Zaterdagmiddag in Le Stade. De laatste training voor de grote wedstrijd van morgen. Blote basten tegen de shirts. Door de hitte ben ik het liefst bij de blote basten maar aangezien een aantal mensen geen shirt hebben word ik zoals vaker bij de shirts ingedeeld. Even schiet weer het bizarre besef door me heen dat deze tweedeling is gebaseerd op het simpele feit dat een aantal jongens letterlijk te arm zijn om een shirt te bezitten. Maar mijn gedachte wordt bruut verstoord door het schelle fluitsignaal van de scheidsrechter. De trainingspartij is begonnen en dan is er in Le Stade geen tijd voor overpeinzingen, hier wordt gestreden. Buiten het veld word ik dan wel als een Muzungu (witte in Swahili) gezien maar binnen de lijnen heb ik mijn blanke huid ingeleverd. Tackles en scheldpartijen over en weer waarbij niets of niemand wordt gespaard. Angstig sta ik ingehaakt met mijn teamgenoten in het muurtje te wachten op de pegel van Capella.
Een groter moment van gelijkheid en integratie kan ik in de Congo even niet verzinnen. De balans lijkt tot mijn grote schrik zelfs bijna door te slaan als ik vanwege mijn lengte op de meest gevaarlijke plek in de muur wordt gezet. Als een dolle stier ren ik de negentig minuten over het veld. Mijn looppatronen worden steeds effectiever aangezien ik inmiddels beter weet waar de grootste kuilen van Le Stade zich bevinden. Met het bekende aanvallende Congolese voetbal is het publiek uiteindelijk de grote winnaar: 6-4
Na de training liggen alle spelers uitgeteld op de grond. In een dichte kring staat het publiek om ons heen. De opstelling voor de wedstrijd van morgen wordt bekend gemaakt. Afgepeigerd van de inspanning glijden de woorden in Swahili langs me heen maar plots schrik ik wakker als de coach mijn naam noemt. Hij wil mij morgen op nummer 10. Ik kan het niet geloven. Mogelijk dat het kwam dat ik vanmiddag eindelijk mijn lengte door middel van kopbal in een goal had omgezet. Hiermee had de coach wellicht een geheim wapen tegen het stugge Vipana. Ik had mezelf dan ook binnen deze groep eerder als een breekijzer a la Vennegoor of Hesselink gezien. Maar op ?10? had ik niet durven dromen, eindelijk de kans om mijn bijnaam Zidane waar te maken. Opeens realiseer ik me echter dat ik er morgen niet bij kan zijn vanwege het straatverbod. Een belangrijke tussenuitslag van de verkiezingen wordt morgen bekend gemaakt en alle MSF werknemers dienen uit voorzorg dan op de compound te blijven. Een dikke streep door mijn dagdromen. Ik dank voor de grote eer om Baraka te mogen vertegenwoordigen maar verontschuldig me direct voor mijn afwezigheid. Deze afwijzing wordt door de coach en de omgevende menigte niet in dank afgenomen. Er volgt een vlammend betoog dat er geen reden bestaat dat ik morgen er niet kan zijn.
Het voelt even zeer bedreigend om te midden van de deze opgezweepte groep Congolezen op de grond te zitten. Ze willen morgen bloed, zweet en tranen en ik haak af. Het is doodstil, ik zit op de grond en voel me heel klein als ik alle gespannen blikken van de groep op mij gericht voel hebben. Zenuwachtig wring ik mijn shirt uit waar het zweet in grote getale uitstroomt. Een aantal kinderen giechelt waar al dat blanke water vandaan komt en breken daarmee het Hollandse ijs van angst en argwaan. Nogmaals kijk ik de donkere kring rond naar alle overgespierde bezweten lichamen en nieuwsgierige blikken, van jong tot oud, dorpsgenoten, medespelers, vrienden, Capella, Masaka, Kiwi, en plotseling stijgt er een enorme vlinder in mijn buik op. Wat een bijzondere ervaring om door deze samenleving zo intens opgenomen te worden. Dichterbij dan dit kan je als Muzungu niet komen. Op mijn grote glimlach reageert de groep met de plechtige belofte dat de mannelijke bevolking van Baraka morgen mijn veiligheid op het voetbalveld zal garanderen. De naam van de club is niet voor niets Urafiki, het Swahili woord voor vriendschap.
Ik dank hen nogmaals voor hun mooie woorden en vertrouwen, zeg dat ik bij mijn baas nog een laatste poging zal wagen voor clementie en verlaat vervolgens met een brok in mijn keel Le Stade. De project coordinator is echter onverbiddelijk en ik moet de hele zondag op de compound blijven. Ik voel me blanker dan ooit om deze belangrijke dag achter de grote hekken van de compound te moeten doorbrengen, en twijfel of ooit het nog goed komt tussen Urafiki en mij.
Interessant om te vermelden is dat een Congolese arts die onlangs op bezoek was in het ziekenhuis mij een hoop duidelijkheid heeft verschaft omtrent de voetbalcultuur in Baraka. Het was volgens hem niet gek dat ik zo verbaasd was over het ontzettend hoge speelniveau. Het doet mij denken aan het fysieke en technisch hoogstaande combinatievoetbal dat op de stranden van Rio en Recife wordt gespeeld. In ieder geval zouden deze boys uit Baraka zonder problemen alle Amsterdamse straatvoetballers inblikken die ik de afgelopen twee jaar heb gezien. Al zegt dat laatste misschien meer iets over het huidige Nederlandse voetbal dan de training van Urafiki.
Nu blijkt het dat er een aantal jongens rondlopen die zeer recent in de eredivisies van Congo, Burundi en Tanzania hebben gespeeld, met als absolute topper Masaka. Ik ben benieuwd wat Google over de beste man weet te vermelden, echt iets bijzonders om met die gast op hetzelfde veld te mogen spelen. Het zal me niks verbazen dat zodra er vrede in de Congo is Piet de Visser als eerste hier in Baraka langs de lijn zal staan. Het is voor mij geen toeval dat Shabani Nonda (Monaco/AS Roma) in Le Stade zijn eerste successen heeft geboekt en ik kijk dan ook met spanning om mij heen wie hem richting Europa zal volgen.
Drie weken na mijn teleurstellende afwezigheid tijdens het debacle tegen Vipana, 1-0 verlies, zou ik door een geschenk uit de hemel een herkansing krijgen. Een rijke marktkoopman in Baraka heeft spontaan een koe uitgeloofd voor het beste voetbalteam van de regio. Met dit prijzengeld is direct het officiele Tournoi de Vache tot leven geroepen waarbij de zes beste teams rond Baraka om deze grote trofee (minimal 3 wkn vlees per selectiespeler) zullen strijden.
Urafiki heeft de eer om in de openingswedstrijd van het Tournoi de Vache tegen Masange te spelen. Iedereen is gespannen en gaat in de laatste trainingen tot het gaatje wat resulteert dat ik vier dagen voor de aftrap in een overmoedig kopduel een kuil in Le Stade onderschat en daarbij mijn hamstrings iets inscheur. Tot overmaat van ramp heeft het schuimrubberen matrasje waar ik op slaap na twee maanden zijn tol geeist waardoor ik twee dagen voor de wedstrijd door een vreemde beweging bij het opstaan uit de klamboe mijn nek en rug verrek. Voor de laatste 48 uur voor de openingswedstrijd heb ik mezelf een overdosis aan pijnstillers voorgeschreven maar het maakt helaas weinig verschil.
Met pijn in mijn hart kom ik zondagmiddag in Le Stade aan als ik zie dat er meer dan drieduizend man op de tribunes hebben verzameld. Met trommels en gezang is er een opzwepende sfeer in het stadion. Ondanks mijn blessures eist de trainer dat ik speel. Volgens hem is het in het belang van de status van Urafiki dat ik meedoe waarmee ik tot mijn verdriet een soort Koreaan van PSV ben geworden die slechts voor marketing en merchandising uit de kast wordt gehaald. Ik leg de trainer uit dat het onverstandig is om met een ingescheurde hamstring te gaan voetballen maar dit wordt niet geaccepteerd. Uiteindelijk komen we tot een compromis dat ik op de bank begin en afhankelijk van het spelverloop in de tweede helft ingezet kan worden. De bekende Afrikaanse samba warming up van mijn teamgenoten laat ik aan me voorbij gaan en met een ingetaped bovenbeen en een locale geneeskrachtige zalf in mijn nek ga ik op de bank zitten. Of liever gezegd ervoor want de spelersbank zelf is gereserveerd voor een aantal hoge soldaten, spelersvrouwen/maitresses en de administrateur van het dorp. Na een kleine vertraging door de afwezigheid van vlaggen van de lijnrechters, opgelost met een improvisorische creatie van lap stof aan tak, kan het Tournoi de Vache eindelijk beginnen. Het eerste half uur van de wedstrijd is het publiek op de hand van het hoger aangeschreven Masange. Maar als Masaka met twee briljante volleys de wedstrijd een andere draai geeft verschuift het publiek vrolijk mee. Zij willen tenslotte ook een feestelijke middag. Dus bij de derde goal komt het publiek in grote getale al flikflakkend en salto?s makend het veld op. In de rust wordt er met de voorsprong al een klein feestje gevierd en is het Hollandse ritueel van thee of water voor Congolese bubble gum verruild. Het is mij nog een raadsel wat de fysiologische waarde van bubblegum op een herstellend lichaam is. Na de rust kachelt Ufariki dan ook in en krijg ik het seintje om warm te lopen. Het publiek reageert uitgelaten bij mijn rek en strekoefeningen, (mede ook doordat ik mijn shirt van de spanning verkeerd om heb aangetrokken) en als ik het veld betreed krijg ik kippenvel van het imposante gejuich van Le Stade. Mijn eerste balcontact is goed en mijn zenuwen maken plaats voor een machtig gevoel. Alle pijnen en stijfheid zijn verdwenen, ik ren, sleur, tackle zoals ze van de Muzungu verwachten. Ik word gedragen door de massale aanmoedigingen in deze Afrikaanse arena. Ik mis nog een grote kans maar bij de 4-1 is het me allemaal vergeven. Bij het fluitsignaal rent het publiek uitzinnig het veld op en laat ik me bedelven onder springende kinderen en knuppelende politieagenten. Innige omhelzingen met Masaka, Capella, Arabe en Kiwi. Wat een mooi stel zou Theo Reitsma zeggen. En dit was pas de eerste poulewedstrijd.
Steven