gebeurt. De ergste symptomen van zijn buiktyfus zijn verdwenen en de afgelopen dagen is hij voldoende aangekomen in gewicht, dus hij mag inderdaad over naar het wekelijkse ambulante programma. De moeder is erg blij en vertrekt even later richting huis, haar zoontje achter op de rug gebonden en met een doos vol plumpynut en een kleine voorraad voedsel van de World Food Program op haar hoofd. Als ik even later terug ben op de kamer, vragen alle andere moeders of zo óók naar huis mogen. Maar deze kinderen zijn niet stabiel genoeg en nog daadwerkelijk ziek, dus zullen minstens nog een paar dagen en sommigen zelfs weken in het ziekenhuis moeten blijven. Een van de moeders spreekt goed Frans en vertaalt de vragen en antwoorden in het lokale Sango. De moeders lijken de uitleg te begrijpen maar willen ondanks dat graag naar huis om voor de rest van het gezin te zorgen. Ik kan me voorstellen als je thuis nog zeven andere kinderen hebt rondlopen en het met het opgenomen kind iets beter gaat, je liever naar huis gaat!

Toch is voor sommigen het eten dat ze hier in het ziekenhuis krijgen soms een reden om juist te willen blijven. In het gesprek komt dan ook naar voren dat een aantal van de gezinnen thuis maar zeer weinig te eten heeft, omdat ze door veiligheidsredenen niet naar hun velden durven gaan. Een van de moeders vraagt me of ik mee ga naar haar dorp om de situatie te daar te kunnen zien. Maar vanwege de veiligheid reizen we hier zo weinig mogelijk op de weg en dat is ook de reden waarom we van de hoofdstad naar het project worden gevlogen. De landingsbaan is hier zelfs onze achtertuin! Buiten het ziekenhuis en het dorp heb ik hier verder dan ook nog niets van het land gezien en heb daardoor meer het idee dat ik in de plaats Boguila ben dan in het land de Centraal Afrikaanse Republiek.

Als het gesprek met de moeders is afgelopen en ze gelukkig allemaal beloven te blijven, kijk ik uit gewoonte op mijn horloge. Half één, lunchtijd. Ik moet even slikken bij het besef dat ik zo een goede maaltijd ga eten terwijl ik net uitgebreid met de moeders heb gepraat over hun schamele voedselsituatie thuis.

Anita

aug 23
Anita vanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR).

Regentijd in werktijd

De regentijd is nu echt in volle gang en vrijwel iedere dag komt er een fikse bui naar beneden. Gelukkig is dit meestal ‘s nachts en het geluid van de stromende regen op het golfplaten dak is heerlijk om mee in slaap te vallen. Maar net als vandaag giet het soms ook ‘s morgens vroeg nog hard. Ik vind het niet erg want de regen zorgt voor een aangename en soms zelf frisse temperatuur. Als ik tegen halfacht in mijn regenjack door de bui naar de polikliniek loop waar we iedere week training geven, is er nog bijna geen medewerker te bekennen. Het regent en dat is voor een groot aantal een legitieme reden om later naar het werk te gaan, Dat is tenminste hún mening. Ze verwachten dat wij ze een paraplu geven zodat ze wél droog en op tijd naar het werk kunnen komen. Er zijn er voldoende paraplu’s om als het regent werktijd van het ene naar het andere paviljoen te kunnen lopen. Maar op tijd op je werk verschijnen is toch echt ieders eigen verantwoording, óók als het regent. In een half uur durende discussie kan ik dit een aantal stafleden maar niet duidelijk maken en als ik de vergelijking trek met dat we als het koud is ook geen truien geven en geen schoenen om op lopen, wordt ik onbegrepen aangekeken. In hun beleving is een paraplu iets héél anders en wel degelijk een onderdeel van het basismateriaal voor je werk! Hun reactie is dat als wij ze geen paraplu geven en ze dus drijfnat op het werk komen, ze de volgende dag ziek zijn en dan helemaal niet kunnen werken. En door vandaag dus wat later te komen, voorkomen ze dat er morgen vervanging voor een zieke gezocht moet worden. Ja ja, zo ken ik er nog wel een paar!. Op zondag gaat iedereen als het regent ook gewoon naar de kerk en op de markt zijn er zelfs voor lokale begrippen niet al te dure paraplu’s te koop, die bij warm weer ook tegen de zon worden gebruikt. Of moeten we een paraplu hier misschien vergelijken met een lease auto in Nederland om naar je werk te komen en iedereen er wel een geven? Maar wordt er geen paraplu gevraagd dan is het wel een regenjas en is het geen regenjas dan is het wel iets anders. Het antwoord is dus nee. In plaats van een paraplu krijgen ze de volgende keer dat ze te laat zijn door de regen een waarschuwing …

 Anita

aug 20
Anita vanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR).

Health post

Voorheen had Artsen zonder Grenzen hier in de regio twee mobiele klinieken, waarmee met een heel team eens per week afgelegen dorpen werden bezocht om medische hulp te bieden. Vanwege veiligheidsoverwegingen zijn de mobiele klinieken enkele maanden geleden gestopt, omdat het reizen op de weg te gevaarlijk is. In deze dorpen werken nu enkele door Artsen zonder Grenzen getrainde mensen die in een kleine health post alleen de meest voorkomende dingen zoals malaria en wonden kunnen behandelen. Patiënten met ingewikkeldere ziektebeelden worden hier naar het ziekenhuis doorverwezen. Eens in de twee tot drie weken komende de medewerkers hier naar toe en lopen we de registers na, bespreken bepaalde casussen en evalueren het medicijngebruik. Ook vergelijken we of alle doorverwezen patiënten daadwerkelijk hierheen gekomen zijn, omdat afstand en veiligheid hierbij een belangrijke rol spelen.

Omdat we niet weten hoe de veiligheidssituatie over een paar weken is, kunnen we met de medewerkers geen afspraak maken voor de volgende keer. En van te voren bellen gaat een beetje lastig in een gebied zonder telefoons! Dit betekent dat als ze op een bepaalde dag verschijnen, op dat moment al het andere werk waar ik mee bezig ben aan de kant geschoven moet worden. Ik ben hier dan ook meer een manusje van alles dan een verpleegkundige en het werk bestaat voornamelijk uit dingen regelen en supervisie geven. Geen dag is hetzelfde en doordat er zoveel dingen tussendoor komen is het moeilijk om een goede planning te maken. Bijvoorbeeld het bezoek van de health post medewerker, vervanging regelen voor een zieke medewerker, het opgeroepen worden door de radio en vele andere onverwachtse dingen. Prioriteiten stellen en flexibiliteit zijn dan ook een van de sleutelwoorden!

Om vanuit de health post vrouwen met gecompliceerde zwangerschap beter te kunnen doorverwijzen, trainen we deze week iemand tot ‘matrone’ ofwel verloskundeassistent. Haar voorgangster, een traditionele vroedvrouw, konden we niet goed genoeg trainen omdat ze niet kon lezen en schrijven en geen Frans sprak. De nieuw te trainen matrone Simone heeft minder ervaring maar lijkt alles redelijk snel op te pakken. Samen met de verloskundigen heb ik een trainingsprogramma in elkaar gezet en als ik de deur van de verloskamer open om te kijken hoe het met haar gaat, wordt er net een baby geboren. Ik kan het niet laten om te blijven kijken en tien minuten later komt ook zijn tweelingzusje ter wereld. Ze wegen beiden nog geen anderhalve kilo maar couveuses en andere ondersteunende apparatuur hebben we hier niet. Ondanks dat het hier warm genoeg is om de kleintjes op temperatuur te houden, zal de moeder de komende tijd nog wel met hen in het ziekenhuis moeten blijven tot ze genoeg wegen om naar huis te mogen. Het zien van een net geboren baby en dit geval een tweeling geeft toch altijd weer een vrolijk gevoel! Na Simone de verdere trainingsdoelen te hebben gegeven waar ik eigenlijk voor kwam, ga ik gauw weer verder met de rest van het werk voordat er weer iets tussen komt…

Anita

aug 18
Anita vanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR).

Marasmus en kwashiorkor

Veel mensen denken dat alle ondervoede kinderen broodmager en vel over been zijn. Maar dit is slechts één vorm van ondervoeding en wordt ook wel marasmus genoemd. Het is mooi om te zien dat de meeste van deze kinderen na een paar dagen stabiliseren gestaag aankomen in gewicht. Ze drinken grote hoeveelheden van de speciale melk en eten de zakjes plumpynut (een soort voedzame pindakaas) gretig leeg. Als ze na gemiddeld een week of twee naar huis mogen voor het wekelijkse ambulante programma, is het of je een totaal ander kind voor je ziet!
De laatste twee weken heeft echter een groot deel van de nieuw opgenomen kinderen kwashiorkor. Terwijl dit ook een extreme vorm van ondervoeding is, zien deze kinderen er in eerste instantie helemaal niet mager uit. Door eiwittekort houden ze veel vocht vast en hun beentjes en soms ook armen en gezichtje zijn helemaal opgezwollen, waarbij de huid van sommige kinderen helemaal kapot is. Ondervoede kinderen zijn veel kwetsbaarder voor infecties en de wonden kunnen daarom voor veel problemen zorgen. Kinderen met deze vorm van ondervoeding zijn veel apathischer en lustelozer dan hun ‘magere’ lotgenootjes en het kost vaak meer tijd voor ze weer helemaal opgeknapt zijn, zeker als de twee vormen van ondervoeding gecombineerd zijn. De eerste dagen van de behandeling verliezen ze het vocht wat ze vasthielden en daarom zien ook deze kinderen er in een paar dagen tijd heel anders uit. En als ze weer een beetje trek krijgen, weten we dat de meest kritieke fase gelukkig voorbij is!
Sommige kinderen reageren echter minder goed op de behandeling dan verwacht. Ze blijven maar afvallen en sterken niet aan. Vaak hebben deze kinderen een onderliggende ziekte zoals HIV en/of tuberculose. Gisteren is er weer een meisje overleden die ondanks de behandeling maar niet beter werd. Haar huid liet helemaal los en het is heel frustrerend dat we niet meer voor haar konden doen.

Gelukkig gaat het met de meeste kinderen uiteindelijk wel beter. Zoals Felix, een jongetje van anderhalf jaar oud die door zijn moeder twee maanden geleden bijna was opgegeven omdat hij zó ziek en mager was. Als je hem nu ziet is het bijna een wonder te noemen hoe goed het met hem gaat. Hij is flink aangekomen en is het vrolijkste kindje van het hele ziekenhuis! Vandaag is hij teruggeplaatst naar het project waar hij vandaan komt en door deze kinderen besef je waar je het ook al weer allemaal voor doet!

Anita

aug 12
Anita vanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR).

Herriehaan

Op het terrein lopen vele kippen rond waaronder heel wat herrieschoppende
hanen. Normaal heeft het wel wat om door een natuurlijke wekker wakker
gemaakt te worden, maar de haan van onze buurman is een ander verhaal. Zijn
biologische klok is totaal van slag en hij kraait dan ook op de meest vreemde momenten. En dan natuurlijk voornamelijk als we proberen te slapen…
Hij lijkt het erg leuk te vinden om vlak onder ons raam te scharrelen en omdat die uit hor in plaats van glas bestaat houdt dit natuurlijk niets van zijn schelle geluid tegen. Zo hard als hij kan en regelmatig ook nog eens enorm vals, begint hij midden in de nacht al met zijn kakelritueel. We worden er allemaal wakker van en door iedere minuut van zicht te laten horen kunnen we de rest van de nacht vrijwel niet meer slapen. De laatste dagen doe ik al oordopjes in maar zelfs hier blèrt hij vrolijk doorheen. Hoe verder de week vordert hoe vermoeider we opstaan….

Vandaag spreken we de onze buurman annex onze collega er maar eens op aan; hij is de lokale supervisor van het ziekenhuis. We vragen hem tegen welk bod we de haan kunnen kopen om er gebraden kippenpootjes van te maken. Niet dat ik daar als vegetariër van zal eten, maar voor een goede nachtrust heb ik in dit geval wel een fortuin over! Hij zegt voor de grap dat hij wel een nota voor ons op zal maken. Als het gekraai ’s avonds weer begint, horen we een hoop gefladder en kabaal. Heeft hij hem voor óns gevangen, of heeft de buurman eieren voor zijn geld gekozen en bedacht dat hij zelf vandaag ook wel zin in kippensoep heeft?

Anita

aug 11
Anita vanuit Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR).

Computerwerk

Ondanks dat me van te voren was verteld dat een deel van het werk uit
computerwerk bestaat, had ik verwacht of misschien gehoopt dat ik wat meer
op de afdelingen zelf bezig zou zijn. Het is nog een beetje zoeken naar de
juiste balans tussen die twee, maar zeker het begin van de week bestaat voor
een groot deel uit gegevens verzamelen en rapporten schijven over de
voorgaande week. Omdat mijn werk zich voornamelijk richt op de human
resource management, de polikliniek en voeding, gaan er redelijk wat uren op
aan het maken van roosters en rapporten. Het is nu nog een beetje puzzelen
waar ik alle gegevens kan vinden en hoe het geformuleerd moet worden, maar
dat gaat elke week beter en zo kan ik me toch wat meer met het praktische
werk bezig houden.

Een van de rapporten gaat over de voedseldistributie van de World Food Program (WFP), die voedsel leveren wat wij vervolgens aan verschillende patiënten categorieën uitdelen. Mensen met HIV en/of TB hebben bijvoorbeeld meer voeding nodig dan gezonde mensen, terwijl ze vaak minder goed in staat zijn om op het land te werken. Daarnaast geven wij hun als medische organisatie nog extra voeding als onderdeel van hun behandeling. Er moet goed worden geregistreerd wie wat krijgt, welke voorraad er per doelgroep en voedingsmiddel over is en wat er besteld moet worden. De lokale staf doet de distributie en een groot deel van de administratie, maar ik moet controleren of alles klopt en dat is vrij lastig omdat ik ook nog niet precies weet hoe alles werkt! Toch valt het me op hoeveel dingen in deze drie weken tijd al gewoon zijn geworden en ook in de berekeningen van de voedseldistributie begin ik me langzamerhand steeds beter thuis te voelen. Daarnaast wordt er een wekelijkse een dataverzameling van de ondervoede kinderen bijgehouden. Gelukkig scheelt mijn dagelijkse zoektocht naar de juiste patiëntjes hierbij veel werk! Verder wordt in de OPD (polikliniek) bij alle consulten onder andere geregistreerd waar de patiënten vandaan komen. Door de aanwezigheid van gewapende groeperingen in de regio durven mensen soms niet naar het ziekenhuis te gaan en daarom analyseren we per week uit welke gebieden meer of juist minder patiënten komen. Ook wordt er bijgehouden welke ziektebeelden er worden behandelend en op dit moment is het grootste deel daarvan nog steeds malaria. De lokale supervisor van de OPD verzamelt deze gegevens in een database en ik verwerk het daarna met alle andere informatie in mijn aandeel van onze wekelijkse ‘sitrep,’ waarin alle gegevens van het project overzichtelijk worden beschreven en het maandelijkse rapport. Ondanks dat we zes volle dagen werken vliegt de week door alle werkzaamheden letterlijk voorbij. En zo kunnen we als alle rapporten klaar zijn een paar dagen later alweer opnieuw beginnen…

Anita