Flexibiliteit en geduld. Die 2 woorden had ik opgeschreven op een velletje papier. En afgelopen weken heb ik mezelf herhaaldelijk gedwongen die 2 woorden te herlezen om ze maar niet te vergeten…
Het begon met een plots en onverwacht vertrek uit het project in Feina ergens in januari. Mijn werkvergunning was verlopen en voor een stempel op het nieuwe exemplaar moest ik, helaas, helemaal terugreizen naar de hoofdstad Khartoem. Via enkele feestjes, filmavonden en relaxen aan het zwembad (tja.. je moet toch wat zonder werkvergunning) kwam ik uiteindelijk –veel later dan gepland maar met stempel en vergunning – terug in de stad Nyala, het vertrekpunt naar Feina.
Bepakt en bezakt en vol enthousiasme om mijn werkzaamheden te hervatten wachtte ik die ochtend op de helikopter. Na een kop koffie, een gezellig praatje met mijn nieuwe collega en de eerste hoofdstukken van mijn boek, besefte ik dat het wachten wel erg lang duurde. Het nieuws kwam dat de helikopter vandaag niet zou vliegen gezien gevechten in de bergen van de Jebel Mara.
Mijn collega’s van project Muha hadden dit vergeefs wachten op een helikopter ook al een aantal keer meegemaakt die weken. 7 maal zelfs. Zij probeerden terug te keren naar het ziekenhuis in Muha, wat ze ongeveer een maand geleden gedwongen hadden moeten verlaten wegens gevechten in het stadje.
De volgende dag was het geluk echter meer aan de zijde van AzG. We hadden toegang tot Muha per heli! En aangezien ik voorlopig niet naar Feina zou kunnen reizen en er meer dan voldoende werk te doen was in Muha ging mijn reis die kant op.
Ik reisde samen met de projectcoördinator en verpleegkundige, die beiden al enkele maanden in Muha hadden gewerkt en beiden de evacuatie van een maand geleden meegemaakt hadden. Zij kenden het dorp en het project dan ook goed. Voor hen zou dit een terugkeer worden naar hun geliefde project, voor mij betekende het een begin op een nieuwe werkplek.
Al bij de eerste beelden van Muha vanuit de lucht beseften we dat Muha veranderd was. Muha viel jaren onder het bewind van de rebellen maar na de gevechten tussen verschillende rebelgroepen was het dorp in de handen van de regering gevallen. Direct zagen we vlaggen van de Sudanese overheid, politietroepen en verschillende gebouwen van overheidsinstanties. We zagen nauwelijks activiteiten op de lokale markt en in de straten, veel huizen waren verlaten en er was juist een grote groep mensen die met hun hebben en houden onder de bomen bivakkeerden rondom de UN peacekeeping legerbasis. Vanuit daar vertrokken dagelijks verschillende trucks, volgeladen met mensen en al hun bezittingen, om de bevolking naar andere plaatsen in Darfur te brengen.
Snel na aankomst op de landplaats, omgeven door eindeloze savanne, vertrokken we naar het ziekenhuis. AzG runt het project al een aantal jaren. De kliniek is normaliter dan ook een goed geoliede machine waar dagelijks poliklinische zorg geboden wordt aan kinderen, oorlogsslachtoffers en andere spoedgevallen, zwangere vrouwen en ondervoede patiëntjes. Ook is er een grote opnameafdeling waar zo’n 30 tot 50 patiënten verblijven, al dan niet na een chirurgische ingreep uitgevoerd in de nette en goed voorziene operatiekamer.
In het ziekenhuis ontmoetten we direct de lokale stafleden. Enerzijds was het een blijde hereniging en warm welkom voor mij. Anderzijds was het een droevige bedoening om te zien dat er minder dan 40 man personeel (medisch en niet medisch) aan het werk was. Het overgrote deel van onze 160 stafleden bleek, zoals een groot deel van de bevolking van Muha, vertrokken te zijn.
Enkel de polikliniek functioneerde nog. De rest van het ziekenhuis was verlaten, stoffig en rommelig en overal troffen we de sporen aan van troepen die de nachten in de kliniek doorgebracht hadden. De compound voor de internationale staf, een groep hutjes en kantoren enkele honderden meters van het ziekenhuis vandaan, bleek tot de grond afgebrand te zijn.
De verpleegkundige en ik startten direct met ons medisch werk, want patiënten waren er genoeg. We richtten een van vroegere afdelingen direct in zodat we de ziekste patiënten gedurende 24 uur konden verzorgen. De ruimte ernaast haalden we leeg en maakten we tot de woon-/slaapruimte voor de internationale stafleden.
Gedurende de dagen die volgden zagen we, met het beperkte team, zoveel mogelijk patiënten als we konden. We herstarten het voedingsprogramma (25 nieuwe patiënten per week, vergeleken met zo’n 4 nieuwe patiënten per maand normaliter! !), we boden zwangerschapscontroles, we verrichten chirurgische ingrepen en zwangere vrouwen arriveerden weer in de verloskamer voor een veilige behandeling.
Overdag hielpen de aanwezige lokale stafleden waar ze konden. Ik was erg onder de indruk van hun motivatie en gedrevenheid, beseffende dat de meeste van hen onder een boom leefden in een onveilige omgeving. De stafleden konden en wilden, gezien de veranderde veiligheidssituatie in het dorp, niet werken gedurende de avonden en nachten. Dus stonden we zelf om de 3 uur op om therapeutische voeding aan de zwaar ondervoede kinderen te geven, medicijnen toe te dienen en controles uit te voeren. Dan toch een voordeel om in het ziekenhuis direct naast de patiënten te wonen!
Na een lange dag, juist na een effectieve vergadering waarin we eerste weken terug in Muha hadden geëvalueerd en plannen hadden gemaakt voor de komende week, riep de projectcoördinator ons bijeen. Hij had zojuist het nieuws ontvangen dat AZG ons project per direct moest besluiten. De humanitaire hulp commissie (ministerie tak die verantwoordelijk is voor het werk dat AzG en andere NGO’s verricht) kon onze veiligheid niet waarborgen en verplichtte ons te vertrekken. Er was geen discussie over mogelijk…
In de vroege ochtend maakte ik voor de laatste maal de melk klaar voor de ondervoede kindjes. Tijdens de ochtendronde vertelde ik elke patiënt dat het tijd voor ontslag was en om naar huis te gaan. Ik gaf ze orale medicijnen mee, legde de verdere behandeling uit en gaf ze een verwijsbrief mee voor een ziekenhuis uren reizen verderop. De moeder van het 3e kind keek me vragend aan ‘waarom bezoek je ons zo vroeg op de ochtend en waarom stuur je iedereen naar huis?’. Ik kon slechts antwoorden dat we, tegen onze zin in, gedwongen waren het ziekenhuis te sluiten en dat ik niet wist waarom. Ook zij besefte dat dit desastreuze gevolgen voor haar kindje zou hebben. En voor het zwaar ondervoede kindje ernaast dat nog geen hap eten zelf had geslikt.
Ondertussen lichtte mijn collega de overgebleven stafleden in over ons gedwongen vertrek. Nog geen 5 minuten na het beëindigen van die korte vergadering zagen we een aantal stafleden met hun gezinnen en kar met spullen het dorp verlaten. Met het wegvallen van AZG, en het wegvallen van veiligheid, bescherming en zekerheid op een goede toekomst, was er voor hen helemaal geen reden meer om in Muha achter te blijven.
Binnen enkele uren was het ziekenhuis leeg en verlaten, lagen medicijnen en materialen achter slot en grendel, en werden patiënten de toegang geweigerd. We beseften allemaal dat ons abrupt vertrek, nog diezelfde dag, heel veel kapot maakte in Muha.
Een deel van het team van Muha, maar ook het team van Feina en het project Kalma (een groot vluchtelingenkamp waar zojuist hersenvliesontsteking was uitgebroken) werden de dag erna naar de hoofdstad gevlogen. Met een klein team bleef ik achter in Nyala, met de hoop om een eventuele vaccinatiecampagne tegen hersenvliesontsteking in kamp Kalma alsnog uit te kunnen voeren.
Woensdagmiddag klokslag 4 uur zitten we gezamenlijk voor de televisie in afwachting van de uitspraak van het internationaal gerechtshof. President el-Bashir wordt beschuldigd van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de humaniteit. Het ICC legt hem een arrestatiebevel op. Dan krijgt onze landencoördinator in Khartoem te horen dat de Nederlandse tak van AzG, en een aantal andere hulporganisaties, het land moet verlaten, zonder afgeven van een duidelijke reden en zonder enige discussie.
Een dag later worden onze kantoren, opslagruimten, woningen, auto’s en computers in beslag genomen door de overheid. We vliegen met de achtergebleven internationale stafleden van Nyala naar de hoofdstad. Aanvragen voor onze exit-visa worden ingediend. We proberen nog zoveel mogelijk contact te maken met onze nationale stafleden in de verschillende projecten maar slagen hierin nauwelijks.
En binnen een aantal dagen zit ik met het grootste deel van mijn collega’s in het kantoor van Artsen zonder Grenzen in Amsterdam waar we de puzzelstukjes van afgelopen dagen samen proberen neer te leggen.
Waarom zijn we zonder pardon het land uitgezet? Wat gebeurt er met onze Sudanese collega’s die jarenlang met zoveel motivatie voor ons hebben gewerkt? Maar erger nog, wat gebeurt er met de populatie van Darfur, wederom op de vlucht, zonder toegang tot medische zorg, water en voedsel?
Addy
