In Congo is er een overdaad aan leven, in de ruimste zin van het woord.
Kinderen worden aan de lopende band geboren maar in de zaal ernaast blazen hun broers en zussen net zo snel hun laatste adem uit.
De bananenboom naast mijn hut heb ik nu al voor de derde keer tot op de bast gesnoeid maar elke week krijg ik weer nieuwe bladeren in mijn gezicht. Dagelijks wordt er met een bezem door de keuken gegaan maar een minuut later springen, rennen of vliegen de duizenden verschillende insecten weer over elkaar heen. Elke stip of vlek beweegt en leeft.
Overal groeit en bloeit er continu leven en tegelijkertijd bederft en sterft het in hoog tempo weer af. Alsof de film van het leven in de Congo versneld wordt afgedraaid.
Heuvels die zwart en verkoold zijn geteisterd door brand staan een aantal maanden later weer helemaal begroeid en in volle bloei. Als een klein kind wijs ik naar alle bloemen, planten en bomen en vraag de bevolking wat het is. Koffie, mango?s, papaja?s, cacao, bananen, suikerriet, rijst. Het is het grootste biologielokaal en vivo. Alles lijkt hier te kunnen groeien. Des te schrijnender is het dat er met deze vruchtbare grond nog steeds ondervoede kinderen en volwassenen zijn. Maar dat geeft wel aan hoe ontregeld de Congolese samenleving is, dat de meeste mensen nog nauwelijks het besef van toekomst hebben om land te bewerken. De afgelopen jaren was het de regel dat alle akkers geplunderd werden en de
boeren het oerwoud invluchtten.
Materiele spullen als kleren en auto?s die in het Westen al ten dode waren opgeschreven komen in de Congo weer tot leven. Min en min wordt plus. Zoals blijkt uit de veertig jaar oude overbelaste truck, die in Nederland zonder APK niet toegestaan is verder te leven, maar die hier zonder problemen door een rivier rijdt waar geen enkele Nederlandse APK goedgekeurde auto zich aan zou wagen.
Kinderen rennen en spelen zingend op straat en zelfs de koeien in de Congo heb ik loeiend zien huppelen. Het leven is hier besmettelijk, almachtig en onuitroeibaar. Alsof er iemand boven met de Pokon heeft gemorst. Reden voor mij om op de compound een moestuin te beginnen.
Deze hoge levenscyclus bevat niet alleen dieren, planten en spullen maar ook gedachten, emoties en ontmoetingen. Het leven is op alle vlakken intens waardoor je elke avond om negen uur uitgeput in slaap valt .
In Nederland zie ik heel veel activiteit maar weinig leven, in de Congo is er weinig activiteit maar heel veel leven.
De Congolees beschrijft zichzelf terecht als panvitalistisch. Zelfs na tien jaar burgeroorlog en vier miljoen doden lijkt de vitaliteit van het land en haar inwoners onuitputtelijk. Ik verbaas me dagelijks over de kracht van het Congolese leven, of beter gezegd overleven.
De inwoners van Baraka die hun werk verrichten met soms minder dan een maaltijd per dag, en in enkele gevallen daarbij ook nog een pot voetbal spelen waarbij ze mij met mijn drie maaltijden per dag in het stof laten bijten.
De Congolees is van elastiek. Zowel fysiek als mentaal. Taai, sterk en veerkrachtig. Het elastiek is lastig te vormen of te plooien en tot frustratie van de manipulator gaat hij in elke situatie vanzelf weer terug naar de meest ideale uitgangspositie: volledig ontspannen.
Vergeleken met de Congolezen ben ik van hout. Hard, stug en vol splinters. Met redelijk gemak door de manipulator gevormd in de gewenste staat, en blijft zich daar dienstbaar en betrouwbaar aan houden. Maar de vorm is statisch en als de situatie verandert en het eenmaal breekt lijkt het hout niet meer hersteld te kunnen worden. Ik voel me kwetsbaar en ge﮴imideerd in deze levenslust van Congo.
Steven