Tijdens de dagelijkse ronde met de lokale arts en verpleegkundige langs alle patiënten, vraagt een van de moeders van de ondervoede kinderen of ze ontslagen mag worden omdat thuis voor een ander ziek kind moet zorgen. Gelukkig vraagt deze moeder het netjes en gaat ze er niet gewoon met haar zoontje vandoor, zoals ook regelmatig gebeurt. De ergste symptomen van zijn buiktyfus zijn verdwenen en de afgelopen dagen is hij voldoende aangekomen in gewicht, dus hij mag inderdaad over naar het wekelijkse ambulante programma. De moeder is erg blij en vertrekt even later richting huis, haar zoontje achter op de rug gebonden en met een doos vol plumpynut en een kleine voorraad voedsel van de World Food Program op haar hoofd. Als ik even later terug ben op de kamer, vragen alle andere moeders of zo óók naar huis mogen. Maar deze kinderen zijn niet stabiel genoeg en nog daadwerkelijk ziek, dus zullen minstens nog een paar dagen en sommigen zelfs weken in het ziekenhuis moeten blijven. Een van de moeders spreekt goed Frans en vertaalt de vragen en antwoorden in het lokale Sango. De moeders lijken de uitleg te begrijpen maar willen ondanks dat graag naar huis om voor de rest van het gezin te zorgen. Ik kan me voorstellen als je thuis nog zeven andere kinderen hebt rondlopen en het met het opgenomen kind iets beter gaat, je liever naar huis gaat!
Toch is voor sommigen het eten dat ze hier in het ziekenhuis krijgen soms een reden om juist te willen blijven. In het gesprek komt dan ook naar voren dat een aantal van de gezinnen thuis maar zeer weinig te eten heeft, omdat ze door veiligheidsredenen niet naar hun velden durven gaan. Een van de moeders vraagt me of ik mee ga naar haar dorp om de situatie te daar te kunnen zien. Maar vanwege de veiligheid reizen we hier zo weinig mogelijk op de weg en dat is ook de reden waarom we van de hoofdstad naar het project worden gevlogen. De landingsbaan is hier zelfs onze achtertuin! Buiten het ziekenhuis en het dorp heb ik hier verder dan ook nog niets van het land gezien en heb daardoor meer het idee dat ik in de plaats Boguila ben dan in het land de Centraal Afrikaanse Republiek.
Als het gesprek met de moeders is afgelopen en ze gelukkig allemaal beloven te blijven, kijk ik uit gewoonte op mijn horloge. Half één, lunchtijd. Ik moet even slikken bij het besef dat ik zo een goede maaltijd ga eten terwijl ik net uitgebreid met de moeders heb gepraat over hun schamele voedselsituatie thuis.
Anita
Voorheen had Artsen zonder Grenzen hier in de regio twee mobiele klinieken, waarmee met een heel team eens per week afgelegen dorpen werden bezocht om medische hulp te bieden. Vanwege veiligheidsoverwegingen zijn de mobiele klinieken enkele maanden geleden gestopt, omdat het reizen op de weg te gevaarlijk is. In deze dorpen werken nu enkele door Artsen zonder Grenzen getrainde mensen die in een kleine health post alleen de meest voorkomende dingen zoals malaria en wonden kunnen behandelen. Patiënten met ingewikkeldere ziektebeelden worden hier naar het ziekenhuis doorverwezen. Eens in de twee tot drie weken komende de medewerkers hier naar toe en lopen we de registers na, bespreken bepaalde casussen en evalueren het medicijngebruik. Ook vergelijken we of alle doorverwezen patiënten daadwerkelijk hierheen gekomen zijn, omdat afstand en veiligheid hierbij een belangrijke rol spelen.
Om vanuit de health post vrouwen met gecompliceerde zwangerschap beter te kunnen doorverwijzen, trainen we deze week iemand tot ‘matrone’ ofwel verloskundeassistent. Haar voorgangster, een traditionele vroedvrouw, konden we niet goed genoeg trainen omdat ze niet kon lezen en schrijven en geen Frans sprak. De nieuw te trainen matrone Simone heeft minder ervaring maar lijkt alles redelijk snel op te pakken. Samen met de verloskundigen heb ik een trainingsprogramma in elkaar gezet en als ik de deur van de verloskamer open om te kijken hoe het met haar gaat, wordt er net een baby geboren. Ik kan het niet laten om te blijven kijken en tien minuten later komt ook zijn tweelingzusje ter wereld. Ze wegen beiden nog geen anderhalve kilo maar couveuses en andere ondersteunende apparatuur hebben we hier niet. Ondanks dat het hier warm genoeg is om de kleintjes op temperatuur te houden, zal de moeder de komende tijd nog wel met hen in het ziekenhuis moeten blijven tot ze genoeg wegen om naar huis te mogen. Het zien van een net geboren baby en dit geval een tweeling geeft toch altijd weer een vrolijk gevoel! Na Simone de verdere trainingsdoelen te hebben gegeven waar ik eigenlijk voor kwam, ga ik gauw weer verder met de rest van het werk voordat er weer iets tussen komt…
Veel mensen denken dat alle ondervoede kinderen broodmager en vel over been zijn. Maar dit is slechts één vorm van ondervoeding en wordt ook wel marasmus genoemd. Het is mooi om te zien dat de meeste van deze kinderen na een paar dagen stabiliseren gestaag aankomen in gewicht. Ze drinken grote hoeveelheden van de speciale melk en eten de zakjes plumpynut (een soort voedzame pindakaas) gretig leeg. Als ze na gemiddeld een week of twee naar huis mogen voor het wekelijkse ambulante programma, is het of je een totaal ander kind voor je ziet!
helemaal kapot is. Ondervoede kinderen zijn veel kwetsbaarder voor infecties en de wonden kunnen daarom voor veel problemen zorgen. Kinderen met deze vorm van ondervoeding zijn veel apathischer en lustelozer dan hun ‘magere’ lotgenootjes en het kost vaak meer tijd voor ze weer helemaal opgeknapt zijn, zeker als de twee vormen van ondervoeding gecombineerd zijn. De eerste dagen van de behandeling verliezen ze het vocht wat ze vasthielden en daarom zien ook deze kinderen er in een paar dagen tijd heel anders uit. En als ze weer een beetje trek krijgen, weten we dat de meest kritieke fase gelukkig voorbij is!
Gelukkig gaat het met de meeste kinderen uiteindelijk wel beter. Zoals Felix, een jongetje van anderhalf jaar oud die door zijn moeder twee maanden geleden bijna was opgegeven omdat hij zó ziek en mager was. Als je hem nu ziet is het bijna een wonder te noemen hoe goed het met hem gaat. Hij is flink aangekomen en is het vrolijkste kindje van het hele ziekenhuis! Vandaag is hij teruggeplaatst naar het project waar hij vandaan komt en door deze kinderen besef je waar je het ook al weer allemaal voor doet!