jan 30
Steven Geschreven door StevenVanuit DR Congo

Geluk

Elk jaar komt de Happiness Index uit. Een internationale studie die op basis van onderzoeksgegevens een ranglijst maakt welk land de gelukkigste inwoners ter wereld heeft. Behalve de offici묥 Happiness Index zijn er nog enkele andere kleine onderzoeksgroepen die zich met hetzelfde geluk bezig houden. Over het algemeen hebben ze jaarlijks dezelfde resultaten en daarbij behorende ranglijsten. De podiumplaatsen is vaak een stuivertje wisselen tussen de Scandinavische landen. En de rest van de toptien wordt gevormd door Noordeuropese landen waarbij soms door een excentrieke onderzoeksgroep een exotische verrassing als Bhutan of de Bahama?s een plek wordt gegund.

Ik kan me heel goed voorstellen dat geluk voor een groot deel te maken heeft met veiligheid op financieel en maatschappelijk vlak. Maar mijn persoonlijke ervaringen zijn toch vaak dat ik op de zomerse stranden aan de Mediterrane (vakantie vieren lijkt mij bij het toppunt van veiligheid op financieel en maatschappelijk vlak) een stuk meer sombere gezichten en geklaag opmerk dan een willekeurig Congolees dorp (toppunt van gebrek aan veiligheid op financieel en maatschappelijk vlak).

Nou is het misschien na復 om de geluksfactor van een omgeving af te meten aan de hoeveelheid glimlachen die je ziet. Lachen is nou eenmaal ook cultuurbepaald. Maar het is interessant dat die stugge Groninger die misschien eens in het kwartaal glimlacht wel de vijftigvoudige hoeveelheid geluk wordt toegedicht dan die Congolees die dagelijks in een deuk ligt.

Maar ook in gesprekken en gemoedstoestanden valt het me vaak op dat het lijkt alsof de Nederlanders een zwaarder leven hebben dan de Congolezen. Rationeel en ingevuld op het antwoordenvel van de Happiness Index kan het leven dan wel heel gelukkig zijn (gezond, opleiding, inkomen, vriendenkring) maar de stemmingen zijn er vaak niet naar. Een universele activiteit als een voetbalwedstrijd lijkt met veel meer plezier gepaard te gaan hier in de Congo dan de frustratie en scheldpartijen die ik in Nederland gewend ben. Zowel bij spelers als publiek. Waar ik in Nederland vaak bezig ben om andere spelers te kalmeren ben ik hier vaak zelf diegene die gekalmeerd dient te worden. Maar dat kan ook aan andere dingen liggen.

Misschien omdat de lat zo hoog ligt moeten we van onszelf ook continu gelukkig zijn, en balen we als we de middag laten verknallen als die gloednieuwe voetbalschoenen al op de eerste dag een nop loslaten.
Ieder heeft zo zijn eigen sores. En het verbaast me elke keer weer dat een Congolees minder ongelukkig lijkt te zijn dat zijn baby doodgeboren is dan dat een Nederlander stuk zit dat zijn vakantie is geannuleerd. Daarmee hoef je niet de 驮 te complimenteren en de ander te veroordelen. Beiden zijn menselijke reacties in hun eigen omgeving.
Maar het is wel frustrerend om te zien dat mijns inziens de twee grootste boosdoeners voor Hollands geluk: eenzaamheid en stress niet direct noodzakelijk zijn in de meest dichtbevolkte verzorgingsstaat ter wereld.

Maar met een Congolese levensverwachting van 45 jaar ga je volgens mijn collega ook anders in het leven staan. Volgens hem hebben de Afrikanen daarmee het gevoel en het recht dat ze dubbel zo veel moeten lachen, spelen en van het leven genieten.

De vraag of er dan misschien ook twee keer zo hard gestudeerd en gewerkt moet worden lijkt slechts door een Nederlander gesteld te kunnen worden.

Steven

jan 25
Steven Geschreven door StevenVanuit DR Congo

Ambitie

?La fin de r飲顴ion? zijn de inmiddels legendarische woorden uit president Kabila?s inauguratiespeech. Hiermee hoopt hij een nieuw Congolees tijdperk in te luiden vol nieuwe ambities.

Voorlopig lijkt Baraka nog steeds 驮 groot schoolplein waar het continu speelkwartier is. Iedereen kletst met elkaar, voetbalt, plukt wat vruchten uit de boom, handelt in plaatjes of andere spulletjes en op de hoek van de straat zitten een aantal mensen gemoedelijk te praten rond een naaimachine. Het is heel gezellig, maar niet zo productief. De bevolking zal de schakel nog wel om moeten zetten om al die duizenden scholen, ziekenhuizen en bruggen uit de grond te stampen.

Ook in het ziekenhuis is het een uitdaging om de activiteiten naar een hoger niveau te tillen. Want ambitie is zeer cultuur bepaald, zowel in vorm als hoeveelheid.
De grootste ambitie die iedere Congolese man en vrouw heeft is kinderen. Liefst zoveel mogelijk. Op het moment dat je kinderen op de wereld hebt gezet heb je je bestaansrecht voor het leven verkregen. De hoeveelheid en activiteit van je kinderen laten jou en de daarbij behorende status verder leven.
Zodra het fysiek mogelijk is proberen Congolezen al hun ambitie te verwezenlijken. Als je bij veertien of vijftien al je eerste kinderen binnen hebt dan kan je een mooi fortuin opbouwen. Deze ambitie vraagt echter om persoonlijke offers, vaak op het gebied van opleiding en werk.

Het klassieke verhaal van een verpleegkundige die geneeskunde studeerde maar geen geld meer had om verder te studeren aangezien al die hongerige monden gevoed moesten worden komt vaker voor. Om op beide fronten actief te blijven zijn er meerdere vrouwelijke verpleegkundigen die hun baby?s achter op de rug gebonden hebben tijdens het werk. Zodra het kind geen borstvoeding meer hoeft wordt hij thuis achter gelaten bij de rest van de groep.
Problemen van kinderopvang kennen ze hier niet. Zonder zorgen worden acht kleine peuters en kleuters in de hut achter gelaten waarbij het oudste kind de leiding overneemt en vaak al een jonger broertje of zusje op zijn rug draagt.
Het Congolese leven lijkt zich moeiteloos aan te passen aan deze continue stroom van kinderen (gemiddeld zeven per vrouw).

In het Westen is er natuurlijk ook de behoefte aan bestaansrecht. Dit bestaansrecht lijken we echter meer te onderbouwen met persoonlijke prestaties, vaak op intellectueel, sportief of financieel gebied. Velen hopen dat hun status verder leeft in hun geschreven boeken, baanrecords, opgerichte fondsen of nieuwe bedrijven.
De Westerling hoopt zijn bestaansrecht en onsterfelijke status vaak te verkrijgen door middel van zijn werk. Hard werken, veel uren maken, uitblinken, iets moois neerzetten. Deze ambitie vraagt echter om persoonlijke offers, vaak op het gebied van gezin en kinderen.

Deze ambities maken de persoonlijke instelling van de Congolees en de Westerling tot werk en gezin compleet verschillend.

Zij begrijpen niet dat ik zo onambitieus ben om ondanks een geliefde op mijn negentwintigste nog geen kinderen te hebben en ik begrijp niet dat ze de ambitie niet hebben om hun werk beter te doen.

Ze kunnen wel volgen dat ik teleurgesteld ben dat een pati뮴 is overleden door dezelfde verpleegkundige nalatigheid als vorige week. Maar waarom ik dan zo fel reageer, en zeker nu het kind toch al dood is, wordt denk ik niet goed begrepen. Met de bekende vergelijking wat ze gedaan zouden hebben als het hun eigen kind was krijg ik soms iets meer begrip. Maar het blijft volgens mij lastig voor hen te begrijpen dat iemand zich persoonlijk zo associeert met zijn werk, en constant die verbetering wil bewerkstelligen.

Als ik mijn Congolese collega vraag wat hij zou doen als hij duizend euro zou vinden zegt hij dat hij zou stoppen als arts en een handeltje in telefoonkaarten zou proberen te starten om daarvan te leven. Het idee dat je acht jaar opleiding hebt gehad en dat je je wil ontwikkelen in je vaardigheden en professionele kwaliteiten lijkt geen rol te spelen.

Het prettige van de Congolese ambitie is dat die vrij eenvoudig te realiseren is (man makkelijker dan vrouw) en zo zijn natuurlijke grenzen van productiviteit heeft. De Westerse ambitie lijkt echter onverzadigbaar en aangezien die tot op de laatste dag van zijn leven nog gerealiseerd kan worden is er pas een einde als de kist definitief gesloten wordt.

Voor de ontwikkeling van een land is het waarschijnlijk positief om van de Congolese ambitie naar de Westerse over te stappen maar op het persoonlijke vlak maakt dat het leven niet automatisch beter. Ik ben benieuwd of Kabila zijn landgenoten kan overtuigen.

Steven

jan 23
Steven Geschreven door StevenVanuit DR Congo

Isaac

Op een dag kwam hij binnen op de polikliniek. Isaac, twee뮤ertig jaar, getrouwd, een kind, afgestudeerd rechten aan de universiteit, een verlegen glimlach en HIV positief. Als eerste wil hij zeggen dat hij heel dankbaar is dat Artsen zonder Grenzen deze specifieke polikliniek voor HIV is begonnen om zijn jarenlange fysieke achteruitgang tegen te gaan.

Vervolgens praten we over zijn ziekte, het leven, zijn toekomst en de behoefte om dit land na al die jaren van rampspoed weer op te bouwen. Door zijn ziekte heeft hij echter geen baan en als ik voorstel dat hij voor onze kliniek zou kunnen komen werken reageert hij heel enthousiast. Het is belangrijk dat de HIV pati뮴en uit hun spookbestaan worden gehaald en dat de bevolking ziet dat een HIV pati뮴 net als ieder ander mens is*. We maken plannen hoe hij voorlichting kan geven aan de andere HIV-pati뮴en over gemeenschappelijke problemen op sociaal gebied, bijwerkingen van medicijnen, fysieke klachten en alle andere onderwerpen waarbij ze normaal gesproken bij niemand kunnen aankloppen.

Vol energie willen we aan de slag. Maar op de volgende afspraak is Isaac behoorlijk afgevallen, last van diarree, koorts en hoesten. Ik hoop dat de medicijnen die ik voorschrijf het proces op tijd kunnen keren. Ondanks de klachten is Isaac nog steeds hoopvol en vraagt wanneer hij kan beginnen in de kliniek. Ik zeg dat het belangrijker is dat hij eerst opknapt. Maar twee weken later lijkt het verval onomkeerbaar. Hij kan nauwelijks meer praten, is ernstig verzwakt, en fluistert dat hij toch ook wel is geschrokken van zijn achteruitgang. Ik probeer de laatste redmiddelen te vinden voor zijn klachten en we maken een afspraak voor volgende week. Na drie dagen word ik echter op Zondag op de radio geroepen dat Isaac in het ziekenhuis is gekomen, het gaat niet goed. Snel loop ik over het zandpad naar het ziekenhuis, ondanks dat ik weet dat die paar minuten waarschijnlijk geen verschil zullen maken in deze jarenlange, tragische aftakeling. Bij aankomst zie ik Isaac, leeg, op. Hij ziet mij pas als ik me over hem heen buig en hij mijn stem hoort. De korte afstand van de onderzoekskamer naar de afdeling kan Isaac niet eens meer lopen. Het uitgemergelde lichaam in de armen van zijn vader. Een tragisch beeld typisch voor het hedendaagse Afrika. Ouders die op hun oude dag het stervensproces van hun volwassen kinderen begeleiden. Een taak waarvan ze dachten dat die in andere verhoudingen zou plaats vinden. Ik krijg een brok in mijn keel als ik zie hoe zorgzaam Isaacs vader hem op het bed legt en een paar seconden naar hem kijkt. Het is voorbij.
Behalve adequate pijnmedicatie valt er voor mij weinig meer te doen maar ik ben blij dat ik gekomen ben. Ik ga naast hem op het bed zitten, sla een arm om hem heen, prijs hem gelukkig met zo een zorgzame vader en complimenteer hem voor zijn kracht en rust in deze ongelijke strijd. Die nacht overlijdt Isaac. Te vroeg, zowel voor Isaac en zijn vader, als al die duizenden anderen. Congo moet het verder zonder hen doen.

*zo kwam er afgelopen week een journalist op de polikliniek om te vragen hoe een HIV pati뮴 eruit ziet en waar hij die kan vinden. Hij was geshockeerd door het nieuws dat hij waarschijnlijk elke dag wel een HIV positief persoon tegen het lijf loopt maar dat je dat van de buitenkant niet kan zien.

Steven

jan 16
Steven Geschreven door StevenVanuit DR Congo

Meerlingen

Het is altijd weer een verrassing hoeveel kinderen uit de grote buik van een Congolese vrouw kunnen komen. In de afwezigheid van een echoapparaat in nagenoeg de hele provincie is het slechts op basis van het lichamelijk onderzoek dat de voorspellingen kunnen worden gemaakt. Met de houten toeter kunnen er soms verschillende hartslagen worden opgemerkt maar om eerlijk te zeggen heb ik na jaren van Hollandse technologie niet zoveel vertrouwen in mijn eigen houten toeter auscultatie.

De persoonlijke ervaring van de vrouw lijkt niet van veel waarde te zijn. Zo heb ik al een aantal post-menopauzale vrouwen met grote myomen gezien die zweren dat ze al een aantal jaar zwanger zijn inclusief het gevoel van 驮 of meerdere bewegende foetussen. Zelfs na een negatieve zwangerschapstest zijn ze niet overtuigd dat er andere dingen in de baarmoeder groeien en verlaten ze soms gepikeerd het ziekenhuis om weer terug het bos in te gaan om daar de nieuwe aanwinst af te wachten.
Aan de andere kant zijn er de vrouwen die van niets weten, onbezorgd hun maandelijkse menstruatie hadden, de zwelling in de buik hebben genegeerd en een paar uur later met een kind, of twee aan de borst zitten.

De zwangerschapsduur lijkt ook een flexible begrip te zijn. Maandelijks komen er een aantal vrouwen in het ziekenhuis die volgens eigen zeggen al meer dan een jaar zwanger zijn. Er zijn hier ook geen maatregelen als je boven de twee뮶eertig weken uitkomt aangezien de informatie van de moeder niet betrouwbaar genoeg is om daarop te handelen met het breken van de vliezen of een keizersnede. Nee, dan wachten we gewoon verder af, en wie weet zou je dan inderdaad het jaar kunnen volmaken.

Afgelopen week was er een hele kleine vrouw (138cm) met een hele grote buik binnen gekomen. Ze was volgens haar slechts een paar maanden zwanger maar had nu al het gevoel dat het mooi geweest was. Een paar uur later had ze er drie nieuwe kinderen bij. Het probleem was echter dat deze drieling met elkaar nog niet eens het gewicht van het gemiddelde Nederlandse kind had. Drie kleine roze frummels van 800, 900 en 950 gram. Zonder couveuse is de enige mogelijkheid voor premature kinderen de zogenaamde kangoeroe techniek waarbij de kinderen continu op het warme lichaam van moeder blijven. Met drie kinderen en een inmiddels ziek geworden moeder gaat dat echter lastig waardoor er al snel drie dozen op het bed stonden waar de kinderen in waren verstopt. Helaas stond er ondanks alle medicatie en zorg elke dag een doos minder op bed en is moeder uiteindelijk weer alleen naar huis terug gegaan.

De drie kinderen hebben in ieder geval nog de kans gehad om te overleven. Aan de andere kant van de rivier is dat helaas niet mogelijk. Daar heerst namelijk de opvatting dat een meerling een gevaarlijk goddelijk verschijnsel is dat direct na de geboorte vernietigd dient te worden.

Steven

jan 9
Jouke Geschreven door JoukeVanuit Burundi

Kerst in Burundi

Mijn eerste kerst in het buitenland en dan gelijk in Burundi. Een groter
verschil met Nederland kan ik me niet voorstellen. Mijn familie ingeruild
voor een commune, de kerstboom voor een paar verdroogde takken en de
champagne voor een fles warme primus. Op kerstavond werd er een feest
gegeven op de compound en op eerste kerstdag hebben we spelletjes gespeeld
en de laatste flessen wijn soldaat gemaakt. We hadden de lokale markt
afgestruind om voor iedereen een leuk cadeautje te kopen. Natuurlijk had er
iemand een beest gekocht. Ons team is nu versterkt met het 5e beest een
hangoorkonijn, genaamd lappie. Ik denk dat we het eerste project zijn die
naast medische hulp ook nog een kinderboerderij kan beginnen. Waarschijnlijk
was dit mijn (en ook lappies) laatste kerst in Burundi, we hebben er beide
van genoten.

Met kerst mag in Burundi ook de kerk niet ontbreken, dus zijn wij op eerste
kerstdag naar de mis geweest. Erg leuk! Een collega is priester in deze kerk
en hij was apetrots dat wij langskwamen. We moesten natuurlijk helemaal
vooraan zitten (het blijft gꮡnt als je dit soort voorrangsbehandelingen
krijgt) Het was een schitterend gezicht om zo’n overvolle kerk te zien (en
trouwens ook warm) . De vrouwen hadden hun mooiste jurk aangetrokken, dit
betekend in Burundi een jurk met minimaal 60 verschillende kleuren. Ook de
fluorescerende kleuren zijn op dit moment erg hip, dus de jurken zijn nog net
iets kleuriger gemaakt met fluorescerende franjes. Het was een aardig lange
zit van bijna 4 uur op een klein houten bankje (ik kwam er tegen het einde
pas achter dat er ook een rugleuning op zat). Gelukkig voor de mensen die
geen Kirundi spreken was het grootste deel van de mis muziek. Er waren zo’n
12 verschillende koortjes en natuurlijk mag de elektrische gitaar met kerst
ook niet ontbreken. Ik had nog geluk, mijn buurman, een klein ventje van een
jaar of 1 was aan de diaree en in Burundi hebben ze geen luiers. Al met al
een leuke ervaring.

Niet overal ging vrolijke kerstdagen en gelukkig nieuwjaar op. Rond deze
tijd hebben de mensen geld nodig voor de feestdagen en drinken ze ook vaak
veel. In het land zijn nog veel handgranaten die bij een ruzie nog wel eens
tevoorschijn worden gehaald. Dit resulteerde voor het ziekenhuis in een
drukke tijd doordat er granaatslachtoffers waren. Onze collega’s van het
andere project in Burundi kregen een onaangename verrassing net voor kerst. Er
zijn bandieten de compound binnengedrongen en hebben een overval gepleegd.
Gelukkig is er niemand gewond geraakt, maar iedereen is erg geschrokken. De
volgende dag is het hele team naar de hoofdstad vertrokken om bij te komen
van de schrik en om te kijken of de situatie veilig genoeg is om terug te
keren. Gelukkig maakt iedereen het nu goed. Dit was voor ons een reden om de
beveiliging weer aan te scherpen. Erg belangrijk is de relatie met het
personeel en de lokale bevolking. Gelukkig zijn deze bij ons erg goed.

Jouke

jan 9
Steven Geschreven door StevenVanuit DR Congo

Voodoo

Tijdens de visite word ik geroepen door een spoedgeval. Er is een non binnen gekomen met een open beenbreuk. De priester zelf is met de grote terreinwagen over haar been gereden en nu bungelt het onderste deel van haar scheenbeen met voet aan een dun stukje huid en spier. De non lijkt omringd door haar collega?s de rust zelve en gezamenlijk prevelen ze zachtjes enkele gebeden voor zich uit. Ik probeer zo snel mogelijk een plek op de operatiekamer te cre벥n om haar te behandelen. Nadat de non haar ruggenprik heeft ontvangen begin ik de wond schoon te maken door eerst de aangebrachte planten en schors van de open plek te verwijderen en uiteindelijk de kleine gerafelde stukjes autoband van haar bot te schrapen. Tegelijkertijd probeer ik een beter beeld te krijgen van de huidige anatomie van haar been om hierna voor zo ver mogelijk alle botfragmenten in de juiste formatie te leggen.
Aangezien er hier in het ziekenhuis geen moderne orthopedische hulpmiddelen als boren, schroeven en platen zijn moet ik mijn hoop vestigen op de ouderwetse manier van tractie.
Dat wil zeggen dat je de botbreuk gedurende een aantal weken in een stabiele opstelling positioneert en hierdoor uit zichzelf probeert te laten helen.
Om deze stabiele opstelling te garanderen en continue spanning op het onderbeen te houden sla je een stalen pin door het bot van de hak dat je verbindt met een contragewicht aan het uiteinde van het bed.
Gelukkig heb je voor deze methode bijna niks nodig behalve veel tijd en geduld, en laten dat nou net twee dingen zijn die de Congolees in relatie tot de Westerling in overvloed lijkt te hebben.

Maar ik lijk 驮 ding over het hoofd gezien te hebben. De sociaal-culturele acceptatie van deze Westerse methode. Dus als ik na veel zweet en geploeter eindelijk de vrouw van de operatietafel naar de afdeling laat gaan is de wachtende echtgenoot (in de Congo is het rooms-katholicisme op vele vlakken flexibeler dan het Vaticaan voorschrijft) een stuk minder tevreden dan ik. Hij is er niet op gerust dat er een stalen pin is geslagen door de hak van zijn vrouw en eist dat ze uit de tractieopstelling komt om met hem terug naar huis te gaan voor hun eigen traditionele behandeling. Ondanks mijn uitleg en tekeningen lijk ik de man niet te overtuigen wat het nut is van deze stellage. Het is inmiddels laat in de avond geworden en ik weet de discussie gelukkig naar de volgende dag uit te stellen in de hoop dat de echtgenoot dan bedaard is.

De volgende ochtend staat de man me echter al bij de poort op te wachten. Ik probeer nog te onderhandelen of het niet mogelijk is dat de medicijnman de kruidenthee en zalven in het ziekenhuis toedient zodat het been van zijn vrouw in de stellage kan blijven. Maar volgens de echtgenoot en de verpleegkundigen is de behandeling van de medicijnman veel meer dan alleen wat kruidenthee en zalven. Voor bepaalde genezingsprocessen moet ze met de medicijnman op een heilige plek in het bos slapen. Deze uitdrijving van kwade geesten is echter net zo lastig uit te leggen als een stalen pin door een gezond lichaamsdeel. En als bezoekend arts trek ik dan aan het kortste einde. Een controle afspraak over vier weken is wat rest.

Steven

jan 5
Steven Geschreven door StevenVanuit DR Congo

Bibokoboko

Afgelopen week stond Bibokoboko op het programma. Hier heb ik lang naar uitgekeken. Het is de hulppost die op de onherbergzame hoogvlakte van de Congo totaal afgesloten is van de buitenwereld. Er is geen enkele weg, spoor of rivier die een verbinding vormt naar het dorp. De enige manier om daar te komen is een vijf uur durende wandeling de bergen in. Vroeg in de ochtend worden we met de jeep bij een klein dorpje langs de weg gedropt. Hier hebben zich al een aantal dragers uit Bibokoboko verzameld om alle medicijnen en medische artikelen omhoog te vervoeren.

We beginnen bij het centrum van elk Congolees dorp, het voetbalveld, en lopen dan omhoog via akkers, hoge palmbomen, twee meter hoog riet, moerassen en steken wat kleine riviertjes over. Ik verbaas me over de grote hoeveelheid paden waar iedereen moeiteloos zijn weg lijkt te vinden. Duizenden paden die overall naar toe slingeren en weer ergens bij elkaar komen. Afrika lijkt er vol van.

We lopen de eerste bergkammen over en terugkijkend zien we het Tanganyikameer in de diepte liggen met aan de overkant de bergen van het Ubwari-schiereiland en verderop Burundi. Een paar kleine stipjes midden op het meer van de vissersboten die vanochtend in alle vroegte zijn vertrokken. De lucht zit vol met grote libellen en kleurige vlinders. De apen die zich volgens de verpleegkundige normaal laten zien houden zich verscholen.

Officieel is dit berggebied gecontroleerd door de rebellen maar ze laten de expedities van Artsen zonder Grenzen met rust, aangezien we met onze hulppost ook hun vrouwen en kinderen behandelen. Het Congolese leven gaat hier echter onverstoord verder en laat zich nauwelijks dicteren door rebellen, politiek of grenzen.
Altijd is er weer een klein hutje tegen de helling opgebouwd waar kinderen spelen, de moeder zingend het land bewerkt en deze vertrouwde geluiden door de vallei klinken.

Hoe dieper je de binnenlanden in aangaat, des te schuchterder de mensen. Hun blikken lijken op die van wilde dieren, vol instinct, dat ons rationele denkpatroon reeds heeft uitgebannen. Nieuwsgierig maar constant op hun hoede. Bij het passeren van een kleine nederzetting breekt een kind soms de ban en komt dichterbij maar over het algemeen blijven de mensen op een veilige afstand kijken.

Na drie uur wandelen zijn we op de kale hoogvlakte aangekomen en begint het te regenen. Op zich geen probleem aangezien mijn kleren en rugzak toch al drijfnat waren van het zweet. Maar de paden beginnen langzaam te veranderen in riviertjes, en de inhoud van mijn rugzak inclusief camera, aantekenblokken, etc lijkt de intense stortbuien niet te trotseren. Gelukkig halen we net Bibokoboko voor de gevreesde onweersbuien losbarsten.

Behalve het landschap dat volledig is getransformeerd van Congolese tropen naar een soort Schotse Hooglanden is er ook een compleet andere stam: de Banyamulenge. Lange, slanke veehouders. Voor het eerst tijdens mijn verblijf ontmoet ik zelfs een Congolees langer dan ik. Terwijl ik kennis maak met de verantwoordelijke verpleegkundigen van de hulppost en de kleren te drogen hang klaart het weer op en is de schoonheid van het dorp en haar omgeving zichtbaar. Bibokoboko vormt een soort smurfendorp met allerlei rookpluimen uit de ronde hutjes. Beneden in de vallei is een houthakker aan het werk waarvan het vertrouwde geluid enkele seconden later ons pas bereikt, op de andere heuvels lopen herders tussen de vele koeien, terwijl in het dorp de vrouwen de tuintjes bewerken. Er wordt hier hard gewerkt. Fysieke arbeid. Een ander verhaal dan van negen tot vijf achter een computer de tijd tussen lunches en koffiepauzes opvullen. Het is weer duidelijk dat de Congolees verre van lui is, maar slechts doet wat noodzakelijk is, en dat is in vele omstandigheden behoorlijk zwaar.

In de hulppost is het rustig en hebben we de tijd om alle medicijnen en registers van de afgelopen tijd door te lopen. Er komt nog een pati뮴 met een oogtrauma langs en dan wordt het alweer donker en lopen de loeiende koeien langs de hulppost uit zichzelf weer terug naar de ronde stallen in het smurfendorp.

Ik mag in de voorraadkamer van de medicijnen liggen omdat ik als blanke als enige te vertrouwen ben. Het duurt even voordat ik in slaap val. In de kamer naast mij hoor ik de roggelende pati뮴 die ter observatie is opgenomen en het lukt me nauwelijks om zelfs met al mijn kleren onder de dikke kleden de koude te weerstaan. Daarbovenop lijk ik nauwelijks opgewassen om mijn knorrende maag te negeren. Ik realiseer me weer dat de meerderheid van de Congolese bevolking hier dagelijks mee leeft en ik voel me schuldig als ik me uiteindelijk in slaap kan sussen met de gedachte dat ik morgen weer op de compound ben.

Midden in de nacht word ik gewekt door gezang uit het dorp. Ik maak me zorgen of er een sterfgeval of iets anders ernstigs is gebeurd. Maar de volgende ochtend wordt me uitgelegd dat ze hier s?nachts naar de kerk gaan omdat er overdag gewerkt moet worden op het land. Stilletjes deel ik met de overige verpleegkundigen de maispap als ontbijt.
Ik ben heel blij om in de vorm van een college nog iets terug te kunnen doen voor de gastvrijheid van de verpleegkundigen. Dan pakken we de spullen om weer terug te lopen naar de bewoonde wereld. Als ik afscheid neem van de inwoners bedank ik voor hun aanbod om in hun smurfendorp een hut voor me te bouwen. Ik vrees dat ik echter niet meer de capaciteit heb om in deze ruige omstandigheden te leven.

Op de wandeling terug heb ik genoeg tijd om deze bijzondere ervaring een plek te geven en als ik uren later uitgeput de jeep instap is er slechts diep respect en verbazing waar deze mensen de kracht en inspiratie vandaan halen om zo vitaal en vriendelijk in het leven te staan. Ik voel me heel klein vergeleken met deze oermensen.

Steven

jan 4
Steven Geschreven door StevenVanuit DR Congo

E鮠rugzak

Het is altijd weer lastig als je de avond voor vertrek met je rugzak in je kamer staat en je moet je spullen inpakken voor een grote reis. De rugzak lijkt zich zonder duidelijke reden te snel te vullen en die lekkere warme trui past er uiteindelijk niet eens meer in. Er wordt nog 驮 keer een grote herschikking gedaan en als de trui er dan nog steeds niet in kan moet ik het maar accepteren. Dit zijn de spullen waarmee ik het ga doen. Waarschijnlijk slechts een tiende van alle kleren waarmee de kasten overladen zijn.

Eenmaal onderweg of aangekomen bij de eindbestemming leg je de meegenomen spullen netjes in de kast en stal je ze uit alsof het de meest waardevolle spullen zijn die je ooit hebt gekend. Door de kleine hoeveelheid spullen is het een prettige bijkomstigheid dat de klerenkast eindelijk eens overzichtelijk is.

In de loop van je reis of je verblijf leer je te leven met dat rugzakje met kleren en is je spectrum verkleint naar slechts de spullen die je hebt. Inmiddels heeft een ander kledingstuk de psychologische functie overgenomen van die lekkere warme trui. De boeken die je hebt meegenomen zijn inmiddels gelezen maar worden driftig geruild met de boeken van iemand anders. Hetzelfde geldt voor muziek en tijdschriften waar een levendige ruilhandel in ontstaat. De reiswekker heeft het na een jarenlange staat van dienst begeven maar op de locale markt is er een waardige vervanger gevonden. Het leven gaat verder en je bent gelukkig met alle spullen die je hebt. Natuurlijk gaan de gedachten zo af en toe nog wel eens naar die ene CD die je zo graag zou willen luisteren, of die mooie hoed die tussen je inmiddels wel bekende kleren zoveel flair zou geven. Maar ja, dat is allemaal duizenden kilometers verderop en ik heb er weinig aan om mijn bui daar nu door te laten verpesten. Ik vraag gewoon of ik de pet van mijn teamlid een dag op mag en dan heb ik in ieder geval dat feestelijke gevoel van iets nieuws en afwisseling.

Dan komt de volgende opdracht. In het kader van de oplopende spanningen in de regio moeten we ons voorbereiden op het scenario van een mogelijke evacuatie. Ieder teamlid dient met de jeep over ruig terrein van alternatieve uitvalsroutes te kunnen rijden (tijdens de oefening komen we twee keer hopeloos vast te zitten in het meer en op een duin. Gelukkig dat de rest van het dorp wilde meehelpen met onze ?evacuatie?, maar weet niet of we die hulp kunnen verwachten als de bevolking zelf ook haastig op zoek is naar een veilige bestemming). Ieder teamlid moet de radio kunnen bedienen met de noodcodes. En ieder teamlid moet uit zijn persoonlijke bezittingen vijf kilogram sorteren die hij in de rugzak op de vlucht mee mag nemen.

Ik sta weer voor mijn kast letterlijk en figuurlijk af te wegen welke spullen ik mee zal nemen. De definitieve selectie is gemaakt: pen, papier, iPod, camera, memoriestick, radio, boek, water, extra overhemd (mijn lekkere warme trui) en ondergoed. Gek genoeg voel ik me er wel goed bij. Van die hele grote berg met spullen die ik in Nederland heb, heb ik nu met een fractie genoeg bij me om vrolijk verder te leven. Het geeft een gevoel van vrijheid en onafhankelijkheid. Helaas is dat inzicht van de relatieve noodzaak moeilijk te ervaren als je thuis tussen je honderden kilo?s bezit bent opgesloten.

Steven

jan 2
Steven Geschreven door StevenVanuit DR Congo

Veldbezoek

Als onderdeel van mijn takenpakket moet ik naast het ziekenhuis ook een achttal medische hulpposten superviseren. Aangezien er de eerste paar maanden veel werk in het ziekenhuis moest gebeuren was er helaas geen vrij moment om op pad te gaan. Mijn Belgische collega die de wekelijkse controles in de hulpposten uitvoert is deze weken echter op verlof dus kon ik er gelukkig niet meer om heen om deze plekken eindelijk te bezoeken.

De acht hulpposten bevinden zich op onherbergzame plekken in de provincie waarbij de meeste plekken met de jeep bereikbaar zijn, maar sommige slechts per boot en een enkele alleen te voet. Het is een verademing om na maanden werken eindelijk eens de regio te verkennen, aangezien tot voor kort het strandje waar ik altijd naar toe ren de horizon van het gebied vormde.

Vandaag staat het bezoek aan de hulpposten op het tegenoverliggende schiereiland Ubwari op het programma. Speciaal voor deze plekken heeft Artsen zonder Grenzen een boot die drie keer per week uitvaart. De boot is vol met pati뮴en uit het ziekenhuis die genezen zijn en weer terug naar huis gaan. Een meevaller dat er plek voor hen is want anders is het zeven uur peddelen. De vrouw die gisteren is bevallen ligt alweer met het kind aan de borst op de matrassen in het ruim. Overal om hen heen krioelen andere kleine kinderen met genezende wonden of laatste snotterbellen. Ik voel een grote aantrekkingskracht om lekker in dat ballenbad van kinderen te gaan liggen. Maar ik moet me gedragen aangezien er ook offici묥 delegaties van andere hulporganisaties aan boord zijn die dankbaar gebruik maken van de bootverbindingen van Artsen zonder Grenzen.

Ik ga vandaag aan de verpleegkundigen van de hulppost ook lesgeven dus er is een vertaler voor mij meegekomen, helaas is mijn Swahili nog niet op het niveau waar ik het wil hebben. Naast mij zit de laborant met een koffertje om de laboratorium testen in de hulpposten te controleren. En aan de andere kant zit de verloskundige die voor de urenlange tochten altijd haar bolletje wol bij zich heeft om te breien. Ze laat de chaotische discussie tussen de schipper en zijn adjudant aan zich voorbij gaan. Blijkbaar is 驮 van de twee vergeten zich bij het scheepvaartkantoor te melden (van de schipper mag ik niet mee naar binnen omdat de kans groot is dat we dan opeens een ?boete? moeten betalen). Met slechts anderhalf uur vertraging varen we eindelijk het spiegelende water van het Tanganyikameer op. Een aantal mensen proberen Radio Okapi boven de ronkende motor uit te luisteren boven, maar de meeste mensen slapen, de beste manier om de nagenoeg continue honger te verdrijven.

Bij aankomst staan de inwoners van het dorp ons al op het strand op te wachten. Behoedzaam worden de kraamvrouwen en kinderen uit het ruim getakeld, de kast die special voor de hulppost is meegenomen lijkt minder aandacht te krijgen en valt in het water. De mensen lopen weer terug het dorp in en tot mijn verbazing wordt de kast pas in laatste instantie uit de branding gehaald als ik een aantal mensen hierover aanspreek.

In de hulppost zitten een tiental mensen met algemene klachten als keelpijn, diarree en hoesten. Als ik samen met de verpleegkundigen van de hulppost de pati뮴en heb behandeld begint het echter zo hard te regenen dat het lawaai van de golfplaten het verhinderd om elkaar te verstaan en het college een half uur is uitgesteld. Opmerkelijk is dat zo een half uur wachten in Afrika volledig natuurlijk verloopt en niet zoals in Nederland onrustige neurosen of irritaties bij de mensen teweegbrengt.

De les wordt met veel plezier en interesse ontvangen, vervolgens zien we nog een aantal pati뮴en en dan moeten we ons alweer klaarmaken voor de terugreis.
De verpleegkundigen bedanken voor mijn komst. Maar ze hebben nog 驮 vraag, of ik nog een keer kan komen, en of ik dan misschien een aantal ?cadeaus.? kan meenemen zoals stoelen of een kast.

Steven