mrt 17
Addy vanuit Darfur.

Flexibiliteit, geduld en een abrupt vertrek

Flexibiliteit en geduld. Die 2 woorden had ik opgeschreven op een velletje papier. En afgelopen weken heb ik mezelf herhaaldelijk gedwongen die 2 woorden te herlezen om ze maar niet te vergeten…

Het begon met een plots en onverwacht vertrek uit het project in Feina ergens in januari. Mijn werkvergunning was verlopen en voor een stempel op het nieuwe exemplaar moest ik, helaas, helemaal terugreizen naar de hoofdstad Khartoem. Via enkele feestjes, filmavonden en relaxen aan het zwembad (tja.. je moet toch wat zonder werkvergunning) kwam ik uiteindelijk –veel later dan gepland maar met stempel en vergunning – terug in de stad Nyala, het vertrekpunt naar Feina.

Bepakt en bezakt en vol enthousiasme om mijn werkzaamheden te hervatten wachtte ik die ochtend op de helikopter. Na een kop koffie, een gezellig praatje met mijn nieuwe collega en de eerste hoofdstukken van mijn boek, besefte ik dat het wachten wel erg lang duurde. Het nieuws kwam dat de helikopter vandaag niet zou vliegen gezien gevechten in de bergen van de Jebel Mara.

Mijn collega’s van project Muha hadden dit vergeefs wachten op een helikopter ook al een aantal keer meegemaakt die weken. 7 maal zelfs. Zij probeerden terug te keren naar het ziekenhuis in Muha, wat ze ongeveer een maand geleden gedwongen hadden moeten verlaten wegens gevechten in het stadje.

De volgende dag was het geluk echter meer aan de zijde van AzG. We hadden toegang tot Muha per heli! En aangezien ik voorlopig niet naar Feina zou kunnen reizen en er meer dan voldoende werk te doen was in Muha ging mijn reis die kant op.

Ik reisde samen met de projectcoördinator en verpleegkundige, die beiden al enkele maanden in Muha hadden gewerkt en beiden de evacuatie van een maand geleden meegemaakt hadden. Zij kenden het dorp en het project dan ook goed. Voor hen zou dit een terugkeer worden naar hun geliefde project, voor mij betekende het een begin op een nieuwe werkplek.

Al bij de eerste beelden van Muha vanuit de lucht beseften we dat Muha veranderd was. Muha viel jaren onder het bewind van de rebellen maar na de gevechten tussen verschillende rebelgroepen was het dorp in de handen van de regering gevallen. Direct zagen we vlaggen van de Sudanese overheid, politietroepen en verschillende gebouwen van overheidsinstanties. We zagen nauwelijks activiteiten op de lokale markt en in de straten, veel huizen waren verlaten en er was juist een grote groep mensen die met hun hebben en houden onder de bomen bivakkeerden rondom de UN peacekeeping legerbasis. Vanuit daar vertrokken dagelijks verschillende trucks, volgeladen met mensen en al hun bezittingen, om de bevolking naar andere plaatsen in Darfur te brengen.

Snel na aankomst op de landplaats, omgeven door eindeloze savanne, vertrokken we naar het ziekenhuis. AzG runt het project al een aantal jaren. De kliniek is normaliter dan ook een goed geoliede machine waar dagelijks poliklinische zorg geboden wordt aan kinderen, oorlogsslachtoffers en andere spoedgevallen, zwangere vrouwen en ondervoede patiëntjes. Ook is er een grote opnameafdeling waar zo’n 30 tot 50 patiënten verblijven, al dan niet na een chirurgische ingreep uitgevoerd in de nette en goed voorziene operatiekamer.

In het ziekenhuis ontmoetten we direct de lokale stafleden. Enerzijds was het een blijde hereniging en warm welkom voor mij. Anderzijds was het een droevige bedoening om te zien dat er minder dan 40 man personeel (medisch en niet medisch) aan het werk was. Het overgrote deel van onze 160 stafleden bleek, zoals een groot deel van de bevolking van Muha, vertrokken te zijn.

Enkel de polikliniek functioneerde nog. De rest van het ziekenhuis was verlaten, stoffig en rommelig en overal troffen we de sporen aan van troepen die de nachten in de kliniek doorgebracht hadden. De compound voor de internationale staf, een groep hutjes en kantoren enkele honderden meters van het ziekenhuis vandaan, bleek tot de grond afgebrand te zijn.

De verpleegkundige en ik startten direct met ons medisch werk, want patiënten waren er genoeg. We richtten een van vroegere afdelingen direct in zodat we de ziekste patiënten gedurende 24 uur konden verzorgen. De ruimte ernaast haalden we leeg en maakten we tot de woon-/slaapruimte voor de internationale stafleden.

Gedurende de dagen die volgden zagen we, met het beperkte team, zoveel mogelijk patiënten als we konden. We herstarten het voedingsprogramma (25 nieuwe patiënten per week, vergeleken met zo’n 4 nieuwe patiënten per maand normaliter! !), we boden zwangerschapscontroles, we verrichten chirurgische ingrepen en zwangere vrouwen arriveerden weer in de verloskamer voor een veilige behandeling.

Overdag hielpen de aanwezige lokale stafleden waar ze konden. Ik was erg onder de indruk van hun motivatie en gedrevenheid, beseffende dat de meeste van hen onder een boom leefden in een onveilige omgeving. De stafleden konden en wilden, gezien de veranderde veiligheidssituatie in het dorp, niet werken gedurende de avonden en nachten. Dus stonden we zelf om de 3 uur op om therapeutische voeding aan de zwaar ondervoede kinderen te geven, medicijnen toe te dienen en controles uit te voeren. Dan toch een voordeel om in het ziekenhuis direct naast de patiënten te wonen!

Na een lange dag, juist na een effectieve vergadering waarin we eerste weken terug in Muha hadden geëvalueerd en plannen hadden gemaakt voor de komende week, riep de projectcoördinator ons bijeen. Hij had zojuist het nieuws ontvangen dat AZG ons project per direct moest besluiten. De humanitaire hulp commissie (ministerie tak die verantwoordelijk is voor het werk dat AzG en andere NGO’s verricht) kon onze veiligheid niet waarborgen en verplichtte ons te vertrekken. Er was geen discussie over mogelijk…

In de vroege ochtend maakte ik voor de laatste maal de melk klaar voor de ondervoede kindjes. Tijdens de ochtendronde vertelde ik elke patiënt dat het tijd voor ontslag was en om naar huis te gaan. Ik gaf ze orale medicijnen mee, legde de verdere behandeling uit en gaf ze een verwijsbrief mee voor een ziekenhuis uren reizen verderop. De moeder van het 3e kind keek me vragend aan ‘waarom bezoek je ons zo vroeg op de ochtend en waarom stuur je iedereen naar huis?’. Ik kon slechts antwoorden dat we, tegen onze zin in, gedwongen waren het ziekenhuis te sluiten en dat ik niet wist waarom. Ook zij besefte dat dit desastreuze gevolgen voor haar kindje zou hebben. En voor het zwaar ondervoede kindje ernaast dat nog geen hap eten zelf had geslikt.

Ondertussen lichtte mijn collega de overgebleven stafleden in over ons gedwongen vertrek. Nog geen 5 minuten na het beëindigen van die korte vergadering zagen we een aantal stafleden met hun gezinnen en kar met spullen het dorp verlaten. Met het wegvallen van AZG, en het wegvallen van veiligheid, bescherming en zekerheid op een goede toekomst, was er voor hen helemaal geen reden meer om in Muha achter te blijven.

Binnen enkele uren was het ziekenhuis leeg en verlaten, lagen medicijnen en materialen achter slot en grendel, en werden patiënten de toegang geweigerd. We beseften allemaal dat ons abrupt vertrek, nog diezelfde dag, heel veel kapot maakte in Muha.

Een deel van het team van Muha, maar ook het team van Feina en het project Kalma (een groot vluchtelingenkamp waar zojuist hersenvliesontsteking was uitgebroken) werden de dag erna naar de hoofdstad gevlogen. Met een klein team bleef ik achter in Nyala, met de hoop om een eventuele vaccinatiecampagne tegen hersenvliesontsteking in kamp Kalma alsnog uit te kunnen voeren.

Woensdagmiddag klokslag 4 uur zitten we gezamenlijk voor de televisie in afwachting van de uitspraak van het internationaal gerechtshof. President el-Bashir wordt beschuldigd van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de humaniteit. Het ICC legt hem een arrestatiebevel op.  Dan krijgt onze landencoördinator in Khartoem te horen dat de Nederlandse tak van AzG, en een aantal andere hulporganisaties, het land moet verlaten, zonder afgeven van een duidelijke reden en zonder enige discussie.

Een dag later worden onze kantoren, opslagruimten, woningen, auto’s en computers in beslag genomen door de overheid. We vliegen met de achtergebleven internationale stafleden van Nyala naar de hoofdstad. Aanvragen voor onze exit-visa worden ingediend. We proberen nog zoveel mogelijk contact te maken met onze nationale stafleden in de verschillende projecten maar slagen hierin nauwelijks.

En binnen een aantal dagen zit ik met het grootste deel van mijn collega’s in het kantoor van Artsen zonder Grenzen in Amsterdam waar we de puzzelstukjes van afgelopen dagen samen proberen neer te leggen.

Waarom zijn we zonder pardon het land uitgezet? Wat gebeurt er met onze Sudanese collega’s die jarenlang met zoveel motivatie voor ons hebben gewerkt? Maar erger nog, wat gebeurt er met de populatie van Darfur, wederom op de vlucht, zonder toegang tot medische zorg, water en voedsel?

Addy

jan 20
Addy vanuit Darfur.

On mobile

Elke zondag gaat  een deel van ons team, zowel internationale als nationale staf, voor een aantal dagen ‘ on mobile‘. Naast onze kliniek in Feina runnen we ook een mobiele kliniek in Gulombei, een dorp een stuk verderop.

Deze week is het mijn beurt. Nadat ik de de meest zieke patiënten vroeg in de ochtend in het ziekenhuis heb gezien en hun behandeling voor komende dagen heb voorgeschreven, pak ik mijn gepakte tas uit mijn tukul. Inmiddels zijn twee MSF landrovers bepakt met medicijnen, voedingsvoorraad, nationale stafleden en enkele genezen patiënten. Ik spring op de bijrijderstoel van de tweede auto en na een eerste radio check vertrekken we in konvooi. We nemen de weg zuidwaarts die ons voert rondom de heuvels. Het is een vreselijk stoffige weg bezaaid met stenen en een snelheidslimiet is hier dan ook niet van toepassing; we halen nauwelijks een snelheid van 30 km per uur. Her en der zien we kleine nederzettingen met zo’n 5 tot 10 hutten, sporadisch halen we een kameel-met-bijrijder in maar voornamelijk rijden we door een middle-of-nowhere.

Wanneer we zojuist een droge rivierbedding hebben gepasseerd, roept de laboratorium assistent Abdulrazig, die achter in de auto verscholen zit achter jerrycans en tassen, dat we zijn dorp naderen. Zo’n 300 meter verderop verschijnen de eerste silhouetten van hutten en gebouwen. Echter, wanneer we dichterbij komen zie ik dat de meeste gebouwen geheel verwoest en onbewoonbaar zijn; ik zie muren die doorspekt zijn met gaten, gebouwtjes zonder daken en hutten waarvan enkel de fundering nog maar staat. Abdulrazig verteld me dat enkele jaren geleden zijn dorp aangevallen werd door voor hen vijandige troepen. Er werd geschoten, huizen werden verwoest en de bevolking werd gedwongen te vluchten. Veel van hen, oa Abdulruzig en zijn familieleden, vonden onderdak en een nieuw ‘thuis’ in Feina.

 Even later rijden we door een schitterend groene vallei met mangobomen, sinaasappelbomen en grazende geiten. We weg wordt versperd door enkele over de weg rollende ezels en we maken een korte stop. Een aantal groen-en-geel  ogende patiënten braken achter de struiken; nu begrijp ik wat die plastic zakjes waren die zo af en toe uit de eerste auto werden gegooid!
 
Na een ruim 3 uur durende rit komen we aan in Gulombei, een prachtig gelegen dorpje omringd door heuvels. Een aantal bewoners, die elke week een aantal dagen met ons werken in de mobiele kliniek, wachten ons al op. De auto’s worden  uitgeladen en een aantal tenten wordt snel en efficiënt  ingericht tot  vaccinatiecentrum, consultatieruimte, apotheek en wond behandelingsruimte. Ondertussen doe ik een eerste triage onder de tientallen wachtende patiënten. Enkelen van hen wonen in  Gulombei maar velen hebben, net als ons, er al een aantal uren durende reis op zitten. We richten ons hier met name op kleine kinderen, zwangeren en spoedgevallen. Van volwassen, niet urgente, patiënten wordt verwacht dat ze onze vaste kliniek in Feina bezoeken. Maar je kunt je voorstellen dat het niet zo gemakkelijk is een oude dame met pijnlijke gewrichten, die zojuist 4 uur heeft afgelegd, te vragen nog eens 6 uur door te brengen op de rug van een ezeltje voor een zakje paracetamol en multivitamines.   Dus werken we die dag hard om alle ondervoede kinderen te voorzien van hun plumpynut (vitamine- energierijke pindakaasachige substantie; geweldige vondst in de behandeling van ondervoeding!), zwangere vrouwen te controleren en gezonde kinderen te vaccineren. Samen met een lokale consultant zie ik in een gezamenlijke tent de patiënten met klachten, variërend van een zere kies tot hartfalen tot ontstoken ogen tot diarree.

Patiënten worden, na registratie en meten van temperatuur en gewicht, in bosjes tegelijk naar de consultatietent gestuurd. Hier wachten ze zittend op de matten naast mijn tafeltje en luisteren vol  interesse naar de klachten van en adviezen aan andere patiënten geven; niet ideaal wat betreft de medische geheimhoudingsplicht maar het heeft ook zijn voordelen. Als ik een moeder vertel, wiens 3-jarige dochtertje afgelopen weken al 4 maal behandeld is voor diarree, dat ze water gedurende 15 minuten moet koken, haar handen moet wassen na bezoek aan het toilet etc., word ik luid bijgestemd door de moeders op de matten. De arme vrouw naast me wordt streng toegesproken door haar dorpsgenoten en allerlei adviezen uit verschillende hoeken worden haar toegeslingerd. .

Aan het einde van de middag, wanneer alle patiënten vertrokken zijn en we de boel opruimen en klaarzetten voor morgen, besef ik dat deze ‘ mobiele kliniek’  het woord mobiel ontgroeid is.  Wat ongeveer een jaar geleden begon als een 1 dag durende activiteit is nu uitgegroeid tot een halve week werk voor een hardwerkend team. De tenten de tenten zijn klein, geven geen mogelijkheid voor privacy en beginnen tekenen van verslijting te tonen. Het plan is dan ook om over een maand deze mobiele kliniek te veranderen in een dagelijks geopende vaste kliniek.

In de schemering wandelen logisticus Simon en ik, gevolgd door een sliert kinderen, naar de andere kant van het dorpje waar onze nieuwe kliniek zich zal gaan bevinden. Een omheiningsmuur is al aangelegd en Simon toont me waar enkele lokale bouwvakkers zullen beginnen met de bouw van registratie, consultatieruimte, apotheek en woonruimte.

Bij terugkomst is onze verloskundige druk bezig met bereiding van het avondeten. We rollen enkele matten uit en plaatsen schalen met vlees, groenten, pepers en broden in het midden. Onder de sterrenhemel genieten we van de maaltijd, evalueren we de dag en krijg ik een les Fur, de lokale taal, van m’n teamgenoten. Moe maar voldaan vertrekken we daarna naar ons uitgerold bed en warme deken, in de vaccinatietent, antenatale zorg of voorraadkamer.

3 dagen later, na consultatie, vaccinatie, zwangerschapscontrole, wondbehandeling van honderden patiënten, behandeling van enkele spoedgevallen en wederzien van Halima (zij en haar dochtertje, geboren per keizersnede in Nyala maken het goed!) sluiten we de poorten. We maken de balans op en laden de landrovers in met overgebleven bevoorrading. We nemen enkele patiënten met ons mee, voor verdere behandeling en opname in Feina, oa een vrouw een tweelingzwangerschap, een kind met brandwonden een een ziek jochie met hoge koorts en geelzucht. Dan worden we uitgezwaaid door de lokale staf uit Gulombei omringd door enkele patiënten. Chrokran en tot volgende week!

Addy

jan 5
Addy vanuit Darfur.

Een veilige bevalling voor Halima

Voetstappen komen dichter bij en dan hoor ik geklop op mijn deur. “Addy, can you please come out?” hoor ik mijn collega Winnie, verloskundige, zeggen. Het is zondagochtend vroeg en nog donker.  Ik stap mijn bed uit, sla een warme sjaal om tegen de kou en glijd in mijn slippers. Samen met Winnie loop ik naar de verloskunde afdeling, een aantal eenvoudige hutstructuren nog geen 100 meter van mijn warme bed vandaan.

Gisteravond kwam de bevalling van Halima op gang. Halima is een 34-jarige vrouw die onze kliniek bezocht aan het begin van haar zwangerschap, een aantal maanden geleden. Ze was voor de 11e maal zwanger. Een kindje verloor ze op jonge leeftijd maar gelukkig maken haar andere 9 kinderen het goed. In onze antenatale kliniek hielden we haar zwangerschap in de gaten, we gaven haar vaccinaties en medicijnen (zoals ijzertabletten en anti-worm tabletten) en halima volgde samen met andere zwangere vrouwen gezondheidsvoorlichting. Ook bespraken we met Halima een plan voor de bevalling. Aangezien dit al haar elfde zwangerschap is, en een aantal bevallingen lang duurden, is de kans op complicaties groot. In overleg met de verloskundige had Halima dan ook besloten om te bevallen in onze kliniek onder begeleiding van een van onze verloskundige, in plaats van thuis onder begeleiding van een niet opgeleide TBA (traditional birth attendent). Een week of drie geleden kwam ze met haar zuster aan in het ziekenhuis, na een lange reis op de rug van een ezeltje, om te wachten op de geboorte. 

En gisteravond kwam de bevalling dus op gang. Een van de verloskundigen had Halima regelmatig gecontroleerd tijdens de bevalling en had haar, samen met haar zuster, gesteund in het opvangen van de pijn.

Als ik binnenkom zie ik een uitgeputte Halima met een dikke buik. Ik onderzoek haar. Aanstaande moeder is duidelijk vermoeid maar haar controles zijn goed. Ook het kindje heeft een goede hartslag en lijkt het nog prima te vinden in de buik van de moeder. Bij vaginaal onderzoek voel ik dat het hoofd niet goed  ingedaald is in het bekken en dat de baarmoeder slechts 5 cm gedilateerd is. De contracties, die zo’n 8 uur geleden gestart zijn, zijn afgenomen in heftigheid. Ik overweeg te starten met een weeën versterkend medicijn maar besef dat dit in het geval van Halima, aangezien haar baarmoeder na 11 bevallingen waarschijnlijk zeer dun is en een hoge kans heeft op scheuren, gevaarlijk is. Als haar baarmoeder scheurt, kan ik hier in Feina niet ingrijpen. Ik besef dat de enige optie om Halima veilig te laten bevallen, per keizersnede is. Maar ook dat kan ik hier in Feina, in afwezigheid van een operatiekamer en de juiste instrumenten en materialen, niet doen…..

Maar gelukkig is het zondagochtend vroeg!!!

Eenmaal per week, op zaterdag, is het een drukte van  jewelste in Feina (en ook in onze kliniek), aangezien dit de marktdag is. Op die dag komen mensen van heinde en  van verre met hun bepakte ezels en kamelen om hun oogst te verkopen of te ruilen. Ook arriveren er die dag een aantal trucks vanuit Nyala om koopwaar, zoals tandenborstels, zeep en blikken tomatenpuree te handelen. Zondagochtend vroeg vertrekken de trucks weer naar Nyala, een stad zo’n 65 km verderop. Dan volgeladen met mannen, vrouwen en kinderen die de reis naar de grote stad ondernemen;  een 6 tot 8 uur durende reis achter op een truck over een met stenen bestrooide weg. Een hobbelig en stoffig avontuur! De weg voert door een gebied in controle van groepen die betrokken zijn geweest bij het conflict. Helaas kunnen zij ons geen garantie geven voor onze veiligheid en kunnen we onze patiënten dus niet met onze eigen ambulance vervoeren. De enige manier voor ons om patiënten te verwijzen naar het ziekenhuis in Nyala is per truck op zondagochtend, zonder medische begeleiding, zonder directe supervisie van MSF. En helaas geld dit ook voor Halima…

Terwijl mijn collega’s een plaatsje in de truck (hopelijk de stoel naast de chauffeur) regelen, leg ik Halima uit dat ze per keizersnede zal moeten bevallen en dat ik haar hiervoor naar Nyala zal moeten laten gaan. Ik bereid haar en haar zuster voor, schrijf een overdrachtsbrief en licht een collega in Nyala in, die Halima bij aankomst zal opwachten en direct naar het ziekenhuis zal brengen.

Nog geen half uur later neem ik met pijn in mijn hart afscheid van Halima. Wat hoop ik dat Halima en haar zus veilig en op tijd aan zullen komen in Nyala en wat hoop ik dat haar baarmoeder niet zal scheuren onderweg en wat hoop ik dat haar kindje de lange reis zal overleven. En wat voel ik me naar dat ik haar zelf niet kan helpen…

Twee dagen later ontvang ik een e-mailtje van mijn collega in Nyala. Halima is aangekomen in Nyala, overgeplaatst naar het ziekenhuis en per keizersnede bevallen van een gezond baby-meisje!

Ik ben blij met het nieuws. Hopelijk zal het voor Artsen zonder Grenzen in de toekomst mogelijk zijn om keizersneden uit te voeren in Feina. . Want deze Halima en haar dochtertje hebben het gered… maar zal het verhaal van de volgende vrouw zoals Halima een zelfde afloop hebben?

Addy

dec 29
Addy vanuit Darfur.

Feina, eid en Dollar

Vrijdagavond 7 uur, met een brede glimlach op mijn gezicht zit ik op de rug van paard Dollar. Diens eigenaar de Sultan, een wijs en sociaal vooraanstaand man in de community, maar bovenal een uitbundige vrolijkaard, spring naast ons van steen naar steen. De volle maan komt zojuist te voorschijn boven de heuvels aan de horizon en geeft ons voldoende licht om de weg terug te vinden richting onze compound.

Nog geen week geleden kwam ik per helikopter aan in Feina, een klein en eenvoudig dorpje in het berggebied Jebel Mara in Darfur. MSF runt hier sinds een jaar of twee een basisgezondheidscentrum, de enige medische zorg aanwezig in afgelegen en moeilijk toegankelijk gebied. Hier bieden we zorg voor kinderen waaronder vaccinaties en therapeutische voeding, we begeleiden zwangere vrouwen voor, tijden en na de bevalling, we verlenen spoedeisende hulp en momenteel plannen we om ook chirurgische ingrepen te kunnen verrichten.

Bij aankomst in Feina (met toch iets trillende benen… je weet immers bij begin van je project niet helemaal waar je aan begint) word ik direct vriendelijk begroet door mijn nieuwe teamgenoten, die tegelijkertijd voor een aantal maanden mijn huisgenoten, vrienden en surrogaat familie zullen zijn. Ons team, wonende op een ruim opgezette compound, bestaat niet alleen uit expats maar ook uit een aantal inpats, Sudanezen afkomstig uit andere streken. Er wordt me een tukul aangewezen, een ronde hut gemaakt van stenen en een dak van stro, waar ik mijn spullen kan droppen. Een bed (2 matrassen op elkaar wat het meer een soort van vogelnest maakt..), een metalen box en een plastic-tafel-en-stoel vormen het interieur. Aan weerszijden van de 1 meter lage deur is een klein perkje aangelegd met grote rode bloemen in bloei, mijn privé-tuin!

Tijdens de dagen die volgen ontmoet ik de nationale stafleden, vaak niet opgeleide mensen maar met een zeer grote motivatie, die me vol trots hun dagelijkse werkzaamheden tonen. Ook word ik geïntroduceerd aan belangrijke sleutelfiguren in het dorp, volg ik briefings over veiligheid en hoor ik meer over de planning voor ons project.

Maar de dagen staan vooral in het teken van Eid, een van de belangrijkste feesten in Darfur. Eid klinkt toevallig bijna hetzelfde als ‘eet’ en dat is heel toepasselijk. Er wordt met name veel gegeten. Dus zo word ik, samen met de rest van het team, uitgenodigd bij onze laboratorium technicus die een broer is van de Sultan, de dag erna bij onze buren (een internationale ontwikkelingsorganisatie) waar de bewaker een (oom van de) broer van onze schoonmaker is en vervolgens bij de Sultan, waar we weer een van onze stafleden treffen, blijkbaar een aangetrouwde zuster van de gastheer.

Bij elk bezoek worden we welkom geheten door de hele familie (en inderdaad…. die is groot). Dan gaan we zitten op rieten matten met een gammel rieten dak erboven, het mooiste vertrek van de woning. We wassen onze handen met water en zeep. Grote schalen met brood, dadels, kip en geit worden voor ons neergezet en rondom ons heen dartelen de kinderen en nog levende geiten, kippen en ezels. De lokale bevolking vertelt ons met gepaste trots over hun gewoonten, cultuur en taal. Maar ook vertellen ze dat ze ontheemden zijn, verdreven vanuit hun oorspronkelijke woning door geweld, en een groot deel van hun oorspronkelijke bezittingen en vrienden achter zich hebben gelaten. En dat er nog steeds conflicten spelen in hun thuisland waarbij onduidelijk is welke kant het opgaat.

En vandaag, vrijdag, wippen we na het Eid-festijn van de middag, nog even binnen bij de buren van onze gastheer. Een van de vrouwen is 2 weken geleden in ons ziekenhuis bevallen van een gezond zoontje, een prachtkereltje. Familie en vrienden vieren dit kleine wondertje nu met verschillende traditionele dans en zang. Ik word aan de hand meegesleurd en dein mee met de prachtige dames gehuld in kleurrijke doeken. En tegelijkertijd worden vreugdeschoten afgevuurd in de lucht door de mannen in hun witte jurken en tulband…

Nog ondersteboven van alle indrukken zit ik iets later op de rug van Dollar… Morgen is Eid voorbij en begint mijn werk in Feina echt!

Addy