aug 30
Alexa Geschreven door AlexaVanuit DR Congo

Horrorfilm – niet voor mensen die niet houden van verschrikkelijke verhalen –

Woensdagavond om 22.30u speelt er zich in een dorp hier 2 uur rijden vandaan een horrorfilm af: 8 mannen dringen het dorp binnen met hamers en hakken op alle hoofden in die ze tegen komen. Ze stelen niets, schieten niemand dood maar slaan zo’n 16 mensen letterlijk de kop in.

Donderdagochtend rent een van de community health workers het hele eind naar Mweso en informeert de BCZ (bureau central du zone) over wat er gebeurt is. Wij krijgen halve informatie en vertrekken met één auto om te zien wat we kunnen doen. Daar aangekomen is de ernst van de situatie snel duidelijk en de dokter en verpleegkundige die mee zijn verplegen alle wonden, prikken infusen, zien één van de slachtoffers ter plekke overlijden en tellen verder nog twee overledenen. Ze nemen zo veel mogelijk patiënten mee en vragen om hulp, wij hebben geen andere auto’s op de basis op dat moment dus we vragen de BCZ om met hun ambulance uit te rukken.

We ontvangen de eerste gewonden, maken kamers vrij in het ziekenhuis en beginnen met triage en behandeling. We hechten de hele verdere dag hoofdwonden en maken de balans op: 7 mensen in coma met schedelbreuken en 8 ernstig gewonden. De slachters die dit op hun geweten hebben slapen de komende jaren waarschijnlijk slecht: een schedel horen kraken moet echt om te walgen zijn.

Iedereen is in shock, het dorp is ontredderd en niemand kan praten. Ik hecht een jonge man en stel steeds vragen die de verpleegkundige maar half vertaalt. Na een half uur begint de jongen plotseling kleine zinnen terug te prevelen, in perfect Frans, hij had me dus al die tijd prima verstaan maar kon alleen maar voor zich uit staren. Zijn vader wordt tegelijkertijd door een collega gehecht, de rest van de familie ontkwam. Ze zijn er goed afgekomen, alleen drie diepe snijwonden waaronder een in de nek.

De volgende dag evalueren we onze coma patiënten, stuk voor stuk horen ze op een mega gespecialiseerde neurochirurgische afdeling thuis met 5 scans per dag en operatie tegen de druk die zich opbouwt in het hoofd. Wij hebben enkel en alleen een lampje om de progressief uitpuilende ogen te bekijken en een hamertje om de reflexen vast te stellen. Eén man is totaal in de war en doorstaat steeds maar weer doodsangsten, hij roept en schreeuwt en slaat en schopt totdat we hem kalmeren en hij weer in een coma wegzakt om een tijd later alles weer door te maken.

Een eerste patiënt overlijdt vrijdag avond: een 15 jarige jongen. De rest verkeert nog steeds in kritieke toestand waaronder een zwangere vrouw. Het is een afschuwelijk gezicht, deze lijdende mensen waar we zo weinig voor kunnen doen. Overplaatsen naar Goma is ook niet echt makkelijk met 5 uur hobbelen in de auto en we vinden ook geen chirurg uit andere projecten die snel hierheen kan komen om te helpen.

Deze nachtmerrie lijkt me het levende bewijs dat noodhulp wél belangrijk is ondanks alle discussie die daarover gevoerd worden in de pers in het veilige Nederland. Wij blijven daarom alles op alles zetten om dit soort slachtoffers zo veel mogelijk bij te kunnen staan.

aug 30
Alexa Geschreven door AlexaVanuit DR Congo

Het drama van Bweru

We rijden met drie auto’s naar Bweru, het dorp waar ze een paar dagen geleden 160 huizen hebben platgebrand en alles hebben leeg geplunderd.

Het dorp ligt ver weg in de heuvels, het is ongeveer 2 uur rijden over een redelijk goede weg voor een landcruiser. We komen er normaal gesproken iedere twee weken om de bevolking te ondersteunen met een mobiele kliniek, door een veiligheidsincident zijn we er nu echter al drie weken niet geweest. Het is een lang gerekt dorp dat op een brede bergkam ligt. Het is een zeer onrustige regio en mensen slapen geregeld niet in hun dorp maar verstopt in het bos uit angst voor geweld en plunderingen. Het grootste deel van de oorspronkelijke bewoners zijn vertrokken maar het dorp is sinds lange tijd bewoont door vluchtelingen uit de omgeving. Sinds +/- twee maanden zijn er echter zo’n 3000  mensen bijgekomen, het merendeel uit een dorp waar regelmatig gevochten wordt en huizen geplunderd en verbrand zijn. Die mensen wonen nu in Bweru en bouwen hun hutjes tussen de anderen die er al waren en aan de rand van het dorp op de stijl naar beneden lopende hellingen, honderden hutjes kris kras door elkaar.

We zijn er met een groot team om de situatie in kaart te brengen en patiënten te zien:

Vier verpleegkundigen doen de mobiele kliniek in het gezondheidscentrum, ze doen 80 consultaties en 20 zwangerschapscontroles in de enkele uren dat we er zijn. Twee teams gaan het dorp in en registreren alle verbrandde huizen en alle huizen die geplunderd zijn, we tellen 172 verbrandde huizen en de plunderingen blijken onmogelijk om precies vast te leggen, iedereen lijkt wel wat kwijt te zijn en onbruikbaar bevonden spullen werden in de vlammen gegooid. Een derde team geeft voorlichting over seksueel geweld, om eventuele slachtoffers te informeren over behandelingsmogelijkheden. Een laatste team brengt de water-sanitatie situatie in kaart, er zijn verscheidene latrines verbrand en bovendien zijn er in het nieuwe stuk kamp helemaal geen latrines beschikbaar. Water haalt men uit een bron ver beneden in het dal, een groot probleem want met zoveel mensen bij elkaar is schoon drinkwater juist extra belangrijk om besmettelijke ziektes te voorkomen.

We zijn allen geschokt over het geweld dat deze mensen is aangedaan en zo te horen is het voor niemand in dit dorp de eerste keer dat ze zoiets overkomt. Families vluchten niet eens meer, hun huizen werden afgebrand in het dorp waar ze vandaan kwamen en nu weer, waar moeten ze heen om wél rustig te kunnen wonen? Ze besluiten te blijven waar ze zijn en wij besluiten terug te komen om de families van de verbrandde huizen een pakket non-food-items uit te delen.

Twee dagen later zijn we terug met een grote vrachtwagen vol met NFI’s. De autoriteiten hebben ons een lijst met namen gegeven en we vertrekken in vier teams het dorp in en identificeren één persoon per verbrand huis met een kaartje, een nummer en een vinger in de kleurstof. Daarmee komen ze de berg af om bij mij een pakket in ontvangst te komen nemen. Ik sta naast de vrachtwagen en we hebben er een hek omheen gezet zodat er geen chaos kan ontstaan. Alleen de mensen met identificatie mogen één voor één naar binnen. Ik teken de namen af op de lijst en druk een stempel op de arm met de kleurstof zodat ze de identificatie niet dubbel kunnen gebruiken. Het loopt zeer voorspoedig totdat een heel stuk lijst met namen niet blijkt te kloppen. Een van de chefs blijkt gewoon wat namen (van familie en vrienden??) opgeschreven te hebben maar de vier teams vinden die namen niet terug op de plek van de verbrandde huizen. We moeten dus nieuwe mensen aan de lijst toevoegen en de foute namen krijgen geen pakket omdat we hun niet met een verbrand huis kunnen linken. Ik stuur ook enkelen terug die hun geluk beproeven om een tweede iemand van de familie te sturen maar nog niet helemaal begrepen hadden dat ik ze afteken op de lijst zodat dubbele distributie niet mogelijk is. Uiteindelijk delen we 153 pakketten uit omdat de rest onvindbaar is of misschien verhuisd naar ‘veiliger gebied’.

We hebben inmiddels ook bij andere NGO’s gelobbyd om de huishoudens te helpen die geplunderd zijn. Hopelijk komt het internationale rode kruis binnenkort met een algemene distributie. Volgende week gaan we weer met de mobiele kliniek die kant op en hopelijk kunnen we in de toekomst de gezondheidspost helemaal ondersteunen zodat er iedere dag (ipv een keer per twee weken) medicijnen en verpleegkundigen zijn. Zonder AzG is er daar bijna niets om patiënten te behandelen en bovendien is er maar één dappere verpleegkundige die er werkt en de rest van het personeel is totaal ongeschoold.

 Alexa

aug 26
Alexa Geschreven door AlexaVanuit DR Congo

Brand

© Alexa

De hutjes in de vluchtelingenkampen zijn gemaakt van bananenbladeren en buigbare stokken. Ze bestaan uit twee ‘kamers’: voor en achter. Voor wordt gekookt en achter wordt geslapen. Het geheel is 1.5 bij 3 meter dus erg veel ruimte is er niet maar toch zijn dit hutten voor hele gezinnen. Koken doet men op houtskool stoofjes en elektriciteit is er niet dus als je geluk hebt heb je een olie lamp. De veiligheid is er ver beneden de maat: naast rovers, verkrachters en dwangarbeid zijn er de bekende bedreigingen van diarree, malaria en longontstekingen die de nodige levens eisen. Maar er ligt nog een levensgevaarlijke combinatie op de loer: bananenbladeren en vuur… Brand is een veel voorkomend probleem in de kampen. Vorige week brandden er 25 hutten af omdat een moeder haar kinderen ’s nachts alleen achter had gelaten met brandend houtskool. Diezelfde nacht brandden er 5 hutten in een ander blok af omdat een jaloerse vrouw de hut van een andere dame in brand stak… En een week eerder stonden er 10 hutten in de fik door een dronkaard die niet goed op z’n houtskool lette. Bovendien kregen we dit weekend het nieuws dat vijf dagen geleden twee dorpen aangevallen zijn: álles geplunderd en 250 hutten platgebrand. 

© Alexa

Vandaag waren we op de plek van de 25 afgebrande huisjes en deelden we pakketten met NFI’s (Non Food Items) uit om de mensen wat op weg te helpen hun leven weer op de pakken: Een deken, een omslagdoek, een muggennet, een jerrycan, een stoofje en een plastic zeil. We hadden van tevoren met de community health workers gesproken en samen met de ‘chef du bloc’ een lijst gemaakt van ieder gedupeerd gezin dus we wisten voor wie we kwamen. Ondanks dat bleek het toch nog moeilijk iedereen te vinden en er zeker van te zijn dat de juiste personen voor ons stonden want distributies zijn populair. Eén man wist de naam van zijn vrouw niet meer en bleek later toch niet de man te zijn die we zochten maar was zijn broer, en enkele anderen claimden óók op de plek des onheils hun huis verloren te hebben maar meer dan 25 hutten telden we toch echt niet. 

© Alexa

De Community Health workers zijn onze belangrijkste informatie bron in de gemeenschap. Zij voorzien ons wekelijks van geboorte en sterfte aantallen, van informatie over rumoeren, incidenten, besmettelijke ziekten en nieuwe ontwikkelingen. Behalve informatie verzamelen helpen ze ons ook met de verspreiding van informatie, met het chlorineren van drinkwater en met de distributie van muggennetten die we niet gewoon uitdelen maar bed voor bed installeren. Een zeer belangrijke taak dus en erg gerespecteerd. Zij zijn ook bezig met een programma dat probeert om veiligere stoofjes te introduceren, van klei gemaakt op de grond en niet van los ijzer dat om kan vallen. Hopelijk heeft het succes! 

Helaas zal het geen effect hebben tegen plunderingen, morgen gaan we naar een van de twee dorpen dat geplunderd werd om te zien wat we daar kunnen doen want het klinkt verontrustend. 

Alexa

aug 26
Kitty Geschreven door KittyVanuit DR Congo

Explo missie

Om 7.00 uur exact vertrekken we voor een lange dag in de auto. We (de Head of Mission en ik) gaan vandaag een explo (onderzoek) doen in twee health centers, vertaald in het Nederlands; gezondheidsposten. We ondersteunen en superviseren nu twee van deze posten en willen er nog een bij. Hiervoor hebben we selectie criteria; een belangrijk criterium is dat een gezondheidspost een redelijk groot bereik heeft in termen van de bevolkingsgrootte. Het is een rekensommetje waar ik jullie verder niet mee zal vervelen, maar het komt erop neer dat we gezondheidsposten zoeken in dorpen en omliggende dorpen met een bevolking van liefst 7500 of meer inwoners, opdat we rond de 100 consultatie per dag kunnen doen. Verder is een belangrijk criterium dat de morbiditeit (de voorkomende ziekten in een gezondheidspost) interessant voor ons moet zijn. De meest voorkomende ziekten hier zijn; Malaria, diarree en ziekten van de luchtwegen.

Vandaag gaan we naar het Moyenne Plateau, een gebied waar veel onrust is omdat er veel rebellengroepen huizen die met elkaar in de clinch liggen. De vraag naar gezondheidszorg is groot, er zijn vele gezondheidsposten die geen of nauwelijks middelen hebben om aan de zorgvraag te beantwoorden.  Er zijn op het Moyenne Plateau weinig NGO’s die de gezondheidsposten ondersteunen omdat het gebied op veel plaatsen slecht toegankelijk is en het er relatief onveilig is.

De eerste gezondheidspost waar we langs gaan ligt op 77km afstand van onze basis op een redelijk begaanbare weg waar we 3 uur over doen.  Wanneer we gezondheidspost willen gaan ondersteunen dan betekent dat 6 uur heen en terug in de auto en dan kunnen ze precies 2 á 3 uur supervisie per week geven en dat is in een startsituatie verre van ideaal. De post wordt bemand door een klerk (administratie), een adjunct superviseur en een traditionele vroedvrouw, 3 personen waar er normaal gesproken minimaal 5 aanwezig moeten zijn. De klerk blijkt hier een manusje van alles te zijn; naast zijn eigen administratieve werk runt hij de apotheek geeft injecties en hij voert ook laboratorium onderzoeken uit. Tijdens ons gesprek zit de superviseur erbij alsof hij het allemaal niet zo goed begrijpt en het is overduidelijk dat de klerk hier alle touwtjes in handen heeft. De vroedvrouw is afwezig terwijl er wel twee net bevallen moeders met baby’s in het nauwe kamertje liggen. De rapportage is niet bijgehouden en de afval zone is rommelig. De vuilverbrander ligt vol met oude injectienaalden en de afvalput voor organisch afval en de andere afvalputten lijken buiten gebruik. Er zijn nauwelijks medicijnen aanwezig om acute ziekten zoals Malaria te behandelen. Het geheel geeft een treurige aanblik en ondersteuning lijkt hier erg nodig maar de gezondheidspost bedient echter slechts een gebied met 4500 inwoners. Dit gegeven samen met de afstand in tijd vanuit onze basis zullen onze uiteindelijke beslissing beïnvloeden.

Op de terugweg bezoeken we de tweede gezondheidspost in een dorpje waar een beruchte rebellenleider domicilie heeft. Het team in de gezondheidspost is compleet, er zijn geen patiënten, er zijn geen medicijnen maar de medewerkers zijn er allemaal en geven een gemotiveerde indruk. De post is klein en we treffen er ongeveer dezelfde gebreken aan als bij de vorige gezondheidspost. Het dorp telt 7900 inwoners en ligt op 18km afstand van een post die we al ondersteunen.

Het is nu een zaak van dingen tegen elkaar afwegen en discussies met de BCZ (Bureau Centrale du Zone) of- en zo ja welke van deze twee we zullen gaan ondersteunen. De één is te ver weg van onze basis en de andere ligt te dicht bij een gezondheidspost die we al ondersteunen. Afstand alleen speelt echter een kleine rol, de belangrijkste overweging zal meer van strategische aard zijn. We zullen het over een paar weken weten, wordt vervolgd dus…

aug 10
Alexa Geschreven door AlexaVanuit DR Congo

Deze week

Omdat we nog steeds geen vervanger hebben voor de supervisie van de mobiele kliniek en we wel een tweede dokter hebben, heb ik voor de laatste maand van mijn missie de mobiele kliniek erbij. Mijn week begon met een geschreven test voor het rekruteren van een nieuwe verpleegkundige voor de mobiele kliniek. Daar gaat een heel proces aan vooraf omdat we niet zomaar iemand aan mogen nemen. Eerst moet er goedkeuring voor gevraagd worden en een budget voor gepland worden, dat moet via de project coördinator naar Goma en dan in het vier-maandelijkse budget opgenomen worden dat goedgekeurd moet worden door Amsterdam. Maar goed, dat was allemaal in april al begonnen dus aan mij de eer om de vacature te openen. Dat gaat hier niet via internet of krant maar het wordt gewoon op de deur van de compound geplakt (bij ons, in Kitchanga en in Goma welliswaar). Als werk zoekende moet je vervolgens overal langs fietsen om te kijken of er nog wat nieuws is opgeplakt, een soort Albert Heijn prikbord systeem… De tam tam gaat op de een of andere manier erg snel want we kregen 50 cv’s binnen, voor één plek. Goed werk is schaars en mensen komen echt overal vandaan om hun geluk te beproeven. Uiteindelijk selecteerde ik 10 mensen om een geschreven test te doen. Criteria waren mobiele kliniek ervaring, ervaring in health centers, Kinya Rwanda spreken en zo veel mogelijk lokaal. De tien namen werden vrijdag op de deur geplakt voor een test op maandag. Ik zette een test in elkaar met wat kennis en wat denk vragen, ook een vraag in het Kinya Rwanda over een moeder die met haar twee zieke kinderen komt en vluchteling is en een zieke man thuis heeft, de vraag is hoe je de kinderen behandelt en wat voor adviezen je mee geeft….

Van de tien kwamen er 7 opdagen waarvan er twee minimaal 5 uur kwamen rijden uit Goma. De beste drie nodigde ik uit voor een interview op donderdag. Dat betekent dus dat die personen vanaf maandag in Mweso moesten blijven om er donderdag te kunnen zijn… Uiteindelijk koos ik de verpleegkundige die inmiddels al 5 maanden met ons werkt, voor ons verandert er dus niks. Voor hem betekent het verzekering van werk en niet meer langs de deuren van organisaties hoeven om steeds weer opnieuw werk te zoeken. Hij heeft 7 kinderen in Goma, (5 van hem, 2 aangenomen) de oudste 14 jaar. Die zijn dus nu verzekerd van eten en hopelijk van school.

Verder was mijn assistent er deze week niet (er was in Goma een management training georganiseerd waar hij heen mocht) dus zat ik heel wat uurtjes achter de computer data in te voeren. Verder kreeg ik maandag de malaria cijfers van Kalembe (het tweede dorp waar we een health center ondersteunen) binnen en die waren verdubbeld in één week… Alle alarm bellen rinkelen dus nu want ondanks de epidemie in Kashuga was Kalembe tot nu toe nog rustig. Dat betekent dat we dus nu in Kalembe óók aan de slag moeten met muggennetten uitdelen etc!

Onbegrijpelijk dat er geen legers mensen staat te trappelen om ons hier te komen bijstaan want er is echt meer dan voldoende werk (en het is fantastisch werk!). Er is één andere organisatie bezig in Kashuga met water en latrines maar er is nog steeds wekelijks cholera dus dat zet ook geen zoden aan de dijk. De nieuwe verpleegkundige voor de mobiele kliniek komt de derde week van september dus die zal al het preventieve werk moeten voortzetten omdat november normaal gesproken malaria seizoen is en  aangezien het nu laag seizoen zou moeten zijn zou het tegen november nog wel is veel erger kunnen worden dan dat het nu is.

Gister was onze coördinatrice (niet medisch) trouwens onderweg naar een afspraak toen ze onderweg een vrouw zagen instorten langs de kant van de weg. Ze stopten dus en de vrouw bleek verwezen te zijn naar het ziekenhuis. Ze moest bevallen maar de verloskundige van Kashuga had haar (lopend) naar het ziekenhuis gestuurd omdat ze geen hard actie van het kindje kon vinden. Het dorp nog niet uit collabeerde de vrouw  maar daar was gelukkig de reddende engel MSF. Helaas had de PC geen idee wat te doen behalve dat ze een andere verloskundige herkende die toevallig ook langs die weg liep… Ze besloten de vrouw mee te nemen richting ziekenhuis maar na vijf minuten moest de auto gestopt worden en werd er een blauw kindje in de auto geboren die ondersteboven gehouden goed door elkaar werd geschud en begon te huilen… Eind goed al goed, ik vond eigenlijk dat het kind de naam van de auto moest krijgen, maar die heet Jambo wat zoveel als Hallo betekent dus misschien toch niet helemaal geschikt (behalve dat Dieudonné (god gegeven) en Bienvenue (welkom) hier ook gewone namen zijn).

jul 14
Kitty Geschreven door KittyVanuit DR Congo

‘Het boek’ in onze huis-bibliotheek

Al in de eerste week ontdek ik in de uitgebreide expat bibliotheek van ons huis het boek van Steven van de Vijver “Afrika is besmettelijk”. Hij heeft hier gewerkt en er een boek over geschreven en heeft een gesigneerd exemplaar naar het Baraka project gestuurd. Het ziet er tamelijk doorlezen uit, er zijn dus in ieder geval genoeg Dutchies geweest die het gelezen hebben. Ik had het al gelezen toen het net verschenen was, maar nu ik hier zelf werk is het verhaal zoveel meer tastbaar voor mij. De foto’s van de nationale staf zijn erg helpend voor mij om de gezichten met de namen te repeteren en ik ontdek ook dat Steven in dezelfde tukul gewoond heeft als waar ik nu woon. Bijna iedereen van de afgedrukte pasfotootjes werkt hier nog en reageren hilarisch als ik ze de foto’s laat zien. Vooral Albert, onze hoofd bewaker, weet zich nog precies te herinneren dat het verhaal bij hem begint omdat hij toen Steven aankwam de poort geopend heeft en hij de eerste was die hem welkom heette. Ondanks dat het jammer is dat het boek in het Nederlands geschreven is en niet in het Frans, vindt de staf het heel bijzonder dat er een boek bestaat waar zij in beschreven worden en waar hun foto’s instaan. Steven is hier geweest in 2007/2008 en in die twee jaar nadien zijn er wel wat substantiële zaken veranderd, zo is de populatie meer dan verdubbeld, door de onrust in de nabije omgeving op het Moyenne Plateau zijn er veel mensen naar Baraka gevlucht. Het ziekenhuis is gegroeid, zowel in patiënten aantal als in staf en we hebben 2 mobile klinieken die wekelijks worden uitgevoerd voor de vluchtelingenkampen in de omgeving. Het project is dus beduidend groter geworden, we zijn hier inmiddels met 10 expats, 2x zoveel als in 2008,  die hun handen vol hebben aan de verschillende onderdelen van ons programma. Er zijn 3 nieuwe tukuls bijgebouwd en zelfs in het huis, wat in Steven’s tijd alleen gastenkamers waren, zijn drie kamers permanent bezet. Wanneer er bezoekers komen dan moet dat goed gepland worden en wordt er geslapen in kamers en/of tukuls van expats die op vakantie of op een training zijn. Het MSF Baraka project is gegroeid, zeg maar verdubbeld in zijn geheel, maar de verhalen over zijn belevenissen zijn nog steeds precies dezelfde zoals Steven ze heeft beschreven en erg leuk om te lezen.

jul 6
Kitty Geschreven door KittyVanuit DR Congo

Het drama van Sange

Afgelopen zaterdag werden vroeg in de ochtend geïnformeerd over het drama wat zich afgespeeld heeft vrijdagavond 2 juli in Sange, een dorp 10km ten noorden van Uvira en 100km bij ons vandaan. Een tankauto vol met benzine is daar het dorp binnen gereden, van de weg geraakt en gekanteld. De tankauto begon onmiddellijk te lekken en vooral kinderen zijn hierop afgegaan met blikjes en flesjes om de lekkende benzine op te vangen. De chauffeur heeft nog tevergeefs geprobeerd om iedereen die de lekkende benzine op kwam vangen weg te jagen. Vrijwel onmiddellijk daarna heeft de benzine ergens vlamgevat en is de tankauto ontploft. Het dorp stond, voornamelijk bebouwd met lemen hutjes met grasdaken, in lichterlaaie. Het gebeurde om 18.00 uur in de avond terwijl velen naar de wedstrijd Ghana tegen Uruguay in de plaatselijke cinema aan het kijken waren. In grote delen van Congo en dus ook hier, is geen elektriciteit en als de nacht valt zo rond 18.00 uur dan is het overal echt nacht en pikkedonker. De wegen zijn erg slecht, in dit gebied kennen we slechts hobbelige en onverharde wegen die in de avond, zonder enige verlichting, levensgevaarlijk zijn om te berijden. Dit heeft hulpdiensten ernstig bemoeilijkt en pas de volgende dag kon er tot echte actie overgegaan worden. In de loop van de dag werd het aantal dodelijke slachtoffers bekend: 242 doden waaronder vele kinderen en over de 100 ernstige en minder ernstig gewonden. Het dorp zelf heeft geen ziekenhuis, daarom zijn de meest ernstig gewonde slachtoffers voor een deel naar Bukavu en het andere deel naar Uvira getransporteerd. In Uvira waren tegen het einde van de dag 43 ernstig gewonden in het ziekenhuis. Onze expat dokter Matthias moest vroeg op zaterdagmorgen naar Uvira om een nieuw binnenkomende expat bij de Burundese grens op te pikken. Ik was erg blij dat ik dat bij toeval aan hem gevraagd had gisteren, want nu kon hij de situatie in het ziekenhuis monitoren.

De lokale gezondheidszorg instellingen hadden zich massaal aangemeld om te helpen en het zag er die eerste dag redelijk georganiseerd uit. Het internationale Rode Kruis en de UN hebben het transport van de gewonden voor rekening genomen met auto’s en helikopters. Al snel bleek dat er een ernstig tekort was aan infuus vloeistoffen en aan medicijnen, want in Uvira heerst op dit moment Cholera waarvoor eveneens veel infuus vloeistoffen gebruikt worden. Vóór 12.00 uur die dag is onze eerste auto vertrokken vol met dit medische materiaal. Omdat het leek dat door de locale hulp alles redelijk onder controle was besloot onze chef de mission de gang van zaken nauw te blijven volgen en eventuele interventies af te stemmen op de voortgang. Het is uiteraard het mooist wanneer lokale instanties blijk geven van de zaken onder controle te hebben en self supporting zijn, dan willen wij niet ‘bemoeierig’ gaan doen en ze het gevoel geven dat wij het beter kunnen. Een comité van alle internationale hulpverlenende organisaties houden sinds zaterdag dagelijks beraad in Bukavu om taken te verdelen en in te springen op behoeften van de beide locaties waar de patiënten worden behandeld, wanneer hierom gevraagd wordt. Op zaterdagavond geef ik een live verslag van de situatie per Thuraya (satelliet telefoon) aan de Belgische radio die benieuwd zijn welke interventies AzG gaat ondernemen. Op dat moment weet ik dat nog niet precies omdat we in afwachting van zijn. Ik kan ze toch wel het één en ander over de feiten vertellen, wat we al hebben ondernomen en dat we op standby staan en onmiddellijk actie zullen ondernemen wanneer dit gevraagd wordt.

Maandag 5 juli wordt duidelijk dat het ziekenhuis van Uvira de intensieve vraag, die patiënten met ernstige brandwonden nodig hebben, niet afdoende kan beantwoorden en de hulp vraagt van de internationale hulpverlenende organisaties. We zijn onmiddellijk in actie gekomen en onze eerste dokter is gisteren vertrokken naar Uvira, wederom met een auto vol met medisch materiaal en vloeibare voeding die via een sonde (maagslangetje) toegediend kan worden want de meeste patiënten zijn er zo slecht aan toe dat eten onmogelijk is geworden. Vanmorgen is onze expat dokter wederom naar Uvira vertrokken met medicijnen, morfine voornamelijk, want nu 3 dagen na de ramp beginnen de patiënten allerlei gevolgen van hun brandwonden te ondervinden en dat gaat vooral gepaard met heel veel pijn. Onze dokters blijven voorlopig de komende week in Uvira om daar hands-on medische zorg aan de slachtoffers te gaan geven en om de hulp die wij bieden te coördineren. Er wordt vandaag een tent opgezet die als een kleine kliniek zal gaan functioneren en tevens de opslag is voor ons medisch materiaal om te voorkomen dat het onjuist ingezet wordt en om de voorraad te beheren.

Inmiddels zijn in Uvira een aantal ernstig gewonden overleden en voor tientallen andere levens wordt nog steeds gevreesd. Onze expat dokter is een ervaren Duitse arts en volgens eigen zeggen ‘gewend’(in hoeverre je aan dit soort zaken ooit kunt wennen) aan het aanzien van zwaargewonde en stervende mensen, maar evengoed was hij afgelopen zaterdag erg getroffen door wat hij daar aanschouwd heeft. Mensen zonder gezicht, volledig weg door de brandwonden, onherkenbare zwartgeblakerde hoopjes mens. Hij was er helemaal kapot van in het weekend. Dit soort gebeurtenissen delen we als team en we proberen om wat iemand met zich meedraagt te delen zodat het wat minder zwaar aanvoelt. Dat is de kracht van een expat team. We werken niet alleen samen maar zijn ook wel een soort van familie en overal kan over gepraat worden. Als het trauma niet verzacht of weggepraat kan worden door het team dan hebben we hiervoor ook een speciale psychologische ondersteunende afdeling in Amsterdam die, met in trauma gespecialiseerde psychologen, ondersteuning biedt in het veld waar nodig. Ik heb dat bij het vertrek van Matthias vanmorgen nog benadrukt en hij zal zeker contact met ze opnemen als hij daar behoefte aan heeft en wij ver van hem weg zijn met alleen minimaal werkende communicatie middelen. Gisterenavond heb ik nog tot laat allerlei toegestuurde documenten met betrekking tot de behandeling van brandwonden voor hem uitgeprint. Amsterdam doet er alles aan om ons zoveel mogelijk te ondersteunen, de medische adviseur op het hoofdkantoor en onze medisch coördinator Ronald, die op dit moment in Amsterdam is, hebben stapels documenten gestuurd over de behandeling van brandwonden om Matthias zoveel mogelijk ondersteuning te geven. We hebben hier in het veld uitgebreide documentatie over uiteenlopende ziekten, maar brandwonden is toch wel heel specifiek en zeker derdegraads brandwonden vereisen speciaal beleid. We blijven de situatie nauwgezet volgen en wanneer zal blijken dat er meer ‘troepen’ ingezet moeten worden dan staan wij klaar voor vertrek.

2 juli 2010 gaat de geschiedenis in als een tragische dag voor het straatarme Congo, want deze ramp is vooral ontstaan doordat de mensen zo arm zijn. Al die honderden mensen en vooral kinderen die geprobeerd hebben wat van de benzine op te vangen om hun olielampjes te kunnen laten branden kunnen deze dag nooit meer navertellen.

jul 5
Kitty Geschreven door KittyVanuit DR Congo

Woensdag 30 juni: 50ste verjaardag van de onafhankelijkheid van DR Congo

De dagen gaan hier razendsnel, opstaan om 6.00 uur, email checken, ontbijten, douchen en klaar voor een nieuwe dag. De dag begint hier met een security check, onze chef-guard heeft op verschillende plaatsen in de streek een contactpersoon waarmee elke ochtend contact is over de veiligheid. Vandaag is een belangrijke dag in termen van veiligheid want er zijn veel geruchten over een mogelijke aanval  van een van de gewapende groepen die actief zijn op ons dorp. Nu is Congo het geruchtenland bij uitstek is mijn ervaring, iedereen lijkt hier dol op roddels en je moet verhalen dubbel checken op waarheid. Zoals ook dit gerucht, we hebben op vele plaatsen geïnformeerd, onder andere bij de  gewapende groep zelf f en alle voorspellingen en geruchten worden ontkend. We  onderhouden  hier contact met alle verschillende actoren die betrokken zijn bij de onlusten. Wij zijn neutraal en onafhankelijk en laten dat ook duidelijk weten aan alle betrokken groepen en dat wordt gerespecteerd en gewaardeerd. De militaire en bende leiders weten dat wij iedereen gratis gezondheidszorg aanbieden voor wie dat nodig is en geen verschil maken voor welke militie dan ook. Voor ons zijn het allemaal mensen en we zijn hier voor- en om mensen te helpen en gratis gezondheidszorg te geven. Vorige week heb ik de kolonel van de het Congolese leger ,FARDC ontmoet hier in Baraka en hij gaf mij onmiddellijk blijk van groot respect voor ons. Hij is in de oorlog in noord Kivu eind jaren negentig ernstig gewond geraakt en hij claimt dat de dokter van MSF (Artsen zonder Grenzen) toen zijn leven heeft gered. We hebben strikte regels hoe zieke en/of gewonde militairen ons ziekenhuis mogen betreden voor behandeling. In burgerkleding en absoluut zonder wapens is onze eis. Op alle deuren van onze behandelcentra, ons kantoor en huis en op onze auto’s staat altijd een grote sticker met rood verbodsbord met daarin een wapen met een rood kruis erdoor. Doordat wij zo gewaardeerd en gerespecteerd worden, zijn wij redelijk veilig hier en dat voelt voor ons erg goed. Volgens Maslow is veiligheid één van de belangrijkste basisbehoeften van de mens en ik ben hier verantwoordelijk voor een team jonge expats die hier hun eerste missie voor AzG doen, een grote verantwoordelijkheid en we doen er alles aan om dat gevoel van veiligheid te behouden. Natuurlijk moeten we onze voorzorgen treffen, zoals vandaag, gerucht of geen gerucht; wij doen niet mee aan de festiviteiten in het dorp. We gaan niet naar plekken waar grote samenscholingen bijeen zijn, want je weet maar nooit waar opeens een rel kan ontstaan. Onze nationale staf is vrij vandaag, maar voor ons is het gewoon een werkdag en de ziekenhuisactiviteiten gaan natuurlijk ook gewoon door. Ook de auto’s blijven binnen op de basis  vandaag, alleen voor hele acute medische zaken zullen we vandaag uitrijden.

We merken dus niet echt veel van de feestelijkheden, er zijn optochten met zingende kinderen en je hoort dat er veel mensen op de been zijn. We gaan vanavond zelf een klein feestje doen, we hebben een aantal expats van andere organisaties uitgenodigd om vanavond met ons de onafhankelijkheid te vieren,  gezellig op onze eigen compound. Dan hebben we toch nog een klein beetje feestgevoel, want vandaag is een mijlpaal voor alle Congolese burgers.

jul 2
Alexa Geschreven door AlexaVanuit DR Congo

Vluchtelingen

In Oost-Congo wemelt het van de vluchtelingen. Na jaren oorlog is de situatie zó ingewikkeld dat een simpele dokter als ik maar weinig inzicht heeft in wie wanneer waarvandaan is gekomen en waarom. Wat wel duidelijk voor me is zijn de verhalen en de moeilijke omstandigheden waarin iedereen hier leeft. Oost-Congo is wel een hele rijke provincie in grondstoffen maar is nooit echt welvarend voor de bevolking geweest. De levensomstandigheden zijn er erbarmelijk, te weinig scholen, geen communicatie netwerken, slechte of helemaal geen wegen, geen handel, geen banen, geen geld, slechte gezondheidszorg. Daarbovenop komen de oorlogen met al het geweld: in frontlinies wordt gevochten waardoor het onleefbaar wordt, op andere plaatsen wordt de bevolking verjaagd door de dorpen plat te branden en alle mannen uit te moorden, op rustigere plekken plunderen militairen alleen ’s nachts en moeten mannen overdag geforceerd werk uitvoeren. Geweld is overal en verkrachtingen bijna systematisch.

Overal waar je langs rijdt zie je dus vluchtelingenkampen liggen, rommelige hutjes verspreid over berghellingen. Mensen zijn er komen wonen omdat het in hun dorp niet meer veilig was en leven nu met duizenden op kleine stukjes grond, zonder bruikbare landbouwgrond en zonder voorzieningen. In de regio zijn minimaal 35 kampen, sommigen groot, anderen wat kleiner maar altijd met dezelfde kleine hutjes van bladeren en plastic. Sommige mensen leven al jaren op deze manier terwijl er geen werk is en geen eten. Soms zie je kleine winkeltjes ontstaan met kleine blikjes tomatenpuree en mais, en een schooltje, gebouwd door een plaatselijke organisatie. Water halen vrouwen en kinderen bij de waterpunten die door Artsen zonder Grenzen en/of andere organisaties geplaatst zijn, behoeften worden gedaan op latrines waarbij het voorgeschreven maximum aantal personen per latrine standaard overschrijdt wordt waardoor ze te snel vol raken en ziektes zich te gemakkelijk verspreiden. Het WFP (wereld voedsel programma) deelt zo af en toe voedsel benodigdheden uit maar alleen voor bepaalde groepen (ouderen en zwangeren bijvoorbeeld). Maar werk is er ook niet dus geld om eten te kopen ook niet. Dus gaan sommige vluchtelingen heen en weer naar hun oude landbouwgrond om het land te bewerken, met alle veiligheidsrisico’s van dien.

Kinderen zijn meestal het eerste wat opvalt: ze zijn overal, in hun voddige, gescheurde, grijze tweedehands-westerse kleding lijken ze allemaal op elkaar en gillen, spelen en springen ze om je heen van de opwinding een blanke te zien. Hun moeders zijn met de grotere kinderen water of houtskool aan het halen en/of houden zich bezig met pruttelende aluminium pannetjes op houtskool stoofjes.

Grote vraagstukken met betrekking tot vluchtelingen, waar regeringen, geldschieters en andere organisaties zich (altijd op afstand) mee bezighouden, zijn vragen als ‘waar hebben ze recht op’, ‘wie is verantwoordelijk’, ‘wanneer kunnen ze terug’, ‘maak je mensen door hulp niet afhankelijk’ en ‘is hun leven in het kamp niet al lang beter dan wat ze daarvóór hadden…’. Vanaf dichtbij is het makkelijk praten: ja het leven is hier verschrikkelijk en ik ben blij dat wij in ieder geval de mogelijkheid krijgen deze mensen te assisteren in hun gevecht in leven te blijven.

Door de jarenlange problemen is het opleidingsniveau van de gemiddelde vluchteling hier natuurlijk echt bedroevend laag. Dat brengt voor ons, naast alle normale basis gezondheidszorg moeilijkheden, nóg een hele uitdaging met zich mee: gezondheidsvoorlichting. Waarom word je ziek van een malaria mug en hoe kan je voorkomen dat ze je bijten. Vertrouwen proberen te winnen voor pillen terwijl de traditionele medicijnmannen veel overtuigender zijn in hun behandelingen en het ‘héél anders’ aanpakken. Bovendien zijn begrippen als parasieten en bacteriën volledig onbekend waardoor de traditionele geneesheer en/of de priester met woorden als God, geest, vergiftiging, kwaad, schuld, etc veel makkelijker aanspreken bij mensen die nog nooit betrouwbare gezondheidszorg hebben genoten en niet gewend zijn ooit geholpen te worden door pillen (te duur, verkeerd voorgeschreven of slechte kwaliteit).

Zo zijn wij dus getuige van het leven van de armsten en meest kwetsbaren ter wereld in een van de rijkste en meest vruchtbare gebieden ter aarde.

jul 1
Kitty Geschreven door KittyVanuit DR Congo

Baraka here I am!

De eerste week.

Vrijdag 11 juni 17.15 uur: We worden van de boot gehaald door één van onze chauffeurs, er is geen aanlegsteiger dus we moeten een beetje ingewikkeld aan wal. Horden kinderen staan alweer klaar om ons te begroeten en ons handjes te geven al roepend “Muzungu, muzungu” wat blanke betekent. De base is een paar minuten rijden van de ‘haven’ en er wacht mij een warme ontvangst. Iedereen is druk bezig met het organiseren van het afscheidsfeestje voor mijn voorganger. Er zijn drie geiten geslacht en er staan vier mama’s eten te bereiden.

De compound is niet erg groot, volgebouwd met 7 tukuls (Afrikaanse hutjes) en een hoofdgebouw waar ook een paar kamers zijn. Ik heb een kamer in het huis totdat Charmaine de huidige Project Coördinator weggaat volgende week. Dat is een ware eer, want normaal gesproken maakt de expat die er het langst is aanspraak op een verhuizing van het huis naar de tukul. Todd, de log-tech is zo lief om mij voor te laten gaan omdat het dan voor de bewaking de PC tukul blijft. Het expat team is groot, op dit moment 9 personen en er komt nog een lab- technicus bij en een pharmacist/apotheker, we zijn binnenkort met 11 internationale staf  hier.

Om 19.00 uur barst het feest los en behoor ik mij natuurlijk te introduceren aan de 70 feestgangers. Ik heb een oranje Vuvuzela uit Nederland meegenomen, dus mijn opkomst, al toeterend, wordt spectaculair ontvangen. Ik word meteen gedoopt in “Mama Mukurugenzi” wat mama chef betekent in het Swahili. Ik ben allang blij, want mijn naam Kitty betekent in het Swahili ‘stoel’, ik had mijzelf daarom in Katanga al Kate laten noemen want wie wil er nou ‘stoel’ heten? Op Congolese muziek, die ik al ken van mijn vorige missie in Katanga, wordt gedanst en gefeest tot middernacht, pogingen van de staf met de kreet: “hakuna kulala” (we gaan nog niet slapen) worden niet gehonoreerd want morgen is het zaterdag en een gewone werkdag voor de meesten van ons.

Maandag 14 juni: ik doe in de ochtend mijn eerste staff-meeting en in mijn beste Frans, wat verleer je dat snel zeg na 5 maanden, presenteer ik mijzelf en laat de staff een voorstelrondje doen. Niet dat dat enigszins helpt bij het onthouden van alle namen en gezichten voor mij, maar het is een goed begin en aan het einde van de dag heb ik al 5 namen en gezichten in mijn hoofd. De volgende dag ben ik aanwezig bij de ziekenhuis meeting, de vele gezichten hier, zo rond de 50, zijn helemaal dramatisch voor me om te onthouden en ik geef die dag vele mensen voor de tweede of zelfs derde keer een handje en stel mij voor.  Het ziekenhuis is groot, het is een oud klooster wat omgebouwd is tot ziekenhuis. Het biedt plaats aan 150 patiënten en het ligt doorgaans tjokvol, met soms twee patiënten in hetzelfde bed omdat er geen bed meer vrij is. Vooral de kinderafdeling is indrukwekkend groot, rijen bedden met kindjes aan infusen met hun moeders naast ze in het bed, het merendeel deel heeft malaria, nog altijd killer nummer één voor kinderen onder de vijf jaar overal in Afrika. We werken in dit ziekenhuis samen met de BCZ Fizi (Bureau Centrale Zone du santé Fizi). Congo is verdeeld in vele zones met betrekking tot het gezondheidszorgaanbod en elke zone wordt geleid door een ‘Bureau Centrale” . Fizi is op papier het grootste dorp van de zone daarom is het Bureau centrale daar gevestigd. Baraka is echter inmiddels vele malen groter in inwonerstal omdat velen gevlucht zijn uit Fizi. Fizi ligt in de bergen van het Tanganyika meer achterland op het Moyenne plateau en daar huizen in de bush gewapende partijen waaronder de Mai Mai en het Congolese leger (FARDC) die het voortdurend met elkaar aan de stok hebben waardoor de burgers zich onveilig voelen.  Als gevolg van deze onrust die sinds november vorig jaar, na een relatief rustige periode, zijn er in onze nabije omgeving een aantal ontheemden kampen opgericht. Wij verzorgen daar de medische zorg met een wekelijkse mobiele kliniek. Andere NGO’s zoals OXFAM, ICRC, UNICEF houden zich meer bezig met voedselverstrekking en donaties van de noodzakelijke levensbehoefte zaken zoals pannen, muskietennetten en water jerrycans.

Op maandag en dinsdag word ik ingepraat door mijn voorganger op het programma, de veiligheid en de lopende zaken. We maken ook een toer in de omgeving waarbij ik ondermeer het MONUC (VN peacekeeping operatie in  in Congo) kamp bezoek en kennis maak met de majoor in charge.  Op woensdagmorgen 16 juni 6.00 uur vertrekt Charmaine naar Bujumbura in Burundi vanwaar ze na 9 maanden hier te zijn geweest de terugreis zal beginnen naar huis in Canada. Ik ben nu alleen verantwoordelijk voor dit hele grote project waar ik nog helemaal in moet komen. Het is gelukkig niet de eerste keer dat ik dit doe en ik ga ervan uit dat ik over een maandje echt helemaal geland en vertrouwd met de situatie zal zijn.

jun 30
Kitty Geschreven door KittyVanuit DR Congo

De Reis

Maandag 7 juni 2010:

Een maand nadat ik met mijn nieuwe missie heb ingestemd vertrek ik voor een lange reis naar mijn vertrouwde Congo. Een andere plek weliswaar, mijn vorige missie was in Katanga, een zuidelijke provincie van Democratische Republiek Congo, nu ga ik 9 maanden in Zuid Kivu wonen en werken.

De vliegreis naar Nairobi is lang, gelukkig zijn er wel 20 verschillende films te bekijken op het kleine beeldscherm die alle passagiers aan boord van dit luxe vliegtuig (Boeing 777) hebben. Er zit een jong Engels stel naast me die een dag eerder getrouwd zijn en op huwelijksreis naar Tanzania en Kenia gaan. Ze zijn niet eerder in Afrika geweest en zijn opgewonden over hun avontuur.

Dinsdagochtend 8 juni:

Nairobi is een vreselijke luchthaven, er is niets te doen en ik heb er al menig maal vele uren rondgehangen. Dit keer slechts 2 uur wachten voor mijn aansluiting naar Kigali, de hoofdstad van Rwanda. Tijdens de 1.5 uur durende vlucht naar Kigali vliegen we over de zuidoever van lake Victoria, het op 2 na grootste meer ter wereld en het grootste meer van Afrika en het eerste meer in het lange lint van het grote merengebied.

In Kigali staat er een taxi voor mij klaar die mij naar Goma zal brengen, normaliter zou ik direkt naar Bukavu gereden zijn maar er was geen tijd genoeg om mijn visum in Nederland te regelen en klaarblijkelijk kan alleen een eerste visum bemachtigd worden op de Rwandese/Congolese grensovergang bij Goma. Leuk vind ik dat want in de Goma missie, waar ik een nacht zal verblijven, werken een aantal collega’s die ik ken uit vorige missies. De chauffeur spreekt nauwelijks een woord Frans of Engels en nadat hij heeft gemerkt dat ik een paar woorden Swahili spreek begint er een 4 uur durende ondervraging of ik de betekenis van de woorden weet. Tussen de bedrijven door soes ik in en ben blij als de Congolese grenspost in zicht komt. Dit is mijn tweede bezoek aan Goma en ik scan meteen de horizon af naar de vulkaan Nyiragongo, die bij mijn laatste bezoek in 2009 enorme pluimen rook produceerde en in de nachten rood opgloeide. Al snel ontdek ik hem en er komt nog steeds rook uit zijn krater. Bij de grensovergang wacht de vertrouwde MSF (Medecins sans Frontieres) Landcruiser mij op en sta ik bijna een uur in de brandende zon bij het immigratie loket op mijn tijdelijke visum te wachten.

Het kantoor van MSF ligt aan het lake Kivu, brede trappen leiden mij naar een koloniaal bordes met het schitterende uitzicht op het meer. Al snel hoor ik de vertrouwde luide stem van Banu, de chef de mission van de Goma missie en met veel egards wordt ik welkom geheten.

In de avond heb ik een lange discussie met Alexa, de jonge arts uit het Mweso project die inmiddels in Nederland een bekend gezicht heeft omdat ze de hoofdrol speelt in één van de MSF commercials die sinds kort op de Nederlandse televisie te zien zijn.

Woensdag 9 juni:

Met de boot boot naar Bukavu over lake Kivu. De boot vertrekt om 7.30 en ik moet om 6.30 uur al aanwezig zijn. Een kort nachtje dus als ik eindelijk om 01.00 uur mijn bed in duik.

Als we bij de haven aankomen is er geen boot, al snel blijkt dat President Kabila gisteren is aangekomen in Goma en de boot heeft afgehuurd voor een visite aan Bukavu. In Congo is alles mogelijk als je maar betaald en/of hoog in aanzien bent. De boot wordt om 11.00 terug verwacht en ik had dus gewoon lekker in mijn bed kunnen blijven. Als we eindelijk na veel bureaucratische rompslomp en stempels een boarding pass krijgen en in de kleine snelle boot mogen plaatsnemen, wil de motor niet starten. Na veel gepruttel en al drijvend slaagt de kapitein erin het ding eindelijk aan de praat te krijgen. De boot is veel te vol geladen en de hoge golven van het meer zorgen ervoor dat er bakken water door de slecht sluitende raampjes naar binnen komen. De boot klapt met oorverdovend lawaai over de golven en binnen 15 minuten wordt de eerste passagier al zeeziek. Plastic of papieren zakken voor dit doeleinde zijn niet aan boord en de passagier, een keurig uitziende Congolese zakenman zo te zien, braakt over..o nee toch… mijn rugzak zijn ruimgevulde maaginhoud uit. De zure braaklucht is binnen enkele minuten al niet meer te harden en we moeten nog 80 minuten in deze op een sardineblik gelijkende gorgelende en sputterende boot zitten. Ik ben erg blij als we aan wal staan en schone lucht kunnen inademen, minder blij wanneer ik mijn met ontbijtresten en stinkende rugzak overhandigd krijg. Eindelijk in Bukavu, waar het hoofdkantoor is van mijn nieuwe missie. Ik moet nog verder reizen maar eerst krijg ik hier een briefing en is er een vergadering over de voortgang van het project gepland met het management team waaronder mijn voorganger.

Ronald, een goede vriend van mij, werkt in dit project als Medical coördinator en we zijn erg blij elkaar weer te zien. Ik krijg van Grace, de chef de mission van het Bukavu project, een uitgebreide briefing over de security in het project. Noordoost Congo word al jaren geteisterd door oorlog en geweld en het is belangrijk dat ik op de hoogte ben wat er op dit moment speelt en waar ik als project coördinator alert op moet zijn.

Donderdag 10 juni:

Na een heerlijke avond bijkletsen met Ronald en een goede nachtrust beginnen we aan de vergadering. Voor mij wordt op deze dag al veel duidelijk waar het project op dit moment staat en wat de focus in de komende tijd zal zijn. We sluiten deze vruchtbare dag af met een gezamenlijk etentje in Bukavu stad, een echte Afrikaanse stad gelegen in het uiterste zuiden van lake Kivu.

Vrijdag 11 juni:

Om 6.00 uur in de morgen vetrekken Charmaine (mijn voorganger) en ik naar Baraka, ze gaat mij in het project nog 4 dagen inwerken voordat ze vertrekt naar huis in Canada. We hebben een lange reis voor de boeg; eerst 4 uur in de auto naar Uvira alwaar onze eigen boot op ons wacht om over het meer van Tanganyika de 6 uur durende tocht te maken naar mijn nieuwe avontuur. Een hobbelige tocht leidt ons door een schitterend landschap van honderden schakeringen groen, rode rotsen en bergen en dalen.. Uvira is een druk handelsstadje op de grens van Congo en Burundi. De markt krioelt van de mensen en het is duidelijk dat visserij de grootste markt hier heeft op de kop van lake Tanganyika. Overal zie je mensen op de fiets met manden met vis door de straten rijden. We moeten nog even langs bij het plaatselijke ziekenhuis omdat daar de Medecin chef du zone van ons district is en Charmaine wil mij aan hem voorstellen. We werken in het project samen met de Ministére de Santé en het is belangrijk dat ik hem ontmoet. De stop wordt meteen gebruikt als een plasstop want straks op de boot kunnen we 6 uur lang niet naar het toilet. Het toilet in het ziekenhuis is zo smerig dat ik al helemaal niet meer zo nodig moet en ik besluit om maar helemaal niet meer te drinken tijdens de verdere reis om ongemakken te voorkomen. De medecin chef du zone grijpt onmiddellijk deze kans aan om van allerlei vracht mee te geven bedoeld voor het ziekenhuis in Baraka. Benzine in jerrycans, medisch materiaal, vaccinatie medicijnen in koelboxen. Gelukkig is onze boot redelijk groot en gaat alles zonder problemen mee.

De boot is van hout, ouderwets model vissersboot en geschilderd in de rood/witte MSF kleuren. Vlak na vertrek zie ik aan de andere kant van het meer Bujumbura liggen, hier heb ik jaren geleden ook gewerkt en nostalgie vult mijn hart. De tocht is lang, maar schitterend, het meer ligt tussen Congo en Burundi en aan beide kanten rijst een hoge bergketen. Lake Tanganyika is één van de diepste meren ter wereld, gelegen op een breuklijn en men voorspelt dat eens het oostelijke deel aan de andere kant van het meer, afgescheiden zal worden van het vaste land en als eiland voort zal leven. Een uur voor aankomst varen we tussen vaste land en het schiereiland of  Peninsula en zien we in de verte de radiomast van Baraka als een streepje aan de horizon staan. We zijn er bijna en mijn avontuur kan na al die dagen reizen eindelijk beginnen.

jun 2
Arend Jansen Geschreven door Arend JansenVanuit DR Congo

Tumahini kliniek

  Beelden uit de Tumahini kliniek voor vrouwen

jun 2
Arend Jansen Geschreven door Arend JansenVanuit DR Congo

Fysieke uitdaging

  De rivier oversteken met de motor

jun 2
Arend Jansen Geschreven door Arend JansenVanuit DR Congo

Een deel van het ziekenhuis in Mweso

  Bekijk de webclip van mijn rondleiding door het ziekenhuis

apr 27
Alexa Geschreven door AlexaVanuit DR Congo

Pinga

Er blijft hier altijd veel te doen, iedere dag zijn er weer nieuwe uitdagingen. Na de internationale vrouwendag vertrok ik bijvoorbeeld voor een paar dagen naar Pinga. Pinga is vijf uur verderop en ligt in een tropisch regenwoud gebied. De weg ernaartoe is totaal verlaten. Het kronkelt langs een rivier door dichte bush met palmbomen, rode bloemen, groen en een enkel uitgebrand dorpje. Het had geregend dus alle gaten in de weg zaten vol met water en blubber waardoor we een snelheid van zo’n 20km/u misschien net haalden. Halverwege is een dorp waar we mobiele klinieken doen vanuit Pinga en het team van daar kwam ons ophalen zodat onze auto weer terug kon, de zogenoemde kiss. Ik nam van de gelegenheid gebruik om even in de gezondheidspost te kijken: drie kamertjes, een lekkend dak, kapotte meubels en een enkel verbandje in de kast. Niet echt genoeg  voor een bevolking die regelmatig het slachtoffer is van gerichte of verdwaalde kogels. Bovendien slaapt iedereen er veelal in schuilplaatsen in het bos omdat overvallen op dorpen meestal ’s nachts plaatsvinden en daarbij zoveel geweld (en verkrachtingen!) bij komt kijken dat de mensen liever onder een boom slapen dan in een dorp. Deze situatie is allerminst typisch voor dit ene dorp, het is de situatie in vele dorpen waar we wekelijkse mobiele klinieken organiseren, ook rondom Mweso.

Pinga zelf is een groot dorp en de mensen lijken er iets beter af te zijn dan in Mweso. Kinderen dragen schoentjes en vrouwen dragen traditionele jurken in plaats van gescheurde t-shirts maar verder is er ook niet heel veel meer te doen dan in Mweso. De vluchtelingen die er zaten zijn grotendeels weer vertrokken door voedsel gebrek en het hele gebied is omsingeld door niet-regeringlegers, alleen het dorp en omgeving is in regeringshanden. Dat brengt natuurlijk de nodige onrust en spanningen met zich mee en bovendien is het daardoor ook erg lastig om de dorpen te bereiken waar de vluchtelingen zitten. Ik was er heen samen met een adviseur uit Amsterdam om te zien hoe nu verder. We doen al mobiele klinieken en eerstelijnszorg maar wat te doen met ernstige gevallen of een vrouw die een keizersnede nodig heeft. Op dit moment verwijzen we die door naar het ziekenhuis en betalen we de zorg voor ze. Zoals overal in Afrika werkt het ziekenhuis met een cost-recovery systeem, dat wil zeggen, de patiënt moet betalen. Dat is uiteindelijk het enige systeem dat werkt in veel gebieden omdat er maar weinig belasting betaald wordt en verzekeringen ook nog niet echt uitgevonden zijn. Bovendien krijgt personeel bijna nooit betaald door de regering en leven die van het geld dat ze van patiënten krijgen. MSF bied altijd 100% gratis zorg aan en dat gaat nog wel is in tegen de bestaande systemen. Het idee is dat wij in gebieden werken waar mensen geen geld hebben om te betalen en dan dus geen gezondheidszorg hebben. In Pinga is het een wat ingewikkelde situatie, iedere patiënt wordt voor malaria behandeld (zelfs als je voor een slangenbeet naar het ziekenhuis komt) en 50% van alle bevallingen worden per keizersnede gedaan. Niet perfect maar voor een kleine populatie niet onacceptabel en er ís op z’n minst iets. Het ziekenhuis is namelijk wel schoon en er is personeel en een mooie OK en een lab en medicijnen etc. Het probleem zijn de vluchtelingen die geen geld hebben, het ziekenhuis niet kunnen bereiken en bovendien de meeste besmettelijke ziekten oplopen omdat ze in hele kleine hutjes wonen zonder voorzieningen. De vraag is nu, waar zitten al die vluchtelingen en hoe bereiken we ze. Door slechte wegen en onveiligheid is het ons nog niet gelukt echt te komen waar we zouden willen. En dat maakt het weer een moeilijke beslissing om een ziekenhuis over te nemen terwijl we niet de juiste patiënten kunnen bereiken.

Inmiddels zijn er enkele dragers 5 uur komen lopen om om hulp te vragen voor hun dorp waar Cholera is uitgebroken. Duidelijk een teken dat ze assistentie nodig hebben maar er is geen weg naartoe. We hebben wat benodigdheden gedoneerd en zijn begonnen met voorbereidingen om te komen helpen maar de weg erheen is totaal onbegaanbaar voor auto’s. Uiteindelijk heeft een team het dorp per motor weten te bereiken maar daarvoor moesten er wel speciale vlotten gebouwd worden om de motors over de rivier te krijgen en hadden we speciale chauffeurs nodig en toestemming van het hoofdkantoor etc, al met al een hele onderneming! Zoals ik al zei, altijd nieuwe uitdagingen in Congo!

« Oudere posts