okt 31
Steven vanuit DR Congo.

Buddha Bar

De zaterdagavond is ook hier op de Artsen zonder Grenzen compound van Baraka een traditioneel moment van ontspanning. Aangezien de kok zaterdagmiddag met weekendverlof gaat is de inhoud en invulling van de zaterdagavond maaltijd overgelaten aan onze eigen creativiteit. Vaak wordt besloten om zelf pizza?s te maken in de stenen oven die een Italiaanse voorganger speciaal voor dit doel gebouwd heeft. De werknemers van de overige buitenlandse hulporganisaties in Baraka worden uitgenodigd om de avond onder de Afrikaanse sterrenhemel rond het vuur door te brengen. Elke keer is het weer een verrassing wie er die avond zullen komen. Het is mooi om te zien dat er steeds vaker Afrikaanse expats van alle windstreken (Mozambique, Kenia, Senegal, Kameroen) hier in de Congo werkzaam zijn. Helaas zijn ze allen wel nog werkzaam voor Westerse organisaties, maar hopelijk dat deze globalisatie binnen de hulporganisatiewereld zich verder gaat ontwikkelen.

Op deze avonden is de muziek een factor die de verschillende culturen bij elkaar brengt. In het begin werd er vaak een rondje gemaakt langs de verschillende continenten waarbij de Afrikaanse en Latijnse samba veel aandacht kregen. Sinds de aanwezigen de inhoud van de door mijn vrienden gevulde Ipod hebben ontdekt en dan met name de elektronische muziek van mijn jongere broertje lijkt de voorkeur te zijn veranderd. Steeds vaker en steeds vroeger op de avond komen er vanuit het Afrikaanse publiek verzoeknummers voor de DJ: Leftfield, LSG, Tiga, en onlangs werd de avond tot grote tevredenheid zelfs afgesloten met Mathew Jonsons Marionette. Het aantal beats per minuut wordt wekelijks verder verhoogd en de compound is door de aanwezigen op de zaterdagavond al omgedoopt tot de Buddha Bar. Ook hier lijkt de globalisatie in rap tempo een ontwikkeling door te gaan.

Gisteravond kreeg ik bij afscheid van een Senegalese veertiger een uitnodiging om deze week op een diner van zijn Afrikaanse vrienden te komen. Ik zei dat er een drukke week voor mij op het programma staat, maar volgens hem was het gelukkig geen probleem als alleen mijn Ipod zou komen.

Steven

okt 20
Steven vanuit DR Congo.

Geloof

Door de jarenlange oorlog zijn een aantal essentiele waarden en normen in de Congolese samenleving verdwenen en hebben andere gebruiken die plek ingenomen. Een van die tragische nieuwkomers is sexual violence.

Sexual violence is een ruim begrip dat in de meest extreme vormen in Congo voorkomt. Verkrachtingen van vrouwen, mannen, kinderen, bejaarden, groepsverkrachtingen, rituele verkrachtingen in de meest bizarre geweldadige vormen. In de oorlog was de sexual violence een belangrijk wapen om de bevolking te intimideren door bijvoorbeeld de vrouwen van een dorp voor enkele maanden in het oerwoud vast te houden en dagelijks door meerdere soldaten van de legereenheid te laten verkrachten. Sommigen van hen zijn ter plaatse overleden aan de gevolgen van de verkrachtingen, anderen overleefden weliswaar maar hadden soms ernstig gemutileerde genitalien. Velen zijn HIV besmet geraakt en bijna iedereen is na verkrachting door partner of gemeenschap uitgestoten. De grootste straf die een Afrikaanse gemeenschap kent.

Congo, met Baraka als hardhitter heeft de dubieuze reputatie om wereldwijd een van de hoogste prevalenties te hebben van sexual violence. In sommige gebieden lijkt het v󳲫omen van verkrachtingen bijna vanzelfsprekend en is het fysieke en mentale leed van de slachtoffers vaak een ondergeschoven kindje temidden van honger, tuberculose en oorlogswonden.

De sexual violence is bij enkele traditionele locale legerheden zelfs in hun strijdvorm en levensvisie geintegreerd. Zij geloven in de heilzame werking van verkrachtingen die na een gevecht alle kwade geesten uit het lichaam van de strijder zouden kunnen drijven. In de documentaire Congo River van Thierry Michel is hiervan een ontluisterende openbaring te zien waarin een Mai Mai soldaat uitlegt hoe belangrijk deze cooling down in het leven van een soldaat is. Gelukkig is de rest van hun geloof in de vorm van de kogelvrije werking van water en de overtuiging dat de bijen hun medestrijders zijn minder schadelijk voor de omgeving.

Met de vrede die langzaam terug komt in de Congo neemt het aantal incidenties van sexual violence gelukkig ook af. Maar nog steeds melden zich hier in het ziekenhuis nieuwe gevallen. Soms is het een recent geval, soms durven ze zich pas na jaren te komen als de gevolgen van een ernstige complicatie van een geslachtsziekte of HIV besmetting zich al heeft voortgezet.

Drie nonnen (15, 35, 63 jaar) komen bij mij op het spreekuur. Zij zijn lid van een religieuze organisatie wiens leider in Kinshasa zonder duidelijke reden is opgepakt. Tijdens een vreedzame protestbetoging werden de nonnen door de politie ruw uit elkaar geslagen, opgejaagd en vervolgens in het bos door meerdere politieagenten verkracht. Het is inmiddels een maand geleden en ze komen nu voor de laatste medische controle.

Ondanks de bekende bijwerkingen van de medicijnen die ik ze heb voorgeschreven zitten ze vrolijk, fit en met een kaarsrechte rug tegenover me. Aan het einde van het gesprek en onderzoek zeg ik hen dat ik als arts wel benieuwd ben wat het medicijn is om zo veerkrachtig en waardig in het leven te staan. Ze kijken elkaar lachend aan. De oudste geeft hun geheim prijs. Drie keer daags bidden voor God om compassie en vergiffenis te vragen voor zowel slachtoffers als daders. Instemmend knikken haar collega?s hun hoofd waarmee het consult ten einde is. Terwijl de nonnen druk babbelend over het zandpad naar huis lopen probeer ik de cirkel rond te krijgen hoe geloof zowel bron als genezing van zoveel leed in de Congo lijkt te zijn.

Steven

okt 18
Jouke vanuit Burundi.

Uit en thuis

De afgelopen weken waren erg druk, we hebben een aantal zaken veranderd in
de organisatie waardoor mijn dagen gevuld waren met vergadingen en
functieomschrijvingen schrijven. Goed voor mijn Frans, maar ik ben blij dat
het achter de rug is. De groep waarmee ik werk is nu groot, zo’n 65 man.
Leuk, maar ook veel werk. Gelukkig zijn er een paar erg gemotiveerde mensen
die mij helpen en die zelfs op hun vrije dag regelmatig naar het ziekenhuis
komen. Het is erg leuk om de mensen hier dingen te leren. Bijvoorbeeld het
werken met computers. Hier had ik gelukkig al ervaring mee. Ik had mijn
moeder al eens een cursus emaillen gegeven. Er zijn ook minder leuke zaken
zoals iemand moeten ontslaan die zichzelf in de nacht het liefste wakker
hield met het drinken van bier (geen goede eigenschap voor een bewaker). Of
een andere werknemer die zijn werk goed deed en erg gemotiveerd is, maar
waarvan we het contract niet verlengen omdat zijn werk overbodig is
geworden. Het is niet makkelijk om dat iemand te vertellen als je weet dat
het praktisch onmogelijk is om een andere baan te vinden. En helemaal als
hij je dat dan smekend zegt.

Vorige week een weekendje naar Bujumbura (hoofdstad) geweest. Na 8 weken was
het tijd om even uit te rusten en om je eraan te herinneren dat er ook nog
zoiets bestaat als elektriciteit, zwembaden, restaurants en strand. Helaas
is het niet verstandig om te zwemmen aan het meer, er zitten nijlpaarden,
krokodillen en een gevaarlijk klein beestje waarvan ik de correcte speling
niet weet. Gelukkig was er een hotel met zwembad met uitzicht over het meer.
Ik was tevreden. Het was heerlijk om even ergens anders te zijn. In Kinyinya
zit je continu op het compound, waar iedereen je ook op zondag weet te
vinden. Er is altijd wel iets te doen. Bujumbura is een erg leuke stad, waar
voor Burundi erg veel te doen is. Overdag is het redelijk veilig. Wel
probeerden een paar schoffies mij twee keer te beroven, uiteindelijk heb ik
ze duidelijk kunnen maken dat ik mijn tas wel graag zelf wilde houden. Een
heerlijk weekend gehad. In drie dagen meer geld uitgegeven dan in de acht
weken in Kinyinya. Het was een beetje een rare overgang, maar ik had geen
moeite om te genieten.

Toen ik terug kwam werd ik er gelijk weer aan herinnerd dat de mensen hier
niet zoals in Nederland zijn. Ik werd onthaald alsof ik een jaar weg was
geweest. Het voelde ook wel prettig om weer terug te komen, na twee maanden
is Kinyinya wel een thuis geworden. Het is een erg prettige plek en het werk
is nog steeds hartstikke leuk. De collega’s beginnen ook nog niet te
vervelen en om de boel hier nog een beetje op te vrolijken hebben we naast
onze trouwe viervoeter nu ook drie geiten aangeschaft. Eigenlijk twee, maar
deze waren volgens de eigenaar nog te jong, dus hebben we de moeder er ook
bij genomen. Het is duidelijk wat ze lekker vinden, bomen kaal, moestuin
leeg en geen zwerfvuil meer te vinden.

Jouke

okt 17
Steven vanuit DR Congo.

Arbeidsvoorwaarden

Met het achterlaten van de Nederlandse medische werkvloer dacht ik ook afgerekend te hebben met de gigantische formulierenmachine die we in ons land hebben gecreeerd. Tijdens mijn laatste baan had ik voor elke vijf minuten dat ik een patient zag bijna tien minuten aan formulieren en computerprogramma?s in te vullen. Declaratie, evaluatie, verzekeringspapieren, de hoogste tijd om naar Afrika te gaan, al was het alleen maar om die dekselse DBC (Diagnose Behandeling Combinatie) te vermijden.

In de Congo zijn er gelukkig veel minder papieren in te vullen en veel meer patienten te helpen. De gezondheidszorg die Artsen zonder Grenzen aan de straatarme bevolking biedt is gratis, dus geen declaratieformulieren of andere financiele rompslomp. Behalve de statusvoering resten hier twee officiele formulieren die we nou juist in Nederland nog niet hebben. De eerste is een schriftelijke voorgedrukte toestemming van de familie om de patient te mogen opereren. Vreemd genoeg is het een familielid die hiervoor zijn vingerafdruk onder het papier moet plaatsen (het analfabetisme is dermate hoog dat een handtekening over het algemeen niet hanteerbaar is). De patient zelf lijkt minder belangrijk te zijn in deze informed consent. En voor het steriliseren van een vrouw hebben we volgens de Congolese wet een schriftelijke toestemming van de echtgenoot nodig. Het zou me niet eens verbazen als deze formulieren bij terugkomst ook in Nederland inmiddels zijn geintroduceerd. Ik hoop niet dat ik ze op een id饠heb gebracht.

Een ander paperas dat ik in Nederland achtergelaten dacht te hebben is de vuistdikke CAO die je op je eerste werkdag in je handen gedrukt krijgt. Het zal vast wel ergens goed voor zijn en waarschijnlijk hebben generaties werknemers en vakbonden voor dit recht gevochten maar helaas heb ik nooit het doorzettingsvermogen gehad om voorbij de eerste paragraaf/artikel/voetnoot te komen.

Interessant is echter dat juist deze arbeidsvoorwaarden hier in de Congo een zeer belangrijke kwestie lijken te zijn. Artsen zonder Grenzen is in de provincie waar ik werk al voor meer dan honderdduizend dollar aangeklaagd door locale werknemers die aan het einde van een project zonder baan kwamen te zitten.
Het lijkt natuurlijk goed nieuws dat na een epidemie Artsen zonder Grenzen zich kan terugtrekken en de hulp kan overlaten aan de locale autoriteiten. Maar daar wordt wel eens anders over gedacht. Het blijkt maar weer dat geld soms belangrijker is dan enig andere motivatie. Op zich is dat niks nieuws. Albert Schweitzer raakte reeds een eeuw geleden zijn met veel vlijt opgeleide operatie-assistenten kwijt omdat die op een dag meer geld in de bosbouw van Gabon konden verdienen. Deze noodzaak naar geld is een tijdloos en universeel probleem en leidt soms tot interessante gesprekken met het locale ziekenhuispersoneel.
Zo werkt het merendeel van de verpleegkundigen aan het einde van de maand de hele dagdienst met een lege maag omdat ze alleen nog maar geld hebben voor 驮 maaltijd per dag, maar lopen ze wel met een telefoon op zak.

Een ander interessant artikel van de arbeidsvoorwaarden is het recht van familieleden van werknemers op de gratis gezondheidszorg in het ziekenhuis van Artsen zonder Grenzen. Dit lijkt makkelijker gezegd dan gedaan. In de praktijk kan het voorkomen dat de eerste hulp dichtslibt aangezien van slechts 驮 werknemer drie vrouwen, twee maitresses en vierentwintig kinderen zich aanmelden voor die nieuwe lekkere hoestdrank.

Onlangs was er een rumoer dat het personeel van het ziekenhuis dreigde te gaan staken. Niet vanwege het loon dat de staat al in jaren niet heeft uitgekeerd maar met de eis om de financiele steun van Artsen zonder Grenzen aan elke werknemer te verhogen. Nou realiseerden de meesten zich ook wel dat het lastig is om een hogere bonus van een hulporganisatie te eisen. Maar 驮 verpleegkundige dacht een ander middel gevonden te hebben. Tijdens twee achtereenvolgende nachtdiensten heeft hij patienten doelbewust laten sterven om een verandering in het beleid van Artsen zonder Grenzen af te dwingen. Arbeidsvoorwaarden in de Congo blijkt een gecompliceerd onderwerp maar ik betwijfel of ik in die vuistdikke CAO van thuis toevallig een Annex met flowdiagrammen voor bovenstaande problematiek had kunnen vinden.

Steven

okt 10
Steven vanuit DR Congo.

Cholera op visite

Een ervaren Congolese arts is op bezoek in het ziekenhuis. Samen met hem loop ik langs alle pati뮴en van de kinderafdeling. We kijken in monden, oren en billen, ruiken naar wonden, ontlasting en urine, luisteren naar hoestjes, souffl鳠en moeders. Alles wordt onderzocht, behandeld en met het uitgebreide commentaar van de Congolese arts voorzien, inclusief een college over de soorten vergif dat door de verschillende stammen wordt gebruikt. Het duurt vijf uur voordat we eindelijk bij het laatste bed zijn aangekomen. Daar ligt volgens de verpleegkundige een nieuwe pati뮴 die vanochtend met diarree is aangekomen. We zien in het bed een levenloos kind. Ik schrik me rot, dat kind huilde net nog bij onze binnenkomst in de zaal. Ik voel aan de pols van het kind geen hartslag. Moeder ziet in mijn gespannen blik de bevestiging van haar angstige vermoeden. Huilend stort ze zich neer naast het bed. Ik kijk naar de holle dode blik in de ogen van het kind, de grauwe huid, voel de koude handen en wil afscheid nemen als ik plotseling het gescheurde T-shirtje over zijn buik zie bewegen. Ademt het kind nou nog? Vol ongeloof kijk ik opzij naar de Congolese arts, hij zag het ook. Snel zoeken we een bloedvat om het kind met vocht te vullen. Het infuus loopt goed door maar het kind vertoont geen verandering. In spanning wachten mijn Congolese college en ik af. Na tien minuten lijken we beiden weer een hartslag te voelen in de pols. Anderhalf uur later kijkt het kind ons voor het eerst glazig aan. Hij lijkt zelf net zo verbaasd als wij over hetgeen er heeft plaats gevonden.
We geven moeder en kind de tijd om bij te komen van deze bizarre wederopstanding.
Morgenochtend zullen we wel aan hen uitleggen dat bij cholera letterlijk elke minuut telt en dat ze dus bij verdenking zo snel mogelijk hulp moeten zoeken. Maar die mogelijkheid wordt ons niet gegeven als we de volgende dag bij een leeg bed staan. Volgens moeder was het kind genezen en zijn ze samen in alle vroegte vertrokken.

Deze bovenstaande casus zou het begin inluiden van een cholera epidemie in Baraka. De hierop volgende dagen melden zich een toenemend aantal van cholera gevallen bij het ziekenhuis. Gelukkig heb ik inmiddels mijn visite aangepast om de heftig brakende en rijstwater poepende gevallen direct er tussenuit te pikken en zodra ze uit de gevarenzone zijn richting het cholera behandel centrum verderop in het dorp te sturen. Aangezien cholera hier in Baraka het hele jaar door rondsluimert hebben een aantal organisaties in samenwerking met MSF een permanent cholera behandelcentrum ge﮳talleerd. Gezien de hoge besmettingsgraad van cholera is deze afdeling op een plek buiten het ziekenhuis gevestigd. Hier is alles gericht om cholera?s dodelijke snelheid van uitdroging tegen te gaan. Na binnenkomst door het desinfecterende voetenbad zie je de verpleegkundigen langs alle bedden lopen om continu alle vochtbalansen scherp in de gaten te houden. Het enige vocht dat hier geschonken wordt is ORS en zelfs de bedden hebben speciaal een gat in het midden om de continue oncontroleerbare diarree te kunnen lozen. Met toenemende regelmaat pendel ik nu op mijn fietsje van het ziekenhuis voor een visite naar het cholera centrum, met af en toe een zieke cholera pati뮴 achter op de bagagedrager.
Verbaasd vragen de inwoners zich af hoe die Nederlandse arts met alle technologie van ambulances en helikopters in eigen land toch nog zo behendig met een pati뮴 op de fiets door het mulle zand manoeuvreert. De verbazing zal wellicht groter worden als we binnenkort door het toenemende patientenvervoer met een bakfiets op de markt zullen komen.

Steven

okt 5
Steven vanuit DR Congo.

Potje Voetbal II

Zaterdagmiddag in Le Stade. De laatste training voor de grote wedstrijd van morgen. Blote basten tegen de shirts. Door de hitte ben ik het liefst bij de blote basten maar aangezien een aantal mensen geen shirt hebben word ik zoals vaker bij de shirts ingedeeld. Even schiet weer het bizarre besef door me heen dat deze tweedeling is gebaseerd op het simpele feit dat een aantal jongens letterlijk te arm zijn om een shirt te bezitten. Maar mijn gedachte wordt bruut verstoord door het schelle fluitsignaal van de scheidsrechter. De trainingspartij is begonnen en dan is er in Le Stade geen tijd voor overpeinzingen, hier wordt gestreden. Buiten het veld word ik dan wel als een Muzungu (witte in Swahili) gezien maar binnen de lijnen heb ik mijn blanke huid ingeleverd. Tackles en scheldpartijen over en weer waarbij niets of niemand wordt gespaard. Angstig sta ik ingehaakt met mijn teamgenoten in het muurtje te wachten op de pegel van Capella.

Een groter moment van gelijkheid en integratie kan ik in de Congo even niet verzinnen. De balans lijkt tot mijn grote schrik zelfs bijna door te slaan als ik vanwege mijn lengte op de meest gevaarlijke plek in de muur wordt gezet. Als een dolle stier ren ik de negentig minuten over het veld. Mijn looppatronen worden steeds effectiever aangezien ik inmiddels beter weet waar de grootste kuilen van Le Stade zich bevinden. Met het bekende aanvallende Congolese voetbal is het publiek uiteindelijk de grote winnaar: 6-4

Na de training liggen alle spelers uitgeteld op de grond. In een dichte kring staat het publiek om ons heen. De opstelling voor de wedstrijd van morgen wordt bekend gemaakt. Afgepeigerd van de inspanning glijden de woorden in Swahili langs me heen maar plots schrik ik wakker als de coach mijn naam noemt. Hij wil mij morgen op nummer 10. Ik kan het niet geloven. Mogelijk dat het kwam dat ik vanmiddag eindelijk mijn lengte door middel van kopbal in een goal had omgezet. Hiermee had de coach wellicht een geheim wapen tegen het stugge Vipana. Ik had mezelf dan ook binnen deze groep eerder als een breekijzer a la Vennegoor of Hesselink gezien. Maar op ?10? had ik niet durven dromen, eindelijk de kans om mijn bijnaam Zidane waar te maken. Opeens realiseer ik me echter dat ik er morgen niet bij kan zijn vanwege het straatverbod. Een belangrijke tussenuitslag van de verkiezingen wordt morgen bekend gemaakt en alle MSF werknemers dienen uit voorzorg dan op de compound te blijven. Een dikke streep door mijn dagdromen. Ik dank voor de grote eer om Baraka te mogen vertegenwoordigen maar verontschuldig me direct voor mijn afwezigheid. Deze afwijzing wordt door de coach en de omgevende menigte niet in dank afgenomen. Er volgt een vlammend betoog dat er geen reden bestaat dat ik morgen er niet kan zijn.

Het voelt even zeer bedreigend om te midden van de deze opgezweepte groep Congolezen op de grond te zitten. Ze willen morgen bloed, zweet en tranen en ik haak af. Het is doodstil, ik zit op de grond en voel me heel klein als ik alle gespannen blikken van de groep op mij gericht voel hebben. Zenuwachtig wring ik mijn shirt uit waar het zweet in grote getale uitstroomt. Een aantal kinderen giechelt waar al dat blanke water vandaan komt en breken daarmee het Hollandse ijs van angst en argwaan. Nogmaals kijk ik de donkere kring rond naar alle overgespierde bezweten lichamen en nieuwsgierige blikken, van jong tot oud, dorpsgenoten, medespelers, vrienden, Capella, Masaka, Kiwi, en plotseling stijgt er een enorme vlinder in mijn buik op. Wat een bijzondere ervaring om door deze samenleving zo intens opgenomen te worden. Dichterbij dan dit kan je als Muzungu niet komen. Op mijn grote glimlach reageert de groep met de plechtige belofte dat de mannelijke bevolking van Baraka morgen mijn veiligheid op het voetbalveld zal garanderen. De naam van de club is niet voor niets Urafiki, het Swahili woord voor vriendschap.

Ik dank hen nogmaals voor hun mooie woorden en vertrouwen, zeg dat ik bij mijn baas nog een laatste poging zal wagen voor clementie en verlaat vervolgens met een brok in mijn keel Le Stade. De project coordinator is echter onverbiddelijk en ik moet de hele zondag op de compound blijven. Ik voel me blanker dan ooit om deze belangrijke dag achter de grote hekken van de compound te moeten doorbrengen, en twijfel of ooit het nog goed komt tussen Urafiki en mij.

Interessant om te vermelden is dat een Congolese arts die onlangs op bezoek was in het ziekenhuis mij een hoop duidelijkheid heeft verschaft omtrent de voetbalcultuur in Baraka. Het was volgens hem niet gek dat ik zo verbaasd was over het ontzettend hoge speelniveau. Het doet mij denken aan het fysieke en technisch hoogstaande combinatievoetbal dat op de stranden van Rio en Recife wordt gespeeld. In ieder geval zouden deze boys uit Baraka zonder problemen alle Amsterdamse straatvoetballers inblikken die ik de afgelopen twee jaar heb gezien. Al zegt dat laatste misschien meer iets over het huidige Nederlandse voetbal dan de training van Urafiki.

Nu blijkt het dat er een aantal jongens rondlopen die zeer recent in de eredivisies van Congo, Burundi en Tanzania hebben gespeeld, met als absolute topper Masaka. Ik ben benieuwd wat Google over de beste man weet te vermelden, echt iets bijzonders om met die gast op hetzelfde veld te mogen spelen. Het zal me niks verbazen dat zodra er vrede in de Congo is Piet de Visser als eerste hier in Baraka langs de lijn zal staan. Het is voor mij geen toeval dat Shabani Nonda (Monaco/AS Roma) in Le Stade zijn eerste successen heeft geboekt en ik kijk dan ook met spanning om mij heen wie hem richting Europa zal volgen.

Drie weken na mijn teleurstellende afwezigheid tijdens het debacle tegen Vipana, 1-0 verlies, zou ik door een geschenk uit de hemel een herkansing krijgen. Een rijke marktkoopman in Baraka heeft spontaan een koe uitgeloofd voor het beste voetbalteam van de regio. Met dit prijzengeld is direct het officiele Tournoi de Vache tot leven geroepen waarbij de zes beste teams rond Baraka om deze grote trofee (minimal 3 wkn vlees per selectiespeler) zullen strijden.

Urafiki heeft de eer om in de openingswedstrijd van het Tournoi de Vache tegen Masange te spelen. Iedereen is gespannen en gaat in de laatste trainingen tot het gaatje wat resulteert dat ik vier dagen voor de aftrap in een overmoedig kopduel een kuil in Le Stade onderschat en daarbij mijn hamstrings iets inscheur. Tot overmaat van ramp heeft het schuimrubberen matrasje waar ik op slaap na twee maanden zijn tol geeist waardoor ik twee dagen voor de wedstrijd door een vreemde beweging bij het opstaan uit de klamboe mijn nek en rug verrek. Voor de laatste 48 uur voor de openingswedstrijd heb ik mezelf een overdosis aan pijnstillers voorgeschreven maar het maakt helaas weinig verschil.

Met pijn in mijn hart kom ik zondagmiddag in Le Stade aan als ik zie dat er meer dan drieduizend man op de tribunes hebben verzameld. Met trommels en gezang is er een opzwepende sfeer in het stadion. Ondanks mijn blessures eist de trainer dat ik speel. Volgens hem is het in het belang van de status van Urafiki dat ik meedoe waarmee ik tot mijn verdriet een soort Koreaan van PSV ben geworden die slechts voor marketing en merchandising uit de kast wordt gehaald. Ik leg de trainer uit dat het onverstandig is om met een ingescheurde hamstring te gaan voetballen maar dit wordt niet geaccepteerd. Uiteindelijk komen we tot een compromis dat ik op de bank begin en afhankelijk van het spelverloop in de tweede helft ingezet kan worden. De bekende Afrikaanse samba warming up van mijn teamgenoten laat ik aan me voorbij gaan en met een ingetaped bovenbeen en een locale geneeskrachtige zalf in mijn nek ga ik op de bank zitten. Of liever gezegd ervoor want de spelersbank zelf is gereserveerd voor een aantal hoge soldaten, spelersvrouwen/maitresses en de administrateur van het dorp. Na een kleine vertraging door de afwezigheid van vlaggen van de lijnrechters, opgelost met een improvisorische creatie van lap stof aan tak, kan het Tournoi de Vache eindelijk beginnen. Het eerste half uur van de wedstrijd is het publiek op de hand van het hoger aangeschreven Masange. Maar als Masaka met twee briljante volleys de wedstrijd een andere draai geeft verschuift het publiek vrolijk mee. Zij willen tenslotte ook een feestelijke middag. Dus bij de derde goal komt het publiek in grote getale al flikflakkend en salto?s makend het veld op. In de rust wordt er met de voorsprong al een klein feestje gevierd en is het Hollandse ritueel van thee of water voor Congolese bubble gum verruild. Het is mij nog een raadsel wat de fysiologische waarde van bubblegum op een herstellend lichaam is. Na de rust kachelt Ufariki dan ook in en krijg ik het seintje om warm te lopen. Het publiek reageert uitgelaten bij mijn rek en strekoefeningen, (mede ook doordat ik mijn shirt van de spanning verkeerd om heb aangetrokken) en als ik het veld betreed krijg ik kippenvel van het imposante gejuich van Le Stade. Mijn eerste balcontact is goed en mijn zenuwen maken plaats voor een machtig gevoel. Alle pijnen en stijfheid zijn verdwenen, ik ren, sleur, tackle zoals ze van de Muzungu verwachten. Ik word gedragen door de massale aanmoedigingen in deze Afrikaanse arena. Ik mis nog een grote kans maar bij de 4-1 is het me allemaal vergeven. Bij het fluitsignaal rent het publiek uitzinnig het veld op en laat ik me bedelven onder springende kinderen en knuppelende politieagenten. Innige omhelzingen met Masaka, Capella, Arabe en Kiwi. Wat een mooi stel zou Theo Reitsma zeggen. En dit was pas de eerste poulewedstrijd.

Steven

okt 4
Jouke vanuit Burundi.

Jarig

Het werken met de mensen hier kan af en toe vermoeiend zijn. Als er ergens iets kapot gaat proberen ze het geheim te houden en zie je ineens mensen zenuwachtig rennen. Ik probeer ze duidelijk te maken dat ze het beter kunnen zeggen als er iets aan de hand is, maar dit is niet eenvoudig. Je moet hier echt het vertrouwen van de mensen winnen. Er wordt ook van alles verdonkermaand, is soms ook erg grappig. Als je even je balpen laat liggen en je komt een paar minuten later terug ligt er ineens een identieke pen alleen dan echt helemaal leeg geschreven.

Deze week mijn eerste verjaardag in Afrika gehad. Ik had mijn collega’s uitgenodigd om na het werk in het barretje net buiten het compound wat te drinken. Dat ging als een lopend vuurtje natuurlijk. Alle genodigden kwamen weer opdagen. 50 man met een fles bier en een geitenspies naast elkaar op bankjes. De barman (die stroom aftapt van het compound) draaide weer hetzelfde bandje met de hits die we kunnen dromen en waar iedereen hier gek op is. Er werd gedanst en het was een geslaagd feest! Toen sommige collega’s helemaal emotioneel werden was het hoogtijd om terug naar ons huis te gaan waar we gezellig in de tuin hebben gegeten.

De cadeaus waren schitterend, mijn aardige collega’s hadden de meest lelijke stof op de markt gekocht en hadden daar een mooi overhemd van laten maken. Een mooie Burundese ketting en echte oranje zweetslippers waar iedereen in Burundi op loopt maken het geheel af. Ik val nu niet meer op hier. Het leuke is dat mijn collega’s nu naar dit tafereel mogen kijken. De lokale staf is er gek op, hoop complimenten op mijn nieuwe outfit. Ben benieuwd of ik het straks na negen maanden ook mooi vind.

Jouke

okt 2
Jouke vanuit Burundi.

Stroomstoring

Elektriciteit is erg schaars in Burundi en zeker in de uithoek waar wij zitten. De stroom die we nodig hebben voor het ziekenhuis halen we uit accu’s en twee generatoren. Deze draaien op vaste tijdstippen om de accu’s op te laden of als er een operatie is waarvoor veel stroom nodig is. Ons kantoor en de twee huizen zijn ook op dit systeem aangesloten. Een goed systeem, maar deze week liet hij het helaas even afweten en helaas niet overdag.

Er was midden in de nacht een grote stroomstoring, waardoor het hele ziekenhuis zonder stroom zat. Overdag is Emmanuel aanwezig (ben zo blij dat hij er is!), die als enige redelijk weet hoe het elektrische systeem in elkaar zit. Maar ‘s nachts is er niemand, dus ik met een lampje op pad om uit te vinden wat er aan de hand is. Er stond gelukkig geen druk op me, er was alleen maar een spoedoperatie. Na een puzzeltocht is het uiteindelijk gelukt om een gedeelte van het systeem weer aan de praat te krijgen, helaas niet de operatiekamer. Gelukkig hebben we een erg ervaren chirurg van 65 jaar die de keizersnede bij kaarslicht en een paar zaklampen zonder problemen heeft uitgevoerd.

Het is hier erg lastig om aan materiaal te komen. De meeste spullen bestellen in de hoofdstad bij het team van AzG dat ons ondersteunt. Helaas is het voor hen soms ook erg moeilijk om dingen te vinden. Deze week gingen we zelf naar een stad in de buurt om te kijken wat daar te krijgen is. Voor mij leuk om even uit het dorpje te zijn. De detailhandel in deze stad wordt gedomineerd door Indi벳. Helaas was hun assortiment van ook erg beperkt. We kwamen terug met 120 kilo Omo (Burundees voor waspoeder) en wat artikelen voor onze technische voorraad.

De route was schitterend, het is zo’n mooi land. Je raakt er wel snel aan gewend maar het blijft heerlijk om met de jeep over de rode gravelwegen te rijden en het is altijd erg gezellig met de chauffeurs. Doordat het tegen het einde van het droge seizoen loopt is alles erg droog. Onderweg zagen we iets bijzonders, een grote savannebrand. Op de heenweg was er nog niets te zien, maar op de weg terug was kilometers land verschroeid en er brandde grootte stukken nog steeds heftig. Erg mooi om te zien.

Jouke

okt 2
Steven vanuit DR Congo.

Simon

Simon gaat vandaag naar huis. Ik heb zijn vertrek een aantal dagen zien aankomen en nota bene zelf voorgesteld maar ik ben er toch nog treurig om. Het is natuurlijk goed nieuws dat een patient naar huis kan, zeker in het geval het kind een heftige tetanusinfectie heeft overleefd, maar ik zal hem missen.

Toen ik op mijn eerste dag in het ziekenhuis aankwam lag Simon verlamd over het hele lichaam door de tetanus toxinen in isolement op een donkere kamer plat op bed. Deze totale afscherming van prikkels van buitenaf is nagenoeg de enige behandeling die je een tetanuspatient kan bieden en waarna het afwachten is of het kind in leven blijft, meestal niet. Simon bleef wel in leven en kwam na een lange tijd volledig stijf en stram uit de donkere kamer. Het zou een process van weken zijn om weer te leren drinken, eten, praten, lopen. Stap voor stap kwam Simon weer terug in het leven. Het is heel prettig om tussen al die hopeloze gevallen die dagelijks de kinderafdeling overstromen in ieder geval 驮 kind te hebben waarvan je weet dat het beter gaat. Simon in zijn eentje kon mijn moraal en inspiratie voor de hele dag op peil houden. Niet alleen vanwege zijn voorspoedige genezingsproces maar meer door zijn grote glimlach, die leergierige, optimistische blik in de ogen en de wil om verder te leven.

Met alle patienten probeer je als arts een band op te bouwen waarbij het kind en jij zich prettig voelen en het onderzoek en herstel optimaal verlopen. Maar soms is er een patient waarbij je merkt dat de affectie voorbij de gezonde interesse en zorg gaat en dat zich een intense vriendschap ontwikkelt. Voor zover een vriendschap zich kan ontwikkelen met een in eerste instantie verlamd kind, een taalbarriere en compleet verschillende achtergrond. Maar als we elkaar aankijken lijkt er een wederzijds begrip te bestaan waar al die barriers geen rol in spelen. Sterker nog, die barriers zorgen er misschien juist voor dat de kleinste vormen van communicatie worden opgemerkt en benut.

Door de verlamming kwamen als eerste de finesses van een knipoog en een frons als communicatie naar voren die tegelijkertijd ook als fysiotherapie oefening voor de spieren van het aangezicht fungeerden. Langzaam werd de communicatie uitgebreid in woorden en handgebaren en werd de geimproviseerde fysiotherapie opgebouwd met zwaaien en hinkelen. Tot op het moment van vandaag dat Simon voor de poort staat en we met een knipoog en een kniebuiging , waarmee de eerste en de laatste oefeningsvorm ritueel wordt afgesloten, elkaar groeten. Simons leven gaat verder buiten het ziekenhuis.
Als het slecht afloopt met een patient moet je afscheid nemen, maar als het goed gaat uiteindelijk ook. In dit dagelijkse energievolle process van opbouwen en loslaten kost het loslaten vaak het meeste moeite. Sommige kinderen blijven echter in je hoofd verder leven, zoals Simon.

Steven