Pain Nai Gone 22 juli:
We hebben gisterenmiddag een handover van de follow-up gedaan aan het clinic team. Zij gaan nu iedere middag naar de kampen zolang deze nog open en bevolkt zijn.
Vandaag vertrokken naar Pain Nai Gone en na een bootreis van 8 uur aangekomen. We zijn met een grote en een kleine boot gekomen. De grote boot volgeladen met supplementaire voeding en meubilair voor de kliniek annax woonhuis die hier kortgeleden gebouwd is. Sinds een maand hebben we in 4 regio’ s in de delta fixt clinics waarin teams werken en die, zoals voorheen, in een aantal dorpjes in de omgeving mobile clinic doen. De klinieken zijn zo gebouwd dat ze meteen als woonhuis voor de teams kunnen dienen.
De reis hier naartoe over de enorme rivieren van de Ayeyarwady Delta was aangenaam. Ik heb een leuk team wat bestaat uit vier nationale stafleden waarvan alleen de dokter Engels spreekt. Soms wat lastig, maar ik leer hierdoor steeds meer woordjes Birmees.
De Delta is niet een bijzonder natuur gebied. Het is er vlak en kaal, veel rijstplantages waar de boeren met hun schitterende waterbuffels op aan het werk zijn.
Af en toe een klein dorpje die uit de verte aan vrolijke campings doen denken door hun veelkleurige plastic sheetings van oranje, blauw, wit en soms multicolor. Er is natuurlijk niets vrolijks aan en als je dichterbij komt is de werkelijkheid schrijnend.
In Pain Nai Kone aangekomen worden we ontvangen door het medische team aldaar. Ze hebben besloten dat wij, als gasten en allemaal dames, in het huis mogen overnachten en dat zij, allemaal mannen, op de boot zullen slapen. We kunnen de eerste twee dagen ook de kliniek gebruiken om onze eerste ronde screening te doen in dit dorp.
Het huis is aangenaam, traditioneel bamboe, meer een hut dan een huis eigenlijk. Het ligt aan de rivier en de badkamer en toilet liggen achter het huis op palen verbonden door een bamboe bruggetje met het huis.
Moe van de reis zijn we al om 21.00 uur gaan slapen.
23 juli
De eerste dag wegen en meten in Pain Nai Gone. Het is een behoorlijk groot dorp, dus ook veel kids. Vandaag hadden we 179 kinderen waarvan 75 behandeling nodig hadden. Morgen komen er nog rond de 100 en dan kunnen we naar de omliggende dorpjes.
We (het team) zijn inmiddels zo goed op elkaar ingespeeld dat we zeer efficient gewerkt hebben. Een van de teamleden bemoeit zich voornamelijk met het eten en blijkt een voortreffelijke kok te zijn. Er is hier niets in het dorp, geen restaurant geen winkeltjes, we hebben al ons eten meegenomen uit Labutta.
In het dorp is helaas wel een zeer lawaaige karaoke annex film gelegenheid. Birmezen houden van lawaai denk ik want met muziek, film of wat er maar ook geluid voortbrengt, moet op maximaal volume.
De plaatselijke ‘ bioscoop’ maakt lawaai tot middernacht en daar ben ik niet zo blij mee. Verder lijkt niemand zich eraan te storen, klaarblijkelijk zijn ze gewend aan lawaai.
Verder wemelt dit huis ook van de ratten, het is eigenlijk niet zo verwonderlijk, want iedereen gooit hier afval op straat, rattenlokkers eerste klas en in de nacht zetten ze hun jacht naar voedsel voort in de huizen. De tradionele huizen zijn aan alle kanten open, dus honderd manieren voor ze om binnen te komen.
Weer rusteloze nachten dus…………….
24 juli
Vanmorgen een chagerijnige ochtend. Eenandere NGO is hier gisteren aangekomen en bezig met precies hetzelfde wat wij doen, alleen zonder wegen en het vestrekken van supplementaire voeding. Alleen MUAC dus, ze hebben vanmorgen om 7.00 uur alle kinderen >5 verzameld in de monestry om een assesment te doen. Ik ben naar ze toe gegaan om erover te praten. De dokter in charge had nog nooit gehoord van een cluster meeting en nutrition meeting waain alle NGO’s hun bezigheden met elkaar afstemmen om dit soort overlapping te vermijden.
We zijn drie keer door het dorp gegaan om moeders te pushen om naar ons toe te komen met hun kind, zonder resultaat. We hadden vandaag in totaal 10 kinderen in plaats van de verwachte 100.
De middag gebruikt om, samen met het medische team, een plan te maken voor de komende 3 dagen waarin we 14 dorpen moeten gaan screenen. Sommige dorpen liggen uren varen uit elkaar, dus moeten we zo efficient mogelijk werken willen we maandag weer naar Labutta terug kunnen. Het medische team maakt van deze gelegenheid gebruik om consultaties in de dorpen te doen en tegelijkertijd een handover voor de follow-up van ons te krijgen. Goed plan lijkt het, we hebben nu meteen een model om te gebruiken voor de volgende 3 regio’ s, altans, het nutrition team, ik vertrek volgende week
25 juli
Vandaag 5 dorpen gescreend met hele moeilijke namen, dus die laat ik achterwege. De enige die in mijn geheugen gegrift staat is Dani Seik. Trieste mensen in de voelbare zware atmosfeer. Meer dan de helft van de bevolking heeft de cycloon niet overleeft, met name veel kinderen. Over het algemeen is het aantal kinderen >5 gemiddeld 12% van de bevolking. Hier is dat slechts 7%, we hadden hier maar 16 kinderen te screenen. Zo triest!! Dani Seik ligt aan de grootste rivier van de Delta, de Irrawaddy river is meer dan 3km breed. Dani Seik ligt dus erg kwetsbaar aan het randje van deze watermassa.
Meer dan 300 mensen lieten hier het leven, het voelt zwaar aan. De wetenschap heeft op ons allemaal effect, we zijn stilletjes bij het anders zo vrolijke meten en wegen van de kinderen.
Ondertussen hebben we een telefonische update over de siuatie in Labutta. De kampen lopen leeg, deze week zijn er 2000 mensen terug naar hun dorpen in de Delta gegaan, vaak met tegenzin en bang voor de toekomst. We doen er vanalles aan om het toch zo aangenaam mogelijk te maken. De 10.000 Kyat per persoon die de kampbewoners meekrijgen is inmiddels veranderd in 50.000 Kyat per huishouden. Ons psycho-sociale team doet er alles aan om de bewoners geinformeerd te houden en te ondersteunen waar mogelijk. De sfeer in de kampen is er niet beter op geworden, mensen zijn onrustig door wat komen gaat. Gaan ze ondersteuning krijgen bij de wderopbouw van hun huizen, waar moeten ze tot die tijd in slapen? Dit zijn vragen die de gemoederen dagelijks bezig houden.
De gelddistributie is nu verplaatst van de jetty naar de kampen zelf en het is een enorme dagelijkse klus waar een groot deel van ons team mee bezig is. In Labutta vervelen ze zich dus ook niet, net als wij.
26 juli:
Slecht weer, veel regen en een harde wind. We kunnen niet aanmeren bij het dorpje waar we vandaag beginnen, het water is te ondiep. De bewoners voelen er niets voor om door de regen naar onze boot te komen met een eigen bootje, dus zetten we onze kleine boot in voor dit doel. Het duurt echter nog lang voordat de eerste kinderen onze boot enteren, dus 4 uur later hebben we pas 14 kinderen gezien. We moeten nog naar twee dorpen na deze, en het is al 14.00 uur in de middag als we eindelijk doorgaan met onze reis. We redden het nog net voor het donker wordt naar een ander dorp. Het andere dorp moeten we morgen doen. Er onstaat lichte paniek in het team, want dan moeten we morgen naar 6 dorpen die ver van Pain Nai Gone vandaan liggen en ook nog ver uit elkaar.
We besluiten om morgen om 7.30 uur te vertrekken en als we in tijdnood komen het team in tweeen te splitsen en de kleine en grote boot samen in te zetten. Maandag moeten we terug naar Labutta omdat ik woensdag al vertrek naar Yangon en we de dinsdag nodig hebben om een trip rapport te schrijven en te evalueren etc.
Terug in Pain Nai Gone wacht er een novice monnik op de steiger op ons. Hij is met spelen gevallen en heeft een gapend gat in zijn hoofd. Het moet gehecht worden, maar hij is erg flink deze jonge monnik. Ongeveer 10 jaar oud en 6 jonge-monnik vriendjes bij hem om hem te ondersteunen. Na een half uurtje gaat hij met een prachtig verbonden hoofd terug naar het klooster.
Wij eten vanavond bij de mannen op de boot, maar ik hou het niet erg lang uit omdat er weer keiharde karaoke video’ s gespeeld worden op de video speler van de boot.. Ze kunnen hier eindeloos naar dezelfde filmpjes kijken en luisteren en de hele boot zingt dan mee. Het lijken af en toe gecoverder nummers uit de jaren 60/70. Country, maar ook slijmerige meedein nummers, die vinden ze het leukst.
Terug in het huisje zie ik dat er inmiddels ook vleermuizen hun intrek hebben genomen en een aantal giga groene sprinkhanen die mijn haar als perfecte landingsplaats gekozen hebben…………..
27 juli:
Erg vroeg 7.30 vertrekken, maar nodig, anders halen we het niet. Het dorp wat we gisteren niet gehaald hebben doen we als eerste.
De tocht naar de volgende dorpen van die dag duurt 2,5 uur en gelukkig ligt het volgende dorp aan de overkant hiervan. Het zijn redelijk grte dorpen waar we toch wel een paar uur bezig zijn
Om 14.00 uur vertrekken we met de kleine boot naar de twee andere dorpen. Deze liggen aan kleine rivieren die niet toegankelijk zijn met de grote boot. De tocht gaat door een wirwar van kleine rivieren, dwars door de bush. Veel mangroves hier en we moeten oppassen dat we niet aan de takken blijven hangen, zo smal is het soms.
In het dorp ligt een grote boor op zijn kop, behoorlijk verwoest half over een huis heen. Nargis heeft dit gedaan en bij het zien van deze plaatjes besef ik iedere keer weer wat een enorme kracht deze cycloon gehad heeft.
We krijgen van de dorpleider een soort afdak waar we ons werk kunnen doen. We zien hier een bewoner van 3 miles camp met haar baby die helemaal blij is ons weer te zien. In tegenstelling tot de verhalen die we doorgaans horen, is deze vrouw erg blij om weer terug te zijn in haar dorp. Ze heeft veel meegekregen van verschillende NGO’s en vertelt natuurlijk ook hoe blij ze is met het geld wat door AzG gedoneerd is.
We zijn een uurtje bezig en klaar voor het volgende dorp.
Uiteindelijk komen we om 15.30 uur terug bij de grote boot en kunnen we terug naar Pain Nai Gone. We hebben het gehaald…het voelt goed, een behoorlijke klus is geklaard, we hebben de afgelopen dagen 508 kinderen gewogen, gemeten en behandeld.
Morgen met een goed gevoel terug naar Labutta om mijn laatste klusjes af te ronden en dan weer terug naar huis!!
Op de grote boot zit ik in het zonnetje, wat voor het eerst sinds we zijn aangekomen schijnt, wat om mij heen te kijken. Plotseling zie ik de bovenkant van een menselijk skelet aan de waterkant onder de planten. Er zijn alleen Birmees sprekende mensen in de stuurhut en ik weet niet hoe ik het uit moet leggen. De boot gaat snel, en de smalle rivier leent zich niet om te keren voor een grote boot.
Ik besluit om het niet aan mijn team te vertellen, ze praten al iedere avond over geesten die hier ronddolen van de verdronken mensen. Allemaal zijn ze er heel bang voor.
Ik hoop dan maar dat een volgende boot wel kan stoppen en dit mens een behoorlijke begrafenis kan geven.
Mijn goede gevoel wat ik had van die dag is plotseling versomberd. Ik had niet gedacht dat na drie maanden mensen al zo volledig vergaan zijn. Ook had ik niet gedacht zoiets nu nog tegen te komen, al weet ik dat er nog zovelen vermist worden.
De realiteit van wat er hier gebeurd is dringt weer met alle hevigheid tot mij door.
Kitty