De telefoon gaat. Met nog half slaperige ogen kijk ik op het schermpje van mijn telefoon welke van de 2 klinieken mij zo graag wil spreken zo vroeg in de ochtend. Het blijkt de kliniek te zijn die ik sinds kort tijdelijk onder mijn hoede heb. Ik word vanochtend wakker gebeld door een van hun vroedvrouwen. Ze meldt me dat er een vrouw is gearriveerd, een hoogzwangere vrouw en ze verliest bloed. Enkele dagen eerder heeft de vrouw zich gemeld in een privékliniek waar ze een echo hebben gemaakt en waarop geconstateerd is dat het kind in dwarsligging ligt. Een oorzaak voor de bloeding hebben ze toen niet kunnen vinden. Het bloeden is ruim een maand geleden begonnen, maar volgens de vrouw heel lichtjes maar en ze had het niet nodig gevonden ermee naar het ziekenhuis te komen, maar nu, vandaag kwam er ineens veel meer.
De vroedvrouw meldt me dat de patiente zich goed voelt. Het bloeden is inmiddels ook weer bijna gestopt, maar ze vertelt me dat het wel veel was toen de vrouw net binnen kwam. Gelukkig heeft ze gehoord dat het hartje van de baby nog wel klopt. Ik kan vanaf Islamabad niet beoordelen wat er zich precies afspeelt aan de andere kant van de telefoonverbinding, maar ik heb er geen goed gevoel bij. Ik besluit daarom dat deze patiente naar een ziekenhuis moet worden verwezen, waar een gynaecoloog werkt die keizersneden kan doen in geval van nood. In onze kliniek waar deze vrouw zich op dit moment bevindt hebben we geen capaciteit daarvoor. We hebben er geen artsen werken die keizersneden kunnen uitvoeren, alleen vroedvrouwen die normale bevallingen kunnen begeleiden.
Hoewel ik het niet zeker kan weten, heb ik het idee dat het gaat om een zwangerschap waarbij de moederkoek aan het loslaten is, wat niet de bedoeling is voordat het kind wordt geboren. Deze situatie kan binnen een paar minuten volledig fout aflopen. Wanneer de moederkoek loslaat wordt de zuurstof- en voedingstroom naar de baby onderbroken en dat kan een baby niet overleven. De loslating van een moederkoek is ook een gevaarlijke situatie voor de moeder, die door bloedingen kan overlijden als niet op tijd ingegrepen wordt en dat betekent dat ze een keizersnede zal moeten ondergaan.
Ik vertel de medische teamleidster uit het betreffende project dat ik een doorverwijzing wil organiseren. Ik schat de situatie zodanig ernstig in, dat ik vind dat de patiente niet op eigen gelegenheid kan gaan, maar met de ambulance moet. Onze teamleider (niet te verwarren met de medische teamleidster) in alle haast onderweg naar een bespreking, weet ik nog net voor zijn vertrek uit kantoor te vangen om hem over de verwijzing in te lichten en van zijn kant wordt ook alles in actie gebracht om het transport te realiseren. Zijn rechterhand (collega ter plekke in het project) gaat aan de slag om te informeren of de weg tussen ons project en het ziekenhuis veilig is, de rechterhand (collega ter plekke) van de medische teamleidster gaat aan de slag om de ambulance te regelen en de rechter hand (deze keer letterlijk) van de vroedvrouw die zich over de patiente heeft ontfermd, schrijft intussen de overdrachtspapieren, terwijl mijn rechter wijsvinger het telefoonnummer van de gynaecologe intoetst om haar in te lichten over de patiente die in aantocht is.
15 minuten later is alles in kannen en kruiken. De weg is veilig verklaard en de ambulance staat klaar, de patiente kan vertrekken. Ik vraag nog gauw naar de laatst gemeten bloeddruk en die blijkt duidelijk gedaald. Dit is geen goed teken. Ik vraag de vroedvrouw nog even een infuus aan te hangen en dan te zorgen dat ze zo gauw mogelijk naar het ziekenhuis vertrekken.
Zo, dat is geregeld. Iedereen is op de hoogte, meer kunnen we niet doen. Na deze hectische start van de dag is het dan nu tijd voor mijn ontbijtje. Intussen is het in spanning afwachten of het allemaal goed zal gaan. Het is nou niet echt het type patiënten dat ik graag op pad laat gaan voor een rit van bijna een uur, maar we hebben geen keus.
Twee uur later wordt ik gebeld door de gynaecologe. De vrouw is gearriveerd en geopereerd. Het ging inderdaad om een losgelaten moederkoek. Hij zat nog net voldoende vast om de baby van zuurstof en voeding te voorzien, maar het had niet veel langer moeten duren of de baby had het niet gehaald. We kunnen wel zeggen dat deze moeder en haar kind door het oog van de naald gekropen zijn.
De rest van de dag raak ik verloren in vergaderingen, roosters, consumptiecijfers en telefoontjes van de beide projecten met updates over dames die normaal bevallen, totdat ik ’s avonds wordt gebeld door een verloskundige uit ‘mijn eigen’ project, die me meldt dat er een hoogzwangere vrouw is gearriveerd die eerder die dag ’s middags in een privékliniek is geweest. Ze meldt me dat ze een hele hoge bloeddruk gemeten heeft bij deze vrouw, en dat terwijl de vrouw in de privékliniek bloeddrukverlagende medicijnen heeft gehad. In de privékliniek was de bloeddruk bijna het dubbele van het normaal en inmiddels is het gezakt naar anderhalf keer het normale, wat dus nog altijd veel te hoog is. De vrouw heeft een ernstige vorm van zwangerschapsvergiftiging en de verloskundige stelt voor dat ze de patiente opneemt. Op deze manier kan ze de bloeddruk in de gaten houden en ook de hartslag van het kindje, want, zo vertelt ze me, net nadat de vrouw was aangekomen hoorde de verloskundige dat de hartslag van de baby aan de lage kant was, daarna ging hij wel weer sneller kloppen en nu klopt hij gewoon normaal. Ik vraag de verloskundige nogmaals te luisteren of het hartje van het kindje nog steeds normaal klopt en dat blijkt het geval. Het klopt en er valt niks bijzonders over te zeggen. Op dit moment geeft de hartslag van het kindje geen reden tot ongerustheid, maar toch maak ik me zorgen, want ik weet dat zo’n hoge bloeddruk kan zorgen voor een voortijdige loslating van de moederkoek en een lage hartslag van een kindje kan in deze situatie de aanwijzing zijn op een noodsituatie. Daar gaan we weer. Voor de tweede keer deze dag zint de situatie me niet. Gelukkig speelt de situatie zich in de kliniek waar we wel een gynaecoloog hebben werken en we kunnen zo een keizersnede uitvoeren als het moet. Deze keer kan ik de medische teamleidster en de teamleider overslaan. Omdat de gynaecologe om de hoek van het ziekenhuis woont hoef ik alleen haar maar te bellen om de situatie uit te leggen. Geen gedoe met het checken van de veiligheid op de wegen en het regelen van een ambulance, als vanmorgen. Zo gezegd, zo gedaan. De gynaecologe wordt ingelicht. Ik meld haar dat ik bang ben dat het om een loslating van de moederkoek gaat. Ze laat me weten dat ze naar het ziekenhuis zal gaan om met de echo te kijken of dat inderdaad het geval is en, om in het geval van een loslating van de moederkoek, een keizersnede uit te voeren. Nadat ik haar heb gesproken bel ik terug naar de verloskundige om haar te vertellen dat de gynaecologe ingelicht is en eraan komt. Dit is het moment dat de verloskundige me meldt dat ineens de vrouw zich niet lekker is gaan voelen en in de paar minuten die ik met de gynaecologe aan de telefoon was, is de situatie omgeslagen. De bloeddruk is ineens sterk gedaald naar normaalwaarde en daar ben ik in deze situatie niet blij mee, want dat betekent in dit geval zo goed als zeker dat de moederkoek is losgeraakt en dat de vrouw een flinke bloeding heeft in haar baarmoeder. Dit wordt nog eens bevestigd door het feit dat ineens ook het hartje, dat daarnet nog vrolijk klopte nu nergens meer te horen is. Ik hoor door de telefoon de onrustige ruis van de doptone, wanneer de verloskundige deze gebruikt om overal op de buik naar een hartje te zoeken. Tevergeefs. Ik geef haar instructies om een infuus aan te leggen, het kind is niet meer te redden, dan nu maar alles op alles om de patiente zelf te redden. Terwijl zij prikt, bel ik de gynaecologe die al onderweg is. Zij heeft via een telefoontje van een andere verloskundige op de afdeling al te horen gekregen hoe alles fout dreigt te gaan en ze vertelt me dat ze bijna in het ziekenhuis is. Ze heeft het operatieteam al opgeroepen en ook die zijn al in aantocht. Ze zegt me dat ze later weer contact met me opneemt.
Na wederom de hectiek van de situatie, ga ik nu maar aan mijn avondeten beginnen. Voor de tweede keer vandaag is het afwachten geblazen.
Een uur later wordt ik gebeld door de gynaecologe. De keizersnede is uitgevoerd en het was inderdaad een losgelaten moederkoek. Weer! Deze keer heeft het kind het niet overleefd helaas, maar toch, deze patiente heeft enorm geluk gehad er zelf nog te zijn. Er was zoals verwacht sprake van een enorme bloeding en als zij nog een uur op pad had gemoeten, zoals de patiente van vanochtend, dan weet ik niet zeker of ze er zelf nog geweest zou zijn.
Later die avond kom ik een collega tegen, zij is medisch teamleidster van weer een ander project. Ik heb haar vanmiddag nog verteld hoe geweldig ik het vond dat we zo’n geluk hadden gehad eerder die dag. Dat ondanks een autorit van een uur, met een al deels losgelaten moederkoek toch moeder èn kind het beiden hadden overleefd. Nu, een paar uur later, vertel ik haar over de vrouw in het andere project, en dat we gelukkig haar nog hebben kunnen redden, maar haar kind niet. We zijn het erover eens dat 2 van de 3 projecten nu aan de beurt zijn geweest en dat dat meer dan genoeg is. Het derde project (haar project) mag van ons overgeslagen worden. Vooral met in ons achterhoofd dat na zoveel geluk vanochtend en al wat minder vanavond, we niet zeker zijn over hoe, voor een eventuele derde kandidate, dan de afloop zal zijn.
