Tijdens mijn tropencursus op het KIT (Koninklijk Instituut voor de Tropen in Amsterdam) kwam een ervaren gynaecoloog lesgeven. Hij had net een aantal maanden in Afrika gewerkt en hij vond het weer een letterlijk en figuurlijk koud terugkomen in Nederland. Mensen waren onvriendelijk, slechts met hun eigen sores bezig en het land leek te klein voor deze mopperaars. Volgens hem ontbrak er een belangrijk begrip. Hij zei dat dit begrip inmiddels een vies woord in Nederland was geworden waar je eigenlijk niet meer serieus over hoort te spreken. We moesten raden welk woord het was. Na bijna een uur zoeken zonder resultaat heeft hij het maar verklapt: solidariteit
De toenmalige irritatie over de verloren kostbare lestijd heeft na een aantal maanden Afrika plaats gemaakt voor herkenning.
Er zijn in de Congo de afgelopen jaren een paar miljoen mensen vermoord en het land lijkt nog steeds vol onrecht en geweld, maar 驮 ding kennen ze hier inderdaad wel: Solidariteit. In ieder geval binnen hun eigen gemeenschap.
In het ziekenhuis komt deze solidariteit dagelijks naar boven. Elke pati뮴 wordt vergezeld door een ?guarde de malade?. Deze persoon blijft dag en nacht bij de zieke om hem of haar te verzorgen. Dit in tegenstelling tot de pati뮴en in Nederland die ik vaak eenzaam op de afdeling zag verpieteren en waar mogelijk eens in de week een zoon of dochter voor een half uurtje kwam opdraven.
Maar ook tussen de pati뮴en onderling heerst er een grote solidariteit. Wanneer iemand geen guarde de malade heeft nemen de pati뮴en en hun guarde de malade deze taken over. Zelfs zodanig dat het soms voorkomt dat je een pati뮴 ontslaat maar dat die persoon vervolgens nog een aantal dagen langer in het ziekenhuis blijft om voor zijn of haar zaalgenoot te zorgen.
Alle verpleegkundigen en artsen in het ziekenhuis worden al een aantal jaar door de staat niet uitbetaald omdat volgens hen ?Le 鴡t est en panne? is. Dat is natuurlijk een groot probleem maar het belet hen niet om hun dagelijks werk te verrichten voor hun gemeenschap. Volgens hen zit iedereen in hetzelfde schip en probeert ieder op zijn manier een bijdrage te leveren. Dat hoort nou eenmaal bij het leven.
En als ik midden in de nacht verlegen zit om een assistent is er altijd iemand die bereid is om zonder enige vorm van compensatie een helpende hand te bieden. Gewoon omdat je elkaar probeert te helpen. Een vergelijking met Nederland hoef ik niet te maken.
Maar ook kleine dingen buiten het ziekenhuis die me opvallen. De nieuwe arts die in het dorp komt en binnen een middag al een huis heeft. Ze lopen even het dorp in, maken een kletsje hier en daar, en ondersteunen deze nieuwkomer. Er zijn ?upt veel verpleegkundigen die elkaar onderdak bieden. Er wordt gewoon een extra matras op de overvolle vloer neergelegd. Een boodschap die de Westerse christelijke wereld elk jaar rond deze tijd braaf aanhoort. Maar ondanks alle mooie woorden weet ik zeker dat het grootste gedeelte van de bevolking geen plek in zijn huis heeft voor een arts, laat staan een arme timmerman met zijn zwangere vrouw op een ezel. Benieuwd wat die mensen dan in hun nette pak in Godsnaam in de kerk doen.
Zo aan het einde van December lijkt dit een heuse Kerstboodschap uit de Congo te worden. Maar wees gerust. Want zoals de hedendaagse El Salvador verklaarde heeft elk voordeel ook zijn nadeel, en kent deze Congolese solidariteit dus ook zijn keerzijde.
Voor een aantal vormt deze solidariteit binnen de gemeenschap namelijk een te grote druk. Ze zijn verplicht hun succes met hun achterban te delen. Zowel in geld, banen, rechtspraak, tot aan de voetbalselectie van het nationale elftal, verwacht ieder familielid een bijdrage. Waardoor dit mooie principe van solidariteit in de praktijk de hoeksteen vormt van de haast onmogelijk uit te bannen corruptie.
Voor een Congolees is het niet voor te stellen dat de broer van Balkenende gewoon schilder zou kunnen zijn en belasting moet betalen net als ieder ander, of misschien zelfs nog meer omdat hij weet dat hij extra in de gaten gehouden wordt en zich dus geen discutabele aftrekbare kosten kan veroorloven. In een Congolese familie zou Jan Peter dan ook als een egocentrische individualist worden gezien met een gebrek aan solidariteit.
Steven